ECLI:NL:GHDHA:2026:1975

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
200.337.405/01 en 200.346.691/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.20 lid 2 sub a BVIEArt. 2.21 lid 4 BVIEArt. 9 lid 2 sub a UMVoArt. 1019h RvBenelux-verdrag inzake de Intellectuele Eigendom
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnissen in merkinbreukzaak over Puma boxershorts met namaakkenmerken

Puma SE heeft Sporttrading Holland B.V. gedagvaard wegens merkinbreuk door levering van Puma boxershorts aan de Noorse detailhandelaar Europris. Sporttrading voerde uitputting aan, stellende dat de boxershorts afkomstig waren van Stichd, een licentienemer van Puma. De rechtbank wees het stakingsbevel en de meeste nevenvorderingen toe, maar wees de winstafdracht af wegens gebrek aan kwade trouw.

In hoger beroep betwistte Sporttrading de merkinbreuk en het oordeel dat het uitputtingsverweer faalde. Puma stelde dat de geleverde boxershorts namaak waren, onderbouwd met onderzoek van samples die onverenigbare kenmerken vertoonden, zoals QR-codes op labels die pas na 2017 werden gebruikt, terwijl de productiedata uit 2017 stamden.

Het hof oordeelde dat de onderzochte Puma boxershorts namaak waren en dat het uitputtingsverweer faalde omdat alleen toestemming van de merkhouder voor elk product uitputting kan veroorzaken. De vorderingen tot staken van de inbreuk en schadevergoeding werden bevestigd, maar de winstafdracht werd afgewezen wegens ontbreken van kwade trouw. De proceskosten werden deels gecompenseerd en deels aan Sporttrading opgelegd. Het eindvonnis werd eveneens bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt Sporttrading tot staken van merkinbreuk en betaling van schadevergoeding wegens levering van namaak Puma boxershorts.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.337.405/01 en 200.346.691/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/621146 / HA ZA 21-1033
Arrest van 23 juni 2026
in de zaak met rolnummer 200.337.405/01 van
Sporttrading Holland B.V.,
gevestigd in Drunen,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. P.M. Baijense, kantoorhoudend in Drunen,
tegen
Puma SE,
gevestigd in Herzogenaurach, Duitsland,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. C.S. Mastenbroek , kantoorhoudend in Ouderkerk aan de Amstel.
en in de zaak met rolnummer 200.346.691/01 van
Sporttrading Holland B.V., voornoemd,
appellante,
advocaat: mr. Baijense, voornoemd,
tegen
Puma SE, voornoemd,
geïntimeerde,
advocaat: mr. C.S. Mastenbroek voornoemd.
Het hof noemt partijen hierna Sporttrading en Puma.

1.De zaken in het kort

1.1
Puma heeft tegen Sporttrading een bevel tot staking van merkinbreuk gevorderd, met nevenvorderingen. Zij heeft daartoe gesteld dat Sporttrading merkinbreuk heeft gepleegd door levering van met Puma-merken voorziene boxershorts aan de detailhandelaar Europris in Noorwegen.
1.2
De rechtbank heeft het stakingsbevel en de meeste nevenvorderingen in een deelvonnis toegewezen en Sporttrading in het eindvonnis veroordeeld in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv. Sporttrading heeft principaal beroep en Puma heeft incidenteel beroep tegen het deelvonnis ingesteld. Sporttrading heeft beroep ingesteld tegen het eindvonnis
1.3
Het hof komt op andere gronden tot dezelfde beslissing en bekrachtigt de vonnissen.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in
hoger beroep tegen het deelvonnismet rolnummer 200.337.405/01 (hierna ook:
zaak 1) blijkt uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 29 januari 2024 waarmee Sporttrading in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen deelvonnis van de rechtbank Den Haag van 15 november 2023; [1]
  • de memorie van grieven van Sporttrading, met producties 90 tot en met 95;
  • de memorie van antwoord tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel van Puma, met producties 26 tot en met 37;
  • de memorie van antwoord in incidenteel appel van Sporttrading, met producties 96 tot en met 118.
2.2
Het verloop van de procedure in
hoger beroep tegen het eindvonnismet rolnummer 200.346.691/01
(hierna ook:
zaak 2)) blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 27 september 2024, waarmee Sporttrading in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen eindvonnis van de rechtbank Den Haag van 11 september 2024;
  • de memorie van grieven van Sporttrading, met producties 1 tot en met 3;
  • de memorie van antwoord van Puma, met productie A.
2.3
In beide zaken zijn ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling de volgende stukken overgelegd:
  • door Puma een akte overlegging producties, met producties 38 tot en met 48
  • door Sporttrading een nadere proceskostenopgave.
2.4
Op 8 december 2025 heeft een mondelinge behandeling in beide zaken plaatsgevonden. Partijen hebben de zaken doen toelichten, Sporttrading door haar voormelde advocaat en Puma door haar voormelde advocaat en mr. A.J. Verbeek, aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.
2.5
Vervolgens hebben partijen getracht een minnelijke regeling te bereiken. Nadat dat mislukt is, is arrest gevraagd.
2.6
Partijen hebben ieder hun producties in eerste aanleg en hoger beroep doorgenummerd. Deze zullen hierna worden aangeduid als productie [..] S respectievelijk [..] P.

3.Feitelijke achtergrond in beide zaken

3.1
Puma houdt zich wereldwijd bezig met het ontwerpen, ontwikkelen en verkopen van (sport)schoenen, (sport)kleding en accessoires. Zij is houdster van (onder meer) diverse in de periode van 30 juni 2014 tot en met 25 mei 2018 voor waren in (onder meer) de klassen 25. 28 en 35 ingeschreven Benelux- en Uniemerken, bestaande uit het op de volgende wijze afgebeelde woord PUMA, de volgende afbeelding van een springende roofkat of de volgende combinatie daarvan (hierna: de Puma-merken),
3.2
Stichd B.V. te Den Bosch (hierna: Stichd), een 100% dochtervennootschap van Puma, heeft een licentie van Puma om onder meer boxershorts onder de Puma-merken te produceren en te distribueren. Tot l juli 2019 was de handelsnaam van Stichd ‘Dobotex B.V.’ (hierna: Dobotex). GTS Trading GmbH (hierna: GTS) te Obertrum, Oostenrijk, was een afnemer van Stichd.
3.3
Sporttrading is een groothandel in sportschoeisel, sportkleding en sporttassen.
3.4
In de zomer van 2021 heeft Puma geconstateerd dat de Noorse detailhandelaar Europris (hierna: Europris) boxershorts voorzien van Puma-tekens (hierna ook: Puma boxershorts) aanbood en verkocht.
3.5
Puma heeft vervolgens op 8 juli 2021 haar Noorse advocaat verzocht een testaankoop te doen bij Europris. Op 12 juli 2021 heeft de Noorse advocaat van Puma een mail aan Puma gestuurd waarin zij schrijft:
“please find enclosed pictures of the product that we purchased at an Europris shop in central Oslo. ”
Bij de mail zijn 25 foto’s van Puma boxershorts bijgesloten.
3.6
Puma heeft Europris vervolgens aangeschreven. Europris heeft daarop laten weten dat zij 10.500 dubbelverpakkingen (“2-packs”) Puma boxershorts van Sporttrading heeft aangekocht. Zij heeft bewijs van de betaling daarvan aan Puma laten zien. Europris heeft daarnaast verklaard dat zij geen andere leverancier heeft van de Puma boxershorts dan Sporttrading.
3.7
In een mail van Sporttrading aan Europris van 25 augustus 2020 met het onderwerp
“BRANDED PROPOSALSis vermeld:
PUMA2-pack boxers: € 7.40 take all, Direct available”.
3.8
Sporttrading heeft 10.500 dubbelverpakkingen Puma boxershorts verkocht aan Europris, waartoe laatstgenoemde op 4 september 2020 een inkooporder heeft geplaatst. De Puma boxershorts zijn op 15 oktober 2020 gefactureerd voor € 7,20 per dubbelverpakking en op 16 oktober 2020 naar Europris verscheept. Europris heeft de factuur van Sporttrading op 29 oktober 2020 betaald.
3.9
Voorafgaande aan de verkoop en levering aan Europris heeft Sporttrading:
- in maart 2020 ongeveer 10.000 (9.996) dubbelverpakkingen Puma boxershorts verkocht en geleverd aan (diverse filialen van) Aldi in Nederland en
- in april /mei 2020 720 dubbelverpakkingen Puma boxershorts verkocht en geleverd aan Simpex Import Exprt GmbH (Interspar) in Oostenrijk.
3.1
Puma heeft op 27 juli 2021 bij de rechtbank in Oslo een verzoekschrift ingediend tegen Europris tot het verkrijgen van een
ex parteverbod en een beslag tot afgifte. Die verzoeken zijn bij beslissing van 28 juli 2021 toegewezen, waarna beslag is gelegd. Puma heeft vervolgens op 14 september 2021 voor dezelfde rechtbank een inbreukprocedure aangespannen tegen Europris. Sporttrading heeft een verzoek tot tussenkomst ingediend, welk verzoek bij beslissing van 5 november 2021 is toegewezen. In verband met het bij inleidende dagvaarding van 5 november 2021 aanhangig maken van deze (Haagse) procedure door Puma, zijn partijen bij die Oslose procedure op 20 december 2021 overeengekomen die procedure aan te houden totdat in de onderhavige Haagse procedure bij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak zal zijn beslist.
3.11
Op 5 november 2021 heeft Puma bij de rechtbank Den Haag een verzoekschrift ingediend tot het leggen van bewijs- en verhaalsbeslag onder Sporttrading, waarna daartoe verlof is verleend op 9 november 2021 en op 18 november 2021 beslagen zijn gelegd. In april 2022 heeft Puma opnieuw bewijsbeslag gelegd op de administratie van Sporttrading.
3.12
Bij vonnissen van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 11 en 13 oktober 2022 is Sporttrading bevolen te gedogen en eraan mee te werken dat kopieën van de beslagen bescheiden aan Puma ter beschikking worden gesteld. Vervolgens heeft Puma daarin inzage gekregen.

