ECLI:NL:GHDHA:2026:2170

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
200.368.798/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 22 RvArt. 194 RvArt. 195 RvArt. 222 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing incidentele vordering tot voeging wegens onvoldoende samenhang van zaken

De Russische Federatie vordert in hoger beroep herroeping van arbitrale vonnissen en arresten in twee afzonderlijke zaken tegen Aeroport Belbek LLC en andere gedaagden. In een incident verzoekt zij om voeging van deze zaken op grond van artikel 222 Rv Pro.

Het hof beoordeelt dat de zaken onvoldoende samenhangen omdat zij verschillende rechtsmiddelen betreffen: herroeping van arbitrale vonnissen versus herroeping van arresten. Daarom wijst het hof de primaire vordering tot voeging af.

Om de procesvoering te vergemakkelijken, besluit het hof echter de zaken subsidiair op de rol te plaatsen, zodat zij gelijktijdig kunnen worden behandeld. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026. De zaak wordt twee weken na deze uitspraak op de rol geplaatst voor beraad aan de zijde van de Russische Federatie.

Uitkomst: De vordering tot voeging van de twee zaken wordt afgewezen wegens onvoldoende samenhang, maar de zaken worden subsidiair op de rol geplaatst.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.368.798/01
Arrest van 21 juli 2026 in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv Pro
in de zaak van
De Russische Federatie,
zetelend in Moskou, de Russische Federatie,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. I.P.M. van den Nieuwendijk, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen

1.Aeroport Belbek LLC,

gevestigd in Sebastopol, Oekraïne,
2.
[gedaagde],
wonend in [woonplaats], Oekraïne,
gedaagden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
niet verschenen.
Het hof noemt partijen hierna RF en Belbek c.s..

1.De zaak in het kort

1.1
RF vordert in dit incident voeging van deze zaak met een andere tussen RF en Belbek c.s. aanhangige zaak. Het hof wijst deze vordering af.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 30 oktober 2025, waarmee RF in de hoofdzaak herroeping vordert van arbitrale vonnissen van 24 februari en 27 maart 2017 en 4 februari 2019 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken vordert;
  • de incidentele conclusie van RF tot voeging ex artikel 222 Rv Pro, met bijlagen.

3.Aanleiding voor dit incident

3.1
RF heeft op 30 oktober 2025 twee exploten uitgebracht waarmee zij Belbek c.s. dagvaardt voor het hof. Het onder 2.1, eerste gedachtestreepje, genoemde exploot heeft na inkomst bij het hof zaaknummer 200.368.798 gekregen en het andere exploot zaaknummer 200.368.804.
3.2
In zaaknummer 200.368.798 vordert RF in de hoofdzaak herroeping van arbitrale vonnissen van 24 februari en 27 maart 2017 en 4 februari 2019 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken. In zaaknummer 200.368.804 vordert RF in de hoofdzaak herroeping van een arrest van hof Den Haag van 19 juli 2022 en een arrest van de Hoge Raad van 6 december 2024 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken.

4.De vordering in incident

4.1
RF vordert in dit incident primair voeging van de zaak tussen RF en Belbek c.s. met zaaknummer 200.368.798 met de zaak tussen RF en Belbek c.s. met zaaknummer 200.368.804. Subsidiair vordert zij dat beide zaken op de rol worden gevoegd.

5.Beoordeling van de vordering in incident

5.1
Op grond van artikel 222 Rv Pro kan voeging worden gevorderd van verknochte zaken die tegelijk voor dezelfde rechter aanhangig zijn.
5.2
Tussen de zaken bestaat onvoldoende samenhang. RF vordert in de ene zaak herroeping van arresten op de voet van artikel 382 Rv Pro en in de andere herroeping van arbitrale vonnissen op de voet van artikel 1068 Rv Pro. Hoewel het in beide zaken gaat om een vordering tot herroeping, gaat het daarbij om verschillende rechtsmiddelen.
5.3
De conclusie is dat de primaire vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv Pro zal worden afgewezen. Om de procesvoering in beide zaken gelijk te laten lopen, zal het hof de zaken 200.368.798 en 200.368.804 zoals subsidiair gevorderd wel op de rol voegen.
5.4
Het hof zal de proceskosten in het incident reserveren tot aan de beslissing in de hoofdzaak.

6.Beslissing

Het hof:
in het incident
  • wijst de vordering van RF tot voeging ex artikel 222 Rv Pro af;
  • houdt de beslissing over de kosten van het voegingsincident aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak en het incident ex artikel 21, 22, 194 en 195 Rv

  • bepaalt dat de zaak wordt geplaatst op de rol van twee weken na de dag van deze uitspraak voor beraad aan de zijde van RF;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P. Glazener, D.A. Schreuder en A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier.