Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:2078

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
22-002385-25
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 63 SrArt. 273f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor criminele uitbuiting minderjarige door werving en inzet bij explosie

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 34 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, wegens criminele uitbuiting van een minderjarige. In hoger beroep werd de tenlastelegging gewijzigd en het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen vrijspraken van andere tenlasteleggingen.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de 14-jarige jongen had geworven, gedwongen en bewogen om een cobra 6-explosief te plaatsen bij een woning, waarbij hij misbruik maakte van het feitelijke overwicht en de kwetsbare positie van het slachtoffer. De verdachte bood een beloning van €400 en gaf dwingende instructies via Snapchat.

De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 34 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals een contactverbod met het slachtoffer en begeleiding door de reclassering. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van eerdere voorwaardelijke straffen die de verdachte had overtreden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 34 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, wegens criminele uitbuiting van een 14-jarige jongen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002385-25
Parketnummers: 09-239765-24, 09-270323-21 (TUL) en 22-000745-23 (TUL)
Datum uitspraak: 29 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 5 augustus 2025 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2004,
adres: [woonadres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd in [verblijfplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 en 3 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van drie jaren, onder oplegging van bijzondere voorwaarden, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep, waarbij de voorwaarde betreffende het contactverbod met het slachtoffer dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Verder is de tenuitvoerlegging gelast van twee eerder voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraffen.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep ter zake van het onder 2 en 3 ten laste gelegde
De verdachte is door rechtbank Den Haag vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 en 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2024 tot en met 25 februari 2024 te 's-Gravenhage en/of Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, een ander, genaamd [slachtoffer] ,
- door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van (criminele) uitbuiting (sub 1) en/of
- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van (criminele) uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt ( sub 2) en/of
- door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (sub 4)
immers heeft hij, verdachte, (meermalen)
- die [slachtoffer] geld (400 euro) geboden om een cobra 6 tot ontploffing te brengen bij een woning en/of
- die [slachtoffer] instructies te geven waar hij naartoe moet gaan en/of
- die [slachtoffer] benaderd op Snapchat en/of via social media en/of
- die [slachtoffer] een boete opgelegd van 2000 euro en/of
- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij een explosie moest veroorzaken om iets goed te maken (althans woorden van gelijke aard of strekking)
terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en onder oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep, welke voorwaarden dadelijk uitvoerbaar dienen te worden verklaard.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof oordeelt op basis van een in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2024 tot en met 25 februari 2024
te 's-Gravenhage en/of Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam en/of eldersin Nederland, een ander, genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] )
- heeft geworven
, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen,met het oogmerk van (criminele) uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en
/of
- door
dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel doormisbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht
,endoor misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en
/ofbewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten
dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zouden stellen tot het verrichten van arbeid of diensten
immers heeft hij, verdachte,
(meermalen)
- die [slachtoffer] geld (400 euro) geboden om een cobra 6 tot ontploffing te brengen bij een woning en/of
- die [slachtoffer] instructies te geven waar hij naartoe moet gaan en
- die [slachtoffer] benaderd op Snapchat.
en/of via social media en/of
- die [slachtoffer] een boete opgelegd van 2000 euro en/of
- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij een explosie moest veroorzaken om iets goed te maken (althans woorden van gelijke aard of strekking)
terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelenbijlage zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Nadere bewijsoverweging

Feiten en omstandigheden
Uit onderzoek naar de telefoons van [slachtoffer] en de verdachte is gebleken dat [slachtoffer] via de applicatie Snapchat contact had met het account [Snapchat-account] . De verdachte is geïdentificeerd als de gebruiker van voornoemd account.
Uit voornoemd onderzoek volgt eveneens dat de verdachte van 23 op 24 februari 2024 [slachtoffer] via Snapchat benaderde en contact met hem onderhield. Daarbij stelde de verdachte hem een beloning van € 400,00 in het vooruitzicht om een cobra 6 tot ontploffing te brengen bij een woning.
De verdachte stuurt vervolgens aan [slachtoffer] : “Laad alvast jou tel op”, “Roffa Cemtraal moet je gaan”, “je word opgehaald en van af daar daarna terug gebracht”, “ga je zelf naar centraal”, “Hoe ga ik jou bereiken dan” en “Deze job is zelfde persoon als gister he”.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] - tezamen met ene [betrokkene 1] die ook het Snapchat contact [Snapchat-account] in zijn telefoon had staan – daadwerkelijk op pad is gegaan om een ontploffing te veroorzaken. Immers, [slachtoffer] is vanuit Den Haag naar station Rotterdam Centraal gereisd. Op 23 februari 2024 om 23.23 uur stuurt [slachtoffer] aan de verdachte: “Yoo k ben er”. Verder stuurt hij de verdachte: “K heb geen steen”, “Gevonden” en ”Waar moet ik wachte”. [slachtoffer] en [betrokkene 1] zijn bij station Rotterdam Centraal opgehaald door ene [betrokkene 2] . Op 24 februari 2024 omstreeks 01.16 uur werd een explosie veroorzaakt bij een woning aan de [adres] te Rotterdam. Omstreeks 00.23 uur bevond [slachtoffer] zich in de nabijheid van deze woning. Op een aansteker nabij de betreffende woning werd DNA van [betrokkene 1] aangetroffen. [slachtoffer] bevestigt aan ene [persoon] negen minuten na de explosie dat de ‘job’ is gelukt en dat hij betaling verwacht van “ [bijnaam verdachte] ”, dus van de verdachte.
