Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[Houthandel] B.V.,
Timber and Building Supplies Holland N.V.,
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding van 27 april 2024, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 april 2024, gewijzigd bij herstelvonnis van 29 mei 2024;
- de memorie van grieven van [appellante] van 30 juli 2024, met producties;
- de memorie van antwoord van TABS c.s. van 22 oktober 2024, met producties;
- de akte uitlating producties van [appellante] van 3 december 2024;
- de antwoordakte van TABS c.s. van 7 januari 2025;
- de akte verzoek ex artikel 194 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van [appellante] van 21 januari 2025;
- de antwoordakte verzoek deskundigenbericht van TABS c.s. van 18 februari 2025, met producties.
3.Feitelijke achtergrond
De overeenkomsten tussen TABS c.s. en [appellante]
(…)
(…)
Volyn, Zhytomyr and Rivne regions” in Oekraïne komt. [appellante] heeft als bijlagen de CE-markering en de prestatieverklaring (
declaration of performance,ook wel aangeduid als “
dop”
)meegestuurd. Later is [appellante] hierop teruggekomen en heeft zij verklaard dat het hout geleverd aan [Houthandel] uit China afkomstig was.
Russische plaat” was. In antwoord hierop heeft [appellante] bij e-mail van 28 september 2022 een (kopie van een)
Certificate of Originvan de Volksrepubliek China gestuurd. De naam- en adresgegevens van de exporteur op het formulier waren onleesbaar gemaakt.
butterfly patchesen zijn verpakkingsstroken aangetroffen met het kenmerk ‘RU’.
Aanleiding
Niet mogen worden vervoerd van de locatie met het adres: Timber and Building Supplies Holland N.V., [adres].
Niet mogen worden be- of verwerkt.
Niet in het verkeer mogen worden gebracht en niet mogen worden verkocht of weggegeven of tentoongesteld voor commerciële doeleinden.
Tijdelijk moeten worden opgeslagen.
(…)
(…)
een kopie van het bosbeheercertificaat of chain of custody certificaat of een ander document dat de gecertificeerde status van [appellante] bevestigt;
de identificatie van het berken betonplex, inclusief handelsnaam en type;
de identificatie van de boomsoort(en) in het materiaal volgens de handelsnaam en wetenschappelijke benaming;
de identificatie van het land waarin het hout gekapt is, alsmede de subnationale regio en/of oogstlocatie;
informatie over de identificatie van bosbeheereenheden van het oorspronkelijke materiaal en de volledig gerelateerde handelsketen;
alle informatie rondom de (initiële) herkomst en leveringsketen van de partij hout; en
kopie van het volledige inspectierapport van de NVWA, alsmede de correspondentie tussen [appellante] en de NVWA, inclusief een kopie van een voornemen tot het opleggen van een handhavingsmaatregel die aan [appellante] is verstrekt / een kopie van een opgelegde handhavingsmaatregel.
Eigen-verklaring
een kopie van het bosbeheercertificaat of chain of custody certificaat of een ander document dat de gecertificeerde status van ondergetekende organisatie bevestigt;
de identificatie van het materiaal of product, inclusief handelsnaam en type;
de identificatie van de boomsoort(en) in het materiaal of product volgens de handelsnaam en wetenschappelijke benaming;
de identificatie van het land waarin het hout gekapt is, en, waar van toepassing, de sub-nationale regio en/of oogstlocatie.
informatie leveren aan TABS Holland N.V. over de identificatie van bosbeheereenheden van het oorspronkelijke materiaal en de volledig gerelateerde handelsketen;
TABS Holland N.V. in de gelegenheid stellen een inspectie te laten uitvoeren door een tweede of derde partij op de verrichtingen van de organisatie en de voorgaande organisaties in de handelsketen.
niet alleen vervallen is, maar daarnaast in het geheel niet van toepassing is (zou zijn) op de onderhavige zendingen.” Verder wijst hij erop dat TABS c.s. heeft geweigerd de geheimhoudingsovereenkomst te ondertekenen en stelt hij dat het er op lijkt dat TABS c.s. met het informatieverzoek de identiteit van de leverancier van [appellante] wil achterhalen “
om daar het eigen voordeel mee te doen (ten koste van [appellante] ).”