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
Puma heeft Sporttrading gedagvaard bij exploot van 5 november 2021 en, kort gezegd en voor zover in hoger beroep nog van belang, gevorderd Sporttrading:
a) te bevelen iedere inbreuk op de Puma-merken in de gehele Europese Unie te staken en gestaakt te houden;
b) te bevelen opgave te doen van diverse gegevens;
c) te veroordelen tot betaling aan Puma van een dwangsom voor het geval Sporttrading in strijd handelt met de bevelen zoals vermeld onder a) en b);
d) te veroordelen om aan Puma
ofwelschadevergoeding te betalen nader op te maken bij staat of een door de rechtbank te bepalen bedrag,
ofwel- ter keuze van Puma - de met de verkopen van de inbreukmakende Puma boxershorts behaalde brutowinst af te dragen, nader op te maken bij staat;
e) te veroordelen in de proceskosten ex artikel 1019h Rv.
4.2
Puma heeft daartoe gesteld dat Sporttrading inbreuk heeft gemaakt op haar uitsluitende merkrechten, als bedoeld in in artikel 2.20, lid 2, sub a, althans b en c BVIE [2] en artikel 9, lid 2, sub a, althans sub b en c Uniemerkenverordening (UMVo) [3] door de Puma boxershorts in de EU (en, daarbinnen, in de Benelux, begrijpt het hof) te verhandelen. Zij heeft daartoe gesteld dat dat de bij Europris aangetroffen door Sporttrading geleverde Puma boxershorts namaak zijn. Sporttrading heeft dit betwist en zich beroepen op uitputting, stellende dat zij de Puma boxershorts heeft gekocht van GTS, die deze op haar beurt heeft gekocht van Stichd, die licentienemer van Puma is. Puma heeft betwist dat sprake van uitputting is en kan zijn, al omdat de Puma boxershorts namaak zijn.
4.3
De rechtbank heeft in het deelvonnis de vorderingen sub a) en c) toegewezen. De vordering sub d) heeft zij deels toegewezen en deels afgewezen: voor zover deze vordering betrekking had op winstafdracht is zij afgewezen; voor zover zij betrekking had op schadevergoeding (nader op te maken bij staat) is zij toegewezen. In verband met de afwijzing van de vordering tot winstafdracht is de vordering sub b) beperkt (namelijk niet voor zover deze betrekking had op opgave van de genoten winst) toegewezen. De vordering sub e) tot veroordeling in de proceskosten heeft de rechtbank aangehouden om Puma in de gelegenheid te stellen deze deugdelijk te onderbouwen.
4.4
De rechtbank heeft daartoe overwogen dat Sporttrading inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van Puma als bedoeld in artikel 2.20, lid 2, sub a BVIE en artikel 9, lid 2, sub a UMVo door de, in eerste aanleg concreet slechts aan de orde gestelde, leveranties aan Europris. Zij heeft daartoe overwogen dat het uitputtingsverweer niet slaagt. Daaraan voorafgaand heeft zij beslist dat niet is komen vast te staan dat de door Sporttrading aan Europris geleverde Puma boxershorts namaak zijn. De rechtbank heeft de vordering tot winstafdracht geheel en de vordering tot het doen van opgave deels afgewezen bij gebreke van de voor toewijzing daarvan op grond van artikel 2.21 lid 4 BVIE vereiste kwade trouw.
4.5
In het eindvonnis heeft de rechtbank Sporttrading veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 29.957,56, met rente.

5.Vorderingen in hoger beroep

in zaak 1

5.1
Sporttrading wil dat het hof de vorderingen van Puma alsnog afwijst. Zij heeft 13 grieven tegen het vonnis gericht De grieven 1, 3 en 4 richten zich tegen de feitenvaststelling door de rechtbank. Grief 2 richt zich regen de weergave van het verweer van Sporttrading. Grieven 5 tot en met 8 richten zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het uitputtingsverweer niet slaagt en dat daarom met het verhandelen van de Puma boxershorts inbreuk is gemaakt. Grief 9 richt zich tegen toewijzing van het bevel de inbreuk te staken en gestaakt te houden. Grieven 10 tot en met 13 richten zich tegen toewijzing van de nevenvorderingen en het oordeel over de kostenveroordeling, ter onderbouwing waarvan slechts is aangevoerd dat ten onrechte inbreuk aangenomen.
5.2
Puma heeft vijf incidentele grieven (1 en 2 en 4 t/m 6) voorgesteld. Grieven 1 en 2 richten zich tegen het oordeel van de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat de door Sporttrading aan Europris geleverde Puma boxershorts namaak zijn en de daarvoor gegeven motivering, in het bijzonder ten aanzien van de bewijslastverdeling en de bewijswaardering door de rechtbank. De grieven 4 tot en met 6 richten zich tegen de (vermeende) beperkte toewijzing van de vordering tot schadevergoeding, de afwijzing van de vordering tot winstafdracht en de beperkte toewijzing van het opgavebevel.
In zaak 2
5.3
Sporttrading wil dat het hof het eindvonnis vernietigt en Puma veroordeelt in de volledige proceskosten ex artikel 1019 h Rv. Zij heeft één grief tegen het vonnis gericht, die inhoudt dat de rechtbank in het deelvonnis ten onrechte vrijwel alle vorderingen van Puma heeft toegewezen en deze had moeten afwijzen, zodat de kostenveroordeling niet in stand kan blijven en Puma in de kosten had moeten worden veroordeeld.

