Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 30 oktober 2025, waarmee RF in de hoofdzaak herroeping vordert van arresten van hof Den Haag van 16 februari 2021 en 19 juli 2022 en een arrest van de Hoge Raad van 6 december 2024 en in incident op de voet van artikel 21, 22, 194 en 195 Rv afschrift van stukken vordert;
- de incidentele conclusie van RF tot voeging ex artikel 222 Rv Pro, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in het incident van Privatbank.
3.Aanleiding voor dit incident
4.De vordering in incident
5.Beoordeling van de vordering in incident
6.Beslissing
- wijst de vordering van RF tot voeging ex artikel 222 Rv Pro af;
- houdt de beslissing over de kosten van het voegingsincident aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak en het incident ex artikel 21, 22, 194 en 195 Rv
- bepaalt dat de zaak wordt geplaatst op de rol van zes weken na de dag van deze uitspraak voor conclusie van antwoord aan de zijde van Privatbank;
- houdt iedere verdere beslissing aan.