ECLI:NL:GHDHA:2026:243

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
200.328.507/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 2 onder b AuteursrechtrichtlijnArt. 16c AwArt. 16d AwArt. 16e AwArt. 16f Aw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over thuiskopievergoedingen en rechtmatigheid Nederlandse regeling

Stichting de Thuiskopie vordert van PhoneZone thuiskopievergoedingen over de periode 2016 tot en met april 2025. PhoneZone betwist de vorderingen onder meer met het argument dat het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoedingen in strijd is met artikel 5 lid 2 onder Pro b van de Auteursrechtrichtlijn (ARl).

Het hof oordeelt dat het Nederlandse stelsel, waarbij de vergoeding wordt geheven bij fabrikanten en importeurs en niet bij de privégebruiker, verenigbaar is met de ARl. Het hof volgt de rechtspraak van het HvJ EU dat dit stelsel binnen de ruime beoordelingsmarge van lidstaten valt, mits het een rechtvaardig evenwicht waarborgt en voorzien is van doeltreffende terugbetalingsmechanismen.

PhoneZone voert aan dat het stelsel onevenredig is en dat het recht op restitutie niet doeltreffend is, mede vanwege de bewijslastverdeling en administratieve lasten. Het hof verwerpt deze klachten en benadrukt dat PhoneZone zelf verantwoordelijk is voor het niet tijdig voldoen aan opgave- en betalingsverplichtingen. De Thuiskopie heeft voldoende restitutieregels en controlemechanismen.

Het hof vernietigt delen van het vonnis van de rechtbank Den Haag en veroordeelt PhoneZone tot betaling van de gevorderde bedragen met wettelijke rente vanaf de laatste dag van het betrokken jaar of tijdvak. Tevens wordt PhoneZone veroordeeld in de proceskosten van hoger beroep. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: PhoneZone wordt veroordeeld tot betaling van thuiskopievergoedingen met wettelijke rente en proceskosten, en het Nederlandse stelsel wordt als rechtmatig bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.328.507/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/622099 / HA ZA 21-1092
Arrest van 10 maart 2026
in de zaak van
PhoneZone B.V.,
gevestigd in Beverwijk,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. A. Taheri-Bhajan, kantoorhoudend in Capelle aan den IJssel,
tegen
Stichting de Thuiskopie,
gevestigd in Amsterdam,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. M.S. van der Jagt, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof noemt partijen hierna PhoneZone en De Thuiskopie.

1.De zaak in het kort

1.1
De Thuiskopie vordert van PhoneZone thuiskopievergoedingen voor de periode 2017 tot en met april 2025. Het hof verwerpt in dit arrest bezwaren die PhoneZone heeft opgeworpen tegen het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoedingen en wijst de vorderingen toe.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep tot aan de hierna bedoelde mondelinge behandeling blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 31 mei 2023 waarmee PhoneZone in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 maart 2023;
  • de memorie van grieven van PhoneZone, met bijlagen;
  • de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens houdende grieven in incidenteel hoger beroep en eisvermeerdering van De Thuiskopie, met bijlagen;
  • de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep van Phonezone;
  • de akte houdende wijziging en vermeerdering van eis van De Thuiskopie van 3 juli 2025, met bijlage.
2.2
Op 3 juli 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.
2.3
Daarna hebben partijen nog genomen:
  • de akte uitlating wijziging en vermeerdering van eis van Phonezone van 5 augustus 2025;
  • de akte uitlating en vermindering van eis van De Thuiskopie van 9 september 2025.

3.Wettelijk kader

3.1
De Uniewetgever heeft het auteursrechtelijk reproductierecht geharmoniseerd in artikel 2 Auteursrechtrichtlijn Pro (hierna ook: ARl) [1] . Artikel 5 lid 2 aanhef Pro en onder b) ARl (hierna ook: de thuiskopie-uitzondering, en de daar bedoelde reproductie: de thuiskopie) geeft de lidstaten van de EU de mogelijkheid om in hun nationale wetgeving te voorzien in een uitzondering op dat reproductierecht voor thuiskopieën.
3.1.1
Deze uitzondering luidt als volgt:

de reproductie, op welke drager dan ook, door een natuurlijke persoon voor privé-gebruik gemaakt, en zonder enig direct of indirect commercieel oogmerk, mits de rechthebbenden een billijke compensatie ontvangen (…);”.
3.1.2
Artikel 5 lid 5 ARl Pro bepaalt in dat verband:

De in de leden 1, 2, 3 en 4 bedoelde beperkingen en restricties mogen slechts in bepaalde bijzondere gevallen worden toegepast mits daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van werken of ander materiaal en de wettige belangen van de rechthebbenden niet onredelijk worden geschaad.
3.1.3
De Uniewetgever heeft deze bepalingen, voor zover hier van belang, als volgt toegelicht in de overwegingen 4, 9, 10, 31, 35 en 38 van de considerans bij de ARl:
“(4) Geharmoniseerde rechtsregels op het gebied van het auteursrecht en de naburige rechten zullen voor meer rechtszekerheid zorgen, een hoog niveau van bescherming van de intellectuele eigendom waarborgen en aldus aanzienlijke investeringen in creativiteit en innovatie, met inbegrip van de netwerkinfrastructuur, bevorderen (…). (…)(…)(9) Bij een harmonisatie van het auteursrecht en de naburige rechten moet steeds van een hoog beschermingsniveau worden uitgegaan, omdat die rechten van wezenlijk belang zijn voor scheppend werk.(…)
(10) Auteurs en uitvoerend kunstenaars moeten, willen zij hun scheppende en artistieke arbeid kunnen voortzetten, een passende beloning voor het gebruik van hun werk ontvangen, evenals de producenten om dat werk te kunnen financieren. (…)(…)
(31) Er moet een rechtvaardig evenwicht van rechten en belangen worden gewaarborgd tussen de verschillende categorieën rechthebbenden en tussen de verschillende categorieën rechthebbenden en gebruikers van beschermd materiaal. (…)(…)
(35) Rechthebbenden dienen, in bepaalde uitzonderlijke gevallen, een billijke compensatie te ontvangen om hen naar behoren te compenseren voor het gebruik van hun beschermde werken of ander beschermd materiaal. Bij de bepaling van de vorm, de modaliteiten en het mogelijke niveau van die billijke compensatie moet rekening worden gehouden met de bijzondere omstandigheden van elk geval. Bij de beoordeling van deze omstandigheden zou een zinvol criterium worden gevormd door het mogelijke nadeel voor de rechthebbenden als resultaat van de betreffende handeling. (…) In bepaalde situaties waar de schade voor de rechthebbende minimaal zou zijn, is het mogelijk dat geen betalingsverplichting ontstaat.(…)
(38) Het moet de lidstaten worden toegestaan om ten aanzien van bepaalde vormen van reproductie van geluidsmateriaal, beeldmateriaal en audiovisueel materiaal voor privé-gebruik, in een beperking of restrictie op het reproductierecht te voorzien, welke gepaard gaat met een billijke compensatie. Dit kan de invoering of verdere toepassing omvatten van vergoedingsstelsels om het nadeel voor de rechthebbenden te compenseren. (…)
3.2
De hiermee corresponderende Nederlandse bepalingen zijn de artikelen 16c e.v. Auteurswet (hierna: Aw).
3.2.1
Artikel 16c lid 1 Aw voorziet in de thuiskopie-uitzondering en lid 2 van dat artikel bepaalt dat voor de aldus geoorloofde thuiskopie een billijke vergoeding (hierna: de vergoeding of de thuiskopievergoeding) verschuldigd is door de fabrikant of de importeur van de in lid 1 bedoelde voorwerpen waarop die kopie kan worden gemaakt (hierna: de betalingsplichtige en de dragers), ten behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden.
3.2.2
Artikel 16c lid 6 Aw bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden gegeven met betrekking tot onder andere de hoogte, verschuldigdheid en vorm van die vergoeding. Krachtens artikel 16e Aw wordt die hoogte vastgesteld door de Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding (hierna: SONT).
3.2.3
Krachtens artikel 16d lid 1 Aw moet die vergoeding worden betaald aan De Thuiskopie, die belast is met de inning en verdeling daarvan.
3.2.4
Artikel 16c leden 3 en 4 Aw bepaalt, in het geval van invoer en uitvoer van dragers, dat de verplichting tot betaling van de vergoeding ontstaat op het tijdstip van invoer en vervalt als een betalingsplichtige een drager uitvoert.
3.2.5
Op grond van artikel 16f Aw moet de betalingsplichtige:
- onverwijld of binnen een met De Thuiskopie overeengekomen tijdvak opgave doen aan De Thuiskopie van het aantal van de door hem geïmporteerde of vervaardigde dragers; en
- aan De Thuiskopie op aanvraag onverwijld die bescheiden ter inzage te geven, waarvan kennisneming noodzakelijk is voor de vaststelling van de verschuldigdheid en de hoogte van de vergoeding.
3.2.6
Artikel 16ga lid 1 Aw bepaalt dat verkopers van dragers verplicht zijn aan De Thuiskopie op verzoek inzage te geven in de bescheiden waarvan kennisneming noodzakelijk is om vast te stellen of de vergoeding is betaald door de betalingsplichtige. Als de verkoper dat niet kan aantonen en uit die bescheiden ook niet blijkt wie de betalingsplichtige is, moet hij die vergoeding op grond van het tweede lid van die bepaling zelf betalen.
3.3
De Nederlandse wetgever is er bij de inrichting van dit stelsel van uitgegaan dat de betalingsplichtige de thuiskopievergoeding als opslag op zijn verkoopprijs doorbelast aan zijn afnemer en dat de opvolgende schakels in de verkoopketen hetzelfde doen, zodat die vergoeding uiteindelijk wordt betaald door de privégebruiker.

