ECLI:NL:GHDHA:2026:2303

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
22-001543-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in fraude- en omkopingszaak gemeente Rotterdam met valsheid in geschrift en oplichting

In deze strafzaak gaat het om fraude en omkoping binnen de gemeente Rotterdam in de periode 2012-2018. De verdachte, werkzaam als uitvoerder/directievoerder, heeft samen met een aannemer en diens dochteronderneming productieverantwoordingsstaten (pv's) valselijk opgehoogd en geaccordeerd, waardoor de gemeente onterecht werd benadeeld. Daarnaast ontving de verdachte giften en diensten van de aannemer en diens relaties, waaronder geldbedragen, verbouwingen en goederen, die werden aangemerkt als steekpenningen.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gesproken. Het hof achtte bewezen dat de verdachte medepleegde aan oplichting, valsheid in geschrift en omkoping. De verdachte heeft ruim €190.000 aan steekpenningen ontvangen en de integriteit van het openbaar bestuur ernstig geschaad.

Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn slechte gezondheid en eerdere terugbetalingen aan de gemeente, legde het hof een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uur op. De verdachte werd vrijgesproken van enkele onderdelen wegens onvoldoende bewijs.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, en 150 uur taakstraf wegens fraude, omkoping en valsheid in geschrift.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001543-23
Parketnummer: 83-098886-22
Datum uitspraak: 14 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd, hetgeen vermeld is in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit arrest gehecht.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met aanvulling van gronden en met uitzondering van de straf, in die zin dat aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Inleiding

Het strafrechtelijk onderzoek Abaris is in 2017 gestart. In dit onderzoek werd een ambtenaar van de gemeente Rotterdam ervan verdacht dat hij giften aannam van een aannemer, [naam medeverdachte 1] , tevens directeur van [naam bedrijf 1] (met als dochteronderneming [naam dochteronderneming] ). Bij onderzoek in de administratie van [naam bedrijf 1] kwam men, onder meer, de naam van de verdachte tegen.
De verdachte was in de tenlastegelegde periode werkzaam als uitvoerder/directievoerder bij de gemeente Rotterdam. In die functie voerde hij de directie op projecten, met name bestratingswerkzaamheden. In de jaren 2013 tot en met 2015 hadden de verdachte en [naam dochteronderneming] bij 77 projecten samengewerkt. Met deze projecten was in totaal een orderbedrag van € 1.913.448,15 gemoeid. In het jaar 2016 was de verdachte uitvoerder van het project Spaanse Polder. [naam medeverdachte 1] was de aannemer.
Om de verrichte werkzaamheden te declareren, registreerde een aannemer de door hem en eventuele onderaannemers verrichte werkzaamheden in een productieverantwoordingsstaat (hierna: pv). Daarin stond ook welke prijs volgens het bestek voor de verrichte werkzaamheden was overeengekomen. De pv werd naar de directievoerder van de werkzaamheden bij de gemeente Rotterdam gestuurd. De directievoerder controleerde of de werkzaamheden waren uitgevoerd en of de bestekposten juist waren ingevuld. Hij ondertekende de pv als dit akkoord was. Vervolgens tekende de projectleider voor "gezien", waarna de pv in het systeem van de gemeente werd opgenomen en werd teruggestuurd naar de aannemer. De aannemer maakte op basis van de geaccordeerde pv een factuur op, die bij de gemeente Rotterdam werd ingediend. De factuur werd betaalbaar gesteld als het bedrag op de factuur overeenkwam met het bedrag op de pv, waarna er automatisch betaald werd.
De verdachte wordt in de tenlastelegging een drietal feiten verweten. Onder feit 1 wordt de verdachte oplichting van de gemeente Rotterdam samen met een of meer anderen verweten, onder 2 het aannemen van giften en onder feit 3 dat hij samen met een of meer anderen pv’s valselijk heeft opgemaakt.

Bewijsoverwegingen

Standpunt verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte de feiten niet betwist, maar wel de juridische conclusie die daaruit wordt getrokken. De verdachte heeft pv’s “opgeplust” met werkzaamheden die daar niet onder vielen, maar nog wel binnen het budget pasten. Deze werkzaamheden zijn ook verricht, maar werden niet op administratieve wijze zichtbaar gemaakt. De verdachte verkeerde in de veronderstelling dat deze werkwijze was toegestaan of werd gedoogd hetgeen een bewezenverklaring van opzet en wederrechtelijkheid in de weg kan staan. Daarnaast heeft hij met zwarte klussen geld bijverdiend in de weekenden. Hij heeft dat geld via leningen ( [naam dochteronderneming] ) en via derden witgewassen. Deze betalingen kunnen niet worden aangemerkt als een tegenprestatie voor handelingen die hij in zijn functie als ambtenaar heeft verricht.
Feit 2 - omkoping
De verdachte (hierna ook: [verdachte] ) wordt verweten dat hij giften, beloften dan wel diensten heeft aangenomen van – kort gezegd – [naam medeverdachte 1] ( [naam dochteronderneming] ) dan wel de gebroeders [broer 1] en [broer 2] . Laatstgenoemden hebben in 2009 het bedrijf van [naam medeverdachte 1] overgenomen. [naam medeverdachte 1] bleef nadien werkzaamheden verrichten voor het bedrijf, waaronder het opmaken van de pv’s.
In de tenlastelegging is in acht aandachtstreepjes gespecificeerd om welke giften/beloften/diensten het zou gaan. Kort samengevat gaat het om het ontvangen van geldbedragen door [verdachte] van [naam medeverdachte 1] , het betalen van werkzaamheden door [naam medeverdachte 1] aan woningen van de verdachte en het om niet verrichten van werkzaamheden bij tuinen waar de verdachte bijkluste en bij sportverenigingen waarvan de verdachte lid was. Tot slot gaat het nog om de betaling van een caravanstalling en van een auto.
Uit de bewijsmiddelen leidt het hof – met de rechtbank – de volgende feiten en omstandigheden af.
Ten behoeve van de aankoop van een boot hebben [broer 1] en [broer 2] en [naam medeverdachte 1] in totaal € 50.000,- overgemaakt naar de bankrekening van (de vrouw van) [verdachte] onder de vermelding "lening". Er zijn geen documenten waaruit het aangaan van deze lening blijkt.
