ECLI:NL:GHDHA:2026:2301

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
22-001548-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep omkoping en valsheid in geschrift bij gemeente Rotterdam

Deze strafzaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam inzake omkoping en valsheid in geschrift bij de gemeente Rotterdam in de periode 2012-2018. Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor omkoping en valsheid in geschrift, maar vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten. Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraken en vernietigt het vonnis voor het overige.

Het hof spreekt verdachte vrij van valsheid in geschrift omdat de vermeende vervalsingen van offertes en kostenramingen niet wettig en overtuigend zijn bewezen. Wel acht het hof bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan omkoping van een ambtenaar door het geven van dure fietsen, horloges en geldbedragen via tussenpersonen, met het oogmerk de ambtenaar te bewegen onjuiste productieverantwoordingsstaten goed te keuren.

De straf wordt gematigd vanwege de lange duur van de procedure, de terugbetaling van schade en persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder mantelzorg en gezondheidsproblemen. Het hof legt een taakstraf van 180 uur en een gevangenisstraf van 3 maanden op, waarvan de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk is met een proeftijd van 2 jaar.

De zaak toont een complex netwerk van omkoping en manipulatie van gemeentelijke aanbestedingen waarbij verdachte en anderen jarenlang voordeel behaalden ten koste van de gemeente. Het hof benadrukt de ernst van de feiten maar houdt rekening met de omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 uur taakstraf en 3 maanden gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaar, vrijgesproken van valsheid in geschrift.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001548-23
Parketnummer: 83-087132-22
Datum uitspraak: 14 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 primair, 1 subsidiair en 3 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 en 4 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Rotterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 primair, 1 subsidiair en 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken van het onder 1 primair, 1 subsidiair en 3 tenlastegelegde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd, hetgeen vermeld is in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is – voor zover nog aan de orde in hoger beroep - als bijlage I aan dit arrest gehecht.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met aanvulling van gronden en met uitzondering van de straf, in die zin dat aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Algemene inleiding

Het strafrechtelijk onderzoek "Abaris" is gestart naar aanleiding van een onderzoek van de
Belastingdienst in 2017 naar de BTW-vrijstelling die een aan [naam medeverdachte 1] (hierna:
[naam medeverdachte 1] ) gelieerd bedrijf had gevraagd voor facturen met de omschrijving "sponsoring".
Deze facturen waren afkomstig van de verdachte rechtspersoon [naam medeverdachte rechtspersoon hierna fietsenwinkel] , die
handelt onder de naam [naam fietsenwinkel] (hierna ook: [naam fietsenwinkel] ), een fietsenwinkel in
Hardinxveld-Giessendam. Uit nadere informatie van de fietsenwinkel bleek dat [naam medeverdachte 2]
(hierna: [naam medeverdachte 2] ), een ambtenaar van de gemeente Rotterdam, sinds
2009 spullen uit de winkel kon meenemen die door middel van een sponsorfactuur werden
betaald door verschillende bedrijven. De filiaalhouder van [naam fietsenwinkel] [naam medeverdachte 3]
(hierna: [naam medeverdachte 3] ) had deze sponsorfacturen op aanwijzing van [naam medeverdachte 2]
opgemaakt en naar deze bedrijven gestuurd. Het vermoeden ontstond dat [naam bedrijf 1]
zich schuldig had gemaakt aan omkoping.
In het onderzoek naar [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 1] ontstond een verdenking van omkoping
tegen [verdachte] (verdachte, hierna: [verdachte] ) en het bedrijf [naam medeverdachte rechtspersoon] (hierna: [naam medeverdachte rechtspersoon] ), voorheen [naam bedrijf 2] . Ook [verdachte] , dan wel zijn bedrijf, bleek facturen van [naam fietsenwinkel] te hebben betaald.
Uit nader onderzoek naar de bankrekeningen van [naam fietsenwinkel] bleek dat ook het bedrijf
[naam bedrijf 3] (hierna: [naam bedrijf 3] ) betalingen aan de fietsenwinkel had gedaan. Dit leidde
tot een verdenking tegen [naam bedrijf 3] en [naam directeur bedrijf 3] (hierna: [naam directeur bedrijf 3] ), de directeur van
dit bedrijf.
[naam bedrijf 1] voerde tot 2018 bestratingswerkzaamheden uit in de gemeente
Rotterdam op basis van een raamovereenkomst, ook wel “bestek” genoemd. Ook [naam bedrijf 3] had een dergelijke overeenkomst met de gemeente Rotterdam voor belijningswerkzaamheden. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden konden deze bedrijven gebruik maken van onderaannemers. De werkzaamheden van deze onderaannemers werden via [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 3] bij de gemeente Rotterdam in rekening gebracht. [naam medeverdachte rechtspersoon] was als onderaannemer werkzaam in de gemeente Rotterdam voor zowel [naam bedrijf 1] als [naam bedrijf 3] .
Om de verrichte werkzaamheden bij de gemeente Rotterdam te kunnen declareren, registreerde een aannemer de door hem en eventuele onderaannemers verrichte werkzaamheden in een productieverantwoordingsstaat (hierna: pv). Daarin stond ook welke prijs volgens het bestek voor de verrichte werkzaamheden was overeengekomen. De pv werd naar de directievoerder van de werkzaamheden bij de gemeente Rotterdam gestuurd. De directievoerder controleerde of de werkzaamheden waren uitgevoerd en of de bestekposten juist waren ingevuld. Hij ondertekende de pv als dit akkoord was. Vervolgens tekende de projectleider voor "gezien", waarna de pv in het systeem van de gemeente werd opgenomen en werd teruggestuurd naar de aannemer. De aannemer maakte op basis van de geaccordeerde pv een factuur op die bij de gemeente Rotterdam werd ingediend. De factuur werd betaalbaar gesteld als het bedrag op de factuur overeenkwam met het bedrag op de pv, waarna er door de gemeente automatisch betaald werd.