4.Feitelijke achtergrond

4.1
De Thuiskopie heeft in 2015, 2018 en 2023 opeenvolgende regelingen vastgesteld voor restitutie van de thuiskopievergoeding bij: (i) uitvoer; (ii) zakelijk gebruik; of (iii) levering aan een zakelijke gebruiker. Volgens deze regelingen kan restitutie bij uitvoer worden aangevraagd door de inkoopfactuur; de verkoopfactuur en het transportdocument van de betrokken dragers te uploaden op een
portalvan De Thuiskopie.
4.2
De Thuiskopie biedt aan betalingsplichtigen aan om met hen een incasso-overeenkomst te sluiten waarin, in het geval van in- en uitvoer, nadere afspraken worden gemaakt over de wijze en het moment van opgave daarvan en het moment van betaling van de daarmee verband houdende thuiskopievergoeding. Die incasso-overeenkomst heeft onder andere de volgende voordelen voor betalingsplichtigen die die hebben gesloten (hierna: incasso-contractanten):
- incasso-contractanten kunnen onder voorwaarden onderling heffingsvrij aan elkaar leveren en maandelijks achteraf opgave doen bij De Thuiskopie van de transacties die in die maand hebben plaatsgevonden;
- incasso-contractanten kunnen de betaling aan Thuiskopie uitstellen totdat de vergoedingsplichtige dragers daadwerkelijk zijn verkocht, in plaats van op het moment van in het verkeer brengen of invoer, zoals artikel 16c lid 3 Aw bepaalt;
- de thuiskopievergoeding over uitgevoerde dragers kan bij uitvoer worden verrekend met de verschuldigde, maar nog niet betaalde vergoeding bij invoer, in plaats van dat zij eerst bij invoer moet worden voorgefinancierd en afgedragen en vervolgens met een restitutieverzoek moet worden teruggevraagd.
4.3
PhoneZone houdt zich sinds 2016 bezig met de wereldwijde in- en verkoop van dragers. Zij verkoopt die dragers meestal aan groothandels, maar sporadisch ook aan detailhandels.
4.4
De Thuiskopie heeft vanaf eind 2018 met Phonezone gecorrespondeerd over de opgaves en de afdracht van de thuiskopievergoedingen voor de jaren vanaf 2017. Zij heeft PhoneZone in de loop der jaren verzocht opgave te doen over de jaren 2015-2021 en heeft PhoneZone (voorschot) facturen doen toekomen over de jaren 2017-2021. In 2021 heeft De Thuiskopie, ter verzekering van haar vorderingen met betrekking tot de jaren 2017 en 2019-2021, conservatoir beslag laten leggen ten laste van PhoneZone.
4.5
PhoneZone had eind 2018 geen incasso-overeenkomst met De Thuiskopie en deze heeft Phonezone eind 2020 bericht dat zij die overeenkomst met haar voorlopig niet zou sluiten. In de jaren daarna hebben partijen geen incasso-overeenkomst met elkaar gesloten.

5.Procedure bij de rechtbank

5.1
De Thuiskopie heeft PhoneZone gedagvaard en (na wijziging van eis) gevorderd dat Phonezone, met verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad en veroordeling in de proceskosten, samengevat:
[a] wordt veroordeeld tot betaling van:
(i) € 95.777,50 aan vergoeding over 2017;
(ii) € 349.861,00 aan vergoeding over 2018;
(iii) € 321.951,90 aan vergoeding over 2019; en
(iv) € 18.389,40, aan vergoeding over 2020;
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf telkens de laatste dag van het betrokken jaar;
[b] wordt veroordeeld om aan De Thuiskopie opgave te doen van het aantal door haar in Nederland ingevoerde of vervaardigde vergoedingsplichtige dragers in 2016 en in het deel van 2021 tot aan de datum van het te wijzen vonnis;
[c] wordt veroordeeld om aan Thuiskopie opgave te doen van het aantal door haar in Nederland verkochte vergoedingsplichtige dragers in de in vordering [b] bedoelde tijdvakken, met afschriften van stukken waarvan kennisneming noodzakelijk is om vast te stellen of de betrokken betalingsplichtigen daarover de thuiskopievergoeding hebben betaald dan wel wie die betalingsplichtigen zijn;
[d] wordt verboden om vergoedingsplichtige dragers in Nederland in te voeren of te verhandelen, waarover geen opgave is gedaan en/of niet de verschuldigde thuiskopievergoeding aan De Thuiskopie is voldaan;
de veroordelingen onder [b] tot en met [e] op straffe van dwangsommen.
5.2
De Thuiskopie heeft het volgende ten grondslag gelegd aan de hiervoor bedoelde vorderingen:
[a] de betalingsplicht van artikel 16c lid 2 Aw, waarbij de wettelijk rente op grond van artikel 16c lid 3 Aw in het geval van invoer ontstaat bij die invoer;
[b] de opgaveplicht van artikel 16f Aw;
[c] de exhibitieplicht van artikel 16ga Aw
[d] de omstandigheid dat Phonezone sinds 2016 stelselmatig in gebreke blijft aan haar wettelijke opgave- en betalingsverplichtingen te voldoen.
5.3
Phonezone heeft onder andere als verweer gevoerd dat het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding, waarin die vergoeding niet wordt geheven bij de privégebruiker die zich op de thuiskopie-uitzondering kan beroepen, maar op, in het geval van Phonezone, de importeur, in strijd is met artikel 5 lid 2 onder Pro b ARl. Daarnaast heeft zij een beroep gedaan op verrekening met de thuiskopievergoedingen met betrekking tot dragers die hetzij door haarzelf, hetzij door haar afnemers zijn uitgevoerd.
5.4
De rechtbank heeft de hiervoor beschreven vorderingen van De Thuiskopie toegewezen en Phonezone veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat zij:
- de wettelijke rente over de onder [a] gevorderde hoofdsommen heeft vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van facturen die De Thuiskopie voor de betrokken bedragen had verstuurd in plaats van vanaf het (eerder gelegen) einde van de betrokken jaren;
- uitvoeringsvoorschriften heeft geformuleerd bij het verbod gevorderd onder [d]; en
- de dwangsommen deels heeft gematigd en heeft gemaximeerd.
5.5
De rechtbank heeft daarbij verworpen het verweer van Phonezone met betrekking tot de strijdigheid van het Nederlandse thuiskopievergoedingsstelsel met artikel 5 lid 2 onder Pro b ARl en het beroep van PhoneZone op verrekening.

6.Vorderingen in hoger beroep

6.1
PhoneZone vordert in principaal hoger beroep dat het hof, samengevat:
-
primairde vorderingen van De Thuiskopie alsnog afwijst;
-
subsidiair(i) de termijn van veertien dagen waarbinnen Phonezone moest voldoen aan de opgaveveroordelingen 6.2 en 6.3 van het bestreden vonnis verlengt;
(ii) de dwangsomveroordelingen in de beslissingen 6.2 tot en met 6.4 van dat vonnis vernietigt.
Haar bezwaren hebben betrekking op de in de vorige alinea weergegeven onderdelen van het oordeel van de rechtbank, op de termijn van de opgaveveroordelingen en op de dwangsomveroordelingen.
6.2
De Thuiskopie heeft bij memorie van grieven in incidenteel hoger beroep toegelicht dat zij ondertussen van PhoneZone stukken had ontvangen die haar enerzijds in staat hadden gesteld om nieuwe vergoedingsfacturen op te stellen en anderzijds om restitutieverzoeken van PhoneZone te honoreren, en dat zij daardoor tot bedragen kwam die deels nieuw waren en deels afweken van de bedragen die zij in eerste aanleg had gevorderd. Zij vorderde in die memorie, met wijziging van eis, dat het hof het bestreden vonnis vernietigt voor zover de rechtbank haar vorderingen heeft afgewezen en, deels opnieuw rechtdoende, Phonezone veroordeelt tot betaling van, samengevat, de volgende bedragen aan vergoeding:
(i) € 45.657,50 over 2016;
(ii) € 95.550,00 over 2017;
(iii) € 347.688,40 over 2018;
(iv) € 321.951,90 over 2019;
(v) € 18.013,10, over 2020;
(vi) € 83.983,80 over 2021;
(vii) € 50.410,90 over 2022;
(viii) € 604.841,09 over januari tot en met september 2023;
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf telkens de laatste dag van het betrokken jaar in het geval van de bedragen (i) tot en met (vii) en vanaf 30 september 2023 in het geval van het bedrag (viii).
6.3
Afgezien van deze herberekeningen hebben de bezwaren van De Thuiskopie tegen het bestreden vonnis betrekking op de toewijzing van de wettelijke rente vanaf de dag van haar facturen in plaats van vanaf de laatste dag van het betrokken jaar of tijdvak.
6.4
Bij haar aktes van 3 juli 2025 en 9 september 2025 heeft De Thuiskopie toegelicht dat PhoneZone inmiddels de verschuldigde bedragen voor de jaren 2017 tot en met 2020 had afgedragen en dat zij inmiddels facturen had weten op te stellen voor het laatste kwartaal 2023, het jaar 2024 en de eerste paar maanden van 2025. Zij heeft haar eis daarom aldus gewijzigd dat het hof het bestreden vonnis vernietigt voor zover de rechtbank haar vorderingen heeft afgewezen en, deels opnieuw rechtdoende, Phonezone veroordeelt tot betaling van, samengevat, de volgende bedragen:
(i) € 45.657,50 aan vergoeding over 2016;
(ii) de wettelijke rente over € 95.550,00 (vergoeding 2017) vanaf 31 december 2017;
(iii) de wettelijke rente over € 347.688,40 (vergoeding 2018) vanaf 31 december 2018;
(iv) de wettelijke rente over € 321.951,90 (vergoeding 2019) vanaf 31 december 2019;
(v) de wettelijke rente over € 18.013,10 (vergoeding 2020) vanaf 31 december 2020;
(vi) € 83.983,80 aan vergoeding over 2021;
(vii) € 50.410,90 aan vergoeding over 2022;
(viii) € 604.841,09 aan vergoeding over januari tot en met september 2023;
(ix) € 23.270,00 aan vergoeding over oktober tot en met december 2023;
(x) € 26.506,30 aan vergoeding over 2024;
(xi) € 298.899,00 aan vergoeding over januari tot en met april 2025;
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf telkens de laatste dag van het betrokken jaar in het geval van de bedragen (i), (vi), (vii), (ix) en (x), vanaf 30 september 2023 in het geval van het bedrag (viii) en vanaf 30 april 2025 in het geval van het bedrag (xi), met afgifte van een certificaat in de zin van artikel 53 van Pro Verordening Brussel I
bis [2] .

