Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3] ,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 2 januari 2024, waarmee VVE Parkeerplaatsen in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2023;
- de memorie van grieven van VVE Parkeerplaatsen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerden] , met bijlagen 0 tot en met 12;
- de bijlage 13 die [geïntimeerden] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
de huidige manier van monteren niet de optredende geluiden zal reduceren waardoor de afname van overlast zal uitblijven” en dat “
de wijze van ophanging niet overeenkomt met de aanbevelingen zoals opgenomen in de rapportage van 26 oktober 2021 en 30 november 2021 omdat op de huidige wijze van monteren er nog steeds contact met de wanden wordt gemaakt”. Ook doet zij de volgende aanbevelingen om de geluidsoverlast (verder) te beperken:
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
hebben hun eisen inmiddels gewijzigd en vorderen niet langer nakoming van de aanbevelingen van Strooming maar nieuwe maatregelen daarvoor in de plaats” en: “
Bij een nieuwe uitspraak kunnen de oude maatregelen niet meer opgelegd worden, er is alleen ruimte voor het opleggen van nieuwe” (pleitnota mr. Goldhoorn, sub 18, eerste en laatste volzin). Gelet op deze uitlatingen van de advocaat van VVE Parkeerplaatsen en het feit dat VVE Parkeerplaatsen ook inhoudelijk op de gewijzigde vordering is ingegaan, is evenmin sprake van een verrassingsbeslissing als het hof rechtdoet op grond van de gewijzigde eis. Ook hierom staan de eisen van een goede procesorde niet in de weg aan deze eiswijziging van [geïntimeerden]
aanvullende geluidsmaatregelen” te nemen, te onbepaald is om voor toewijzing in aanmerking te kunnen komen.
gemeld” aan de nieuwe eigenaar, zoals tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht, maakt dat niet anders. Gesteld noch gebleken is dat [geïntimeerde 2] met de nieuwe eigenaar afspraken heeft gemaakt over (de voorzetting van) deze procedure. Het hof zal [geïntimeerde 2] daarom niet-ontvankelijk verklaren in de gewijzigde vordering sub I.
bijdraagtaan de overdracht van het geluid van de roldeur naar de appartementen, dit VVE Parkeerplaatsen niet ontslaat van haar verplichting om maatregelen te nemen. De roldeur is immers de bron van de geluidsoverlast, en uit het onderzoek van Strooming/Sonitus volgt dat het mogelijk is om de constructie van de roldeur zodanig aan te passen dat de geluidsoverdracht naar bovengelegen appartementen wordt verminderd. Voor zover VVE Parkeerplaatsen meent dat ook andere (minder ingrijpende of minder kostbare) maatregelen genomen kunnen worden, had het op haar weg gelegen om dat te onderbouwen, wat zij niet heeft gedaan.
het juiste effect” (het hof begrijpt: geluidsreductie) te bereiken (zie nader 3.5 en 3.6 hiervoor). Het is niet in geschil dat deze maatregelen geluidsbeperkend zijn en ook niet dat het haalbaar is om deze te realiseren. VVE Parkeerplaatsen is daarom gehouden om alle aanbevelingen van Strooming op te volgen.
weinig concreet gemaakt[e]” aanbevelingen, zoals VVE Parkeerplaatsen de aanbevelingen van Strooming typeert.
verminderingvan de geluidshinder. Daarmee staat naar oordeel van het hof voldoende vast dat het nut heeft om de aanbevolen maatregelen uit te voeren.
griffierecht € 116,33 (1/3 × € 349,-)
salaris advocaat € 860,- (1/3 × 2 punten × tarief II)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.165,33
7.Beslissing
- veroordeelt VVE Parkeerplaatsen om binnen drie maanden na betekening van dit arrest de aanbevelingen in het rapport van Strooming van 30 november 2021 en de brief van Sonitus van 14 december 2023 volledig op te volgen en de geadviseerde werkzaamheden te laten uitvoeren, in het bijzonder door het realiseren van een zelfdragend stalen portaal dat alleen met voetplaten op de vloer staat en geen contact maakt met de wanden of het plafond en het losmaken van de gehele deurconstructie van de bestaande betonnen draagconstructie van het gebouw, met inachtneming van de bevindingen van de geluidsdeskundige van 19 april 2024, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat VVE Parkeerplaatsen hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 15.000,-;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt VVE Parkeerplaatsen ten aanzien van [geïntimeerde 1] in de kosten van de procedure in principaal hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde 1] tot op heden begroot op € 1.165,33, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als VVE Parkeerplaatsen deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als VVE Parkeerplaatsen niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, VVE Parkeerplaatsen de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- veroordeelt VVE Parkeerplaatsen ten aanzien van [geïntimeerde 1] in de kosten van de procedure in incidenteel hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde 1] begroot op nihil;
- compenseert voor het overige de proceskosten in hoger beroep in die zin dat partijen ieder de eigen kosten dragen;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.