Vrijspraak feit 4

De tenlastegelegde offerte van [naam bedrijf 4] (hierna: [naam bedrijf 4] ) van 6 april 2017 is aangetroffen in de onder de verdachte in beslag genomen administratie en ziet op uit te voeren werkzaamheden aan een zoutopslagloods in Rotterdam. De door [naam bedrijf 4] uit te voeren werkzaamheden werden beschreven als “het leveren en aanbrengen van een laag kunststof (…) conform bestaande aangevuld met extra anti slip conform goedgekeurde proefvlak ca 360m2”.
De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat de offerte is vervalst door deze tweemaal te verhogen, eerst door hierin een hogere prijs per m2 te vermelden en daarna een groter oppervlakte dan in de oorspronkelijke factuur. Dit gebeurde nadat contact had plaatsgevonden tussen [naam medeverdachte 2] en de verdachte over het ophogen van de offerte. Een kostenraming van hoofdaannemer [naam bedrijf 3] vermeldt vervolgens de gegevens van de laatste verhoogde factuur en is daarmee ook vals.
Namens de verdachte is aangevoerd dat zowel de verhoging in de prijs per m2 als in de oppervlakte zijn te verklaren. In de oorspronkelijke offerte waren alleen werkzaamheden meegenomen die de coating betroffen, conform de offerte van [naam bedrijf 4] . Echter, de werkzaamheden waren inclusief schoonmaken, zoals ze ook zijn uitgevoerd. De wijziging van de oppervlakte is doorgevoerd, omdat de verdachte via [naam bedrijf 3] wist dat de oppervlakte niet circa 360m2 bedroeg maar circa 540m2. [naam bedrijf 3] had immers al eerder werkzaamheden uitgevoerd aan de zoutopslagloods, terwijl de offerte van [naam bedrijf 4] was opgesteld naar aanleiding van een globale visuele inspectie van de zoutopslagloods en niet op basis van inmeting. De werkzaamheden zijn vervolgens op basis van deze laatste gegevens uitgevoerd en betaald.
Het hof is van oordeel dat de verklaring van de verdachte niet wordt weerlegd door de bewijsmiddelen en niet onaannemelijk is. De verdachte is over de gang van zaken omtrent deze facturen steeds consistent geweest in zijn verklaring en [naam medeverdachte 2] heeft in dezelfde lijn verklaard als getuige bij de raadsheer-commissaris. Dat het initiatief over het ophogen van de factuur uitging van [naam medeverdachte 2] , en dat hij met de verdachte contact had over de aan te brengen wijzigen in de factuur zijn geen omstandigheden die dat anders maken: hij was immers bekend met de informatie die aan de wijzigingen ten grondslag lag. Bovendien kan het goed zijn, dat de eigenaar van [naam bedrijf 4] in het buitenland was, zoals [naam medeverdachte 2] heeft verklaard, zodat hij niet geadresseerd kon worden. Onder deze omstandigheden kan niet vastgesteld worden dat sprake was van valselijk opmaken of vervalsen van de offerte van [naam bedrijf 4] , en evenmin van het gebruik maken van een valse offerte. Hetzelfde geldt voor de kostenraming van [naam bedrijf 3]
Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 4 primair en 4 subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging feit 2