4.Procedure bij de rechtbank
- i) TABS c.s. veroordeelt tot betaling van € 91.056,74 (TABS) en € 45.397,45 ( [Houthandel] ), beide bedragen inclusief btw en te vermeerderen met 2% kredietbeperkingstoeslag en 1% contractuele rentevergoeding per maand vanaf de vervaldata van de facturen;
- ii) TABS c.s. veroordeelt tot betaling van € 4.771,96 (TABS) en € 7.506,81 ( [Houthandel] ) aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding;
- iii) TABS c.s. veroordeelt in de proceskosten.
- i) primair, de koopovereenkomsten ontbindt op grond van artikel 6:267 lid 2 BW Pro in samenhang met artikel 6:265 BW Pro;
- ii) subsidiair, de koopovereenkomsten ontbindt op grond van dwaling krachtens artikel 6:228 lid 1 sub b BW Pro, althans artikel 6:228 lid 1 sub c BW Pro;
- iii) [appellante] veroordeelt in de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis.
5.Vorderingen in hoger beroep
grief 1betoogt [appellante] dat de rechtbank heeft miskend dat de informatie over de herkomst van het hout die TABS c.s. bij [appellante] heeft opgevraagd, kwalificeert als bedrijfsgeheim in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen [3] en dat [appellante] niet verplicht is om deze informatie aan TABS c.s. te verstrekken zonder voldoende waarborgen ter bescherming van deze informatie. Volgens [appellante] vloeien uit de EUTR-Verordening en de Sanctieverordening voor haar geen verplichtingen voort om haar leveranciersketen bekend te maken aan TABS c.s.
Grief 2is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat TABS c.s. terecht bezwaar heeft gemaakt tegen de geheimhoudingsovereenkomst die [appellante] haar heeft voorgelegd vanwege de voor haar bezwarende bepalingen. [appellante] stelt dat de overeenkomst geen ongebruikelijke bepalingen bevatte.
Grief 4(er is geen grief 3) komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat [appellante] op grond van de koopovereenkomsten tegen de achtergrond van artikel 6:248 lid 1 BW Pro verplicht is om informatie over de herkomst van het hout (zonder waarborgen) aan TABS c.s. bekend te maken. Volgens [appellante] is voor de aanvulling van de koopovereenkomsten op grond van artikel 6:248 BW Pro geen plaats en had TABS c.s. daarentegen op grond van artikel 6:2 BW Pro moeten meewerken aan waarborgen om de bedrijfsgeheimen van [appellante] te beschermen.
Grief 5is gericht tegen de vaststelling van een aantal feiten en de betekenis die de rechtbank daaraan heeft toegekend. Met
grief 6komt [appellante] op tegen het oordeel van de rechtbank dat het beroep van [appellante] op de klachttermijn van artikel 12 van Pro haar algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, en dat het beroep van [appellante] op de klachtplicht van artikel 7:23 lid 1 BW Pro niet slaagt omdat TABS c.s. op tijd hun twijfels hebben geuit over het geleverde hout. [appellante] stelt dat TABS c.s. haar twijfels over de herkomst van het hout heeft gebaseerd op zichtbare aspecten van de levering (stickerresten, butterflypatches en een ‘RU’ stempel op het hout, het feit dat het hout uit China was getransporteerd toen [appellante] nog stelde dat het hout uit Oekraïne afkomstig was), die zij binnen de klachttermijn van vijf dagen van artikel 12 van Pro de algemene voorwaarden had kunnen ontdekken en aan [appellante] kenbaar had kunnen maken. [appellante] stelt verder dat TABS c.s. niet binnen de “bekwame tijd” bedoeld in artikel 7:23 BW Pro heeft geklaagd. De e-mails van 14, 23 en 27 september 2022 van TABS c.s. ( [appellante] verwijst naar e-mails van 14, 23 en 27 september 2023 maar het hof neemt aan dat [appellante] de e-mails uit 2022 bedoelt) zijn volgens [appellante] geen klachten over de conformiteit van het hout, maar slechts vragen naar de herkomst van het hout.