6.Beoordeling in hoger beroep in zaak 1

Stellingen over en weer

6.1
Sporttrading betwist niet dat de in de zomer van 2021 bij Europris aangetroffen Puma boxershorts van haar afkomstig waren
.Zij licht toe dat zij 10.500 dubbelverpakkingen Puma boxershorts aan Europris heeft verkocht en in oktober 2021 heeft geleverd. Zij betwist niet de stelling van Puma dat Europris uitsluitend van Sporttrading Puma boxershorts heeft afgenomen. Daarmee staat tussen partijen vast dat Sporttrading wat die levering aan Europris betreft binnen de EU gebruik heeft gemaakt van aan de Puma-merken identieke tekens voor identieke waren als die waarvoor die merken zijn ingeschreven.
6.2
Sporttrading doet een beroep op uitputting van de aan de Puma-merken verbonden rechten met betrekking tot de door haar aan Europris geleverde Puma boxershorts. Zij stelt dat aan haar door GTS (toentertijd vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] ) omstreeks 19 juli 2019, 19 augustus 2019, 17 januari 2020 en 8 februari 2020 de volgende Puma boxershorts zijn geleverd:
  • 4.176 dubbelverpakkingen Puma boxershorts in de kleuren 075 (Amazon Green), 230 (Black/Black), 417 (Blue/Grey) en 056 (Blue);
  • 5.174 dubbelverpakkingen Puma boxershorts in de kleuren 075 (Amazon Green), 230 (Black/Black), 417 (Blue/Grey), 056 (Blue) en 072 (Red);
  • 7.000 dubbelverpakkingen Puma boxershorts in de kleuren 075 (Amazon Green), 230 (Black/Black), 417 (Blue/Grey), 056 (Blue) en 072 (Red);
  • 4.900 dubbelverpakkingen Puma boxershorts in de kleuren 075 (Amazon Green), 417 (Blue/Grey), 056 (Blue) en 072 (Red),
zodat GTS haar in totaal 21.250 dubbelverpakkingen Puma boxershorts heeft geleverd. Zij stelt dat al deze boxershorts aan GTS zijn geleverd door Stichd.
Zij heeft deze leveranties onderbouwd met facturen, betalingen en andere bewijzen die door haar zijn overgelegd als producties 15 tot en met 30 S.
6.3
Na - door haar in kort geding verzochte en in oktober 2022 toegewezen - inzage in de administratie van Sporttrading, betwist Puma niet (voldoende gemotiveerd) dat Sporttrading in oktober 2020 10.500 dubbelverpakkingen Puma boxershorts aan Europris heeft verkocht en geleverd en op haar beurt (waarschijnlijk) vier zendingen dubbelverpakkingen Puma boxershorts van GTS heeft gekocht. Het hof gaat ervan uit dat het gaat om de voornoemde vier leveranties.
6.4
Gelet op het bovenstaande gaat het hof ervan uit dat de bij Europris aangetroffen Puma boxershorts afkomstig waren uit de voormelde partijen Puma boxershorts die GTS in de periode van 19 juli 2019 tot en met 8 februari 2020 aan Sporttrading heeft geleverd. Voorts staat vast dat GTS toentertijd regelmatig Puma-boxershorts afnam van Stichd. Puma heeft uitdrukkelijk gesteld dat GTS toentertijd (en ook nog ten tijde van de inleidende dagvaarding (hierna: ID) in november 2021) een vaste afnemer van Stichd was. De authenticiteit van de door Sporttrading overgelegde “relevante” facturen van Stichd aan GTS in de periode van 16 januari 2018 tot en met 4 februari 2020 is door Puma (tijdens de mondelinge behandeling) erkend, althans niet betwist. Puma betwist echter dat de door Sporttrading aan Europris geleverde Puma boxershorts afkomstig zijn van Stichd.
Uitputting / namaak?
6.5
Puma heeft de stellingen die Sporttrading aan haar uitputtingsverweer ten grondslag heeft gelegd betwist en heeft daartoe aangevoerd dat de door Sporttrading aan Europris geleverde Puma boxershorts namaak zijn, waardoor is uitgesloten dat zij met haar toestemming in het verkeer zijn gebracht.
6.6
Het hof zal eerst ingaan op die betwisting.
6.7
Ter onderbouwing van de door haar aangevoerde namaak brengt Puma, kort gezegd, naar voren dat:
haar Noorse advocaat testaankopen heeft gedaan/laten doen van dubbelverpakkingen Puma boxershorts bij winkels van Europris op 8 juli 2021 (door Puma aangeduid als
sample1) en op 20 juli 2021 (door Puma aangeduid als
samples2 en 3) en dat die advocaat op 20 november 2025 dubbelverpakkingen Puma boxershorts (door Puma aangeduid als
samples4 en 5) heeft ontvangen van de advocaat van Europris, welke boxershorts afkomstig zijn uit het magazijn van Europris, waar deze boxershorts na beslag waren opgeslagen; en
deze Puma boxershorts en de verpakkingen daarvan, althans foto’s daarvan, zijn onderzocht door [werknemer Stichd 1] (hierna: [werknemer Stichd 1] ) en [werknemer Stichd 2] (hierna: [werknemer Stichd 2] ), werkzaam bij Stichd, en dat daarover ook is geoordeeld door [betrokkene 1] , voorheen [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) en daarbij namaak zijn gebleken omdat:
a. alle onderzochte Puma boxershorts
onverenigbare kenmerken hebbenomdat zij alle een security-label in de Boxershort hebben waarop een QR code voorkomt, en pas na 2017 security labels met een QR-code werden gebruikt, terwijl de nummers op labelstickers van de verpakkingen van alle Puma boxershorts verwijzen naar een productiedatum in 2017, en één onderzochte Boxershort in de kleur
Bluebovendien de kleurcode 056 heeft, die in 2017 of 2018 is vervangen door de kleurcode 796;
b. alle Puma boxershorts niet voldoen aan een aantal (andere)
echtheidskenmerkenen/of
kwaliteitsstandaarden.
6.8
Het hof begrijpt dat Sporttrading bestrijdt dat:
  • de door medewerkers van Stichd en Puma beoordeelde Puma boxershorts (
  • de onderzochte Puma boxershorts (
6.9
Het hof zal deze stellingen en betwistingen hieronder puntsgewijs per
samplebespreken.
Sample 1 (de zwarte boxershort en de verpakking daarvan)
6.1
Het hof neemt het volgende in aanmerking:
  • als productie 10a heeft Puma een mail overgelegd van haar Noorse advocaat Rune Nordengen (hierna: Nordengen), advocaat bij Bull & Co (hierna: Bull), van 12 juli 2021 om 8.49 uur aan [betrokkene 2] met CC aan [betrokkene 1] (toen [betrokkene 1] ), met als onderwerp
  • als productie 27 heeft Puma een door Aksel Fossbakken (hierna: Fosbakken), advocaat bij hetzelfde kantoor, getekende verklaring d.d. 24 juni 2024 (hierna ook: de verklaring Fossbakken) overgelegd waarin hij verklaart dat hij op 8 juli 2021 op verzoek van zijn collega Nordengen een dubbelverpakking Puma boxershorts heeft gekocht bij de Europris-winkel in het winkelcentrum Generius in Oslo, en dat hij deze op 9 juli en 12 juli 2021 gefotografeerd heeft;
  • als bijlagen bij de verklaring Fosbakken zijn gevoegd een aankoopbon van “
  • als bijlagen bij deze verklaring zijn voorts 25 kleurenfoto’s gevoegd van een (rode) dubbelverpakking met een blauwe en een zwarte boxershort en van elk van deze boxershorts (hierna ook: de Fossbakken foto’s);
  • als producties 7 en 10 heeft Puma 25 foto’s van (de verpakking) van een dubbelverpakking boxershorts en twee losse boxershorts overgelegd. Het gaat hier om de Fossbakken foto’s, gelet op de nummers en tekst op de labels in de boxershorts (ook aangeduid als de
in een namens Puma tegen Europris door hetzelfde advocatenkantoor Bull uitgebrachte Noorse kortgedingdagvaarding van 14 september 2021 (productie 59 S) is vermeld dat een dubbelverpakking Puma boxershorts werd aangeschaft bij het verkooppunt van Europris in het warenhuis Generius in Oslo; bij deze dagvaarding zijn 23 foto’s van deze verpakking en boxershorts (in zwart-wit) als bijlage (bilag) 5 en voormelde aankoopnota als bijlage (bilag) 6 overgelegd; het gaat ook hier weer om de Fosbakken foto’s;
  • Fossbakken verklaart in zijn voormelde verklaring ook dat hij op 12 juli 2021 na het nemen van de foto’s de zwarte Puma boxershort heeft gezonden naar Puma in Duitsland;
  • Als bijlage bij de verklaring Fossbakken is gevoegd een verzendbewijs van DHL betreffende een verzending van Bull & Co, Aksel Fosbakken OSL aan [betrokkene 2] van Puma met als datum 2021-07-12;
  • als productie 42 heeft Puma een door [betrokkene 2] getekende verklaring (hierna ook: verklaring [betrokkene 2] ) overgelegd, waarin zij verklaart dat de door Fossbakken op 9 en 12 juli genomen foto’s van de door hem op 8 juli 2012 gekochte dubbelverpakking Puma boxershorts aan Puma zijn gezonden en door Puma zijn doorgezonden naar Stichd;
  • [betrokkene 2] verklaart in voormelde verklaring voorts dat Fossbakken één van de twee boxershort, een zwarte met een band met het woord PUMA in rode letters, aan haar heeft gezonden.
6.11
Uit de Fosbakken foto’s blijkt dat het (steeds) gaat om dezelfde (i) blauwe boxershort met een zwarte band met het woord PUMA in witte letters en dezelfde (ii) zwarte boxershirt met een witte band met het woord PUMA in rode letters, welke band aan de binnenkant rood met witte letters is. In die zwarte boxershort bevindt zich een label met onder meer het nummer AD GL9ZV6B107700 en een QR-code. Ook gaat het steeds om dezelfde buitenverpakking met de hieronder afgebeelde labelsticker met het daarop vermelde (item) nummer 521015001 en aan de linkerzijde, verticaal afgedrukt, het “PO” nummer 100650 en het “PID” nummer 8888869
6.12
Op grond van het bovenstaande gaat het hof ervan uit dat (Puma voldoende heeft aangetoond dat) de dubbelverpakking Puma boxershorts, waarvan de Fosbakken foto’s in het geding zijn gebracht, zijn gekocht bij Europris op 8 juli 2021 en dat deze foto’s aan Stichd zijn doorgezonden.
6.13