Onder feit 2 wordt [verdachte] verweten dat hij [naam medeverdachte 2] heeft omgekocht door hem – via fietsenzaak [naam fietsenwinkel] , juwelier [naam juwelier] en via facturen van [naam bedrijf 5] , de eenmanszaak van [naam medeverdachte 2] – giften, in de vorm van fietsen, horloges en grote geldbedragen, te hebben gegeven. Als cumulatief/alternatief feit wordt hem verweten datzelfde te hebben gedaan, maar dan als feitelijke leidinggever van de door [naam medeverdachte rechtspersoon] , tevens handelend onder de naam [naam bedrijf 2] .
Met betrekking tot feit 2 heeft de verdediging het volgende aangevoerd.
[verdachte] had geen invloed op de aanbesteding of de facturering aan de gemeente. Het stond de aannemers vrij om met welke onderaannemer dan ook in zee te gaan.
[naam medeverdachte 2] was voor [verdachte] de enige verbinding met de gemeente, maar die verbinding liep steeds via de aannemers [naam bedrijf 3] of [naam medeverdachte 1] . [verdachte] werkte tegen lage stuksprijzen en stond dag en nacht klaar voor de gemeente. Daarom was het voor [verdachte] aantrekkelijk dat hij slechts de (omvang van zijn) werkzaamheden aan [naam medeverdachte 2] behoefde aan te leveren. Vervolgens ontzorgde [naam medeverdachte 2] hem voor het gehele traject dat uiteindelijk tot uitbetaling van de facturen van [verdachte] leidde. De werkzaamheden van [naam medeverdachte 2] leverden [verdachte] en [naam medeverdachte rechtspersoon] veel geld op. Tegenover de betalingen van [verdachte] stonden dus reële werkzaamheden van [naam medeverdachte 2] voor [verdachte] . Van “giften” was dus geen sprake.
Het hof overweegt als volgt.
[verdachte] voerde zijn werkzaamheden als onderaannemer van [naam medeverdachte 1] of [naam bedrijf 3] tot 2015 uit als eenmanszaak en vanaf 2015 vanuit zijn besloten vennootschap.
[naam medeverdachte 2] heeft in 2014 en 2015 periodiek vanaf zijn privé e-mailadres e-mails naar [naam medeverdachte 1] gestuurd met daarbij gevoegd productieverantwoordingsstaten (hierna: pv's), waaronder pv's van de werkzaamheden die [naam medeverdachte rechtspersoon] als onderaannemer voor [naam bedrijf 1] had uitgevoerd. In deze e-mails werd steeds het totaalbedrag van de desbetreffende pv's opgenomen en aangekondigd dat [naam medeverdachte 1] ( [naam bedrijf 1] ) van [verdachte] ( [naam medeverdachte rechtspersoon] ) een factuur zou krijgen ter hoogte van een deel van dat bedrag. Daarnaast werd in deze e-mails aangegeven dat het resterende deel van dit bedrag "meer", "extra" of "teveel geschreven" was. Bij deze e-mails waren Excelbestanden gevoegd waarin deze "meer"-bedragen werden opgeteld en vervolgens door drie werden gedeeld.
[verdachte] was ervan op de hoogte dat [naam medeverdachte 2] de pv’s manipuleerde en dat het tot diens taak behoorde dat [naam medeverdachte 2] diezelfde pv’s voor de gemeente moest goedkeuren.
[verdachte] heeft in de periode van 1 april 2012 tot en met 23 mei 2018 facturen van [naam fietsenwinkel] betaald. Op deze facturen stond in vrijwel alle gevallen de omschrijving "fietstrommels". Vast staat dat met deze facturen geen fietstrommels zijn aangeschaft, maar dat daarmee betaald werd voor fietsen en accessoires die [naam medeverdachte 2] in de winkel ophaalde. De totale waarde van deze goederen bedroeg € 100.231,80.
[verdachte] heeft in deze periode voor [naam medeverdachte 2] in totaal 8 horloges betaald die waren gekocht bij juwelier [naam juwelier] , met een totale waarde van € 33.305,-.
Tot slot heeft [naam medeverdachte rechtspersoon] in deze periode 103 facturen betaald van [naam bedrijf 5] (hierna: [naam bedrijf 5] ), de eenmanszaak van [naam medeverdachte 2] , met een totale waarde van € 184.170,49. Op deze facturen stond geen inhoudelijke beschrijving, maar werd verwezen naar een offerte. Op deze offertes stond hoofdzakelijk als omschrijving vermeld "het maken van calculaties, werkvoorbereiding en begeleiding projecten". De facturen noch de offertes bevatten een nadere specificatie van de werkzaamheden en het aantal te werken of gewerkte uren en ook werd het uurloon niet vermeld.