7.Beoordeling in hoger beroep

Toelaatbaarheid van de vermeerdering van eis

7.1
Phonezone heeft bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis die De Thuiskopie heeft ingesteld bij akte voorafgaand aan de mondelinge behandeling: volgens Phonezone is deze vermeerdering in strijd met de eisen van een goede procesorde. Het hof verwerpt dat bezwaar. Thuiskopie heeft haar akte houdende vermeerdering van eis op 20 juni 2025 genomen en Phonezone heeft daarop kunnen reageren tijdens die mondelinge behandeling en is ook in de gelegenheid gesteld om daarna daarop te reageren, bij afzonderlijke akte. Het hof heeft hiervoor onder 6.2 de eis van De Thuiskopie weergegeven, zoals aldus vermeerderd (en daarna weer verminderd).
Verenigbaarheid van het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding met artikel 5 lid 2 onder Pro b ARl
- Vraag naar de rechtstreekse werking van de Auteursrechtrichtlijn
7.2
Phonezone stelt dat de door De Thuiskopie gevorderde vergoedingen niet kunnen worden toegewezen omdat het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding in strijd is met artikel 5 lid 2 onder Pro b ARl. Of zij daarbij terecht bepleit dat zij zich ten opzichte van De Thuiskopie kan beroepen op rechtstreekse werking van artikel 5 lid 2 onder Pro b) ARl kan daarbij in het midden blijven, omdat het hof van oordeel is dat op dit punt geen sprake is van een onjuiste omzetting van de ARl.
- Stellingen van Phonezone en rechtspraak van het HvJ EU
7.3
Tussen partijen is niet in geschil dat het Nederlandse wettelijk stelsel, waarbij de plicht tot betaling van de vergoeding op grond van artikel 16c lid 3 Aw ontstaat bij het in het verkeer brengen door de fabrikant respectievelijk het invoeren door de importeur, niet voorziet in heffing bij de privégebruiker en evenmin in een vrijstelling vooraf voor dragers die (uiteindelijk) zakelijk worden gebruikt. Phonezone voert aan dat dat stelsel niet voldoet aan de door het HvJ EU ontwikkelde vereisten dat, onder andere:
- het heffen zonder onderscheid tussen privégebruik en zakelijk gebruik wordt gerechtvaardigd door praktische moeilijkheden; en
- het stelsel voorziet in een recht op teruggave bij zakelijk gebruik dat doeltreffend is en de teruggave niet uiterst moeilijk maakt.
Hierdoor voldoet dat Nederlandse stelsel volgens Phonezone niet aan het in overweging 31 van de considerans van de Auteursrechtrichtlijn gestelde vereiste van een rechtvaardig evenwicht tussen de rechthebbenden en de gebruikers van beschermd materiaal.
7.4
Voor de beoordeling van die klachten is van belang dat het HvJ EU artikel 5 lid 2 onder Pro b ARl, voor zover hier van belang, als volgt heeft uitgelegd in onder andere zijn arresten
Padawan, [3] De Thuiskopie, [4] Amazon.com, [5] Copydan Båndkopi, [6] HP/Reprobel, [7] EGEDA [8] en
Microsoft [9] :
- De thuiskopie-uitzondering is slechts facultatief en bepaalt evenmin de verschillende aspecten en parameters van het stelsel van billijke compensatie waarvan zij de invoering verplicht. De lidstaten hebben daarom binnen de grenzen van de ARl en van het Unierecht in het algemeen een ruime beoordelingsmarge om die aspecten en parameters in hun nationale recht te omschrijven, waaronder wie deze billijke compensatie moet afdragen en de vorm, de modaliteiten en het niveau ervan. [10] - Het stelsel dat zij daarvoor inrichten moet wel in beginsel verenigbaar zijn met de voornaamste doelstellingen van de ARl, die er zoals blijkt uit de overwegingen 4 en 9 van de considerans van die richtlijn in bestaat om een hoog niveau van bescherming van de intellectuele eigendom en auteursrechten te waarborgen, [11] en met het in overweging 31 van diezelfde considerans gestelde vereiste van een rechtvaardig evenwicht tussen de rechthebbenden en de gebruikers van beschermd materiaal [12] . Het stelsel moet daarom verzekeren dat aan de rechthebbenden een billijke compensatie wordt betaald en dat de modaliteiten ervan de daadwerkelijke inning van die compensatie waarborgen. [13] Het moet ook bepaalde mechanismen omvatten, zoals met name terugbetalingsmechanismen, om situaties te corrigeren waarin overcompensatie plaatsvindt ten nadele van gebruikers. [14] - Uit de overwegingen 35 en 38 van de considerans van de ARl volgt dat als nuttig criterium voor het vaststellen van het niveau van de billijke compensatie rekening moet worden gehouden met het “mogelijke nadeel” dat de rechthebbende als gevolg van de reproductiehandeling ondervindt. Die compensatie en dus het stelsel waarop zij berust moeten daarom verband houden met de schade die de rechthebbenden lijden als gevolg van het zonder toestemming kopiëren voor privégebruik. De billijke compensatie moet daarom worden beschouwd als de vergoeding van de door de auteur geleden schade. [15] Bovendien vertolkt het woord “compenseren” in die bepalingen de wil van de Uniewetgever om te voorzien in een specifieke compensatieregeling die wordt toegepast wanneer rechthebbenden nadeel wordt berokkend dat in beginsel de verplichting doet ontstaan om hen te “compenseren”. [16] Hieruit volgt dat de billijke compensatie noodzakelijkerwijs moet worden berekend op basis van het criterium van de schade geleden door de auteurs van beschermde werken als gevolg van de invoering van de uitzondering voor het kopiëren voor privégebruik. [17] Die billijke compensatie is in beginsel bestemd ter vergoeding van de schade die door daadwerkelijk gemaakte reproducties is berokkend. [18] - Degene die een thuiskopie maakt is de persoon die de rechthebbende benadeelt, zodat die persoon in beginsel verplicht is het met die thuiskopie gepaard gaande nadeel te vergoeden door het bekostigen van de compensatie die aan die houder zal worden betaald. [19] Gelet op de praktische moeilijkheden bij het heffen van de thuiskopiecompensatie van particulieren, mogen de lidstaten die compensatie echter financieren door middel van een heffing die – voordat de kopieën voor privégebruik worden gemaakt – wordt opgelegd aan personen die over dragers beschikken en deze ter beschikking stellen aan natuurlijke personen, gebruikers. Die leveranciers kunnen deze heffing dan aan die gebruikers doorberekenen, waardoor deze gebruikers uiteindelijk de last van de compensatie zullen dragen. [20] Deze heffing mag in elk geval niet worden toegepast op de leveringen van dragers aan andere dan natuurlijke personen die deze duidelijk voor andere doelen aanschaffen dan het kopiëren voor privégebruik (hierna: zakelijke gebruikers). [21] - De lidstaten kunnen die heffing onder bepaalde omstandigheden zonder onderscheid opleggen ter zake van alle dragers die geschikt zijn voor reproductie, waaronder in het geval waarin deze dragers uiteindelijk worden gebruikt op een manier die niet onder de thuiskopie-uitzondering valt. [22] Een dergelijk stelsel is alleen geoorloofd als de invoering ervan wordt gerechtvaardigd door praktische moeilijkheden en de betalingsplichtigen de mogelijkheid hebben te verzoeken om vrijstelling van de heffing of tenminste beschikken over een recht op terugbetaling van deze compensatie wanneer zij niet verschuldigd is. [23] Voorts moet het recht op terugbetaling doeltreffend zijn en de teruggave van de betaalde compensatie niet uiterst moeilijk maken, hetgeen inhoudt dat de reikwijdte, de doeltreffendheid, de beschikbaarheid, de bekendheid en de eenvoud van toepassing van het recht op terugbetaling een compensatie moeten vormen voor eventuele onevenwichtigheden die door het stelsel voor compensatie voor het kopiëren voor privégebruik zijn veroorzaakt om tegemoet te komen aan de geconstateerde praktische moeilijkheden. [24] In een