ECLI:NL:GHDHA:2026:214
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkracht en ingangsdatum herziening
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de vrouw tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag inzake kinderalimentatie voor de minderjarige kinderen van partijen. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €244,50 per kind per maand vanaf 30 april 2025. De vrouw vorderde een hogere bijdrage van €654 per kind per maand met ingang van augustus 2023.
Het hof ging uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten en beoordeelde de draagkracht van de man op basis van zijn gemiddelde winst uit onderneming over de jaren 2021 tot en met 2024. De man had onvoldoende onderbouwing geleverd voor de winst in 2024, waardoor het hof de winst van 2023 ook voor 2024 aannam. De netto draagkracht van de man werd vastgesteld op €1.585 per maand, verminderd met de bijdrage voor een ander kind, resulterend in €282 per kind per maand voor vijf minderjarige kinderen.
De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €697 per kind per maand, waardoor een tekort ontstond. Het hof besloot de alimentatie vast te stellen op €282 per kind per maand met ingang van 30 april 2025 en verhoogde dit bedrag per 1 januari 2026 naar €295 per kind per maand. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €282 per kind per maand vanaf 30 april 2025, stijgend naar €295 per 1 januari 2026, en compenseert de proceskosten.