De totale waarde van de facturen van [naam fietsenwinkel] , de horloges van juwelier [naam juwelier] en de facturen van [naam bedrijf 5] bedraagt € 317.707,29. [verdachte] heeft verklaard dat [naam medeverdachte 2] van begin af aan de pv’s opmaakte. Voorts heeft hij verklaard dat hij [naam medeverdachte 2] aanvankelijk betaalde in natura, maar dat zijn boekhouder hem zei dat dit niet kon. Vervolgens ontving [verdachte] facturen van [naam bedrijf 5] , die [verdachte] betaalde als vergoeding voor de door [naam medeverdachte 2] verrichte werkzaamheden.
Dat [naam medeverdachte 2] voor [verdachte] werkzaamheden zou verrichten waarvoor hij als gewone werknemer betaald zou krijgen is niet vastgelegd. Evenmin is het door [naam medeverdachte 2] gehanteerde uurtarief of een loonvergoeding vastgelegd. Ook is niet vastgelegd dat [naam medeverdachte 2] in natura betaald zou krijgen. Die betalingen in natura werden niet rechtstreeks met [naam medeverdachte 2] afgerekend, maar via facturen van [naam fietsenwinkel] en juwelier [naam juwelier] . Op de facturen die [verdachte] later van [naam bedrijf 5] kreeg stond niet een concrete, gedetailleerde omschrijving van de aard en omvang van de werkzaamheden.
[verdachte] was ervan op de hoogte dat [naam medeverdachte 2] als ambtenaar werkzaam was op de afdeling die de juistheid van de pv’s van [naam medeverdachte 1] en [naam bedrijf 3] , en daarmee de juistheid van zijn eigen pv’s, moest controleren. Hij wist ook dat [naam medeverdachte 2] daarmee als het ware zijn “eigen” pv’s controleerde omdat [naam medeverdachte 2] alle pv’s voor [verdachte] opstelde. Gelet op de omvangrijke vergoedingen die [naam medeverdachte 2] , onder andere van [verdachte] , ontving wist [verdachte] tevens dat [naam medeverdachte 2] er een belang bij had dat [verdachte] door [naam medeverdachte 1] en [naam bedrijf 3] werd gekozen als onderaannemer van diverse projecten van de gemeente Rotterdam en dat de betalingen aan [naam medeverdachte 2] meebrachten dat [verdachte] in een voorkeurspositie verkeerde ten opzichte van andere potentiële onderaannemers.
In conversaties tussen [naam medeverdachte 2] en [verdachte] wordt onder andere gesproken over het zoeken naar ‘slachtoffers’, dat wil zeggen partijen die als ‘tussenstation’ voor de betalingen aan [naam medeverdachte 2] zouden kunnen fungeren.
Gelet op alle hierboven genoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat de betalingen van [verdachte] aan [naam medeverdachte 2] giften zijn als bedoeld in de omkoopbepalingen, welke giften het oogmerk hadden [naam medeverdachte 2] [verdachte] als onderaannemer van [naam medeverdachte 1] en [naam bedrijf 3] te handhaven dan wel in te schakelen en de opgehoogde pv’s formeel te accorderen zodat de gemeente aan de aannemers hogere bedragen betaalden dan waar zij recht op hadden. Een deel van die hogere bedragen kwam dan weer bij [verdachte] terecht.
Nu [verdachte] zelf de (natuurlijke) persoon is geweest die de tenlastegelegde omkoophandelingen heeft uitgevoerd, acht het hof de eerstgenoemde cumulatief/alternatieve tenlastelegging onder feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.
hij
op één of meer tijdstip(pen) gelegenin
of omstreeksde periode van 1 april 2012 tot en met 23 mei 2018
te Brakel en/of Rotterdam en/of (elders)in Nederland,
tezamen en in vereniging met
(een)ander
(en
),
althans alleen,meermalen,
althans eenmaal,
een ambtenaar, te weten [naam medeverdachte 2] , werkzaam in de functie van uitvoerder op de afdeling Onderhoud wegen van Gemeentewerken Rotterdam en/of uitvoerder, vakspecialist A op de afdeling Specialistische Teams van de Gemeente Rotterdam,
(telkens
) (een)gift
(en
) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten
- een totaalbedrag van
(circa) 100.231.80100.231,80euro
(fietsen en accessoires door tussenkomst van [naam fietsenwinkel]
[proces-verbaalnummer 1] dossierpag. 238), en
/of
-
een totaalbedrag van (circa) 2.440,11 euro (schoenen door tussenkomst van [naam winkel] [proces-verbaalnummer 2] dossierpag. 153), en
/of
-
7, althans één of meerhorloges te waarde van een totaalbedrag van
(circa) 102.845,5033.305,00euro
(horloges door tussenkomst van Juw
elier [naam juwelier]
[proces-verbaalnummer 3] dossierpag. 344), en/of
- een bedrag van
circa184.170,49 euro
(facturen [naam bedrijf 5] [proces-verbaalnummer 4] dossierpag. 245),