geval waarin het betrokken stelsel geen afdoende garanties biedt voor vrijstelling van de compensatie voor producenten en importeurs die aantonen dat de dragers zijn aangeschaft voor duidelijk andere doeleinden dan het kopiëren voor privégebruik, moet het in elk geval een dergelijk recht op terugbetaling van de compensatie behelzen. [25] Als het betrokken vergoedingsstelsel de betalingsplichtigen de mogelijkheid biedt de heffing af te wentelen op de eindgebruiker van de drager, die aldus de lasten draagt, is het in beginsel in overeenstemming met het rechtvaardige evenwicht van overweging 31 van de considerans van de ARl dat enkel die eindverwerver terugbetaling van deze vergoeding kan krijgen, met als voorwaarde dat hij een verzoek daartoe indient bij de organisatie die de compensatie beheert. [26] - In een stelsel waarin de thuiskopieheffing wordt betaald door personen die installaties, apparaten en dragers ter beschikking stellen aan gebruikers of aan hen reproductiediensten verlenen, kan de heffing niet anders dan forfaitair zijn, omdat het bedrag daarvan wordt vastgesteld voordat effectief reproducties worden gemaakt en daarom niet kan worden bepaald op basis van het criterium van de daadwerkelijke schade. [27]
- Heffing voordat sprake kan zijn van een thuiskopie
7.5
Phonezone voert aan dat het Nederlandse stelsel van heffing bij de fabrikant dan wel importeur met zich brengt dat wordt geheven op een moment waarop met de betrokken dragers nog geen thuiskopieën kunnen worden gemaakt en er daarom nog geen aanspraak kan zijn op enige vergoeding voor die kopieën. Dat stelsel verplicht die betalingsplichtige bovendien om de vergoeding voor te financieren voordat hij enige drager heeft verkocht, hetgeen leidt tot een oneigenlijk rentevoordeel bij De Thuiskopie en een incassorisico bij de betalingsplichtige. Het stelsel voorziet ook niet in situaties waarin een importeur geen opgave heeft gedaan van een bepaalde invoer. PhoneZone meent dat importeurs door dit stelsel onevenredig worden belast. Heffing zou volgens Phonezone in ieder geval achterwege moeten blijven indien De Thuiskopie weet of redelijkerwijs kan weten dat dragers (uiteindelijk) niet zullen belanden bij een privégebruiker.
7.6
Het hof volgt Phonezone niet in deze bezwaren.
7.6.1
Zoals weergegeven hiervoor onder 7.4, vierde streepje, heeft het HvJ EU aanvaard dat de vergoeding niet rechtstreeks wordt geheven bij de privégebruiker, maar bij “personen die (…) dragers (…) ter beschikking stellen aan natuurlijke personen, gebruikers”. Het HvJ EU heeft daarbij uitdrukkelijk aanvaard dat de heffing wordt opgelegd “voordat de kopieën voor privégebruik worden gemaakt”. In datzelfde oordeel ligt besloten dat het HvJ EU heeft aanvaard dat die distributeur die heffing moet voorfinancieren, met de mogelijkheid dat hij een incassorisico loopt, en dat de heffende instantie in zoverre een rentevoordeel kan genieten.
7.6.2
Gelet op het voorgaande betoogt De Thuiskopie terecht dat Phonezone zelf de gevolgen moet dragen van het feit dat zij, zoals tussen partijen vaststaat, in strijd met de artikelen 16c lid 3 en 16f Aw jarenlang dragers heeft ingevoerd zonder onverwijld (i) daarvan opgave te doen en (ii) de daarmee gepaard gaande vergoeding af te dragen aan De Thuiskopie.
7.6.3
De Thuiskopie voert ook terecht aan dat met de normale werking van artikel 16c lid 4 Aw, de actie uit onverschuldigde betaling van 6:203 BW [28] en haar opeenvolgende restitutieregelingen kan worden uitgesloten dat een betalingsplichtige een thuiskopievergoeding afdraagt en vervolgens niet terugbetaald krijgt als hij de betrokken dragers uitvoert (of als de dragers door zijn afnemers worden uitgevoerd zonder dat deze zelf om terugbetaling vragen). Phonezone heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat De Thuiskopie in deze procedure aanspraak maakt op vergoeding met betrekking tot dragers waarvan zij weet of behoort te weten dat zij niet uiteindelijk bij een Nederlandse privégebruiker zijn terechtgekomen. Daar waar De Thuiskopie restitutie heeft geweigerd met betrekking tot dragers waarvan Phonezone had gesteld dat die door haarzelf of haar afnemers waren uitgevoerd kwam dat zoals hierna uiteengezet doordat De Thuiskopie op basis van de door Phonezone overgelegde stukken niet heeft kunnen vaststellen dat PhoneZone daadwerkelijk een vergoeding had afgedragen over de betrokken dragers en dat diezelfde dragers vervolgens daadwerkelijk waren uitgevoerd.
7.6.4
Gelet op het voorgaande is niet relevant dat Phonezone, zoals zij aanvoert, zelf niet aan particulieren levert.
- Praktische moeilijkheden die heffing zonder onderscheid tussen zakelijk en privégebruik rechtvaardigen
7.7
Volgens Phonezone wordt het heffen bij een andere dan de eindconsument/gebruiker, zonder wettelijk onderscheid vooraf tussen zakelijk en privégebruik, niet gerechtvaardigd door praktische moeilijkheden. Niet is gebleken dat er praktische bezwaren kleven aan het op het niveau van de detailhandelaar opleggen van een heffing aan de privégebruiker, zoals dat bijvoorbeeld voor de btw gebeurt, terwijl het heffen bij de fabrikant of importeur deze laatste met een zeer kostbare administratieve verplichting opzadelt.
7.8
Het hof volgt Phonezone niet in deze bezwaren.
7.8.1
Met De Thuiskopie is het hof van oordeel dat het HvJ EU met zijn hiervoor onder 7.4, vierde streepje, weergegeven oordeel dat de vergoeding niet rechtstreeks hoeft te worden geheven bij de privégebruiker, maar ook kan worden geheven bij “personen die (…) dragers (…) ter beschikking stellen aan natuurlijke personen, gebruikers” niets heeft gezegd over de vraag bij welke schakel van de distributieketen moet worden geheven.
7.8.2
De Thuiskopie heeft onweersproken aangevoerd dat een stelsel waarin bij de detailhandelaar zou worden geheven zou resulteren in vele duizenden incassopunten. Het hof volgt De Thuiskopie in haar stelling dat de werking van het inningsstelsel daardoor ernstig zou worden bemoeilijkt of zelfs onmogelijk zou worden gemaakt, het risico op fouten en handhavingsproblemen zou stijgen en haar apparaatskosten exponentieel zouden toenemen. Het is ook om die reden dat de wetgever heeft gekozen voor heffing bij de fabrikant of importeur. [29] De Thuiskopie voert terecht aan dat de vergelijking met de wijze waarop de Belastingdienst btw heft mank gaat, omdat de Belastingdienst wat publiekrechtelijke bevoegdheden en mankracht niet kan worden vergeleken met De Thuiskopie.
7.8.3
De enkele verwijzing door Phonezone naar het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 september 2020 (
Sobi c.s./Staat en De Thuiskopie) [30] kan niet tot een ander oordeel leiden: de daar aan orde zijnde procedure had deels betrekking op een ander tijdvak, waarin zakelijke gebruikers volgens een zogeheten
mutualisation-stelsel moesten meebetalen aan de thuiskopievergoeding, en de rechtbank heeft in die zaak beslist op grond van de daar uitgewisselde argumenten, die afwijken van de argumenten die in deze procedure zijn aangevoerd.
7.8.4
Het hof ziet blijkens het voorgaande geen aanleiding om – zoals PhoneZone heeft voorgesteld – prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU.
- Doeltreffend recht op restitutie
7.9
Volgens Phonezone is het recht op restitutie binnen het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoedingen niet doeltreffend. Volgens haar is daarbij sprake van een ongelijke bewijslastverdeling die ten nadele werkt van de betalingsplichtige die om restitutie verzoekt, omdat importfacturen voldoende zijn om een betalingsplicht in het leven te roepen, terwijl voor een restitutieverzoek niet kan worden volstaan met een verkoopfactuur en een verklaring van de afnemer dat deze de betrokken dragers heeft geëxporteerd. Volgens Phonezone is dit systeem voor een handelaar onuitvoerbaar, omdat hij daarvoor een zeer kostbare en tijdrovende administratie moet voeren, bijvoorbeeld op het niveau van het IMEI-nummer (
