Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 3 maart 2025, waarmee de vrouw in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 4 december 2024 (hierna: het bestreden vonnis), alsmede de eerdere tussenvonnissen van 26 juli 2023, 7 december 2022 en 10 augustus 2022;
- de memorie van grieven van de vrouw, met bijlage;
- de memorie van antwoord van de man tevens houdende incidenteel hoger beroep, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep van de vrouw;
- de vordering van de man in het incident ex artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) met bijlagen;
- de antwoordconclusie van de vrouw in het incident tevens houdende incident tot schorsing van uitvoerbaarheid bij voorraad ex artikel 351 Rv Pro met bijlage;
- de antwoordconclusie van de man in het incident.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
- de vrouw aan de man de helft van de aflossing van de kredietfaciliteit in Suriname, dus SRD (Surinaamse dollars) 23.457,50, moet betalen (randnummer 3.16, onderdeel 11 van het bestreden vonnis);
- de woning in Suriname wordt toegedeeld aan de vrouw tegen een waarde van SRD 10.869.131,66 onder de verplichting de helft van de waarde te vergoeden aan de man (randnummer 3.16, onderdeel 2 van het bestreden vonnis);
- met bekrachtiging van het bestreden vonnis voor het overige.
- om aan de man € 106.405,52 te betalen, althans een zodanig bedrag als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2025, althans vanaf de dag van het verzuim, tot de dag der algehele voldoening;
- om eraan mee te werken dat de openbare registers in Suriname met betrekking tot de woning in Suriname in overeenstemming worden gebracht met de toedeling van die woning aan de man in het vonnis van 4 december 2024, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag of gedeelte van een dag dat de vrouw die medewerking niet verleent binnen acht dagen nadat een bevoegde notaris in [plaats] (Suriname) haar daartoe heeft uitgenodigd;
- in de kosten van het hoger beroep, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten als de vrouw deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen arrest heeft voldaan.