althans één of meer geldbedrag(en),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst heeft gedaan en/of verleend en/of aangeboden,
1° (telkens) met het oogmerk om die ambtenaar te bewegen in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten, en/of
2° (telkens
)ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die ambtenaar in zijn huidige
of vroegerebediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten,
te weten het
(telkens
)
- ophogen van bedragen in productieverantwoordingsstaten afkomstig van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] , en
/of
-
(aldus
)opstellen van productieverantwoordingsstaten die een onjuiste weergave vormden van daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, gemaakte uren en gebruikte
materialen/middelen, en
/of
- accorderen en ter verdere goedkeuring doorsturen van productieverantwoordingsstaten,
en/of
- (vervolgens) accorderen van de facturen van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] zodat deze betaalbaar gesteld worden, en/of
- raadplegen van systemen, waaronder het ISO-register van de Gemeente Rotterdam met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn, en/of
- (vervolgens) aan derde(n) inzicht geven in en informatie verstrekken over de werkwijze van de Gemeente Rotterdam met betrekking tot het verkrijgen van aannemingsopdrachten terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten informatie over het aanbesteden van markeerwerkzaamheden aan [naam directeur bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 3] en/of informatie met betrekking tot een inschrijving op het bestek 'Reconstructie Linker Rottekade te Rotterdam' aan hem, verdachte, en/of [naam medeverdachte rechtspersoon] ;
en/of
[naam medeverdachte rechtspersoon] t.h.o.d.n. [naam bedrijf 2] B.V. op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 2 januari 2015 tot en met 23 mei 2018 te Brakel en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
een ambtenaar, te weten [naam medeverdachte 2] , werkzaam in de functie van uitvoerder op de afdeling Onderhoud wegen van Gemeentewerken Rotterdam en/of uitvoerder, vakspecialist A op de afdeling Specialistische Teams van de Gemeente Rotterdam,
(telkens) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten
- een totaalbedrag van (circa) 53.699,04 euro (fietsen en accessoires door tussenkomst van [naam fietsenwinkel] [proces-verbaalnummer 1] dossierpag. 238), en/of
- een totaalbedrag van (circa) 2.440,11 euro (schoenen door tussenkomst van [naam winkel] [proces-verbaalnummer 2] dossierpag. 153), en/of
- 4, althans één of meer horloges te waarde van een totaalbedrag van (circa) 81.583,50 euro (horloges door tussenkomst van Juwelier [naam juwelier] [proces-verbaalnummer 3] dossierpag. 344), en/of
- een bedrag van circa 184.170,49 euro (facturen [naam bedrijf 5] [proces-verbaalnummer 4] dossierpag. 245),