Door [naam dochteronderneming] zijn werkzaamheden uitgevoerd en diensten verleend bij de [naam watersportvereniging] . De vereniging heeft [verdachte] hiervoor betaald. Niet is gebleken dat [verdachte] rekeningen van [naam medeverdachte 1] voor deze werkzaamheden heeft gekregen of hiervoor heeft betaald. Dit geldt ook voor werkzaamheden die zijn verricht voor de tennisvereniging [naam tennisvereniging] . Door medewerkers van [naam dochteronderneming] zijn daarnaast in ieder geval twee tuinen opgeknapt. [verdachte] is voor deze werkzaamheden betaald door de eigenaren van de tuinen. Niet blijkt dat hij [naam dochteronderneming] voor haar werkzaamheden heeft betaald.
In een aantekening die is gevonden bij [naam medeverdachte 1] staat "tegoed v [verdachte] -- auto betaald [naam] 6500 euro". [verdachte] heeft in oktober 2016 van een medewerker van [naam dochteronderneming] een auto (Mercedes) gekocht voor € 5.700,- die hij contant heeft betaald.
De nieuwe woning van [verdachte] in Nieuw-Beijerland is in 2015 door [naam persoon] verbouwd. De rekeningen hiervoor zijn betaald door [naam dochteronderneming] .
[naam dochteronderneming] heeft drie jaar lang de stallingskosten voor een aanhanger met boot op naam van [verdachte] betaald.
[naam bedrijf 2] heeft verschillende werkzaamheden verricht in het huis van [verdachte] in Pernis. De kosten werden door [naam bedrijf 2] in rekening gebracht bij [naam dochteronderneming] . Er zijn geen betalingen van [verdachte] aan [naam dochteronderneming] gevonden ter verrekening van deze betalingen.
Uit onderzoek naar de financiële gegevens van [verdachte] en zijn vrouw volgt dat in de jaren 2012 tot en met 2017 in totaal een bedrag van € 94.080 contant is gestort op hun bankrekeningen. [verdachte] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij regelmatig contante geldbedragen stortte. Deze bedragen waren afkomstig uit door hem zwart verrichte klussen.
In een in beslaggenomen agenda van [naam medeverdachte 1] uit 2014 zijn notities aangetroffen waaruit volgt dat [naam medeverdachte 1] een aantal maal een afspraak had met [verdachte] . Bij de afspraken op 20 januari en 24 september zijn ook getallen vermeld (“ [verdachte] 2500” en “ [verdachte] 10000 rekening boot”). In alle (vier) gevallen zijn of op de dag zelf, of op de dag daarna contante geldbedragen gestort op de rekening van [verdachte] of zijn echtgenote. Op 21 januari betrof dit een bedrag van € 2.000,00 en op 25 september een bedrag van € 9.650,00. In dezelfde agenda werden meer aantekeningen gevonden die betrekking hadden op [verdachte] , bijvoorbeeld “potje [verdachte] staat nog over 20000” en “24-9-2014 bij [verdachte] 10000 rekening boot”.
Op 14 mei 2018 zegt [verdachte] in een telefoongesprek tegen [naam medeverdachte 1] dat hij de Spaanse Polder een beetje wil gaan afronden, dat hij met bepaalde dingen zit en eigenlijk “een beetje” nodig heeft. Uit een opgenomen gesprek op 15 mei 2018 bleek dat de verdachte en [naam medeverdachte 1] zeer waarschijnlijk een ontmoeting hadden in de woning van [verdachte] . Op 16 mei 2018 werd een contante storting van € 5.000,00 gedaan op de bankrekening van [verdachte] .
Verklaringen [verdachte] , [naam medeverdachte 1] en [achternaam broers]
[verdachte] heeft in zijn verhoren bij de Rijksrecherche verklaard dat hij [naam medeverdachte 1] en de broers [achternaam broers] contant geld uit zijn "zwart geld potje" heeft gegeven, dat door hen op hun rekeningen is gestort. Het geld hebben zij vervolgens overgemaakt naar de bankrekening van zijn echtgenote. Met dit geld is in 2012 de boot gekocht. Voor de verbouwing van de
woning in Nieuw-Beijerland heeft hij afspraken gemaakt met [broer 1] . Hij is in 2018
begonnen met het terugbetalen van een lening. De kosten van de verbouwing door [naam bedrijf 2]
in Pernis heeft hij aan [naam medeverdachte 1] terugbetaald. Over de stalling van zijn boot heeft [verdachte] gezegd dat hij ervan uit ging dat die in een loods van [naam medeverdachte 1] stond en dat hij niet wist dat [naam dochteronderneming] stallingskosten betaalde.
Op de zitting in eerste aanleg heeft [verdachte] verklaard dat hij rekeningen van [naam dochteronderneming] voor de watersportvereniging, de tennisclub en de opgeknapte tuintjes heeft betaald uit zijn "zwart geld potje". Het geld voor de aanschaf van de boot en de verbouwingen van zijn woningen heeft hij geleend van [naam medeverdachte 1] en de broers [achternaam broers] . [naam dochteronderneming] betaalde de kosten van de stalling voor zijn boot als vergoeding van schade die aan de boot was veroorzaakt toen die bij [naam dochteronderneming] in een loods stond. De Mercedes heeft [verdachte] betaald uit zijn "zwart geld potje".
In hoger beroep, bij de raadsheer-commissaris, heeft [verdachte] verklaard dat hij
€ 45.000,00 heeft geleend bij de broers [achternaam broers] en [naam medeverdachte 1] , dat hij het volledige bedrag heeft terugbetaald door middel van de klusjes die hij deed. [naam medeverdachte 1] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij geen werkzaamheden met [verdachte] heeft verricht buiten de werkzaamheden voor de gemeente Rotterdam. Over sponsoring van de tennisvereniging kan hij niets verklaren, evenmin over werkzaamheden voor de watersportvereniging. [naam medeverdachte 1] leende [verdachte] wel eens geld als hij dat nodig had. Volgens [naam medeverdachte 1] ging dat om een boot. Op de vraag of het klopt dat er geen geld meer openstaat, wil [naam medeverdachte 1] zich niet uitlaten. Hij heeft [verdachte] niet geholpen met betalingen rondom de aannemer.
[broer 1] heeft bij de raadsheer-commissaris ontkend dat hij privé wel eens geld heeft geleend aan [verdachte] . Op de vraag of [naam dochteronderneming] wel eens geld heeft gegeven moet hij het antwoord schuldig blijven. Hij heeft de stalling voor de boot niet betaald.
[broer 2] ontkent dat hij geld heeft geleend aan [verdachte] . Hij is niet bekend met werkzaamheden bij de watersport- en tennisvereniging. Hij, noch de BV heeft voor zover hij weet werkzaamheden verricht voor de woning van [verdachte] .
Het hof overweegt als volgt.