Als productie 8 heeft Puma een door [werknemer Stichd 1] ondertekende verklaring d.d. 26 juli 2021 overgelegd waarin vijf foto’s van (onderdelen van) een rode verpakking en een zwarte Puma boxershort zijn opgenomen. De eerste twee foto’s zijn gelijk aan (twee van de) Fossbakken foto’s. Daarop zijn hetzelfde label in de Puma boxershort en dezelfde labelsticker op de verpakking en zelfs één keer dezelfde vingers (kennelijk van Fossbakken) te zien. Het hof gaat er dan ook vanuit dat voldoende is aangetoond dat de eerste twee foto’s in de verklaring [werknemer Stichd 1] en de daaronder vermelde resultaten van het onderzoek daarvan betrekking hebben op de dubbelverpakking en de (zich daarin bevindende) zwarte boxershort, gekocht door Fossbakken op 8 juli 2021 bij de Generis-Europris in Oslo.
6.14
[werknemer Stichd 1] verklaart dat uit de labelsticker op de verpakking blijkt dat het om een
itemgaat dat begint met nummer 521015001 en met het PID nummer 888869, waaruit valt af te leiden dat het een product is uit 2017. Voorts verklaart hij dat in de zwarte boxershort het huidige (ten tijde van zijn verklaring dus in 2021 gebruikte)
security labelvoorkomt (met QR-code) dat in 2017 nog niet werd gebruikt. Onder meer op grond daarvan concludeert hij dat deze boxershorts namaak (“
counterfeit”) is.
6.15
Op grond van de namens Puma op die conclusie gegeven onbestreden toelichting, gaat
het hof ervan uit dat:
  • het eerste vetgedrukte nummer op de hiervoor afgebeelde labelsticker (521015001) voorkomt op alle door Puma getoonde labelstickers van dubbelverpakkingen Puma boxershorts en niet uniek is. Dat is verklaard door [betrokkene 2] tijdens de mondelinge behandeling. Zij noemt dit “gewoon het itemnummer”. Ook op de facturen van Dobotex/Stichd aan GTS en de facturen van GTS aan Sporttrading komt dit nummer steeds voor bij elke “PUMA BASIC BOXER 2P”;
  • het tweede nummer op die sticker (056) blijkens de verklaringen van [betrokkene 2] en [betrokkene 1] een kleurencode is die hoorde bij de kleur;
  • uit de verklaring [werknemer Stichd 1] over
  • het bij de
Dit alles heeft Sporttrading niet (voldoende gemotiveerd) betwist.
6.16
Dat op
security labelsvan in 2017 geproduceerde boxershorts geen QR-codes voorkwamen is niet alleen verklaard door [werknemer Stichd 1] , maar ook door [werknemer Stichd 2] en [betrokkene 2] in hun hiervoor genoemde verklaringen, en wordt ondersteund door de brief van Puma aan haar
business partnersvan 19 oktober 2018 [5] . Dat er enige onduidelijkheid lijkt te bestaan over het antwoord op de vraag of de QR-code in 2018 of 2019 is geïntroduceerd en/of in gebruik genomen, is hier niet relevant, nu dat er niet aan afdoet dat er in 2017 in ieder geval geen
security labelsmet een QR-code werden gebruikt. Dit leidt ertoe dat deze onderzochte boxershort (
sample 1) onverenigbare kenmerkenvertoont en het hof er al daarom van uit gaat dat deze namaak is. Aan deze conclusie kan niet afdoen dat de controle door [werknemer Stichd 1] aan de hand van foto’s heeft plaatsgevonden. Op die foto’s zijn de
onverenigbare kenmerkenimmers goed te zien.
Samples 2 en 3
6.17
Met betrekking tot
sample3 is geen onderzoek overgelegd. Er is door Puma, met name in de verklaring [betrokkene 2] verwezen naar de verklaring van [betrokkene 1] , maar die gaat over namaak in het algemeen en over uitputting, facturen en/of andere documenten en heeft niet, althans niet voldoende duidelijk betrekking op een specifiek
sample, laat staan op
sample3. Het hof is dan ook van oordeel dat Puma onvoldoende heeft onderbouwd dat
sample3 namaak is.
6.18
Puma heeft als productie 26 een door Nordengen ondertekende verklaring van 10 juni 2024 overgelegd waarin deze verklaart dat hij/zij op 20 juli 2021 twee dubbelverpakkingen Puma boxershorts heeft gekocht in een Europris-winkel in Algard in Noorwegen. Bij zijn/haar verklaring zijn 3 foto’s gevoegd van de gekochte dubbelverpakkingen: (i) een verpakking met een grijze boxershort met een witte/lichtblauwe band met PUMA in blauwe letters (kennelijk
sample2) en een blauwe boxershort met een witte band met PUMA in zwarte letters en (ii) een verpakking met een zwarte en een grijze boxershort (kennelijk
sample3). Op deze foto’s zijn de
security labelsin de boxershorts en de labelstickers op de verpakkingen niet te zien. Ook zijn foto’s bijgevoegd van de aankoopbon bij Europris voor een bedrag van 2 x 149,00 /299 Noorse Kronen. Nordengen verklaart verder dat hij/zij één van deze dubbelverpakkingen op 21 juli 2021 naar Stichd heeft getuurd met DHL. Er zijn foto’s bijgevoegd van een bewijs van verzending via DHL op 21 juli 2021 door Bull naar Stichd, met een aflevering op 23 juli 2021. Als producties 38 en 42 heeft Puma foto’s overgelegd van een niet ondertekend briefje van 9 augustus 2022 op papier van Stichd aan de advocaat van Puma met de tekst “
Hierbij de Puma boxer die bij Europris is gekocht door het team van Rune[Nordengen, hof]
op/rond 21 juli 2021”met afbeeldingen van een verpakking met een labelsticker met (item)nummer 521015001 417 040 en PO nummer 60297 en een grijze boxershort met aan de binnenzijde een blauwe band met witte letters in spiegelbeeld (dus aan de buitenzijde een witte/lichtblauwe band met blauwe letters) waarin een
security labelmet daarop de vermelding AD GL92V3B100463 en een QR code. Op grond van het bovenstaande gaat het hof ervan uit dat (Puma voldoende heeft aangetoond dat) een dubbelverpakking met onder andere een grijze boxershort met een witte/lichtblauwe band met blauwe letters is gekocht bij Europris op 20 juli 2021 en aan Stichd is gezonden.
6.19
Ook gelet op de overeenstemming tussen de grijze boxershort op de foto’s bij de verklaring van Nordengen enerzijds en de grijze boxershort op de foto’s bij het briefje van Stichd van 8 augustus 2022 anderzijds gaat het hof ervan uit dat dit foto’s zijn van één en dezelfde grijze boxer met de witte/lichtblauwe band met blauwe letters (en blauwe band met witte letters aan de binnenkant) en dat deze bij Europris gekochte boxer naar Stichd is gestuurd.
6.2
Als productie 43 heeft Puma een verklaring overgelegd van [werknemer Stichd 2] van 25 november 2025, waarin foto’s van dezelfde verpakking van een 2-pack met nummer 521015001 417 040 en PO-nummer 60297 en dezelfde grijze boxer zijn afgebeeld. Op het
security labelin de boxer en de labelsticker zijn (voor zover leesbaar en relevant) dezelfde cijfers en teksten vermeld. [werknemer Stichd 2] verklaart dat het PO nummer 60297 op de labelsticker verwijst naar een order die in 2017 is geproduceerd, maar dat het
security labelin de boxershort een QR-code vertoont, terwijl in 2017 nog geen
security labelsmet een QR-code werden gebruikt. Dit heeft Sporttrading niet gemotiveerd betwist. Het hof gaat er dan ook van uit dat ook deze in juli 2021 bij Europris gekochte Boxershort
onverenigbare kenmerkenvertoont en al daarom een namaak-boxershort is.
Samples 4 en 5
6.21
Als productie 39 heeft Puma een door Nordengen getekende verklaring overgelegd, alsmede een door Nordengen en Raeder Bing advokatfirma AS (hierna: Raeder Bing), het advocatenkantoor van Europris, getekende ‘
Product overvieuw’. Nordengen verklaart dat hij/zij op 20 november 2025 producten, waarbij het blijkens de bijgevoegde ‘
product overvieuw’ gaat om een dubbelverpakking met onder andere een groene boxershort en een dubbelverpakking met onder andere een rode boxershorts, waarvan foto’s in de ‘
Product overvieuw’zijn opgenomen, heeft ontvangen van Raeder Bing,. Door Nordengen wordt verder verklaard dat deze boxershorts afkomstig zijn uit de, krachtens de beslissing van 28 juli 2021 van de rechtbank te Oslo, beslagen en bij Europris apart opgeslagen voorraad Puma boxerhorts. Op de foto’s zijn de
security labelsvan een groene en een rode boxerhort te zien en de labelstickers van de verpakkingen.
6.22
In haar verklaring schrijft [betrokkene 2] dat Puma’s Noorse advocaat deze boxershorts aan de Nederlandse advocaat van Puma heeft gezonden. Als productie 40 zijn bewijzen van deze verzending overgelegd. Hieruit blijkt van verzending van een pakket van 0,5 KG met als omschrijving ‘
Underwear’van Bull & Co advocatfirma AS, Rune Nordengen te Oslo aan Good law B.V., Carja Mastenbroek op 20 november 2025. Ook is een betalingsbewijs overgelegd van DHL, waaruit blijkt dat GOOD LAW B.V. € 3,61 invoerrechten en BTW heeft betaald op 21 november 2025 in verband met een zending van Bull. Als productie 41 zijn foto’s van het desbetreffende poststuk overgelegd, en de kennelijke inhoud daarvan, die, gelet op de security labels in de rode en groene boxershort dezelfde boxershorts zijn als aan Nordengen zijn overhandigd uit de beslagen voorraad van Europris. Hoewel helaas op de foto’s in de ‘
Product overvieuw’, de labelstickers op de verpakkingen slecht leesbaar zijn gaat het hof, gelet op de wel goed lees- en zichtbare details op die foto’s ervan uit dat het ook om dezelfde verpakkingen gaat. Als productie 45 is een door Mastenbroek en [werknemer Stichd 2] ondertekende verklaring van 24 november 2025 overgelegd waarin Mastenbroek verklaart dat zij de twee dubbelverpakkingen, die zij op 21 november 2025 heeft ontvangen, op 24 november 2025 heeft overhandigd aan [werknemer Stichd 2] om te onderzoeken of deze “
counterfeit” zijn. Hierbij zijn foto’s gevoegd van twee dubbelverpakkingen met onder meer een groene respectievelijk een rode boxershort en een foto van de overhandiging met een krant van 22 november 2025.