althans één of meer geldbedrag(en),

althans enige gift en/of belofte en/of dienst heeft gedaan en/of verleend en/of aangeboden,
1° (telkens) met het oogmerk om die ambtenaar te bewegen in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, en/of
2° (telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die ambtenaar in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten,
te weten het (telkens)
- ophogen van bedragen in productieverantwoordingsstaten afkomstig van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] , en/of
- (aldus) opstellen van productieverantwoordingsstaten die een onjuiste weergave vormden van daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, gemaakte uren en gebruikte materialen/middelen, en/of
- accorderen en ter verdere goedkeuring doorsturen van productieverantwoordingsstaten, en/of
- (vervolgens) accorderen van de facturen van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] zodat deze betaalbaar gesteld worden, en/of
- raadplegen van systemen, waaronder het ISO-register van de Gemeente Rotterdam met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn, en/of
- (vervolgens) aan derde(n) inzicht geven in en informatie verstrekken over de werkwijze van de Gemeente Rotterdam met betrekking tot het verkrijgen van aannemingsopdrachten terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten informatie over het aanbesteden van markeerwerkzaamheden aan [naam directeur bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 3] en/of informatie met betrekking tot een inschrijving op het bestek 'Reconstructie Linker Rottekade te Rotterdam' aan hem, verdachte, en/of [naam medeverdachte rechtspersoon] ,
hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en).
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
Voor wat betreft de bewezenverklaarde periode tot 1 januari 2015:
medeplegen van aan een ambtenaar een gift aanbieden ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die ambtenaar in zijn huidige bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan en/of nagelaten, meermalen gepleegd
Voor wat betreft de bewezenverklaarde periode na 1 januari 2015:
medeplegen van aan een ambtenaar een gift aanbieden ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die ambtenaar in zijn huidige bediening is gedaan en/of nagelaten, meermalen gepleegd

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan de omkoping van een ambtenaar van de gemeente Rotterdam. De verdachte heeft deze ambtenaar onder andere een aanzienlijke hoeveelheid (dure) fietsen en horloges geschonken met een waarde van opgeteld ruim € 133.000,-, als tegenprestatie voor het ophogen en accorderen van productieverantwoordingsstaten. Na enkele jaren heeft de verdachte bij de ambtenaar aangedrongen om een eenmanszaak op te richten, zodat de ambtenaar via die eenmanszaak facturen kon versturen naar aannemers (vooral naar de verdachte) en betaling in natura niet meer nodig was. Het totaalbedrag van deze betaling is eveneens aanzienlijk, namelijk bijna € 185.000,-. In totaal gaat het dus om een bedrag van ruim € 318.000,-.
Op basis van het dossier is een beeld ontstaan van intensief contact tussen de verdachte en de ambtenaar. In conversaties wordt onder andere gesproken over het zoeken naar slachtoffers. De verdachte heeft zich gedurende vele jaren verrijkt ten koste van de algemene middelen. Door zijn medewerking heeft hij [naam medeverdachte 2] gelegenheid gegeven, en hem daarin gestimuleerd, om – naast zijn formele werkzaamheden voor de gemeente – grote bedragen te ontvangen en [naam medeverdachte 2] handelingen laten verrichten of nalaten waardoor het controle systeem van de gemeente, wat de robuustheid daarvan ook zij, volledig werd ondermijnd. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. Dat [verdachte] voor het verkrijgen van opdrachten niet direct afhankelijk was van [naam medeverdachte 2] maakt dit niet anders. Dat zelfde geldt voor de – op zichzelf prijzenswaardige – tomeloze inzet voor de gemeente die de verdachte zegt te hebben gegeven, onder andere door dag en nacht voor klussen klaar te staan.
Persoonlijke omstandigheden
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de langlopende strafzaak een grote impact heeft (gehad) op het privéleven van de verdachte. De verdachte is inmiddels woonachtig bij zijn moeder die al op hoge leeftijd is en waar hij tevens mantelzorger van is terwijl hij zelf ook gezondheidsproblemen heeft. Daarnaast is de verdachte verantwoordelijk voor zijn bedrijf waar hij vijf werknemers in dienst heeft.
Voorts is gebleken dat de verdachte in de civiele procedure met de gemeente Rotterdam heeft geschikt voor een bedrag van circa € 100.000,-, hetgeen ook al volledig is betaald.
Justitiële Documentatie
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 mei 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.
Redelijke termijn
Het hof heeft geconstateerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden in eerste aanleg is overschreden met 3 jaren. De redelijke termijn is op 23 mei 2018, zijnde de dag waarop er bij de verdachte doorzoekingen hebben plaatsgevonden, aangevangen. De rechtbank heeft vervolgens pas op 11 mei 2023 vonnis gewezen. Voorts is de redelijke termijn in hoger beroep met ruim een jaar overschreden. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in die zin dat het hof zal afzien van het opleggen van een, naast een onvoorwaardelijke taakstraf, in beginsel passend en geboden geachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Conclusie
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur alsmede een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 22c, 22d, 23, 47, en 177 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 primair, 1 subsidiair en 3 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. R. van der Hoeven, als voorzitter, en mr. L.C. van Walree en mr. K. Versteeg, leden, in bijzijn van de griffier mr. S. Roos.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 juli 2026.