Geworven
Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte [slachtoffer] heeft ingeschakeld om voor hem tegen een beloning een explosie te veroorzaken. Het hof is dan ook van oordeel dat de verdachte de minderjarige [slachtoffer] heeft geworven.
Misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie
Het hof zal beoordelen of sprake is geweest van misbruik van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht van de verdachte ten opzichte van [slachtoffer] en of de verdachte misbruik heeft gemaakt van een kwetsbare positie.
Het hof verwijst naar de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden.
Hieraan voegt het hof toe dat de verdachte tweemaal aan [slachtoffer] stuurt dat de klus niet fout mag gaan want “mijn strepen zijn al omlaag he bro”.
Het hof stelt vast dat [slachtoffer] op het moment dat hij door de verdachte werd benaderd voor de explosie in Rotterdam slechts veertien jaar oud was. Bij minderjarigen wordt ervan uit gegaan dat zij niet beschikken over voldoende mate van rijpheid om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen en de gevolgen van hun handelen te kunnen overzien. De leeftijd is door de wetgever geobjectiveerd, wat maakt dat het niet ter zake doet of de uitbuiter bekend was met de minderjarigheid.
Het hof stelt verder vast dat de verdachte, die op dat moment 20 jaar oud was, [slachtoffer] een voor een 14-jarige hoge beloning in het vooruitzicht heeft gesteld, hem op een dwingende wijze instructies heeft gegeven en zich heeft gepresenteerd als iemand die deel uit maakte van een criminele organisatie (“mijn strepen zijn al omlaag”). Hiermee heeft de verdachte misbruik gemaakt van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van de kwetsbare positie van [slachtoffer] als 14-jarige tegenover de verdachte, die een stuk ouder was.
Gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten
Uit al het voorgaande blijkt dat de verdachte met de genoemde middelen [slachtoffer] heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten.
Oogmerk van (criminele) uitbuiting
In zaken, waarin gedragingen gericht op uitbuiting in arbeid of diensten van een ander, anders dan seksuele uitbuiting van die ander, zijn ten laste gelegd, stelt het hof voorop dat de vraag dient te worden beantwoord of – en zo ja, wanneer – sprake is van 'uitbuiting' in de zin van artikel 273f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Die beantwoording is sterk verweven met de omstandigheden van het geval, waarbij onder meer betekenis toekomt aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd. Hierbij geldt in het geval van minderjarige slachtoffers dat de beoordeling van dergelijke factoren tot een andere uitkomst kan leiden dan in het geval het slachtoffer meerderjarig is. (HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099 en HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309)
Het hof heeft vastgesteld dat het veertienjarige slachtoffer is aangezet tot een zeer ernstig strafbaar feit. Dit feit bracht grote risico’s met zich mee, zo blijkt ook nu het slachtoffer een dag later gewond is geraakt bij het veroorzaken van een andere explosie. De risico’s doen zich niet slechts voor tijdens het plegen van het delict, maar ook in de fase daaraan voorafgaand. Uit het dossier volgt dat de minderjarige [slachtoffer] ’s avonds laat uit huis is gegaan om met de trein te reizen naar Rotterdam Centraal. Hij is vervolgens midden in de nacht bij vreemden in de auto gestapt. In Rotterdam is hij kennelijk in aanloop naar het delict op een scooter gestapt en daarbij door een aanrijding hard ten val gekomen. Het slachtoffer is daarmee blootgesteld aan diverse risico’s, waaronder onttrekking, andere veiligheidsrisico’s en strafrechtelijke vervolging.
De verdachte bleef zelf op afstand, liep niet de fysieke risico’s die het plaatsen van een explosief met zich brengen en ook niet het risico om daarbij door de politie of door anderen te worden betrapt, met alle gevolgen van dien. Hij heeft deze risico’s op het zeer jonge slachtoffer afgewenteld.
Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte dan ook gehandeld met het oogmerk van uitbuiting. Het was voor [slachtoffer] redelijkerwijs niet zonder meer mogelijk om zich aan de door de verdachte gecreëerde uitbuitingssituatie te onttrekken.
Door de raadsman is aangevoerd dat het economisch voordeel van de verdachte niet aangetoond kan worden. Naar het oordeel van het hof doet dat niet af aan het feit dat sprake is van het oogmerk van uitbuiting, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen.
