Uitspraak
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
Hoofdverblijfplaats/verhuizing/paspoort
Gerechtshof Den Haag
Partijen zijn gehuwd en hebben twee jonge minderjarige kinderen. Na hun scheiding is een co-ouderschapsregeling getroffen waarbij de kinderen ongeveer gelijk verdeeld waren tussen beide ouders, met een 'birdnesting'-constructie waarbij de kinderen in de echtelijke woning verbleven.
De vader kwam in hoger beroep tegen de toewijzing van het huurrecht van de woning aan de moeder en verzocht om voortzetting van de co-ouderschapsregeling. De moeder verzocht om wijziging van de zorgregeling en vaststelling van de hoofdverblijfplaats van beide kinderen bij haar.
Het hof oordeelde dat het co-ouderschap niet langer in het belang van de kinderen is vanwege hun jonge leeftijd, de verstoorde communicatie tussen ouders en praktische bezwaren zoals reisafstanden. Het huurrecht van de woning wordt bekrachtigd aan de moeder, die het grootste belang heeft bij het verblijf in de woning, mede omdat de kinderen het grootste deel van de tijd bij haar verblijven.
De zorgregeling wordt gewijzigd conform het verzoek van de moeder, waarbij de kinderen de ene week van zondag tot dinsdag en de andere week van zaterdag tot dinsdag bij de vader verblijven, en de hoofdverblijfplaats bij de moeder wordt vastgesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het huurrecht van de woning aan de moeder en wijzigt de zorgregeling en hoofdverblijfplaats in het belang van de jonge kinderen.