Bijlage I

Aan de verdachte is – voor zover thans nog aan de orde in hoger beroep – ten laste gelegd dat:
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 23 mei 2018 te Brakel en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
een ambtenaar, te weten [naam medeverdachte 2] , werkzaam in de functie van uitvoerder op de afdeling Onderhoud wegen van Gemeentewerken Rotterdam en/of uitvoerder, vakspecialist A op de afdeling Specialistische Teams van de Gemeente Rotterdam,
(telkens) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten
- een totaalbedrag van (circa) 100.231.80 euro (fietsen en accessoires door tussenkomst van [naam fietsenwinkel] [proces-verbaalnummer 1] dossierpag. 238), en/of
- een totaalbedrag van (circa) 2.440,11 euro (schoenen door tussenkomst van [naam winkel] [proces-verbaalnummer 2] dossierpag. 153), en/of
- 7, althans één of meer horloges te waarde van een totaalbedrag van (circa) 102.845,50 euro (horloges door tussenkomst van Juwlier [naam juwelier] [proces-verbaalnummer 3] dossierpag. 344), en/of
- een bedrag van circa 184.170,49 euro (facturen [naam bedrijf 5] [proces-verbaalnummer 4] dossierpag. 245),
althans één of meer geldbedrag(en),
althans enige gift en/of belofte en/of dienst heeft gedaan en/of verleend en/of aangeboden,
1° (telkens) met het oogmerk om die ambtenaar te bewegen in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten, en/of
2° (telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die ambtenaar in zijn huidige of vroegere bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten,
te weten het (telkens)
- ophogen van bedragen in productieverantwoordingsstaten afkomstig van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] , en/of
- ( aldus) opstellen van productieverantwoordingsstaten die een onjuiste weergave vormden van daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, gemaakte uren en gebruikte materialen/middelen, en/of
- accorderen en ter verdere goedkeuring doorsturen van productieverantwoordingsstaten, en/of
- ( vervolgens) accorderen van de facturen van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] zodat deze betaalbaar gesteld worden, en/of
- raadplegen van systemen, waaronder het ISO-register van de Gemeente Rotterdam met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn, en/of
- ( vervolgens) aan derde(n) inzicht geven in en informatie verstrekken over de werkwijze van de Gemeente Rotterdam met betrekking tot het verkrijgen van aannemingsopdrachten terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten informatie over het aanbesteden van markeerwerkzaamheden aan [naam directeur bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 3] en/of informatie met betrekking tot een inschrijving op het bestek 'Reconstructie Linker Rottekade te Rotterdam' aan hem, verdachte, en/of [naam medeverdachte rechtspersoon] ;
en/of
[naam medeverdachte rechtspersoon] t.h.o.d.n. [naam bedrijf 2] B.V. op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 2 januari 2015 tot en met 23 mei 2018 te Brakel en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
een ambtenaar, te weten [naam medeverdachte 2] , werkzaam in de functie van uitvoerder op de afdeling Onderhoud wegen van Gemeentewerken Rotterdam en/of uitvoerder, vakspecialist A op de afdeling Specialistische Teams van de Gemeente Rotterdam,
(telkens) (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of (een) dienst(en), te weten
- een totaalbedrag van (circa) 53.699,04 euro (fietsen en accessoires door tussenkomst van [naam fietsenwinkel] [proces-verbaalnummer 1] dossierpag. 238), en/of
- een totaalbedrag van (circa) 2.440,11 euro (schoenen door tussenkomst van [naam winkel] [proces-verbaalnummer 2] dossierpag. 153), en/of
- 4, althans één of meer horloges te waarde van een totaalbedrag van (circa) 81.583,50 euro (horloges door tussenkomst van Juwelier [naam juwelier] [proces-verbaalnummer 3] dossierpag. 344), en/of
- een bedrag van circa 184.170,49 euro (facturen [naam bedrijf 5] [proces-verbaalnummer 4] dossierpag. 245),
althans één of meer geldbedrag(en),
