Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:2091

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
200.367.568/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) nr. 2015/848Verordening (EU) nr. 2015/848ECLI:EU:C:2020:585
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging faillissement Trading Line Holding B.V. met COMI in Nederland

Trading Line Holding B.V. is door de rechtbank Rotterdam failliet verklaard, waarna zij in hoger beroep ging tegen dit vonnis. De kern van het geschil betrof de vraag waar het centrum van voornaamste belangen (COMI) van Trading Line ligt, en of het faillissement terecht is uitgesproken.

Trading Line stelde dat haar COMI in Roemenië ligt, omdat zij onderdeel is van een groep die daar scheepvaartactiviteiten ontplooit en feitelijk vanuit Roemenië wordt bestuurd. Tevens betwistte zij het vorderingsrecht van Maatschap Dirk c.s. en stelde dat het faillissement misbruik van bevoegdheid was.

Het hof oordeelde dat het COMI van Trading Line in Nederland ligt, gelet op haar statutaire zetel, het kantooradres, de Nederlandse dochtervennootschappen en de Nederlandse rechtskeuze in de leningsovereenkomsten. Ook werd vastgesteld dat Maatschap Dirk c.s. een vordering op Trading Line heeft en dat er sprake is van een toestand van niet-betaling.

Het hof verwierp het betoog van misbruik van bevoegdheid en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam. Daarmee blijft het faillissement van Trading Line in stand.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissement van Trading Line Holding B.V. en bevestigt dat het COMI in Nederland ligt.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.367.568/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/26/113 F
Arrest van 21 mei 2026
in de zaak van
Trade Line Holding B.V.,
gevestigd in Zwijndrecht,
appellante,
advocaat: mr. B.J. van Egmond, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen

1.Maatschap Dirk,

gevestigd in Zwijndrecht,
2.
Duricha B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
geïntimeerden,
advocaat: mr. J. Smael, kantoorhoudend in Rotterdam.
Het hof noemt partijen hierna Trading Line en Maatschap Dirk c.s.

1.Procesverloop

1.1
Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2026 (hierna: het bestreden vonnis) is Trading Line in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. M.C. Franken tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. A. Ammerlaan, advocaat te Dordrecht, als curator. Bij beslissing van de rechtbank Rotterdam van 8 april 2026 is mr. Ammerlaan ontslagen als curator en is zijn plaats mr. M. Hoogendoorn, advocaat te Rotterdam, als curator aangesteld (hierna: de curator).
1.2
Bij verzoekschrift (met bijlagen), ingekomen op de griffie van het hof op 15 april 2026, is Trading Line van het bestreden vonnis in hoger beroep gekomen en heeft zij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen. Op 6 mei 2026 heeft Maatschap Dirk c.s. een verweerschrift (met bijlagen) ingediend. Daarnaast heeft het hof kennis genomen van de reactie op het verzoekschrift van de curator (met bijlagen) van 1 mei 2026.
1.3
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 mei 2026.
Verschenen zijn:
  • mr. B.J. van Egmond;
  • mr. J. Smael; en
  • de curator.