De in de tenlastelegging genoemde bedragen die zien op om niet verrichte werkzaamheden en de overige betalingen, waarvan [verdachte] heeft verklaard dat hij deze heeft terugbetaald vanuit zijn zwart geld pot (de - in zijn woorden “oude sok”), vormen bij elkaar opgeteld een bedrag van bijna € 189.000,-. Samen met de contant gestorte geldbedragen op de bankrekeningen van [verdachte] en zijn echtgenote gaat het om een bedrag van ongeveer € 283.000,- dat zou zijn verdiend met zwarte klussen in een periode van zeven jaar. Gelet op het feit dat [verdachte] in die tijd fulltime werkte voor de gemeente Rotterdam (en een inkomen genoot van ongeveer netto € 2.800,- per maand), hij meerdere keren per jaar op vakantie ging, in de weekenden of in de zomervakantie met de boot weg ging én actief was bij een tennis- en watersportvereniging, is voornoemde verklaring van [verdachte] naar het oordeel van het hof volstrekt ongeloofwaardig.
Daarbij komt dat [verdachte] wisselend heeft verklaard over leningen en zijn verklaringen niet worden ondersteund. Er zijn bijvoorbeeld geen leningsovereenkomsten overgelegd. Wel zijn in hoger beroep schriftelijke stukken overgelegd tijdens de verhoren bij de raadsheer-commissaris. Geconfronteerd met een schriftelijk stuk verklaart [naam medeverdachte 1] dat hij het briefje herkent, maar over de vraag of er geen geld meer openstaat, wil hij zich niet uitlaten. [broer 1] wordt een verklaring getoond waarop hij zijn handtekening herkent, maar de verklaring zelf niet. Bovendien verklaart hij dat hij [verdachte] geen geld heeft geleend. Ook [broer 2] verklaart dat hij geen geld heeft geleend.
Met de rechtbank overweegt het hof dat de gelden die zijn overgemaakt ten behoeve van de aanschaf van de boot ( [naam boot] ) en de betaling van facturen voor de verbouwingen van de woningen in Pernis en Nieuw-Beijerland, gelet op het voorgaande, giften zijn geweest aan [verdachte] .
Dit geldt ook voor de werkzaamheden die door [naam dochteronderneming] zijn verricht of betaald bij de watersportvereniging, de tennisclub en de opgeknapte tuinen. Uit niets blijkt dat de verdachte [naam dochteronderneming] hiervoor heeft betaald, terwijl [verdachte] hier zelf wel voor is betaald.
Ook de kosten die door [naam dochteronderneming] zijn betaald voor de stalling van de boot van [verdachte] zijn aan te merken als een gift. De verklaring dat dit een vergoeding zou zijn voor schade die door [naam dochteronderneming] zou zijn veroorzaakt, wijkt af van de eerste verklaring van [verdachte] bij de Rijksrecherche. Aan deze verklaringen wordt dan ook geen waarde gehecht. Doordat [naam dochteronderneming] de kosten voor de stalling heeft betaald, heeft [verdachte] voordeel gehad.
De aantekening over de betaling van een auto die is gevonden in een map van [naam medeverdachte 1] is
onvoldoende om vast te stellen dat [verdachte] het geld, waarmee hij de Mercedes heeft
gekocht, van [naam medeverdachte 1] (Bestratingen) heeft gekregen. Deze aantekening heeft geen datum
zodat die niet kan worden gelinkt aan het moment waarop [verdachte] de auto heeft gekocht.
Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal hij worden vrijgesproken.
De conclusie luidt dat de verdachte als ambtenaar van de gemeente Rotterdam in een periode van een aantal jaren van [naam medeverdachte 1] (Bestratingen) en de heren [achternaam broers] giften en diensten heeft ontvangen. Om de vraag te kunnen beantwoorden in hoeverre hier iets tegenover stond (hadden deze de strekking de verdachte te bewegen tot een bepaalde ambtshandeling en wist de verdachte dit, dan wel hielden deze giften en diensten verband met een tegenprestatie) is het van belang eerst de feiten 3 en 1 te bespreken.
Feit 3 – valsheid in geschrift
Onder feit 3 wordt de verdachte verweten dat hij samen met een ander of anderen een vijftal pv’s valselijk heeft opgemaakt door op deze pv’s werkzaamheden op te voeren die in werkelijkheid niet of niet volledig waren uitgevoerd in de opgenomen omvang, hoeveelheid of tijdsduur. De tenlastegelegde pv’s zijn in drie achtereenvolgens te bespreken categorieën te onderscheiden:
1) week 6 van 2016 (eerste aandachtstreepje, Zaagmolenstraat )
2) week 9 van 2016 (tweede aandachtstreepje, Orestespad , Xerexweg )
week 10 van 2016 (derde aandachtstreepje, Van Noordwijkstraat , Aleyda van Raaphorstlaan , Burgemeester Bouwmanlaan , Lijsterlaan )
3) week 1 van 2017 (vierde aandachtstreepje, Mijestraat )
week 1 van 2017 (vijfde aandachtstreepje, Gantelstraat )
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt het hof de volgende feiten en omstandigheden af.
Ad 1) week 6 van 2016
In het digitale beslag van [naam dochteronderneming] zijn e-mails van 17 februari 2016 aangetroffen van [naam medeverdachte 1] aan [verdachte] . Bij een van deze e-mails is onder andere een pv gevoegd dat betrekking heeft op de Zaagmolenstraat en dat ziet op verrichte werkzaamheden in week 6 van 2016 met een totaalbedrag ex BTW van € 741,86. In de fysieke administratie van [naam medeverdachte 1] is een zwart mapje met het opschrift ‘POK verkeersmaatregelen’ in beslag genomen. In dit mapje werd een pv aangetroffen dat exact overeenkwam met het eerder genoemde pv. Op dit pv was met rode pen onder andere “+ 1.000” geschreven. Bij onderzoek aan de image van de in de woning/kantoor van de verdachte [naam medeverdachte 1] inbeslaggenomen computer werd een outlook-bericht aangetroffen van 24 februari 2016 van [naam medeverdachte 1] aan [verdachte] met onder andere als bijlage een pv van de Zaagmolenstraat . Als bedrag was vermeld: € 1.741,61, welk bedrag ongeveer € 1.000,- meer is dan het bedrag op het eerdere pv van 17 februari 2016. Er waren hoeveelheden bij verschillende bestekcodes veranderd, bedragen waren veranderd en er was een bestekcode toegevoegd.