6.23
Op grond van het bovenstaande gaat het hof ervan uit dat (Puma voldoende heeft aangetoond dat) voormelde dubbelverpakkingen met de rode respectievelijk de groene boxershort uit de beslagen voorraad van Europris afkomstig zijn en op 24 november 2025 aan [werknemer Stichd 2] zijn overhandigd om deze te onderzoeken.
6.24
Als productie 44 is een verklaring van [werknemer Stichd 2] van 25 november 2025 overgelegd over haar onderzoek van een groene boxershort. Blijkens de foto’s van het
security labelin de boxershort en de labelsticker op de verpakking gaat het om voormelde groene, uit de beslagen voorraad van Europris afkomstige, boxershort. [werknemer Stichd 2] verklaart dat het PO-nummer op de verpakking refereert aan een productie uit 2017, terwijl zich op het
security labeleen QR-code bevindt die pas na 2017 werd gebruikt. Dit heeft Sporttrading niet gemotiveerd betwist. Het hof gaat er dan ook van uit dat ook deze, uit de in juli 2021 bij Europris beslagen voorraad afkomstige, Puma boxershort
onverenigbare kenmerkenvertoont en al daarom namaak is.
6.25
Als productie 45 is een verklaring van [werknemer Stichd 2] van 25 november 2025 overgelegd over haar onderzoek van een rode boxershort. Blijkens de foto’s van het security label in de boxershort en de labelsticker op de verpakking gaat het om voormelde rode, uit de beslagen voorraad van Europris afkomstige boxershort. [werknemer Stichd 2] verklaart dat het PO-nummer op de verpakking refereert aan een productie uit 2017, terwijl zich op het security label een QR-code bevindt die pas na 2017 werd gebruikt. Dit heeft Sporttrading niet gemotiveerd betwist. Het hof gaat er dan ook van uit dat ook deze, uit de in juli 2021 bij Europris beslagen voorraad afkomstige, Puma boxershort
onverenigbare kenmerkenvertoont en al daarom namaak is.
6.26
Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat voormelde vier door Sporttrading in oktober 2020 aan Europris geleverde Puma boxershorts
onverenigbare kenmerken(een PO- of PID-nummer dat refereert aan productie in 2017 en een QR-code op het security label) vertonen en al daarom namaak zijn.
6.27
Puma heeft gesteld dat deze boxershorts ook om andere redenen als namaak moeten worden aangemerkt, namelijk omdat zij
andere onverenigbare kenmerken(zoals vermelding van de kleurcode 056, die zou zijn vervangen) vertonen en niet aan de (overige)
echtheidskenmerkenof de
Puma-kwaliteitsstandaardsvoldoen (zoals de wijze van vastnaaien van de elastieke band, de kwaliteit van het aanbrengen van de letters, de kleur van het stiksel en de print op de achter(binnen) zijde van de boxershort).
6.28
Sporttrading heeft dit gemotiveerd betwist. Zij stelt dat op de facturen van Stichd betreffende de onderhavige aan GTS geleverde dubbelverpakkingen boxershorts ook regelmatig de kleurcode 056 is vermeld. Voorts heeft zij het bestaan van de gestelde (overige)
echtheidskenmerkenen
Puma-kwaliteitsstandaardsbetwist, waarbij zij Puma verwijt dat zij deze niet bekend wil maken.
6.29
Dat de facturen van Stichd (in ieder geval tot eind 2018) erop wijzen dat aan GTS door Stichd geleverde dubbelverpakkingen boxershorts ook de kleurcode 056 vermelden is door Puma niet betwist en blijkt uit de overgelegde facturen. Dit leidt er naar het oordeel van het hof toe dat, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet kan worden aangenomen dat de Puma boxershorts vanwege de vermelding van die kleurcode namaak zijn.
6.3
Het hof is voorts van oordeel dat Puma het bestaan van de door haar gestelde (overige)
echtheidskenmerkenen
Puma-kwaliteitsstandaardsvooralsnog onvoldoende heeft onderbouwd. Dat zij die niet bekend wil maken omdat dat namaak zou vergemakkelijken, komt voor haar risico. Er zijn bovendien ook andere manieren om (een deel van) deze kenmerken aan te tonen, bijvoorbeeld door (foto’s van) originele Puma boxershorts over te leggen.
6.31
Nu het hof ervan uitgaat dat de onderzochte Puma boxershorts namaak zijn vanwege de hiervoor vermelde
onverenigbare kenmerkendat zij een PO- of PID-nummer hebben dat refereert aan productie in 2017
eneen security label met een QR code, die toen nog niet werd gebruikt, behoeven de stellingen en de verweren over het al dan niet voldoen van de onderzochte boxershorts aan de (overige)
echtheidskenmerkenof de
Puma-kwaliteitsstandaardsgeen behandeling.
Is het bevel de inbreuk te staken toewijsbaar?
6.32
Sporttrading heeft nog het verweer gevoerd dat ook als het hof aanneemt dat de onderzochte Puma boxershorts namaak zijn, dit nog niet zonder meer betekent dat Puma als merkhouder zich kan verzetten tegen het gebruik van haar merken, stellende, begrijpt het hof, dat het wel voorkomt dat een licentienemer of een fabrikant, die met toestemming van de merkhouder merkproducten produceert, zelf ook (extra) “namaak-producten”/ niet met toestemming van de merkhouder geproduceerde producten in de handel brengt, ten aanzien waarvan de merkrechten dan ook zijn uitgeput. Zij stelt dat daarvan in dit geval sprake moet zijn omdat de door haar aan Europris geleverde Puma boxershorts afkomstig zijn van Stichd, die licentienemer van Puma is.
6.33
Hoewel het niet ondenkbaar is dat zich situaties kunnen voordoen waarin een licentienemer of een fabrikant die met toestemming van de merkhouder produceert meer producten, voorzien van het merk (“via de achterdeur”) in de handel brengt dan waarvoor de merkhouder toestemming heeft verleend, is in zo’n geval geen sprake van toestemming en dus ook niet van uitputting. Er is immers alleen sprake van uitputting wanneer het producten betreft die door of met toestemming van de merkhouder in het verkeer zijn gebracht. Deze toestemming moet betrekking hebben op elk exemplaar en kan niet worden afgeleid uit de omstandigheid dat de merkhouder ten aanzien van andere (soortgelijke) producten toestemming heeft gegeven. [6] Dit verweer faalt al om die reden.
6.34
Bovendien is het op zijn minst hoogst onwaarschijnlijk dat, als een licentienemer of fabrikant al meer van het merk voorziene producten op de markt zou brengen dan hem door de merkhouder is toegestaan, hij naast de toegestane merkproducten, daarvan afwijkende producten met
onverenigbare kenmerkenof producten die afwijken van de hem bekende echtheidskenmerken of de Puma-kwaliteitsstandaarden in de handel zou brengen. Die zou hij immers speciaal moeten (laten) produceren, terwijl die voor de Merkhouder eenvoudig als namaak te herkennen zijn. Dat zich deze situatie voordoet heeft Sporttrading niet gesteld, laat staan onderbouwd.
6.35
Daar het hof van oordeel is dat in ieder geval vier door Sporttrading in oktober 2020 aan Europris geleverde Puma boxershorts namaak zijn, heeft Puma de feiten die Sporttrading aan haar uitputtingsverweer ten grondslag heeft gelegd voldoende onderbouwd betwist. Sporttrading heeft daar niet op gereageerd met een nadere onderbouwing, aldus dat de partijen Puma boxershorts die GTS aan Sporttrading heeft geleverd, die ze aan Europris heeft doorverkocht, daadwerkelijk, met partijnummers gedocumenteerd, dezelfde zijn als die, die Dobotex/Stichd daarvoor aan GTS had geleverd. Omdat Sporttrading geen ander verweer heeft gevoerd komt het gevorderde bevel om de inbreuk te staken en gestaakt te houden voor toewijzing in aanmerking.
6.36
Het bovenstaande brengt mee
  • dat incidentele grieven 1 en 2, gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat de Puma boxershorts namaak zijn en de daarvoor gegeven motivering, slagen;
  • dat principale grieven 5 tot en met 9, voor zover gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat sprake is van merkinbreuk, tegen toewijzing van het stakingsbevel en tegen het oordeel van de rechtbank dat het uitputtingsverweer wat betreft de aan Europris geleverde partij niet slaagt, falen, althans niet tot vernietiging leiden.
De nevenvorderingen
De vordering tot schadevergoeding
6.37
In de inleidende dagvaarding vorderde Puma Sporttrading te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat ofwel afdracht van de met de verkopen van de inbreukmakende Puma boxershorts behaalde winst. Zij baseerde dit op merkinbreuk gemaakt door de handel in de bij Europris aangetroffen Puma boxershorts. In haar pleitnota in eerste instantie heeft zij wel melding gemaakt van leveranties aan Aldi en Interspar, maar daarop is zij verder niet ingegaan. Zij heeft niet gesteld dat de aan deze afnemers geleverde boxershorts ook namaak waren. Zij heeft ook haar eis niet gewijzigd. De rechtbank is dan ook uitsluitend ingegaan op de gestelde merkinbreuk door de verkoop door Sporttrading van de Puma boxershorts aan Europris. De veroordeling door de rechtbank van Sporttrading om schadevergoeding te betalen moet naar het oordeel van het hof dan ook aldus worden begrepen dat Sporttrading is veroordeeld tot vergoeding aan Puma van de schade die Puma heeft geleden als gevolg van de in dit vonnis beoordeelde en als merkinbreuk aangemerkte leveranties van de Puma boxershorts door Sporttrading aan Europris. De rechtbank veroordeelt in 5.4. van haar dictum ook expliciet tot vergoeding van de schade geleden als gevolg van de “in dit vonnis” genoemde merkinbreuken.
6.38