Grief 7heeft betrekking op het oordeel van de rechtbank dat TABS c.s. hun betalingsverplichtingen hebben kunnen opschorten. Dat oordeel is gebaseerd op de gedachte dat [appellante] een contractuele verplichting heeft om informatie over de herkomst van het hout te verstrekken, en zo’n verplichting heeft [appellante] niet. Als de overeenkomsten al met zo’n verplichting zouden kunnen worden aangevuld op grond van artikel 6:248 BW Pro, dan zou die aanvulling ook rekening moeten houden met [appellante] ’s gerechtvaardigde belang bij de bescherming van haar bedrijfsgeheimen, en TABS c.s. hebben geweigerd daarvoor enige waarborg te bieden. Met
grief 8komt [appellante] op tegen de ontbinding van de overeenkomsten. [appellante] is niet in verzuim geraakt door TABS c.s. niet tijdig te informeren over de herkomst van het hout. Voor zover [appellante] daartoe al verplicht zou zijn, zou zij dat alleen zijn als voldoende waarborgen waren getroffen voor de geheimhouding van haar bedrijfsgeheimen, en die hebben TABS c.s. niet willen geven. Voor het geval het hof deze grief verwerpt, wijzigt [appellante] haar eis en vordert zij teruggave van de geleverde partijen.
Grief 9is gericht tegen de veroordeling in de proceskosten.
6.Beoordeling in hoger beroep
Hoofdpunten van het geschil
butterfly patchesin het hout die volgens haar typerend zijn voor Russische leveranciers. Volgens [appellante] ging het om resten van hergebruikte verpakkingsmaterialen en zeggen deze kenmerken niets over de herkomst van het hout. Een afnemer die zulke kenmerken aantreft kan er echter niet zonder meer vanuit aan dat het gaat om hergebruikt verpakkingsmateriaal dat stamt uit de tijd dat er nog geen verbod op de handel in Russisch hout van kracht was. Er waren bovendien berichten in de pers verschenen dat illegaal hout vanuit Rusland via onder meer China naar Europa werd getransporteerd. In dat verband werden de namen van [appellante] en [bedrijf] genoemd (zie 3.24 van dit arrest). En [appellante] heeft de twijfels van TABS c.s. verder gevoed door aanvankelijk onjuiste informatie te verstrekken over de herkomst van de partijen (zie 3.10).
Certificate of Originverstrekt waarop de gegevens van de producent/exporteur waren weggelakt (zie 3.10 en 3.11 van dit arrest).
geldende sancties”, maar verbindt zij aan het verstrekken van de informatie de voorwaarde dat TABS c.s. direct of indirect (via aan TABS c.s. gelieerde ondernemingen) geen zaken doet met deze leveranciers gedurende een periode van tien jaar. Verder voorziet de conceptovereenkomst in een boete van € 50.000,- per overtreding van het verbod en van € 5.000,- per dag dat de overtreding voortduurt. TABS c.s. heeft deze voorwaarden niet aanvaard. Volgens [appellante] zijn dit geen ongebruikelijke voorwaarden. Zij verwijt TABS c.s. verder dat zij geen tegenvoorstel heeft gedaan. Daarmee heeft TABS c.s. zich niet gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid, zoals op grond van artikel 6:2 BW Pro van haar mocht worden verwacht, aldus [appellante] .
(…) Alle reclames moeten binnen 5 dagen na lossing in het bezit van de [appellante] zijn (…) bij gebreke waarvan reclames niet meer zullen worden behandeld en de koper wordt geacht de goederen gaaf en onvoorwaardelijk te hebben geaccepteerd.(…)” Artikel 7:23 BW Pro bepaalt onder meer dat de koper er geen beroep meer op kan doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, als hij de verkoper daarvan niet binnen ‘bekwame tijd’ nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis heeft gegeven.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 april 2024, hersteld bij vonnis van 29 mei 2024;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van TABS c.s. begroot op € 18.130,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de kostenveroordeling heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellante] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellante] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- wijst af het meer of anders gevorderde;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de kostenveroordeling betreft.