[verdachte] heeft bij de politie over de pv met betrekking tot de Zaagmolenstraat verklaard dat hij met rode pen een bedrag van € 1.000 heeft bijgeschreven. Die € 1.000,- had betrekking op extra werkzaamheden. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft [verdachte] verklaard dat hij na afloop van de werkzaamheden een controle uitvoerde. Hij kreeg vervolgens de pv van de aannemer en zag dan wat er nog over was van die klus. Hij kon dat zien omdat hij eerder een tekening met een (totaal)bedrag er op kreeg van de opdrachtgever. Als de opdrachtgever nog meer gedaan wilde hebben en er was geld over, dan gaf hij de aannemer de opdracht voor de extra werkzaamheden. Dit ging allemaal mondeling en werd niet vastgelegd. ‘Verkeersmaatregelen POK’ ziet op klussen die met spoed moeten gebeuren. Bij de raadsheer-commissaris heeft [verdachte] het over “noodklusjes”. Volgens [verdachte] werd bij het geven van opdracht bij een noodklus ook gezegd welk bedrag er beschikbaar was, de zogenaamde “budgettaire ruimte” zoals de verdediging dat bij pleidooi noemt.
[naam leidinggevende] , de leidinggevende van [verdachte] , heeft naar aanleiding van de pv’s van de Zaagmolenstraat verklaard dat het noteren van + 1.000 niet een gebruikelijke wijze is om – naar het hof begrijpt – een opdracht te geven voor meerwerk. Als hij naar de grootte en de schatting kijkt, denkt [naam leidinggevende] dat deze werkzaamheden niet geraamd zijn. Het gaat om even een stukje herstellen; het is geen project, het is een stoepje. Als het niet geraamd is, is het volgens [naam leidinggevende] een klacht, een calamiteit, een reparatie. Dan is er geen meer- of minder werk en kun je alleen maar afrekenen wat er is gebeurd. [naam leidinggevende] heeft ook verklaard: “als je wilt sjoemelen, dan doe je dat met zo’n werkje. Dat is zo klein, dat kun je op straat nooit meer zien. En dit soort bedragen raam je niet en er is geen projectmanager die hier naar vraagt”.
Ad 2) week 9 en week 10 van 2016
Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] zijn in een agenda van 2016 pv’s aangetroffen. Op elk van deze pv’s was steeds met pen vermeld een “+” gevolgd door een getal. De pv’s hadden als printdatum 21 maart 2016. De pv’s zagen op werkzaamheden in de weken 8 tot en met 10 van 2016. In de woning van [naam medeverdachte 1] werd een ordner in beslag genomen. In die ordner zaten twee gebundelde pv’s met vermelding ‘verkeersmaatregel’ en ‘partieel pok’. De zes pv’s uit de agenda van [verdachte] zaten daar ook bij, zij het dat de totaalbedragen op deze bij [naam medeverdachte 1] gevonden pv’s hoger waren dan op dezelfde pv’s uit de agenda van [verdachte] . De daadwerkelijke verhogingen van de totaalbedragen komen nagenoeg overeen met de handgeschreven plusbedragen op de pv’s, gevonden in de agenda van [verdachte] . De pv’s, aangetroffen bij [naam medeverdachte 1] hadden als printdatum 23 maart 2016. Op basis van deze pv’s heeft [naam medeverdachte 1] facturen ingediend bij de gemeente Rotterdam, die de facturen ook heeft betaald.
Ad 3) week 1 van 2017
In de woning van [verdachte] is een mapje met opschrift ‘Spaanse polder’ aangetroffen met daarin een overzicht van straatnamen gelegen binnen de Spaanse polder te Rotterdam en een aantal plattegronden. Op het overzicht van de straatnamen stonden handgeschreven aantekeningen. Achter de Gantelstraat en de Mijestraat was handmatig “tvm” (het hof begrijpt: tijdelijke verkeersmaatregel, hierna: tvm) vermeld.
In de mailbox van [verdachte] werden verschillende versies van pv’s van de Gantelstraat en Mijestraat gevonden. Op 12 december 2017 heeft [verdachte] aan [naam medeverdachte 1] een e-mail gestuurd met als bijlage twee pv’s te weten van de Gantelstraat en van de Mijestraat en de tekst "aanpassen aub". Bij [naam medeverdachte 1] zijn deze pv’s aangetroffen met aanpassingen in onder meer de hoeveelheid betontegels en in beide pv’s de post “tvm”. Deze post was in de definitieve versies aanzienlijk verlaagd ( Gantelstraat : - € 3.643,65 (eerst: € 5,585,00) en Mijestraat - € 5.830,00 (eerst: 6.320,00)) terwijl de totaalbedragen van de pv’s onveranderd bleven doordat andere posten waren verhoogd. Op 13 december 2017 heeft [verdachte] deze pv’s doorgestuurd naar de projectleider in de gemeente Rotterdam met het verzoek deze te tekenen. Het voorblad van deze pv's was door [verdachte] digitaal getekend op 8 december 2017. De onderliggende (aangepaste) pv's waren eerst op 13 december 2017 getekend.
De post tvm heeft de code [code] . Voor alle codes die niet beginnen met het cijfer 9 is een bedrag vastgesteld tussen de gemeente en de aannemer op basis van de inschrijving. Voor codes die beginnen met cijfer 9 kan bij de inschrijving geen bedrag worden vastgesteld, omdat dit variabele kosten zijn. De [naam inkoop-expert] , inkoop-expert bij de afdeling aanbestedingszaken van de gemeente Rotterdam heeft verklaard dat een tvm van 5500 euro een flinke tvm is. “Daar kun je echt drie avonden de Coolsingel van afzetten”. Hij kan zich niet voorstellen dat in een straatje als de Gantelstraat “daar een heel circus heeft gestaan van die omvang”. In alle gevallen waarin er tijdelijke verkeersmaatregelen plaatsvinden, moet een vergunning worden aangevraagd. In de periode 1 oktober 2017 tot en met 31 december 2017 zijn geen vergunningen verstrekt voor de Gantelstraat en de Mijestraat . Bij nameting van de betontegels in de Mijestraat bleek dat een aanzienlijk groter oppervlak in de pv was weergegeven dan er in de Mijestraat in totaal aan betontegels lag. Voor wat betreft de Gantelstraat ligt er niet de opgegeven 500 meter aan betontegels.
Het hof overweegt naar aanleiding van het voorgaande met betrekking tot de tenlastegelegde pv’s als volgt.