Principale grief 12 richt zich tegen deze toewijzing van de schadevergoeding. Daartoe voert Sporttrading slechts aan dat geen sprake is van merkinbreuk. Deze grief faalt omdat het hof van oordeel is dat Sporttrading wel merkinbreuk (door de handel in de door haar aan Europris geleverde Puma boxershorts) heeft gemaakt. Sporttrading heeft weliswaar betwist dat zij namaak Puma boxershorts aan Europris heeft geleverd. Zij heeft echter niet onderbouwd betwist dat de omstandigheid dat meerdere van Europris afkomstige steekproefgewijze onderzochte Puma boxershorts namaak zijn, behoudens bijzondere omstandigheden, waaromtrent niets is gesteld, de (door Puma getrokken) conclusie rechtvaardigt dat de gehele aan Europris geleverde partij Puma boxershorts namaak is en zij de schade ten gevolge van die leverantie moet vergoeden.
6.39
Met incidentele grief 4 betoogt Puma dat de schadevergoedingsvordering te beperkt is toegewezen omdat dit niet ook ziet op “álle boxershorts die Sporttrading tussen januari 2018 en februari 2020 heeft verhandeld, waarvan zij geen uitputting heeft bewezen”. Zij stelt dat de rechtbank “ten onrechte niet uitdrukkelijk niet (bedoeld zal zijn: ook, hof) als Inbreukmakende Puma boxershorts aangemerkt”:
- alle Puma boxershorts die Sporttrading tussen 1 januari 2018 en februari 2020 verhandeld heeft, zonder dat Sporttrading uitputting kan bewijzen,
  • althans alle Puma boxershorts die Sporttrading in deze periode van GTS Trading gekocht heeft;
  • althans alle Puma boxershorts die Sporttrading in deze periode aan Aldi, Interspar en Europris verkocht heeft,
  • althans de Puma boxershorts die Sporttrading van GTS Trading gekocht heeft, en aan Europris, Interspar, en Aldi verkocht heeft.
6.4
Dit verwijt aan de rechtbank is onterecht omdat Puma in eerste aanleg ter onderbouwing van haar vorderingen slechts concreet en onderbouwd gesteld heeft dat Sporttrading inbreuk heeft gepleegd door de handel in de bij Europris aangetroffen Puma boxershorts. Ook gelet op de herformulering van haar petitum in punt 143 van haar memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel heeft Puma (zonder dat in de kop van dit processtuk aan te geven) haar eis gewijzigd.
6.41
Kennelijk gaat Puma er thans van uit dat uit de omstandigheid dat de van Europris afkomstige
samplesnamaak zijn de conclusie rechtvaardigt dat de handel door Sporttrading in alle Puma boxershorts die Sporttrading in voormelde periode van GTS heeft gekocht inbreukmakend waren, althans als inbreukmakend moeten worden aangemerkt zolang Sporttrading geen uitputting heeft bewezen.
6.42
Sporttrading heeft gemotiveerd betwist dat zij in de genoemde periode andere Puma boxershorts heeft verhandeld dan de 21.500 dubbelverpakkingen Puma boxershorts die zij van GTS heeft gekocht en afgenomen en aan Europris (10.500 stuks), Aldi (ongeveer 10.000) en Interspar (720) heeft verkocht en geleverd. Voor zover Puma (impliciet) stelt of ervan uitgaat dat daarvan wel sprake is, heeft zij dat niet onderbouwd, terwijl zij de administratie van Sporttrading heeft ingezien en mede daarom van haar een nadere onderbouwing verwacht mocht worden. Het hof gaat er dan ook van uit dat daarvan geen sprake is en ziet dan ook geen reden de toe te wijzen schadevergoeding te verruimen als onder de eerste drie gedachtenstreepjes omschreven.
6.43
Voor verruiming van de schadevergoeding tot de schade geleden door de handel door Sporttrading van de Puma boxershorts die Sporttrading van GTS gekocht heeft en aan Interspar en Aldi verkocht heeft, is geen aanleiding als het beroep van Sporttrading op uitputting slaagt.
6.44
Dat bij de handel in deze partijen ook sprake was van namaak heeft Puma niet gesteld, laat staan onderbouwd. Haar betoog over namaak is in eerste aanleg en in hoger beroep beperkt gebleven tot de door Sporttrading aan Europris geleverde boxershorts. Puma lijkt er juist van uit te gaan dat
een deelvan de door GTS aan Sporttrading geleverde boxershorts namaak was nu zij erkent dat GTS dubbelverpakkingen boxershorts heeft afgenomen van Stichd en suggereert dat GTS daarnaast andere, niet van Stichd afkomstige partijen dubbelverpakkingen Puma boxershorts aan Sporttrading heeft geleverd, zoals volgens haar vaker voorkomt in deze soort parallelhandel.
6.45
Bovendien heeft Sporttrading gemotiveerd betwist dat de
onverenigbare kenmerkenop de (verpakkingen van) namaak Puma boxershorts (
samples1, 2, 4 en 5) op grond waarvan het hof namaak heeft aangenomen (dat het PO-nummer of het PID-nummer refereert aan productie in 2017 terwijl zich een pas later gebruikte QR-code op het
security labelin de Boxershort bevindt) kunnen voorkomen bij vóór eind 2019 door GTS geleverde Puma boxershorts. Zij stelt daartoe dat deze nieuwe
security labelsmet de QR-codes immers pas vanaf herfst/winter 2019 werden gebruikt en het dus niet mogelijk is dat deze zich bevinden op namaak-boxershorts die daarvoor aan haar zijn geleverd. Producenten van namaak-boxershorts konden toen immers niet weten dat in de toekomst QR-codes op de
security labelsvan originele Puma boxershorts zouden worden aangebracht en konden deze toen ook niet kopiëren van originele boxershorts. Puma heeft deze redenering niet betwist, maar in reactie hierop, onder verwijzing naar de verklaring [betrokkene 2] uit 2025, gesteld dat Puma’s medewerkster [betrokkene 1] die in haar verklaring uit 2022 schrijft “
After prior email exchange between PUMA and Stichd, as of autumn/winter season 2019, new Brand Protection authenticity features have been applied to PUMA boxershorts”een typefout heeft gemaakt en 2018 bedoelde. Dit acht het hof niet overtuigend (en was kennelijk een noodsprong van (een) Puma in het nauw) om de volgende redenen.
6.46
In dezelfde verklaring [betrokkene 2] is een brief van Puma aan haar Business Partners afgedrukt van 19 oktober 2018 over “
our new Brand Protection Labelling concept”. Daarin is vermeld:
“With that new concept we are replacing (…) old PUMA Security Labels with our
Label Provider Avery Dennison from Season AW2019 onwards.
(…)
Avery Dennison will stop production of those old security labels and effective from
01 November, 2018 those labels will not be delivered to any of our PUMA Vendors or Puma Licensed Partner Suppliers anymore.”
Hieruit blijkt niet dat de nieuwe
security labelsal vanaf eind 2018 worden gebruikt. Integendeel: er blijkt uit dat de nieuwe labels pas vanaf herfst/winter (“AW”) 2019 (zullen) worden gebruikt. Dat dat eerder wordt aangekondigd en dat de oude labels vanaf november 2018 niet meer werden geleverd doet daar niet aan af. In overeenstemming hiermee heeft [betrokkene 2] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de kenmerken van de labels niet zijn veranderd in 2018 maar deze wijziging van de labels toen is “geïntroduceerd” en de labels met nieuwe kenmerken in 2019 op de markt zijn gebracht. Ook mr. Mastenbroek heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat Puma boxers met QR codes (pas) eind 2019 op de markt waren.
6.47
Het bovenstaande leidt ertoe dat het hof ervan uitgaat dat de door GTS voor eind 2019 aan Sporttrading geleverde 9350 dubbelverpakkingen boxershorts (zie hiervoor 6.2) geen
security labelsmet een QR-code hadden en dus ook niet de voormelde
onverenigbare kenmerkenvertoonden, die voor het hof reden waren voor het oordeel dat (de
samplesvan de) aan Europris geleverde boxershorts namaak zijn.
6.48
Dat uit de documenten die op de leveranties aan Aldi en Interspar betrekking hebben blijkt dat aan deze afnemers ook dubbelverpakkingen boxershorts met de kleurcode 056 zijn geleverd, is geen reden om aan te nemen dat het om namaak-boxershorts ging, al omdat vaststaat dat Dobotex/Stichd aan GTS dubbelverpakkingen boxershorts met die kleurcode heeft geleverd. Het hof verwijst naar 6.29 hiervoor. Dat de aan Aldi en Interspar geleverde boxershorts andere kenmerken vertoonden waaruit namaak is af te leiden is niet gesteld, laat staan onderbouwd. Er is dus onvoldoende reden om aan te nemen dat deze boxershorts namaak waren.
6.49
Dit leidt ertoe dat, anders dan ten aanzien van de aan Europris geleverde partij dubbelverpakkingen boxershorts, niet kan worden aangenomen dat het beroep op uitputting al niet kan slagen omdat sprake is van namaak.
6.5
De stelling van Sporttrading dat Puma niet tegelijkertijd kan stellen dat sprake is van namaak en (niet van uitputting, maar) illegale parallelhandel omdat dit onverenigbaar is, verwerpt het hof, al omdat Sporttrading er daarbij ten onrechte aan voorbij gaat dat het beroep op uitputting een verweer is van haarzelf, dat Puma uiteraard mag betwisten, ook met de stelling dat sprake is van namaak.
6.51
In aanmerking nemende:
  • de door Sporttrading overgelegde uitgebreide stukken betreffende de leveranties aan Aldi en Interspar (producties 96 tot en met 113 S);
  • dat vaststaat dat Dobotex/Stichd aan GTS in ieder geval in totaal (aanzienlijk) meer dubbelverpakkingen Puma boxershorts heeft geleverd dan de 21.250 dubbelverpakkingen die door GTS in totaal aan Sporttrading zijn geleverd, zoals ook blijkt uit de overlegde facturen van Dobotex/Stichd aan GTS (producties 36 tot en met 47 en 91S);