International Mobile Equipment Identity Number).
7.1
Deze klachten stuiten af op het volgende.
7.10.1
Uit de hiervoor weergegeven rechtspraak van het HvJ EU volgt dat de lidstaten die de thuiskopie-uitzondering hebben ingevoerd binnen de grenzen van de Auteursrechtrichtlijn en het Unierecht een ruime beoordelingsmarge hebben om de aspecten en parameters van het daarvoor te hanteren vergoedingsstelsel in te richten, maar dat dat stelsel enerzijds moet verzekeren dat de daadwerkelijke inning van die vergoeding wordt gewaarborgd en anderzijds moet voorzien mechanismen, waaronder terugbetalingsmechanismen, om situaties te corrigeren waarin overcompensatie plaatsvindt ten nadele van gebruikers.
7.10.2
Artikel 16c lid 4 Aw bepaalt in dat verband dat de verplichting tot betaling van de vergoeding vervalt indien de betalingsplichtige een drager uitvoert. Dit houdt in dat wanneer de vergoeding bij invoer of het in het verkeer brengen is afgedragen, deze moet worden terugbetaald. De Thuiskopie wijst er terecht dat een betalingsplichtige daarvoor onder andere een beroep kan doen op de algemene actie uit onverschuldigde betaling van artikel 6:203 BW Pro. [31]
7.10.3
Procesrechtelijk vertaalt zich dat op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro als volgt:
(i) wanneer De Thuiskopie zich wenst te beroepen op de rechtsgevolgen van artikel 16c leden 2 en 3 Aw, namelijk dat een vergoeding verschuldigd is, zal zij moeten stellen, en bij voldoende onderbouwde betwisting bewijzen, dat een betalingsplichtige dragers in het verkeer heeft gebracht dan wel heeft ingevoerd; en
(ii) wanneer een betalingsplichtige zich na uitvoer wenst te beroepen op de rechtsgevolgen van artikel 16c lid 4 Aw en/of artikel 6:203 BW Pro, namelijk dat de vergoeding moet worden terugbetaald, zal hij moeten stellen, en bij voldoende onderbouwde betwisting bewijzen, dat de betrokken dragers zijn uitgevoerd.
Deze verdeling is op zichzelf symmetrisch.
7.10.4
De Thuiskopie voert terecht aan dat voor restitutie niet voldoende is dat de betalingsplichtige een verkoopfactuur en verklaringen overlegt, aangezien De Thuiskopie:
(i) een inkoopfactuur nodig heeft om te controleren of over de betrokken dragers wel een vergoeding is afgedragen; en
(ii) transportstukken nodig heeft om te controleren of die dragers daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
Anders riskeert zij namelijk dat zij een vergoeding terugbetaalt die daarvoor niet aan haar was afgedragen.
7.10.5
Daarbij geldt dat daar waar restitutie in het geval van Phonezone en haar afnemers in het verleden spaak is gelopen, dat niet het gevolg is geweest van onvolkomenheden in het door De Thuiskopie gehanteerde restitutiestelsel of het door haar daarvoor ter beschikking gestelde
portal, maar van het feit dat Phonezone, zoals tussen partijen vaststaat, dragers heeft ingevoerd en doorverkocht zonder daarvoor een vergoeding af te dragen en door te berekenen in haar verkoopprijs. Het spreekt dan voor zich dat noch Phonezone noch haar afnemers voor restitutie in aanmerking komen. Phonezone heeft geen concrete voorbeelden gegeven van restitutieverzoeken die De Thuiskopie niet heeft gehonoreerd terwijl Phonezone voor de betrokken dragers haar aankoopfactuur, haar verkoopfactuur en een transportdocument heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij over die dragers de vergoeding heeft betaald en dat die dragers vervolgens zijn uitgevoerd.
7.10.6
De Thuiskopie heeft ook onweersproken aangevoerd dat zij Phonezone in het geval van uitvoer naar België al tegemoet is gekomen door stukken te aanvaarden van haar Belgische tegenhanger Auvibel waaruit blijkt dat bepaalde dragers in België zijn ingevoerd. Daarbij geldt dat de positie van Auvibel als collectieve beheerder van het Belgische thuiskopievergoedingsstelsel niet vergelijkbaar is met die van de afnemers van Phonezone, zodat De Thuiskopie niet onredelijk handelt als zij de verklaringen van Auvibel aanvaardt dat dragers naar België zijn ingevoerd, maar niet die van de afnemers van Phonezone, zonder transportdocumenten, dat zij dragers uit Nederland hebben uitgevoerd.
7.10.7
De Thuiskopie heeft gemotiveerd betwist dat een administratie op het niveau van afzonderlijke IMEI-nummers is vereist om een restitutieverzoek te kunnen indienen: voor zo’n verzoek is volgens haar voldoende dat de hiervoor bedoelde stukken op partijniveau worden overgelegd. Phonezone heeft aangevoerd dat het voor haar moeilijk, zo niet ondoenlijk is om de door De Thuiskopie vereiste
paper trailbij te houden, maar daarmee heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat dat voor iedereen zo is en dat dat stelsel daarom niet mag worden toegepast.
7.10.8
Uit het voorgaande volgt dat, anders dan Phonezone aanvoert, de restitutiecriteria transparant zijn en De Thuiskopie niet eenzijdig optreedt bij de toepassing daarvan.
7.11
Phonezone klaagt dat De Thuiskopie in strijd handelt met de redelijkheid en billijkheid, althans te kwader trouw, wanneer zij de volledige bewijslast omtrent het recht op teruggave op Phonezone legt, terwijl zij zelf zou kunnen meewerken aan de vaststelling van het recht op terugbetaling. In het verleden heeft Phonezone verzuimd om de thuiskopievergoeding bij haar afnemers in rekening te brengen, omdat zij ervan uitging dat die afnemers het merendeel van de betrokken dragers zouden uitvoeren. Phonezone begrijpt dat zij dat wel had moeten doen, maar gevolg hiervan is volgens haar wel dat De Thuiskopie nu op formele gronden van haar betaling verlangt van een vergoeding met betrekking tot dragers die al lang en breed zijn uitgevoerd en waarmee dus feitelijk geen thuiskopieën gemaakt kunnen worden in Nederland. Zij stelt dat dit in strijd is met het stelsel van artikel 5 lid 2 aanhef Pro en onder b) ARl en dat daarom op De Thuiskopie een zorgplicht rust om te voorkomen dat zij hierdoor ongerechtvaardigd wordt verrijkt. Die zorgplicht houdt volgens Phonezone in dat De Thuiskopie de middelen die zij heeft moet inzetten om Phonezone te helpen in die gevallen waarin Phonezone niet kan aantonen dat bepaalde dragers zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld door relevante gegevens op te vragen bij de afnemers van Phonezone met wie zijn een incasso-overeenkomst heeft of door op grond van artikel 16ga Aw gegevens op te vragen bij verkopers van dragers.
7.12
Ook deze klacht faalt.
7.12.1
De Thuiskopie wijst er terecht op dat het voor rekening en risico van Phonezone komt dat (i) zij in het verleden dragers heeft ingevoerd zonder daarover de vergoeding af te dragen en door te berekenen; en (ii) nu niet meer in staat is om van haar afnemers de stukken te ontvangen waaruit blijkt dat de betrokken dragers zijn uitgevoerd. Zoals De Thuiskopie terecht opmerkt, hebben die afnemers immers geen belang bij het bewaren van de uitvoerstukken omdat Phonezone hen geen thuiskopievergoeding heeft doorberekend.
7.12.2
De Thuiskopie heeft daarnaast toegelicht dat zij niet over middelen beschikt om Phonezone te helpen.