Naar het oordeel van het hof zijn ten minste een deel van de op de pv’s vermelde werkzaamheden niet verricht. Hoewel er in het dossier verklaringen zijn dat er wel degelijk overgebleven budget werd opgemaakt, bijvoorbeeld aan het einde van het jaar, volgt uit het dossier dat het geven van meeropdrachten middels de “+” bedragen niet te doen gebruikelijk was. De tenlastegelegde pv’s (ad 1) en ad 2)) zien bovendien, afgaande op de daarmee gemoeid gaande bedragen, op kleinere opdrachten. Ze zijn daarnaast gedeclareerd op het project ‘POK verkeersmaatregel’ ( Zaagmolenstraat ), ‘Partieel POK’ ( Orestespad , Xerexweg ) of ‘verkeersmaatregel( Van Noordwijkstraat , Aleyda van Raaphorstlaan , Burgemeester Bouwmanlaan , Lijsterlaan ). Dit betroffen geen werkzaamheden die zijn uitgevoerd binnen een bestek waarbij van te voren is afgesproken wat moet worden gedaan en waarvan wordt afgerekend op vaste prijzen op basis van het bestek. Het waren klussen die met spoed moesten gebeuren. Kortom, kleine werken waarbij je makkelijk kunt sjoemelen, getuige de verklaring van de getuige [naam leidinggevende] .
Het valt voorts op dat over de plusbedragen kennelijk wel is gecommuniceerd tussen [naam medeverdachte 1] en [verdachte] , maar dat dit – gezien de handgeschreven aantekeningen op de pv’s – niet via de e-mail ging. Voorts valt op dat er pv’s met plusbedragen werden verwerkt door [naam medeverdachte 1] terwijl de werkzaamheden weken daarvoor zouden moeten zijn verricht en vervolgens binnen een tijdsbestek van twee dagen nieuwe opgehoogde pv’s werden verzonden. Tot slot valt niet in te zien waarom – als een en ander al mondeling zou zijn gecommuniceerd als het gaat om meerwerk – [verdachte] steeds via pv’s met plusbedragen naar [naam medeverdachte 1] stuurde. [naam medeverdachte 1] had immers – naar aanleiding van het mondeling overleg – ook zelf een hogere pv kunnen sturen.
Voor wat betreft de pv’s ad 3) stelt het hof vast dat diverse bestekposten zijn gewijzigd zonder dat hiervoor een verklaring is gegeven. De post tvm wordt opgevoerd terwijl er geen vergunningen voor verkeersmaatregelen zijn afgegeven. De post tvm heeft een code beginnend met het cijfer 9. Dit is – zoals in het voorgaande vermeld - een post waarvan de prijs niet van te voren is vastgesteld. In eerste instantie heeft deze post een heel hoog bedrag. In de definitieve pv’s worden aanzienlijk meer betontegels vermeld dan daadwerkelijk in de Gantelstraat en Mijestraat lagen. Dat de post tvm op de definitieve pv aanzienlijk naar beneden is bijgesteld terwijl het totaalbedrag van pv gelijk bleef, kan naar het oordeel van het hof slechts op één manier worden verklaard: er moest een extra bedrag worden ‘weggeschreven’, mogelijk was dat via een hoge post tvm niet geloofwaardig (vide de verklaring van Snoeij) waardoor dit op een andere wijze is verwerkt, te weten in ophoging van andere posten.
De verklaring van [verdachte] , dat daadwerkelijk werkzaamheden zijn verricht voor de gedeclareerde bedragen, vindt geen steun in het dossier. Wel volgt uit het dossier dat op aangeven van [verdachte] posten in de pv’s zijn opgehoogd door [naam medeverdachte 1] , welke pv’s vervolgens zijn toegezonden naar de gemeente Rotterdam waar ze door [verdachte] zijn geaccordeerd. Aldus is sprake van valsheid in geschrift. Het tenlastegelegde onder feit 3 kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Feit 1 - oplichting
Onder feit 1 wordt de verdachte oplichting van de gemeente Rotterdam verweten, in 2014 voor een bedrag van € 45.000,00 en in 2016 voor een bedrag van € 16.810,11.
Laatstgenoemd bedrag betreft een bundeling van pv’s van de Moerkerkstraat, de Loofdakstraat de Beelstraat en de Zaagmolenstraat . De pv van de Zaagmolenstraat is tevens als vals geschrift tenlastegelegd onder feit 3. Ook de pv’s van de Moerkerkstraat, de Loofdakstraat en de Beelstraat zijn aangetroffen in de fysieke administratie van [naam medeverdachte 1] , en ook op deze pv’s zijn handmatig getallen bijgeschreven. De bij de gemeente Rotterdam ingediende pv’s waren met deze handmatig bijgeschreven getallen verhoogd. Het totaalbedrag van de pv’s betreft het tenlastegelegde bedrag.
Het bedrag van € 45.000,-- ziet op een notitie van drie (straat)namen met daarachter een getal van 45.000. Deze notitie is aangetroffen in een agenda van 2014 van [verdachte] .
Met de rechtbank overweegt het hof dat de onder feit 1 beschreven constructie met de valse pv’s, waaronder dus ook de pv’s van de Beelstraat, Moerkerkstraat en de Loofdakstraat is aan te merken als een listige kunstgreep en een samenweefsel van verdichtsels waardoor [naam dochteronderneming] en [verdachte] samen de gemeente Rotterdam hebben opgelicht. Het oplichtingsbedrag betreft de som van de plusbedragen, te weten € 5.250,00 ( Zaagmolenstraat : + 1.000, Moerkerkstraat: + 2.000, Loofdakstraat: + 750, Beelstraat: + 1.500). Inclusief BTW betreft dit een bedrag van € 6.352,50.
