Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 29 april 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 februari 2024;
- de memorie van grieven van [appellant] ;
- de memorie van antwoord van Achmea, met bijlagen;
- de bijlage (productie 35) die Achmea ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
- de bijlage (productie J) die [appellant] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
geëindigd, maar geen sprake is van verval van dat recht door
verjaring, zoals bedoeld in art. 3:310 lid 4 BW Pro. [3]
onduidelijk is hoe deskundige [deskundige] op een percentage van 20% van de waarde van de partij komt als het gaat om toekomstige commerciële schade,” en dat “
[h]etzelfde geldt voor Troostwijk.” Daarmee miskent [appellant] dat door [deskundige] is toegelicht dat deze 20% de waardevermindering betreft als gevolg van de onbekendheid met de wijze van behandeling/opslag van de wijn na de diefstal en dat deze inmiddels bekend staat als een ‘risicowijn’. Het percentage van 20% betreft een schatting en deze mate van aftrek komt het hof ook niet onredelijk voor. Verder heeft [appellant] de waardebepaling die Achmea aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd niet voldoende gemotiveerd betwist, terwijl dit wel had gekund, bijvoorbeeld door de juistheid van overige door de deskundige aan zijn waardebepaling ten grondslag gelegde gegevens te betwisten, al dan niet met inschakeling van een eigen deskundige. Dat heeft hij nagelaten.
griffierecht € 6.561,-
salaris advocaat € 7.594,- (2 punten × tarief V € 3.797,-)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 14.344,-
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 februari 2024;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Achmea begroot op € 14.344,-;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.