ECLI:NL:GHDHA:2026:2412

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
22-001101-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 23 SrArt. 24 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: medeplegen handel en invoer cocaïne, vuurwapenbezit en witwassen

De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het invoeren van circa 2374 kilo cocaïne, maar veroordeeld voor medeplegen van handel in cocaïne, voorbereidingshandelingen, vuurwapenbezit en witwassen van grote geldbedragen en goederen. Zowel de verdediging als het openbaar ministerie stelden hoger beroep in, waarbij de verdediging zich beperkte tot de veroordelingen en niet de vrijspraak aanvocht.

Tijdens het hoger beroep kwamen partijen tot procesafspraken, waarbij een gevangenisstraf van 6 jaar en 6 maanden en een geldboete van €150.000 werden overeengekomen. Het hof verifieerde dat de verdachte deze afspraken vrijwillig en weloverwogen had gemaakt en achtte het voorstel passend gezien de ernst van de feiten, waaronder grootschalige drugshandel, vuurwapenbezit en witwassen.

Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en deed opnieuw recht conform de procesafspraken. Daarnaast werden de inbeslaggenomen goederen, waaronder een Audi, geldbedragen en sieraden, verbeurd verklaard. De straf zal volledig worden uitgevoerd binnen de penitentiaire inrichting, met aftrek van voorarrest.

De uitspraak benadrukt de ernstige maatschappelijke impact van de drugshandel en het belang van een krachtige aanpak van vuurwapenbezit en witwassen. De verdachte had een leidinggevende rol in de criminele organisatie en handelde uit financieel gewin zonder oog voor de gevolgen. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen, maar deze werden niet in het nadeel van de verdachte meegewogen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 jaar en 6 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €150.000 wegens medeplegen van handel en invoer van cocaïne, vuurwapenbezit en witwassen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001101-25
Parketnummer: 09-173129-23
Datum uitspraak: 17 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
thans gedetineerd in [naam penitentiaire inrichting].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals vermeld in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het namens de verdachte ingestelde hoger beroep is blijkens de akte instellen hoger beroep beperkt ingesteld en niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde. Het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep is blijkens de akte instellen hoger beroep onbeperkt ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 december 2020 tot en met 15 december 2020 te Rotterdam en/of ’s-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2374 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 augustus 2020 tot en met 12 februari 2021 te ‘s-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 augustus 2020 tot en met 12 februari 2021 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van een groot aantal, althans meerdere, in ieder geval een, blok(ken) en/of (grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- één of meerdere PGP-telefoon(s), althans encryptie-telefoon(s), voorhanden te hebben gehad en/of daarvan gebruik te hebben gemaakt in de communicatie met één of meer van zijn mededader(s) en/of leverancier(s) en/of afnemer(s) en/of andere derde(n) en/of
- een of meer ontmoeting(en) te hebben gehad met en/of een of meer (telefonische) afspra(a)k(en) te hebben gemaakt met en/of een of meer bespreking(en) en/of onderhandeling(en) te hebben gevoerd met en/of een of meer inlichting(en) en/of aanwijzing(en) en/of opdracht(en) te hebben (door)gegeven aan zijn mededader(s) en/of een of meer anderen, om voornoemde verdovende middelen te kopen en/of verkopen en/of te bewerken en/of in ontvangst te nemen en/of vervoeren en/of betreffende de wijze waarop die verdovende middelen, zou(den) worden gekocht en/of bewerkt en/of geleverd en/of afgenomen en/of verder vervoerd en/of
- ( aan/bij) de kopende en/of verkopende partij(en) en/of derde(n) informatie te hebben (op)gevraagd en/of te hebben verstrekt over de prijzen, omvang en/of samenstelling van (de partij (en)) verdovende middelen en/of
- een of meer foto's van een of meer partij(en) verdovende middelen te hebben gemaakt en/of te hebben laten maken en/of (vervolgens) te hebben verzonden/doorgestuurd aan de kopende partij(en) en/of mededader(s) en/of derde(n);
4.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2020 tot en met 19 februari 2021 te s-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) één of meer (vuur)wapen(s) van categorie II sub 2 en/of categorie III sub 1van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een ((semi)automatisch) vuurwapen van het merk CZ, model EVO 3 en/of
- een pistool van het merk Glock, model 26 en/of
- een gaspistool van het merk Ekol, model Gediz (vaak omgebouwd naar een scherp schietend vuurwapen) en/of
- een semi automatisch pistool AR 15, merk onbekend, voorhanden heeft gehad;
5.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 augustus 2020 tot en met 26 maart 2024, te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een voorwerp, althans een of meer voorwerpen, te weten
- één of meer (grote) geldbedragen (van in totaal ruim 5.000.000 euro en/of 8.000 euro en/of 23.000 euro) en/of
- één of meerdere sieraden en/of
- één horloge van het merk Rolex en/of
- een voertuig van het merk Mercedes [typenaam 1] met kenteken [kenteken 1] en/of
- een voertuig van het merk Audi [typenaam 2] met kenteken [kenteken 2],
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd -ook wat betreft de vrijspraak voor feit 1 - en dat de verdachte ter zake van het onder 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren en 6 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete ter hoogte van € 150.000,-.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de toepasselijke wettelijke voorschriften.
Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Strafmotivering