Met de rechtbank, de verdediging en het openbaar ministerie is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de notitie in de agenda van [verdachte] met betrekking tot het getal 45.000 ziet op een bedrag waarvoor de gemeente Rotterdam is opgelicht. De verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Conclusie
De betaling van de onder feit 2 besproken giften en levering diensten was mede mogelijk doordat de verdachte opgehoogde pv’s van [naam dochteronderneming] in strijd met zijn ambtsplicht accordeerde. Deze pv’s vormden de basis voor de facturen die [naam dochteronderneming] aan de gemeente Rotterdam stuurde en die dankzij de accordering van de verdachte werden uitbetaald. De giften en diensten werden derhalve gedaan resp. verleend om de verdachte te bewegen om (al dan niet in strijd met zijn plicht als ambtenaar) in zijn ambtelijke bediening iets te doen of na te laten dan wel naar aanleiding van hij in zijn ambtelijke bediening had gedaan of nagelaten. Aldus is naast de eerder besproken valsheid in geschrift en oplichting sprake van omkoping. De tenlastegelegde feiten kunnen wettig en overtuigend worden bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij
op één of meer tijdstip(pen) gelegenin
of omstreeksde periode van 1 januari
20142016tot en met 31 december 2016 te Rotterdam en/of Sint Willebrord en/of Zwijndrecht,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met
(een)ander
(en
),
althans alleen,meermalen,
althans eenmaal,
(telkens
)met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door
een of meerlistige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels, de Gemeente Rotterdam
(telkens)heeft bewogen tot de afgifte van
enig(e)geldbedrag
(en
) (de zogenaamde "plus bedragen"), te weten
in totaal
2014
45.000,- euro ( [proces-verbaalnummer 1] , dossierpag. 062) en/of
2016
16.810,116.352,50euro
( [proces-verbaalnummer 2] , dossierpag. 173),
althans van enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk
- zakelijk weergegeven -valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) voor [naam dochteronderneming]
- in productieverantwoordingsstaten posten opgenomen die niet in die omvang, duur of hoeveelheid waren uitgevoerd, en
/of
- in productieverantwoordingsstaten bedragen opgehoogd, en
/of
-
(aldus
)productieverantwoordingsstaten opgesteld die een onjuiste weergave vormden van daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, gemaakte uren en gebruikte
materialen/middelen, en
/of
- deze productieverantwoordingsstaten geaccordeerd, en
/of
-(vervolgens) op basis van de geaccordeerde productieverantwoordingsstaten facturen opgesteld en
/ofdeze ter voldoening aangeboden aan
en/of doen betalen door/namensde Gemeente Rotterdam, en
/of
- ( telkens) tegenover de gemeente Rotterdam verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat er met betrekking tot de
(overeengekomen en/ofgefactureerde
)vergoeding
(en
)voor het verrichten van werkzaamheden
en/of dienstenten behoeve van/voor de gemeente Rotterdam een
(verborgen
of verzwegen)vergoeding
en/of betalingaan hem, verdachte en
/ofeenandere
(rechts
)perso
(o
)n
(en), was inbegrepen en/of overeengekomen,
waardoor de Gemeente Rotterdam (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),
terwijl hij, verdachte, ambtenaar zijnde, een bijzondere ambtsplicht schond en bij het begaan van de strafbare feiten gebruik heeft gemaakt van
macht, gelegenheid
of middelhem door zijn ambt geschonken;
2.
hij
op één of meerdere tijdstip(pen) gelegenin
of omstreeksde periode van 1 januari 2012 tot en met 23 mei 2018 te Rotterdam en/of Nieuw-Beijerland en/of Pernis en/of Poortugaal en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,meermalen,
althans eenmaal, (telkens)als ambtenaar te weten in de functie van uitvoerder en/of directievoerder op de afdeling Gemeentewerken en/of Dienst Stadsbeheer van de Gemeente Rotterdam,
(telkens
) (om) (een)gift
(en
) of belofte(n)dan wel
(een)dienst(en), te weten
- een bedrag van
(totaal
) circa50.000 euro,
althans enig(e) geldbedrag(en) (aankoop [naam boot] ) ( [proces-verbaalnummer 3] dossierpag. 103), en
/of
- ( gedeeltelijk) om niet verrichte werkzaamheden ten gunste van [naam watersportvereniging] (aanleg van een parkeerplaats) ter waarde van totaal
(circa)6.750,00 euro
( [proces-verbaalnummer 4] dossierpag. 110), en
/of
-
een of meerbetaling
(en
)van
eencaravanstalling tot een totaalbedrag van
(circa)1.820,13 euro
( [proces-verbaalnummer 5] dossierpag. 201), en
/of
- ( gedeeltelijk) om niet verrichte werkzaamheden ten gunste van [naam tennisvereniging] (plaatsen en afvoeren van
eencontainer
en/of bestratingswerkzaamheden en/of weghalen van gravel), ter waarde van totaal
(circa)1.276,55 euro
( [proces-verbaalnummer 6] dossierpag. 096), en
/of
- ( gedeeltelijk) om niet verrichte werkzaamheden ten gunste van [verdachte] (
aanleggentuintjes) ter waarde van totaal
(circa)4.750,00 euro
( [proces-verbaalnummer 7] dossierpag. 148 en/of [proces-verbaalnummer 8] dossierpag. 113), en
/of
- een bedrag van (totaal) 6.500,- euro, althans enig(e) geldbedrag(en) (aanschaf Mercedes SLK) ( [proces-verbaalnummer 9] dossierpag. 175), en/of
-
een of meerbetaling
(en
)van werkzaamheden tot een totaalbedrag van
(circa
)66.375,00 euro ten gunste van [verdachte] (woning [adres 1] )
( [proces-verbaalnummer 10] dossierpag. 570 en/of [proces-verbaalnummer 11] dossierpag. 573 en/of [proces-verbaalnummer 12] dossierpag. 572), en
/of
-
een of meerbetaling
(en
)van werkzaamheden tot een totaalbedrag van
(circa)59.775,59 euro ten gunste van [verdachte] (woning [adres 2] )
( [proces-verbaalnummer 13] dossierpag.186),
althans enige gift en/of dienst en/of belofte, verleend en/of aangeboden en/ofgedaan door [naam dochteronderneming] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam medeverdachte 1] en/of [broer 2] en/of [broer 1] ,
I. heeft aangenomen terwijl hij, verdachte,
(telkens)wist
of redelijkerwijs vermoeddedat deze
/diegift
(en
)en
/of belofte(n) en/ofdienst
(en
)hem werd
(en
)gedaan teneinde hem te bewegen om, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten
(sub 1)
en
/of
(telkens)wist
of redelijkerwijs vermoeddedat deze
/diegift
(en
)en
/of belofte(n) en/ofdienst
(en
)hem werd
(en
)gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige
en/of vroegerebediening is gedaan of nagelaten
(sub 2)
en/of
II. heeft gevraagd (telkens) teneinde hem, verdachte, te bewegen om in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten (sub 3) en/of (telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4),
te weten het (telkens)
-
doenophogen van bedragen in productieverantwoordingsstaten afkomstig van [naam dochteronderneming] , en
/of
- ( aldus)
doenopstellen van productieverantwoordingsstaten die een onjuiste weergave vormden van daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, gemaakte uren en gebruikte
materialen/middelen, en
/of
- accorderen en ter verdere goedkeuring doorsturen van productieverantwoordingsstaten,
en/of
- (vervolgens) accorderen van de facturen van [naam dochteronderneming] zodat deze betaalbaar gesteld worden;3.