2.Beoordeling van het hoger beroep

2.1
In het bestreden vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat het centrum van voornaamste belangen (hierna: comi) in Nederland ligt en dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Maatschap Dirk c.s. en van het bestaan van feiten en omstandigheden welke aantonen dat Trading Line in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
2.2
De grieven van Trading Line kunnen als volgt worden samengevat.
De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de comi van Trading Line in Nederland ligt. Zij heeft daartoe aangevoerd dat Trading Line een managementholding is die gevestigd is in Zwijndrecht en onderdeel uitmaakt van de Trading Line Groep (hierna: TL Groep) die scheepvaartactiviteiten ontplooit in Roemenië. Trading Line is op 22 april 2024 geldleningsovereenkomsten aangegaan met Maatschap Dirk c.s. om activiteiten te ontplooien binnen de TL Groep. Volgens Trading Line wisten Maatschap Dirk c.s. ten tijde van het tekenen van de geldleningsovereenkomsten dat Trading Line feitelijk vanuit Roemenië werd bestuurd en geëxploiteerd. De schepen en duwbakken van de TL Groep werden en worden daar ingezet, de communicatie verliep vanuit Roemenië, de huur werd aan Roemeense groepsvennootschappen gefactureerd en de bestuurder/aandeelhouder [bestuurder] woont daar.
2.3
Daarnaast betwist Trading Line dat Maatschap Dirk c.s. nog een vordering op haar heeft op grond van de geldleningsovereenkomsten. Volgens Trading Line is niet zij, maar een dochtermaatschappij (als
subborrower) inmiddels schuldenaar. In art 2.1 van de overeenkomsten staat: “
On account of money loaned today from the Borrower as Sublender, the Subborrower owes the Lender the Loan”. Dat haar bestuurder heeft geprobeerd een regeling te treffen met Maatschap Dirk c.s. betekent volgens Trading Line niet dat zij de schuld heeft erkend. Die pogingen waren er slechts op gericht een faillissement te voorkomen.
2.4
Ten slotte stelt Trading Line dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Volgens haar is het faillissement vooral aangevraagd als drukmiddel, omdat Maatschap Dirk c.s. in hun eerste sommatie al binnen vijf dagen betaling eisten en meteen met een faillissementsaanvraag dreigden. Trading Line voert aan dat Maatschap Dirk c.s. niet werkelijk op betaling uit waren, maar op een faillissement, mogelijk om hun vordering fiscaal te kunnen afschrijven. Een faillissement zou bovendien grote schade toebrengen aan de Trading Line Groep, juist nu de graanmarkt weer aantrekt.
2.5
Maatschap Dirk c.s. hebben verweer gevoerd. Volgens Maatschap Dirk c.s. is het onjuist dat Trading Line vanuit Roemenië zou opereren. Trading Line is statutair in Nederland gevestigd en houdt kantoor in Zwijndrecht (waar ook feitelijk een ingericht kantoor aanwezig is). Maatschap Dirk c.s. wijzen er verder op dat de bestuurder/aandeelhouder, [bestuurder] (hierna: [bestuurder]), woningen in Zwijndrecht bezit, dat de onderneming daar zichtbaar aanwezig is geweest met Trading Line-vlaggen en ook uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat Trading Line een Nederlandse bezoekadres heeft.
2.6
Maatschap Dirk c.s. benadrukt dat zij bewust met Trading Line hebben gecontracteerd, omdat de holding aandeelhouder/bestuurder is van verschillende Nederlandse vennootschappen. De geldleningsovereenkomsten zijn ook opgesteld door een Nederlandse advocaat en in Nederland ondertekend, ook door [bestuurder]. Ook wijzen Maatschap Dirk c.s. op de nauwe banden van Trading Line met Nederlandse dochtervennootschappen. Deze vennootschappen zijn allen gevestigd in Zwijndrecht, hebben schepen met de Nederlandse vlag onder zich en zijn gefinancierd door een Nederlandse financier. Volgens Maatschap Dirk c.s. bevestigt dit dat de economische en juridische verwevenheid van Trading Line vooral in Nederland ligt.
2.7
Uit de geldleningsovereenkomsten volgt duidelijk dat Maatschap Dirk c.s. een vordering hebben op Trading Line. Die vordering is bovendien erkend door [bestuurder] in een WhatsApp-gesprek. Het verweer dat Maatschap Dirk c.s. geen vordering op Trading Line zouden hebben, is pas tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank opgeworpen en slechts bedoeld om het faillissement af te wenden. Maatschap Dirk c.s. betwisten dan ook dat er sprake is van misbruik van recht. Maatschap Dirk c.s. beschikken over een opeisbare vordering en de betaling daarvan blijft al geruime tijd uit. Het faillissementsverzoek is dan ook niet rauwelijks gedaan, maar was een gerechtvaardigde stap nadat betaling uitbleef.
2.8
Op basis van de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting overweegt het hof als volgt.
Centrum van voornaamste belangen
2.9
Het hof stelt voorop dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om een insolventieprocedure tegen Trading Line te openen moet worden beoordeeld aan de hand van Europese Insolventieverordening (Verordening (EU) nr. 2015/848 betreffende insolventieprocedures (hierna: de Verordening). Bevoegdheid van de Nederlandse rechter bestaat als het centrum van de voornaamste belangen van Trading Line in Nederland is gelegen (artikel 3 lid 1 van Pro de Verordening). Ingevolge de Verordening is het centrum van de voornaamste belangen de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden herkenbaar is. Bij vennootschappen en rechtspersonen wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van de statutaire zetel te zijn.