Procesverloop
Namens de verdachte is op 7 april 2025 hoger beroep ingesteld tegen bovengenoemd vonnis en gericht tegen de veroordeling voor feit 2, 3, 4 en 5, waarna bij appelschriftuur van 11 september 2025 grieven alsmede getuigenverzoeken en onderzoekswensen zijn ingediend. Namens het openbaar ministerie is op 7 april 2025 hoger beroep ingesteld tegen bovengenoemd vonnis, waarna bij schriftuur van 10 april 2025 grieven zijn ingediend, waaruit volgt dat het hoger beroep enkel ziet op de vrijspraak voor feit 1.
Op 29 juni 2026 heeft de advocaat-generaal het hof per e-mail medegedeeld dat in de onderhavige zaak de verdediging en het openbaar ministerie tot procesafspraken zijn gekomen en daarbij de op schrift gestelde procesafspraken toegestuurd. Dit afdoeningsvoorstel is op 22 juni 2026 door de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsman getekend. Het getekende document is ter terechtzitting door de advocaat-generaal aan het hof overgelegd.
De procesafspraken
De procesafspraken luiden als volgt (nummering door het hof):
1. Verdachte heeft niet langer grieven ten aanzien van de bewezenverklaring zoals opgenomen in het vonnis van de rechtbank Den Haag ten aanzien van de feiten 2, 3, 4 en 5. Verdachte kan zich vinden in de vaststelling van de bewezenverklaring van de rechtbank ten aanzien van die feiten.
2. Nu verdachte niet langer grieven heeft tegen het vonnis van de rechtbank, heeft verdachte geen onderzoekswensen meer. Hetgeen daaromtrent eerder in de appelschriftuur (binnengekomen op 10 september 2025 en mail van 11 september 2025) is gesteld, handhaaft verdachte niet langer.
3. Het openbaar ministerie had in de schriftuur geen onderzoekswensen aangegeven. Het openbaar ministerie had het hoger beroep niet beperkt ingesteld, zodat de zaak in volle omvang aan het hof was voorgelegd. Het openbaar ministerie heeft niet langer grieven ten aanzien van het vonnis van de rechtbank en derhalve ook geen grieven meer ten aanzien van de vrijspraak voor feit 1. Het openbaar ministerie kan zich vinden in de vaststelling van de vrijspraak ten aanzien van feit 1 en de veroordelingen voor de feiten 2, 3, 4 en 5 door de rechtbank.
4. Verdachte en zijn raadsman en de advocaat-generaal spreken af dat in deze zaak een straf passend en geboden is in de vorm van:
een gevangenisstraf, voor de duur van 6 jaren en 6 maanden, met aftrek;
een geldboete van 150.000 euro.
5. Teneinde de tenuitvoerlegging van de op te leggen boete zeker te stellen, heeft het openbaar ministerie machtiging tot het leggen van conservatoir beslag gevorderd bij de rechter-commissaris. Op 21 mei 2026 heeft de rechter-commissaris de machtiging verleend. Teneinde het bedrag van 150.000 euro in conservatoir beslag te kunnen nemen, dient verdachtes vertegenwoordiger op:
[datum] te [tijdstip] zich te melden op het hoofdbureau van politie te [plaatsnaam], zodat bedrag in beslag kan worden genomen.
De vertegenwoordiger van verdachte zal bij de overdracht van dit geldbedrag op [datum] aan de politie, niet aangehouden worden voor een strafbaar feit in relatie tot dat bedrag (zoals bv. witwassen van dat bedrag).
6. Verdachte en zijn raadsman en de advocaat-generaal zullen deze afspraken bekend maken aan het hof. Zij geven daarbij aan dat zij geen behoefte hebben aan een grondige en volledige inhoudelijke behandeling van de feiten.
7. Verdachte en zijn raadsman en de advocaat-generaal leggen bij deze vast dat in het geval het hof overweegt een hogere straf op te leggen, ieder der partijen het hof kan verzoeken alsnog over te gaan tot de grondige en volledige inhoudelijke behandeling van deze strafzaak.
8. Verdachte zal aanwezig zijn op de zitting van het hof, teneinde zich uit te laten over de vraag of hij daadwerkelijk de hier gemelde afspraken heeft gemaakt.
Partijen hebben ter zitting in hoger beroep - in aanvulling op voornoemde procesafspraken - er mondeling mee ingestemd dat de inbeslaggenomen en verbeurdverklaarde goederen en geldbedragen, zoals opgenomen in het vonnis van de rechtbank, dienovereenkomstig worden verbeurdverklaard.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal conform de procesafspraken gerekwireerd, waarbij de raadsman zich in zijn pleidooi heeft aangesloten.
Kan het hof acht slaan op de procesafspraken?
De Hoge Raad heeft in het arrest van 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252, overwogen dat de rechter alleen acht kan slaan op een door het Openbaar Ministerie en de verdediging opgesteld afdoeningsvoorstel als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 Verdrag Pro tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een afdoeningsvoorstel deel uitmaakt dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.
Het hof overweegt hieromtrent in de onderhavige zaak als volgt.
Ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juli 2026 heeft het hof de procesafspraken met de aanwezige verdachte en zijn raadsman besproken en er zich van vergewist dat partijen elkaar over en weer voldoende en duidelijke informatie hebben verstrekt en ten aanzien van hetgeen daarmee is beoogd. De verdachte heeft voldoende gelegenheid gehad om weloverwogen tot een ondubbelzinnige beslissing te komen en heeft, bijgestaan door zijn raadsman, zich rekenschap kunnen geven van de inhoud, de strekking en de rechtsgevolgen van de procesafspraken. De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep desgevraagd aangegeven zich te kunnen vinden in de gemaakte procesafspraken en benadrukt dat hij deze op vrijwillige basis is aangegaan.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het acht kan slaan op de voorliggende procesafspraken zoals weergegeven in het afdoeningsvoorstel.
Op te leggen straffen
Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen in een periode van drie maanden bezig gehouden met de handel in grote hoeveelheden cocaïne en zich vervolgens gedurende bijna drie maanden schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van en de handel in cocaïne. Het beeld zoals dat uit het dossier naar voren komt, is dat de verdachte zich bezig hield met grootschalige (internationale) drugshandel en daarin een leidinggevende en aansturende rol had. Daarmee heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Ook leiden handel in en gebruik van harddrugs veelal tot (andere) vormen van criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen enkel oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van meerdere vuurwapens, waaronder twee semiautomatische vuurwapens. Tegen onbevoegd wapenbezit dient krachtig te worden opgetreden. Immers, vuurwapens veroorzaken ernstige gevoelens van onveiligheid in de samenleving, nu vuurwapens dikwijls worden gebruikt bij het plegen van strafbare feiten, vaak met ernstige gevolgen.
Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van grote geldbedragen -waaronder een bedrag van 5 miljoen euro- en van sieraden, een Rolexhorloge en een voertuig van het merk Audi [typenaam 2]. Door witwassen worden eigen misdrijven gefaciliteerd en het vormt een bedreiging voor de integriteit van het financiële en economische verkeer en de maatschappelijke orde.
Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte langere tijd geleden onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Het strafblad zal niet in het nadeel van de verdachte worden meegewogen.
Daarnaast heeft het hof rekening gehouden met de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat dat de straffen die het openbaar ministerie en de verdediging zijn overeengekomen en die zij hebben vervat in het afdoeningsvoorstel, in een redelijke verhouding staan tot de ernst van de zaak. Het hof acht die straffen, te weten een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar en 6 maanden en een geheel onvoorwaardelijke geldboete van na €.150.000,- een passende en geboden reactie.
Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Het hof zal de op de beslaglijst genoemde voorwerpen verbeurdverklaren.
Met betrekking tot de verbeurdverklaring merkt het hof nog op dat de inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, nu de contante geldbedragen aan de verdachte toebehoren en degene aan wie de personenauto, merk Audi, toebehoorde bekend was met de verkrijging daarvan door middel van het onder 5 bewezenverklaarde feit, althans zulks redelijkerwijs kon vermoeden, en het voorts voorwerpen zijn met betrekking tot welk het onder feit 5 bewezenverklaarde is begaan. Het hof heeft hierbij – voor zover mogelijk – rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, de artikelen 23, 24, 24c, 33, 33a, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de toepasselijke wettelijke voorschriften en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaar en 6 (zes) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 150.000,00 (honderdvijftigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK Personenauto [kenteken 2] (Audi), zoals genoemd onder 2 op de bijgevoegde
beslaglijst;
- 100 EUR, zoals genoemd onder 4 op bijgevoegde beslaglijst;
- 50,00 EUR Geld, zoals genoemd onder 72 op bijgevoegde beslaglijst;
- 8.27,00 EUR Geld, zoals genoemd onder 73 op bijgevoegde beslaglijst;
- 1.545,00 EUR Geld, zoals genoemd onder 74 op bijgevoegde beslaglijst;
- 85,00 EUR Geld, zoals genoemd onder 75 op bijgevoegde beslaglijst;
- 505,00 EUR Geld, zoals genoemd onder 76 op bijgevoegde beslaglijst;
- 4.000,00 EUR Geld, zoals genoemd onder 77 op bijgevoegde beslaglijst;
- 10,00 EUR Geld, zoals genoemd onder 78 op bijgevoegde beslaglijst.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door,
mr. G. Knobbout als voorzitter,
mr. F.W. van Lottum en mr. N.M. Boersma, leden,
in bijzijn van de griffier mr. T.A. van den Berg.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 juli 2026.
mr. N.M. Boersma is buiten staat dit arrest te ondertekenen.