hij
op één of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017 te Rotterdam en/of Sint Willebrord en/of Zwijndrecht,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
althans alleen,meermalen,
althans eenmaal,
één of meerproductieverantwoordingssta
(a)t
(en
)ten name van J. [naam dochteronderneming] en/of [naam dochteronderneming] , te weten over de periode
- week 6 van 2016
( [proces-verbaalnummer 14] dossierpag. 599)en
- week 9 van 2016
( [proces-verbaalnummer 15] dossierpag. 583)en
/of
- week 10 van 2016
( [proces-verbaalnummer 16] dossierpag. 576), en
/of
- week 1 van 2017
( [proces-verbaalnummer 17] dossierpag. 842 en/of [proces-verbaalnummer 21] dossierpag. 929)en
/of
- week 1 van 2017
( [proces-verbaalnummer 18] dossierpag. 848 en/of [proces-verbaalnummer 22] dossierpag. 920),
-(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt
en/of heeft vervalst,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en zijn mededader
(s
)toen en daar valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - op die
/datproductieverantwoordingssta
(a)t
(en
)(bestek)werkzaamheden (al dan niet in combinatie met
gebruikte materialen enarbeidstijd) opgevoerd/opgenomen die in werkelijkheid niet waren uitgevoerd en/of niet waren uitgevoerd in die omvang, hoeveelheid en/of tijdsduur als uiteindelijk opgenomen
( [proces-verbaalnummer 2] dossierpag. 170 en/of [proces-verbaalnummer 19] dossierpag. 075 en/of [proces-verbaalnummer 20] dossierpag. 291),
zulks (telkens) met het oogmerk om
dat/die geschrift
(en
)als echt en onvervalst te gebruiken
en/of door anderen te doen gebruiken.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
Voor wat betreft de bewezenverklaarde periode tot 1 januari 2015:
als ambtenaar een gift of belofte aannemen, wetende dat deze hem gedaan of verleend wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige bediening is gedaan of nagelaten, meermalen gepleegd
Voor wat betreft de bewezenverklaarde periode vanaf 1 januari 2015:
als ambtenaar een gift of belofte aannemen, wetende dat deze hem gedaan of verleend wordt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten, meermalen gepleegd
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich als ambtenaar van de gemeente Rotterdam ruim zes jaar lang laten omkopen door de aannemer [naam dochteronderneming] . De verdachte heeft hierbij grote geldbedragen ontvangen voor de aankoop van een boot, de facturen voor de verbouwing van twee huizen zijn door deze aannemer vergoed en er zijn meerdere werkzaamheden om niet verricht, terwijl de verdachte hier een vergoeding (van anderen) voor heeft ontvangen. Samen met deze aannemer en haar feitelijke leidinggevende heeft de verdachte de gemeente opgelicht. Deze oplichting was mogelijk doordat de verdachte met anderen productieverantwoordingsstaten, die als basis dienden voor de in te dienen facturen, valselijk opmaakte.
De verdachte heeft zijn positie als ambtenaar ernstig misbruikt om zichzelf schaamteloos te
verrijken. Door de ophoging van de productieverantwoordingsstaten ontving [naam dochteronderneming] meer dan waar zij recht op had. De verdachte heeft (omgerekend) voor een bedrag van ruim € 190.000,- aan steekpenningen ontvangen. Door aldus te handelen, heeft de verdachte het aanzien en het vertrouwen in de integriteit van de overheid ernstig geschaad. Voor het goed
functioneren van het openbaar bestuur is het van essentieel belang dat het zuiver handelt.
Dat is waarom hoge integriteitseisen worden gesteld aan ambtenaren. De samenleving moet
erop kunnen vertrouwen dat ambtenaren hun werk integer uitvoeren en dat zij zorgvuldig
met algemene middelen omgaan.
De aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, zoals hiervoor beschreven, maken naar het oordeel van het hof dat in beginsel niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur.
Persoonlijke omstandigheden
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de langlopende strafzaak een grote impact heeft (gehad) op de verdachte en zijn gezin. Voorts kampt de verdachte met een slechte gezondheid en verschillende medische aandoeningen en/of ziekten. Vanwege zijn medische problemen is de verdachte vervroegd met pensioen gegaan. De verdachte maakt zich gelet op zijn medische beperkingen zorgen of een penitentiaire inrichting over voldoende faciliteiten beschikt.
Voorts is gebleken dat de verdachte in de civiele procedure met de gemeente Rotterdam heeft geschikt voor een bedrag van € 89.171,18,-, hetgeen ook al volledig is voldaan middels uitwinning van het beslag.
Justitiële Documentatie
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 mei 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
Redelijke termijn
Het hof heeft geconstateerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden in eerste aanleg is overschreden met 3 jaren. De redelijke termijn is op 23 mei 2018, zijnde de dag waarop er bij de verdachte doorzoekingen hebben plaatsgevonden, aangevangen. De rechtbank heeft vervolgens pas op 11 mei 2023 vonnis gewezen. Voorts is de redelijke termijn in hoger beroep met ruim een jaar overschreden. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in die zin dat het hof in plaats van een in beginsel passende en geboden geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf een deels voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf zal opleggen.
Conclusie
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Het hof overweegt dat ervan uitgegaan kan worden dat een penitentiaire inrichting over ook de voor de verdachte - gelet op zijn gezondheid - noodzakelijke faciliteiten beschikt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 22c, 22d, 47, 57, 225, 326 en 363 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (
twaalf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door, mr. R. van der Hoeven als voorzitter, en mr. L.C. van Walree en mr. K. Versteeg, leden, in bijzijn van de griffier mr. S. Roos.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 juli 2026.