  • dat (de niet gemotiveerd betwiste stellingen van Sporttrading tijdens de mondelinge behandeling erop neerkomen dat) op de facturen van Dobotex/Stichd aan GTS (productie 91 S) (meer) dubbelverpakkingen boxershorts voorkomen met dezelfde kleurcodes als vermeld op de stukken betreffende de leveranties van Sporttrading aan Aldi (vgl. prod 97 S) en Interspar (vgl. productie 111 S), welke codes ook voorkomen op de facturen van GTS aan Sporttrading (productie 117 S);
  • dat Puma de authenticiteit van de overgelegde facturen van Dobotex/Stichd aan GTS heeft erkend, althans niet betwist;
  • het ondertekende rapport van drs. H. Mullenders van 30 december 2021 (productie 52 S), waarin hij na onderzoek in de administratie van Sporttrading tot de onderbouwde conclusie komt dat Sporttrading sinds 2014 uitsluitend dubbelverpakkingen Puma boxershorts van GTS heeft afgenomen;
is het hof van oordeel dat deze omstandigheden in onderlinge samenhang gezien voldoende zijn om aan te nemen dat de door Sporttrading aan Aldi en Interspar geleverde dubbelverpakkingen Puma boxershorts afkomstig zijn van Stichd en de merkrechten met betrekking tot deze boxershorts dus zijn uitgeput.
6.52
De stelling van Puma dat uit deze “
papertrail” zou volgen dat GTS met (veel) verlies Puma boxershorts heeft doorverkocht, hetgeen ongeloofwaardig is (zodat de geleverde boxershorts wel namaak moeten zijn of geen sprake van uitputting kan zijn), kan hier onvoldoende aan afdoen. Allereerst heeft Sporttrading gemotiveerd betwist dat GTS de door Puma gestelde prijzen aan Stichd betaalde, stellende dat de door GTS aan Stichd betaalde prijzen die Puma noemt (€ 7,72) veel te hoog zijn omdat Puma (de haar bekende) kortingen op die prijzen buiten beschouwing laat, waardoor de betaalde prijs de facto € 6,52 of € 6,14 bedroeg. Ook heeft Sporttrading betwist dat zij de door Puma gestelde lage prijs aan GTS heeft betaald. Echter ook als er met enig verlies is doorverkocht, kan dat niet voldoende afdoen aan voormeld oordeel. Sporttrading heeft immers onbetwist gesteld dat een (parallel) handelaar in verband met zijn liquiditeitspositie soms genoodzaakt is met verlies door te verkopen en dat dat zeker voor GTS gold die een vaste maandelijkse afnameverplichting bij Stichd had. De dochter van de inmiddels overleden directeur van GTS heeft ook bevestigd dat die situatie zich in die periode voordeed.
6.53
Het bovenstaande brengt mee dat het hof ervan uitgaat dat Puma zich niet kan en kon verzetten tegen de verhandeling van de aan Aldi en Interspar geleverde partijen en Sporttrading ook geen schadevergoeding ter zake verschuldigd is. Incidentele grief 4 faalt dan ook. In zoverre (ten aanzien van die leveranties aan Ali en Interspar) slagen de principale grieven 5 tot en met 8. Deze kunnen echter niet tot vernietiging leiden. De rechtbank heeft, gelet op de bedoeling van het dictum (zie hiervoor 6.37 ev.) Sporttrading terecht slechts veroordeeld tot vergoeding van de schade ten gevolge van de leveranties van de Puma boxershorts door Sporttrading aan Europris.
De vordering tot winstafdracht
6.54
De rechtbank heeft de vordering tot winstafdracht afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat Sporttrading moedwillig en dus te kwader trouw inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van Puma. Puma’s incidentele grief 5 richt zich tegen deze afwijzing. Puma heeft geen grief gericht tegen toepassing van het vereiste van kwade trouw, zoals vermeld in artikel 2.21, lid 4 BVIE en grieft slechts tegen het oordeel dat geen sprake is van kwade trouw, zodat het hof zijn beoordeling daartoe ook zal beperken.
6.55
Het hof deelt dit oordeel van de rechtbank, zij het op andere gronden. Uit hetgeen hiervoor is overwogen valt af te leiden dat GTS bij Sporttrading de gerechtvaardigde indruk heeft gewekt dat zij van Stichd afkomstige boxershorts leverde, terwijl er thans van moet worden uitgegaan dat een deel van de geleverde boxershorts namaak waren. Niet gesteld of gebleken is dat Sporttrading wist dat sprake was van namaak. De stelling van Puma dat de extreem lage inkoopprijs van € 5,50 per 2-pack een alarmbel had moeten doen afgaan en er daarom sprake is van een soort (strafrechtelijke) voorwaardelijke opzet, faalt omdat Sporttrading gemotiveerd heeft betwist dat zij slechts € 5,50 heeft betaald en omdat op grond van hetgeen hiervoor in 6.52 is overwogen een lage inkoopprijs in de parallelhandel, zonder nadere toelichting die ontbreekt, onvoldoende is om te concluderen tot het laten afgaan van een alarmbel en tot “voorwaardelijk opzet”. Bovendien is “voorwaardelijk opzet” onvoldoende om kwade trouw aan te nemen in de zin van artikel 2.21 lid 4 BVIE, zoals die bepaling door het Benelux-Gerechtshof is uitgelegd [7] . Daarvoor is moedwillige inbreuk vereist. Dat daarvan sprake is, is niet (voldoende onderbouwd ) gesteld. Incidentele grief 5 faalt dus.
De vordering tot het doen van opgaven.
6.56
De rechtbank heeft de vordering tot het doen van opgaven toegewezen in beperkte omvang in die zin dat dat Sporttrading niet is bevolen opgave te doen van de met de verkoop van inbreukmakende Puma boxershorts behaalde totale bruto omzet en brutowinst vanwege de (redenen van) afwijzing van de vordering tot winstafdracht. De opgave, zoals toegewezen heeft alleen betrekking op de in de inleidende “dagvaarding bedoelde Inbreukmakende Puma boxershorts”. Zoals hiervoor overwogen betrof dat de aan Europris geleverde Puma boxershorts.
6.57
Principale grief 10 richt zich tegen toewijzing van de vordering tot het doen van opgave. Daartoe is slechts aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte inbreuk heeft aangenomen. Daar het hof ook van oordeel is dat sprake is van merkinbreuk door de leveranties aan Europris faalt deze grief.
6.58
Incidentele grief 6 richt zich tegen de afwijzing van het bevel tot opgave van de brutowinst. Puma verwijt de rechtbank dat zij ten onrechte niet heeft aangenomen dat sprake was van moedwillige inbreuk door Sporttrading. Zoals hiervoor bij de behandeling van incidentele grief 5 beslist, faalt dit betoog. Nu de grief tegen afwijzing van de vordering tot winstafdracht faalt, geldt dat ook voor deze grief voor zover de opgave bestemd is om de omvang van winststafdracht te kunnen vaststellen.
6.59
Puma heeft nog gesteld dat de opgave van de winst ook van belang kan zijn voor het bewijs van de inbreuk en voor het berekenen van de schade. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, en gelet op hetgeen hiervoor over de inbreuk is overwogen en op alle documenten die zijn overgelegd over de inkoop en de verkoop van de Puma boxershorts, kan het hof deze stelling niet volgen en valt niet in te zien welk gerechtvaardigd belang Puma bij opgave van de winst voor deze doeleinden heeft. Ook deze grief faalt.
De dwangsommen
6.6
Principale grief 11 richt zich tegen de toegewezen dwangsommen met als enig argument dat geen sprake is van inbreuk. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen faalt ook deze grief.
Toewijzing van de vorderingen en proceskostenveroordeling
6.61
Principale grief 13 richt zich tegen toewijzing van de (meeste) vorderingen van Puma en “de kostenveroordeling door de rechtbank”.
6.62
Uit het hiervoor overwogene blijkt dat het hof van oordeel is dat de vorderingen, zoals door de rechtbank in het deelvonnis toegewezen, terecht zijn toegewezen. In zoverre faalt de grief.
6.63
Voor zover de grief zich richt tegen de kostenveroordeling van Sporttrading kan die al niet slagen omdat de rechtbank in het deelvonnis geen kostenveroordeling heeft uitgesproken. Voor zover de grief zich (zou) richt(en) tegen het ontbreken van een proceskostenveroordeling van Puma ten gunste van Sporttrading en/of de in de overwegingen van het deelvonnis opgenomen beslissing dat Sporttrading in de proceskosten van Puma zal worden veroordeeld, faalt de grief. Ook het hof is van oordeel dat Sporttrading als de in eerste aanleg grotendeels in het ongelijk gestelde partij is aan te merken en dus in de proceskosten van de eerste aanleg dient te worden veroordeeld.
Conclusie en proceskosten in zaak 1
6.64
Uit hetgeen hiervoor is overwogen (in aanvulling op het in 6.36 vermelde) blijkt:
  • dat de principale grieven 5 tot en met 13 falen, althans niet tot vernietiging leiden;
  • dat het hof rekening heeft gehouden met de in de principale grieven 1 tot en met 4 neergelegde bezwaren tegen de feitenvaststelling en de formulering van het verweer, maar dat deze grieven op zichzelf niet tot vernietiging kunnen leiden;
  • dat incidentele grieven 1 en 2, gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat de door Sporttrading aan Europris geleverde Puma boxershorts namaak zijn en de daarvoor gegeven motivering, slagen, maar dit niet tot vernietiging leidt;
  • dat de incidentele grieven 4 tot en met 6 falen, althans niet tot vernietiging leiden;
  • dat hetgeen bij eisvermeerdering is gevorderd moet worden afgewezen.
6.65
Daarom zal het hof het deelvonnis bekrachtigen. Gelet op de samenhang tussen het principale hoger beroep en het incidentele hoger beroep en de omstandigheid dat alle wederzijdse grieven falen of niet tot vernietiging leiden, zal het hof de proceskosten in principaal en in incidenteel hoger beroep compenseren, dit in afwijking van de hoofdregel dat bij bekrachtiging de (principaal respectievelijk incidenteel) appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van de geïntimeerde.