Voorts is door de raadsman aangevoerd dat uit het dossier geen structurele relatie tussen de verdachte en het slachtoffer blijkt en dat het dossier hoogstens laat zien dat sprake was van een eenmalig contact rondom een concrete opdracht. Wat hier ook van zij, de verdachte stuurt immers aan [slachtoffer] dat deze klus dezelfde persoon betreft als de dag ervoor en “je ken deze niet opfucken”, dit doet niet af aan de uitbuiting, nu het minderjarige slachtoffer tot het plegen van een – zeer ernstig – strafbaar feit is aangezet.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder I tenlastegelegde.
Ten aanzien van de laatste twee gedachtestreepjes die onder I zijn opgenomen in de tenlastelegging (het opleggen van een boete van € 2.000.- en het zeggen dat hij een explosie moest veroorzaken om iets goed te maken) zal het hof – conform de vordering van de advocaat-generaal - de verdachte vrijspreken aangezien deze uitlatingen na de explosie van 24 februari 2024 hebben plaatsgevonden en derhalve geen betrekking hebben op het werven van [slachtoffer] voor de explosie van 24 februari 2024.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder2°en 4°van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel in de vorm van criminele uitbuiting door een veertienjarige jongen een bedrag van € 400,00 in het vooruitzicht te stellen in ruil voor het teweegbrengen van een explosie bij een woning.
Het teweegbrengen van ontploffingen met vuurwerkbommen is tegenwoordig aan de orde van de dag en heeft kennelijk tot doel personen te intimideren. De verdachte lijkt een zogenaamde
brokerte zijn, een tussenpersoon die mensen zoekt voor het veroorzaken van explosies. De verdachte heeft via Snapchat de minderjarige benaderd en met een bedrag van
€ 400,00 verleid tot dergelijk handelen. Deze was, gelet op zijn leeftijd, onvoldoende in staat om de ernst en gevolgen van zijn handelen in te schatten en kon nog geen weerstand bieden tegen het aanbod om op eenvoudige en snelle wijze een financiële vergoeding te verdienen door strafbare feiten te plegen. Hij is door de verdachte willens en wetens ingezet bij het veroorzaken van een ontploffing bij een woning. Daarmee is niet alleen een groot gevaar voor de veiligheid van de bewoners, omwonenden en hun woningen ontstaan, maar ook voor de veiligheid van de minderjarige, terwijl de minderjarige verder is blootgesteld aan strafrechtelijke vervolging.
Het hof rekent dit de verdachte aan.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Straf
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.
Het hof zal een deel van de straf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaren en daaraan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbinden, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen. Het hof acht een langere proeftijd geïndiceerd, nu uit de justitiële documentatie van de verdachte volgt dat hij zich gedurende twee afzonderlijke proeftijden opnieuw schuldig heeft gemaakt aan het onderhavige strafbare feit. Hierbij houdt het hof eveneens rekening met de langere aanloop die de verdachte vanwege zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis en zwakbegaafdheid nodig zal hebben bij het volgen van begeleiding en het vinden van een structurele dagbesteding.
Contactverbod
Het hof acht termen aanwezig om naast de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, een contactverbod met het slachtoffer ( [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] ) als bijzondere voorwaarde op te leggen. De verdachte heeft tijdens het onderzoek op de terechtzitting verklaard zich daaraan te zullen houden.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Het hof zal de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarde van het contactverbod bevelen. Gelet op de omstandigheid dat het onder 1 bewezenverklaarde misdrijf is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen overweegt het hof dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij arrest van het gerechtshof 's-Gravenhage van 25 september 2023 onder parketnummer 22-000745-23 is de verdachte veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaren, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.
In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.
De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.
Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag van 27 mei 2022 onder parketnummer 09-270323-21 is de verdachte veroordeeld tot 40 dagen jeugddetentie met een proeftijd van 2 jaren, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.
In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.
De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.
Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
34 (vierendertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
  • zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland aan de Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH te Den Haag op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;
  • zich gedurende de proeftijd ambulant laat begeleiden door Coach E25 of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorgverlener aan te geven. Gedurende de begeleiding komt veroordeelde zijn afspraken na en stelt hij zich begeleidbaar op;
  • zich actief inzet voor het verkrijgen en behouden van (betaalde) dagbesteding in de vorm van werk en/of opleiding, met een vaste structuur. In overleg met de reclassering wordt invulling gegeven aan deze voorwaarde. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
  • gedurende de proeftijd geen contact legt of laat leggen - direct of indirect - met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] ), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Beveelt dat het contactverbod met [slachtoffer] dadelijk uitvoerbaar is.
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof 's-Gravenhage van 25 september 2023, parketnummer 22-000745-23, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag van 27 mei 2022, parketnummer 09-270323-21, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een
jeugddetentievoor de duur van
40 (veertig) dagen.
Dit arrest is gewezen door mr. C. Fetter, als voorzitter, mr. E.A. Poppe-Gielesen en mr. A.E. Harteveld, leden, in bijzijn van de griffier mr. H.W. Scheepbouwer.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 juni 2026.