Bijlage I

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Rotterdam en/of Sint Willebrord en/of Zwijndrecht, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Gemeente Rotterdam (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) (de zogenaamde "plus bedragen"), te weten
2014
45.000,- euro ( [proces-verbaalnummer 1] , dossierpag. 062) en/of
2016
16.810,11 euro ( [proces-verbaalnummer 2] , dossierpag. 173),
althans van enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) voor [naam dochteronderneming]
- in productieverantwoordingsstaten posten opgenomen die niet in die omvang, duur of hoeveelheid waren uitgevoerd, en/of
- in productieverantwoordingsstaten bedragen opgehoogd, en/of
- ( aldus) productieverantwoordingsstaten opgesteld die een onjuiste weergave vormden van daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, gemaakte uren en gebruikte materialen/middelen, en/of
- deze productieverantwoordingsstaten geaccordeerd, en/of (vervolgens) op basis van de geaccordeerde productieverantwoordingsstaten facturen opgesteld en/of deze ter voldoening aangeboden aan en/of doen betalen door/namens de Gemeente Rotterdam, en/of
- ( telkens) tegenover de gemeente Rotterdam verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat er met betrekking tot de (overeengekomen en/of gefactureerde) vergoeding(en) voor het verrichten van werkzaamheden en/of diensten ten behoeve van/voor de gemeente Rotterdam een (verborgen of verzwegen) vergoeding en/of betaling aan hem, verdachte en/of andere (rechts)perso(o)n(en), was inbegrepen en/of overeengekomen,
waardoor de Gemeente Rotterdam (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n), terwijl hij, verdachte, ambtenaar zijnde, een bijzondere ambtsplicht schond en bij het begaan van de strafbare feiten gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Rotterdam en/of Sint Willebrord en/of Zwijndrecht, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk één of meerdere geldbedrag(en) van (in totaal)
2014
45.000,- euro ( [proces-verbaalnummer 1] , dossierpag. 062) en/of
2016
16.810,11 euro ( [proces-verbaalnummer 2] , dossierpag. 173),
althans een of meer geldbedrag(en), in ieder geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Gemeente Rotterdam, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),
en welk(e) goed(eren) hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als uitvoerder en/of directievoerder op de afdeling Gemeentewerken en/of Dienst Stadsbeheer van de Gemeente Rotterdam, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had(den),
wederrechtelijk zich heeft toegeëigend,
terwijl hij, verdachte, ambtenaar zijnde, een bijzondere ambtsplicht schond en bij
het begaan van de strafbare feiten gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of
middel hem door zijn ambt geschonken;
2.
hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 mei 2018 te Rotterdam en/of Nieuw-Beijerland en/of Pernis en/of Poortugaal en/of (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) als ambtenaar te weten in de functie van uitvoerder en/of directievoerder op de afdeling Gemeentewerken en/of Dienst Stadsbeheer van de Gemeente Rotterdam,
(telkens) (om) (een) gift(en) of belofte(n) dan wel (een) dienst(en), te weten
- een bedrag van (totaal) circa 50.000 euro, althans enig(e) geldbedrag(en) (aankoop [naam boot] 1300) ( [proces-verbaalnummer 3] dossierpag. 103), en/of
- ( gedeeltelijk) om niet verrichte werkzaamheden ten gunste van [naam watersportvereniging] (aanleg van een parkeerplaats) ter waarde van totaal (circa) 6.750,00 euro ( [proces-verbaalnummer 4] dossierpag. 110), en/of
- een of meer betaling(en) van caravanstalling tot een totaalbedrag van (circa) 1.820,13 euro ( [proces-verbaalnummer 5] dossierpag. 201), en/of
- ( gedeeltelijk) om niet verrichte werkzaamheden ten gunste van [naam tennisvereniging] (plaatsen en afvoeren van container en/of bestratingswerkzaamheden en/of weghalen van gravel), ter waarde van totaal (circa) 1.276,55 euro ( [proces-verbaalnummer 6] dossierpag. 096), en/of
- ( gedeeltelijk) om niet verrichte werkzaamheden ten gunste van [verdachte] (aanleggen tuintjes) ter waarde van totaal (circa) 4.750,00 euro ( [proces-verbaalnummer 7] dossierpag. 148 en/of [proces-verbaalnummer 8] dossierpag. 113), en/of
- een bedrag van (totaal) 6.500,- euro, althans enig(e) geldbedrag(en) (aanschaf Mercedes SLK) ( [proces-verbaalnummer 9] dossierpag. 175), en/of
- een of meer betaling(en) van werkzaamheden tot een totaalbedrag van (circa) 66.375,00 euro ten gunste van [verdachte] (woning [adres 1] ) ( [proces-verbaalnummer 10] dossierpag. 570 en/of [proces-verbaalnummer 11] dossierpag. 573 en/of [proces-verbaalnummer 12] dossierpag. 572), en/of
- een of meer betaling(en) van werkzaamheden tot een totaalbedrag van (circa) 59.775,59 euro ten gunste van [verdachte] (woning [adres 2] ) ( [proces-verbaalnummer 13] dossierpag.186),
althans enige gift en/of dienst en/of belofte, verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [naam dochteronderneming] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam medeverdachte 1] en/of [broer 2] en/of [broer 1] ,
I. heeft aangenomen terwijl hij, verdachte, (telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1) en/of (telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 2)
en/of
II. heeft gevraagd (telkens) teneinde hem, verdachte, te bewegen om in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten (sub 3) en/of (telkens) tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening is gedaan of nagelaten (sub 4),
te weten het (telkens)
- ophogen van bedragen in productieverantwoordingsstaten afkomstig van [naam dochteronderneming] , en/of
- ( aldus) opstellen van productieverantwoordingsstaten die een onjuiste weergave vormden van daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, gemaakte uren en gebruikte materialen/middelen, en/of
- accorderen en ter verdere goedkeuring doorsturen van productieverantwoordingsstaten, en/of
- ( vervolgens) accorderen van de facturen van [naam dochteronderneming] zodat deze betaalbaar gesteld worden;
3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017 te Rotterdam en/of Sint Willebrord en/of Zwijndrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
één of meer productieverantwoordingssta(a)t(en) ten name van J. [naam dochteronderneming] en/of [naam dochteronderneming] , te weten over de periode
- week 6 van 2016 ( [proces-verbaalnummer 14] dossierpag. 599)
- week 9 van 2016 ( [proces-verbaalnummer 15] dossierpag. 583) en/of
- week 10 van 2016 ( [proces-verbaalnummer 16] dossierpag. 576), en/of
- week 1 van 2017 ( [proces-verbaalnummer 17] dossierpag. 842 en/of [proces-verbaalnummer 21] dossierpag. 929) en/of
- week 1 van 2017 ( [proces-verbaalnummer 18] dossierpag. 848 en/of [proces-verbaalnummer 22] dossierpag. 920),
-(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en zijn mededader(s) toen en daar valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - op die/dat productieverantwoordingssta(a)t(en) (bestek)werkzaamheden (al dan niet in combinatie met gebruikte materialen en arbeidstijd) opgevoerd/opgenomen die in werkelijkheid niet waren uitgevoerd en/of niet waren uitgevoerd in die omvang, hoeveelheid en/of tijdsduur als uiteindelijk opgenomen ( [proces-verbaalnummer 2] dossierpag. 170 en/of [proces-verbaalnummer 19] dossierpag. 075 en/of [proces-verbaalnummer 20] dossierpag. 291),
zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;