7.Beoordeling in hoger beroep in zaak 2

7.1
Het hof verwijst naar hetgeen hiervoor in
zaak 1is beslist en overwogen. Op grond daarvan faalt de enige grief, gericht tegen de veroordeling van Sporttrading in de kosten. Niet gegriefd is tegen de het bedrag van de kostenveroordeling.
7.2
Daar de enige grief tegen het eindvonnis faalt zal het hof ook het eindvonnis bekrachtigen en Sporttrading veroordelen in de kosten van het hoger beroep.
7.3
Sporttrading stelt dat hier sprake is van een zeer eenvoudige zaak, waarbij het indicatietarief in IE-zaken gelijk is aan het liquidatietarief. Puma vordert vergoeding van haar werkelijke (redelijke en evenredige) kosten ex artikel 1019h Rv. Als vergoeding van haar advocatenkosten in zaak 2 vordert zij een bedrag van € 3.105,--, welk bedrag zij heeft gespecificeerd in productie A bij haar memorie van antwoord.
7.4
Het hof heeft op grond van het arrest van de Hoge Raad van 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3477 (
LMR Advocaten), ambtshalve te beslissen over de toewijsbaarheid van de proceskosten en de hoogte daarvan. Het hof is van oordeel dat deze zaak in hoger beroep is aan te merken als een zeer eenvoudige bodemzaak waarvoor de vergoeding voor de redelijke en evenredige kosten van de advocaten in de toepasselijke indicatietarieven in IE zaken gerechtshoven is bepaald op het liquidatietarief. Uitgaande van het liquidatietarief komt voor het salaris van de advocaten van Puma een bedrag van € 1670,-- (1 punt , tarief III) voor vergoeding in aanmerking. Het hof acht dit bedrag redelijk en evenredig en zal het salaris van de advocaten van Puma daarop begroten. Daarnaast dient Sporttrading de griffierechten van € 798,-- en de nakosten van € 178,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) te betalen.
Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing.

8.Beslissing in zaak 1

Het hof:
In principaal en incidenteel hoger beroep
  • bekrachtigt het tussen partijen gewezen deelvonnis van de rechtbank Den Haag van 15 november 2023;
  • compenseert de proceskosten in principaal hoger beroep en in incidenteel hoger beroep;
  • wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.

9.Beslissing in zaak 2

Het hof:
  • bekrachtigt het tussen partijen gewezen eindvonnis van de rechtbank Den Haag van 11 september 2024;
  • veroordeelt Sporttrading in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Puma begroot op € 2.646,--, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Sporttrading deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
  • bepaalt dat als Sporttrading niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Sporttrading de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-,
  • verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de kostenveroordeling betreft;
  • wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mr. A.D. Kiers - Becking, mr. H.M.H. Speyart van Woerden en mr. R.S. Le Poole en door mr. Speyart van Woerden in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

2.Benelux-verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen).
3.Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017inzake het
4.Afgedrukt in de inleidende dagvaarding en in de verklaring van [betrokkene 2] (productie 42 P).
5.afgebeeld in de verklaring [betrokkene 2] (productie 42 P).
6.HvJ EG 1 juli1999, ECLI:EU:C:1999:347 (
7.Benelux-Gerechtshof 11 februari 2008, ECLI:NL:XX:2008:BC6935 (Ondeo/Michel).