althans enige gift en/of belofte en/of dienst heeft gedaan en/of verleend en/of aangeboden,
1° (telkens) met het oogmerk om die ambtenaar te bewegen in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, en/of
2° (telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die ambtenaar in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten,
te weten het (telkens)
- ophogen van bedragen in productieverantwoordingsstaten afkomstig van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] , en/of
- ( aldus) opstellen van productieverantwoordingsstaten die een onjuiste weergave vormden van daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, gemaakte uren en gebruikte materialen/middelen, en/of
- accorderen en ter verdere goedkeuring doorsturen van productieverantwoordingsstaten, en/of
- ( vervolgens) accorderen van de facturen van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] zodat deze betaalbaar gesteld worden, en/of
- raadplegen van systemen, waaronder het ISO-register van de Gemeente Rotterdam met een ander doel dan waarvoor deze bestemd zijn, en/of
- ( vervolgens) aan derde(n) inzicht geven in en informatie verstrekken over de werkwijze van de Gemeente Rotterdam met betrekking tot het verkrijgen van aannemingsopdrachten terwijl dat inzicht en die informatie daarvoor niet zijn bedoeld, te weten informatie over het aanbesteden van markeerwerkzaamheden aan [naam directeur bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 3] en/of informatie met betrekking tot een inschrijving op het bestek 'Reconstructie Linker Rottekade te Rotterdam' aan hem, verdachte, en/of [naam medeverdachte rechtspersoon] ,
hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
4.
[naam medeverdachte rechtspersoon] t.h.o.d.n. [naam bedrijf 2] B.V. op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 6 april 2017 tot en met 11 april 2017 te Hardinxveld-Giessendam en/of Brakel en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
- een offerte ten name van [naam bedrijf 4] B.V. gericht aan [naam bedrijf 2] gedateerd 6 april 2017 ( [proces-verbaalnummer 5] , dossierpag. 1891), en/of
- een kostenberaming ten name van [naam bedrijf 3] gedateerd 8 april 2017 ( [proces-verbaalnummer 6] , dossierpag. 1828 en/of [proces-verbaalnummer 7] , dossierpag. 1831),
- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, en/of doen opmaken en/of doen vervalsen,
immers heeft/hebben die [naam medeverdachte rechtspersoon] en/of haar mededader(s) toen en daar valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op die offerte en/of kostenberaming een hogere dan de werkelijke verrekenprijs meer/minder per m2 vermeld en/of doen vermelden ( [proces-verbaalnummer 8] dossierpag. 388),
zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken,
en/of
(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van hiervoor genoemd(e) geschrift(en) als ware(n) het/zij echt en onvervalst door dit/deze valse geschrift(en) op te sturen en/of doen opsturen naar [naam medewerker] van de Gemeente Rotterdam,
hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 6 april 2017 tot en met 11 april 2017 te Hardinxveld-Giessendam en/of Brakel en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
- een offerte ten name van [naam bedrijf 4] B.V. gericht aan [naam bedrijf 2] gedateerd 6 april 2017 ( [proces-verbaalnummer 5] , dossierpag. 1891), en/of
- een kostenberaming ten name van [naam bedrijf 3] gedateerd 8 april 2017 ( [proces-verbaalnummer 6] , dossierpag. 1828 en/of [proces-verbaalnummer 7] , dossierpag. 1831),
- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, en/of doen opmaken en/of doen vervalsen,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op die offerte en/of kostenberaming een hogere dan de werkelijke verrekenprijs meer/minder per m2 vermeld en/of doen vermelden ( [proces-verbaalnummer 8] dossierpag. 388),
zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken,
en/of
(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van hiervoor genoemd(e) geschrift(en) als ware(n) het/zij echt en onvervalst door dit/deze valse geschrift(en) op te sturen en/of doen opsturen [naam medewerker] van de Gemeente Rotterdam.