- Met betrekking tot de door Phonezone gestelde mogelijkheden op grond van de incasso-overeenkomsten geldt dat een deel van de afnemers van Phonezone zo’n overeenkomst heeft, maar een deel ook niet. Voor die afnemers met wie De Thuiskopie die overeenkomst heeft gesloten geldt vervolgens dat die overeenkomst er niet in voorziet dat de incasso-contractant aan De Thuiskopie gegevens verstrekt met betrekking tot dragers die hij heeft gekocht van een niet-incassocontractant, zoals Phonezone. Anders dan Phonezone aanvoert, kan er onder de incasso-overeenkomst geen rapportageplicht ontstaan van een verkoper naar De Thuiskopie wanneer een betalingsplichtige als Phonezone dragers anders dan op grond van zo’n overeenkomst heffingsvrij aan die verkoper heeft geleverd: de incasso-overeenkomst regelt namelijk alleen de mogelijkheid en gevolgen van heffingsvrije levering tussen incasso-contractanten. De Thuiskopie heeft tijdens de mondelinge behandeling onweersproken toegelicht dat geen van de drie afnemers van Phonezone die Phonezone bij die mondelinge behandeling had meegenomen een incasso-contractant is.
- Met betrekking tot artikel 16ga Aw wijst De Thuiskopie er terecht op dat een verkoper van dragers op grond van die bepaling kan worden verplicht om gegevens te verstrekken over het in het verkeer brengen, de invoer en de afdracht, maar niet over een eventuele uitvoer.
7.12.3
De Thuiskopie wijst er ten slotte terecht op dat het overnemen van onderzoekwerkzaamheden die eigenlijk voor rekening en risico komen van de restitutieverzoeker tot aanzienlijke apparaatskosten zou leiden die in aftrek zouden komen van de gelden die zij aan de rechthebbende kan uitkeren. Phonezone heeft ook niet duidelijk gemaakt wat de meerwaarde zou zijn van verzoeken om opheldering van De Thuiskopie aan de door Phonezone opgegeven afnemers met betrekking tot de uitvoer van bepaalde partijen dragers ten opzichte van de situatie waarin Phonezone die afnemers zelf om opheldering zou vragen.
7.13
Phonezone klaagt dat De Thuiskopie de restitutie in haar geval onevenredig moeilijk en belastend maakt doordat zij weigert om met haar een incasso-overeenkomst te sluiten. In antwoord daarop heeft De Thuiskopie terecht aangevoerd dat zij die overeenkomst aanbiedt als vergemakkelijking ten opzichte van het wettelijke stelsel van de artikelen 16c e.v. Aw, maar dat het haar vrijstaat om die te weigeren bij betalingsplichtigen zoals Phonezone die structureel niet aan hun aangifte- en betalingsplichten hebben voldaan, zoals in deze zaak tussen partijen vaststaat.
- Rechtvaardig evenwicht
7.14
Het voorgaande houdt in dat niet is komen vast te staan dat het Nederlandse stelsel niet voldoet aan het in overweging 31 van de considerans bij de Auteursrechtrichtlijn bedoelde vereiste van een rechtvaardig evenwicht tussen de belangen van de rechthebbenden en de gebruikers van beschermd materiaal.
Het beroep van Phonezone op verrekening
- Omkering van de bewijslast wegens een risico op dubbele heffing
7.15
PhoneZone heeft in eerste aanleg een beroep gedaan op verrekening van de vorderingen van De Thuiskopie met eigen vorderingen van haar op De Thuiskopie op grond van restitutie na uitvoer. Volgens Phonezone doet zich in deze zaak een bijzondere omstandigheid voor die een omkering rechtvaardigt van de bewijslast met betrekking tot de feiten en omstandigheden waarmee zij de betrokken restitutievorderingen moet onderbouwen. In de onderhavige zaak bestaat volgens PhoneZone namelijk een risico van dubbele heffing: De Thuiskopie vordert van Phonezone een vergoeding met betrekking tot bepaalde dragers, maar De Thuiskopie kan op de voet van artikel 16ga Aw ook de verkopers van die dragers hebben aangesproken of aanspreken, met als gevolg dat die verkopers met betrekking tot dezelfde dragers al een vergoeding kunnen hebben betaald, althans zullen moeten betalen.
7.16
Het hof volgt Phonezone niet in dit standpunt. Tussen partijen staat vast dat Phonezone dragers heeft ingevoerd en dat zij daarover geen vergoeding heeft afgedragen. Deze wordt in deze procedure voor het eerst door De Thuiskopie gevorderd. Omdat De Thuiskopie weet dat de betrokken dragers door Phonezone zijn ingevoerd, is voor de toekomst uitgesloten dat De Thuiskopie met betrekking tot diezelfde dragers een tweede betaling zal vorderen van een verkoper op grond van artikel 16ga Aw. Anders dan Phonezone aanvoert is dat niet slechts een kwestie van goed vertrouwen. Als de verkoper aantoont dat Phonezone de importeur is en ook inmiddels heeft afgedragen, ontbreekt immers de wettelijke grondslag voor De Thuiskopie om nog een afdracht te verlangen. Wat het verleden betreft heeft De Thuiskopie onweersproken aangevoerd dat niet eerder aan haar een thuiskopievergoeding is afgedragen met betrekking tot de dragers waarvoor zij in de onderhavige procedure die vergoeding van Phonezone vordert.
-Het aanbod tot nadere bewijslevering in eerste aanleg
7.17
Phonezone klaagt dat de rechtbank haar ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om door middel van nadere stukken de feiten en omstandigheden nader te onderbouwen of te bewijzen die zij ten grondslag heeft gelegd aan haar beroep op verrekening met betrekking tot de jaren 2016 tot en met 2021. Zij heeft de betrokken stukken in hoger beroep alsnog in het geding gebracht.
7.18
Deze klacht kan op zichzelf niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden, omdat het hof op grond van de herkansingsfunctie binnen het door de grieven ontsloten gebied zelfstandig de feiten vaststelt en beoordeelt die (opnieuw of voor het eerst) worden aangevoerd ter onderbouwing van een stelling of verweer. Die herkansingsfunctie kan ertoe leiden dat partijen het hoger beroep benutten om hun vorderingen, stellingen en verweren aan te passen of om nieuwe vorderingen in te stellen of nieuwe stellingen of verweren aan te voeren. Dat dit met zich brengt dat slechts in één feitelijke instantie over die nieuwe of gewijzigde vorderingen, stellingen of verweren wordt beslist doet hier niet aan af, omdat dat eigen is aan de devolutieve werking van het hoger beroep. [32]
7.19
Anders dan Phonezone aanvoert houden artikel 6 EVRM Pro en de beginselen van een eerlijk proces niet in dat een partij bij een civiele procedure recht heeft op berechting van al haar stellingen en verweren in twee feitelijke instanties. En anders dan Phonezone aanvoert kan het hof zich niet deels aan zijn taak van rechter in hoger beroep onttrekken door een gedeelte van de beslissing van het aan zijn oordeel onderworpen geschil terug te wijzen naar de betrokken rechter in eerste aanleg. [33]
7.2
Overigens heeft de rechtbank in de omstandigheden van het geval terecht geoordeeld dat Phonezone te laat was met het overleggen van de voor restitutie benodigde stukken, aangezien Phonezone daartoe al sinds 2020 meermalen in de gelegenheid was gesteld.
- Beoordeling van de nadere stukken van Phonezone
7.21
De Thuiskopie betwist terecht dat de stukken die Phonezone in hoger beroep heeft overlegd als producties 19 tot en met 23 en 25 tot en met 27 tot restitutie kunnen leiden.
7.21.1
De doorverkoopfacturen van afnemers die Phonezone als producties 19, 20, 22, 23 en 25 in het geding heeft gebracht zijn niet voorzien van de corresponderende facturen waaruit kan worden afgeleid dat de dragers bij Phonezone zijn ingekocht.
- Met betrekking tot productie 19 heeft De Thuiskopie onweersproken aangevoerd dat de betrokken afnemer van Phonezone diezelfde verkoopfacturen voor een deel al bij De Thuiskopie heeft ingediend om zelf een beroep te kunnen doen op verrekening van een heffing wegens invoer met een restitutie wegens uitvoer.
- Met betrekking tot productie 22 geldt daarnaast dat deze geen transportbewijzen bevat, waardoor niet kan worden opgemaakt of de betrokken dragers zijn uitgevoerd.
7.21.2
Producties 21 en 26 bevatten jaaropgaven van twee incasso-contractanten.