2.1
In zijn arrest van 16 juli 2020 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2020:585;
Novo Banco) overwogen dat bij de bepaling van de betekenis en de draagwijdte van het begrip ‘centrum van de voornaamste belangen’ in artikel 3 van Pro de Verordening van essentieel belang is dat objectieve criteria worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid aangaande de vaststelling van de bevoegde rechter worden gewaarborgd (rov. 20) en dat met het gebruik van door derden verifieerbare objectieve criteria om het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar te bepalen, het mogelijk te maken het forum te bepalen waarmee de schuldenaar een hechte band heeft en zo te beantwoorden aan de legitieme verwachtingen van de schuldeisers (rov. 21). ‘Bijgevolg moet het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar worden bepaald na een globale beoordeling van alle door derden – inzonderheid door de schuldeisers – verifieerbare objectieve criteria die de daadwerkelijke plaats kunnen bepalen waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert’ (rov. 22).
2.11
In het licht van het voorgaande is het hof van oordeel dat het centrum van de voornaamste belangen van Trading Line is gelegen in Nederland en dat de Nederlandse rechter dus bevoegd is een insolventieprocedure te openen. Daarbij neemt het hof de volgende, in onderlinge samenhang beschouwde omstandigheden in aanmerking.
2.12
Trading Line is volgens het overgelegde uittreksel van de Kamer van Koophandel een managementholding statutair gevestigd in Zwijndrecht. Dat brengt mee dat voorshands ervan moet worden uitgegaan dat haar comi in Nederland ligt, tenzij er aanwijzingen zijn dat dit (toch) niet het geval is. Trading Line heeft onvoldoende aangevoerd om te kunnen concluderen dat haar comi toch, naar zij aanvoert, in Roemenië gelokaliseerd moet worden.
2.13
Trading Line is een houdstermaatschappij. Zij houdt (de) aandelen van drie Nederlandse vennootschappen te weten: (i) Inland Shipping Freight B.V. (100%); (ii) Trading Line River Vessels B.V. (100%); en (iii) Trading Line Assets B.V. (50%). Verder heeft Trading Line een kantooradres in Zwijndrecht. Reeds voornoemde (objectief voor derden kenbare factoren) maken dat Trading Line geacht kan worden in Nederland ‘holding’ activiteiten te verrichten.
2.14
Aan het voorgaande kan onvoldoende afdoen dat Trading Line onderdeel uitmaakt van de Trading Line Groep die scheepvaartactiviteiten heeft in Roemenië. Te meer omdat de geldleningsovereenkomsten die Trading Line is aangegaan met Maatschap Dirk c.s. Nederlands recht van toepassing is verklaard en een forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam is gemaakt. Ter zitting is nog toegelicht dat de leningen zijn verstrekt voor de financiering van schepen die worden gehouden door vennootschappen waarin Trading Line deelneemt, en deze opzet – in Nederland – juist ook zo gekozen is omdat de op de schepen gevestigde hypotheekrechten ook in Nederland zouden kunnen worden uitgewonnen.
2.15
Het betoog van Trading Line dat zij wordt bestuurd door een bestuurder die in Roemenië woont, dat de communicatie en onderhandelingen over de leningsovereenkomsten via hem verliepen, dat de leningsovereenkomsten door hem in Roemenië zijn getekend (verder daargelaten dat dit wordt betwist), en dat de activiteiten van de TL groep zich voornamelijk afspelen in Roemenië, doet aan het voorgaande onvoldoende af. De activiteiten en belangen in Roemenië gelden voor de andere vennootschappen binnen de TL Groep en niet voor Trading Line.
2.16
Een en ander betekent dat het centrum van de economische activiteiten van Trading Line, voor zover voor derden kenbaar, zich ten tijde van het indienen van het faillissementsverzoek in Nederland bevond.
Faillissementstoestand
2.17
Het hof is van oordeel dat ook in hoger beroep summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Maatschap Dirk c.s. Trading Line heeft weliswaar aangevoerd dat niet zij maar (inmiddels) een dochtermaatschappij de schuldenaar is van Maatschap Dirk c.s. is (als gevolg van doorlening), maar uit de leningsovereenkomsten volgt dat Trading Line de rechtstreekse contractspartij is en dat is dat de geldleningen zijn verstrekt door Maatschap Dirk c.s. aan Trading Line. Door Trading Line is onvoldoende toegelicht dat niet ook zijzelf nog steeds kan worden aangesproken als schuldenaar onder de leningsovereenkomsten. Dat in de leningsovereenkomsten is opgenomen dat de onderlener is gehouden tot betaling van rente en aflossing, maakt dat niet anders. Verder is summierlijk gebleken van feiten en omstandigheden die meebrengen dat Trading Line verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Misbruik van bevoegdheid
2.18
Nu het vorderingsrecht van Maatschap Dirk c.s. summierlijk is komen vast te staan, maakt zij – zoals door Trading Line is gesteld - geen misbruik van bevoegdheid. Toereikende gronden daarvoor heeft Trading Line niet aangevoerd. Het staat een schuldeiser in beginsel ook vrij om het faillissement van een schuldenaar aan te vragen als zijn vordering onbetaald wordt gelaten.
2.19
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

3.Beslissing

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2026.
Dit arrest is gewezen door mr. G.C. de Heer, mr. A.J.P. Schild en mr. A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Bij afwezigheid van de voorzitter, ondertekend door de oudste raadsheer