- Voor zover die opgaven betrekking hebben op heffingsvrije (door)leveringen geldt dat dit slechts transacties tussen incasso-contractanten kan betreffen, en daarom niet relevant is voor de situatie van PhoneZone.
- Voor zover zij betrekking hebben op dragers waarover De Thuiskopie een vergoeding heeft gefactureerd geldt dat PhoneZone geen stukken in het geding heeft gebracht waaruit volgt dat de betrokken incasso-betrokken die dragers bij haar hebben ingekocht.
7.21.3
Productie 27 bevat slechts een e-mailbericht van Phonezone aan haar gemachtigde met een link naar een WeTransfer-bestand; de onderliggende stukken zijn niet in het geding gebracht.
7.22
Met betrekking tot producties 24 en 28 heeft De Thuiskopie onweersproken toegelicht dat de daar opgenomen stukken al hebben geleid tot creditfacturen respectievelijk een vermindering van eis in eerste aanleg.
De nieuwe hoofdsomvorderingen in hoger beroep van De Thuiskopie
7.23
De Thuiskopie heeft in hoger beroep nieuwe hoofdsomvorderingen ingesteld voor de jaren 2016 en 2021 tot en met 2024 en de eerste vier maanden van 2025, eerst bij memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens grieven in incidenteel hoger beroep en daarna, toen nieuwe gegevens beschikbaar waren gekomen, bij akte wijziging en vermeerdering van eis.
7.24
Tegenover deze met stukken van Phonezone zelf onderbouwde hoofdsomvorderingen van De Thuiskopie heeft Phonezone slechts algemene betwistingen gesteld die zij niet met stukken heeft onderbouwd, terwijl dat wel op haar weg had gelegen.
7.24.1
Phonezone heeft bij memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep niet anders op de eerste eisvermeerdering gereageerd dan door een herhaling van haar bezwaren in principaal hoger beroep tegen diverse aspecten van het Nederlandse stelsel en de daarbij gehanteerde bewijslastverdeling. Het hof heeft deze bezwaren hiervoor verworpen.
7.24.2
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Phonezone op beide vermeerderingen van eis gereageerd met algemene betwistingen van de door De Thuiskopie gevorderde bedragen, onder andere dat de door De Thuiskopie als heffingsgrondslag genomen aantallen dragers niet overeenstemmen met de aantallen die Phonezone eerder had opgegeven, zonder die betwistingen te onderbouwen met de onderliggende stukken. Hetzelfde geldt voor de stelling van Phonezone tijdens de mondelinge behandeling dat De Thuiskopie, anders dan zij zelf aangeeft, niet alle door Phonezone ingediende restitutieverzoeken voor de doeleinden van deze procedure ongecontroleerd heeft overgenomen en de betrokken bedragen heeft afgetrokken van haar vorderingen.
7.24.3
In haar akte uitlating na de mondelinge behandeling heeft Phonezone na een herhaling van eerdere, hiervoor verworpen, standpunten volstaan met het woordelijk aanhalen van een bericht van haar boekhouder aan haar, waarin deze toelicht dat de voor restitutie benodigde gegevens voor een deel beschikbaar zijn en aan Phonezone worden toegezonden en voor een ander deel niet. Daarna wijst de boekhouder op wat volgens hem discrepanties zijn in de door De Thuiskopie opgelegde heffingen en goedgekeurde restituties, maar Phonezone heeft geen onderliggende stukken in het geding gebracht waarmee het hof zou kunnen controleren of op die punten inderdaad sprake is van een discrepantie.
7.25
De nieuwe hoofdsomvorderingen zijn daarom toewijsbaar.
De rente over de hoofdsommen
7.26
De Thuiskopie voert aan dat bewoording en doel van artikel 16c lid 3 Aw met zich brengen dat de thuiskopievergoeding van rechtswege verschuldigd is op het moment van het in het verkeer brengen respectievelijk de invoer van een drager, en dat daarmee sprake is van een fatale termijn die maakt dat zij bij niet-betaling rente mag vorderen vanaf die datum.
7.27
Phonezone betwist dat: volgens haar ontstaat de betalingsverplichting weliswaar bij invoer dan wel in het verkeer brengen, maar is dat tijdstip niet een fatale termijn die maakt dat de betalingsplichtige bij niet-betaling meteen in verzuim raakt. Uit artikel 16f Aw volgt dat de betalingsplichtige eerst opgave moet doen, hetgeen De Thuiskopie in staat stelt om een factuur op te stellen waarin zij een betalingstermijn kan stellen, in de praktijk “per omgaande”, hetgeen volgens PhoneZone inhoudt dat er geen rente verschuldigd kan zijn voor de factuurdatum. De door De Thuiskopie voorgestelde werkwijze waarbij een betalingsplichtige meteen bij invoer dan wel in het verkeer brengen een bedrag op de rekening van De Thuiskopie zou kunnen storten is volgens haar boekhoudkundig niet mogelijk omdat op dat moment nog geen sprake is van een factuurnummer en van een gecontroleerde, onbetwiste vordering.
7.28
Het hof geeft De Thuiskopie op dit punt gelijk.
7.28.1
Artikel 16c lid 3 Aw bepaalt ondubbelzinnig dat de “verplichting tot betaling” van de vergoeding “ontstaat (…) op het tijdstip” van het in het verkeer brengen dan wel invoeren van een drager.
7.28.2
Met De Thuiskopie is het hof van oordeel dat uit de wordingsgeschiedenis van die bepaling volgt dat de wetgever daarmee niet alleen bedoeld heeft dat de betalingsverplichting van rechtswege vanaf dat tijdstip opeisbaar is, maar dat dat tijdstip ook fataal is. De wetgever heeft namelijk in die wordingsgeschiedenis toegelicht dat die betalingsplicht meteen bij invoering van het thuiskopievergoedingsstelsel zou ontstaan bij in het verkeer brengen of invoeren, ook in een eerste periode waarin de hoogte van de vergoeding nog moest worden vastgesteld. [34] Omdat de hoogte van het bedrag nog niet vaststond, was het in de tussentijd niet mogelijk om de betaling ervan te vorderen, en kan deze toelichting dus alleen betekenis hebben als de wetgever daarmee tot uitdrukking heeft willen brengen dat hij heeft bedoeld dat het tijdstip van invoer dan wel in het verkeer brengen een fatale termijn oplevert, met het oog op de mogelijkheid voor de betrokken incasso-organisatie om vanaf dat tijdstip rente te vorderen.
7.28.3
De Thuiskopie licht ook terecht toe dat de door Phonezone verdedigde uitleg van de artikelen 16c lid 3 en 16f Aw ertoe zou leiden dat een betalingsplichtige een (aanzienlijk) oneigenlijk rentevoordeel zou kunnen behalen door, zoals Phonezone heeft gedaan, in strijd met artikel 16f Aw (al dan niet opzettelijk) niet onverwijld opgave te doen en af te dragen, maar pas jaren later, terwijl de betrokken dragers al lang en breed voor privékopieën gebruikt kunnen worden. Dit zou in strijd zijn met de hiervoor onder 7.4, tweede aandachtsstreepje, weergeven vaste rechtspraak van het HvJ EU dat de lidstaten die de thuiskopie-uitzondering toepassen de modaliteiten van het daarvoor in te richten vergoedingsstelsel aldus moeten vaststellen dat de daadwerkelijke inning van de betrokken compensatie is gewaarborgd.
7.28.4
Hier doet niet aan af dat De Thuiskopie op dit moment, nadat de betalingsplichtige opgave heeft gedaan overeenkomstig artikel 16f Aw, een factuur opstelt waarin zij geen rente in rekening brengt terugwerkend naar de dag van invoer of in het verkeer brengen en betaling vordert “per omgaande”. De Thuiskopie heeft namelijk toegelicht dat zij geen aanleiding ziet om terugwerkend rente in rekening te brengen als een betalingsplichtige netjes meteen opgave heeft gedaan. Bij die werkwijze is ook niet aan de orde dat de betalingsplichtige uit eigen beweging en zonder vaststelling of factuur alvast een bedrag zou moeten overmaken aan De Thuiskopie.
7.29
De rente over de vergoedingen begint blijkens het voorgaande te lopen vanaf de datum van invoer dan wel in het verkeer brengen van een drager. De rente over de toegewezen hoofdsommen is daarom toewijsbaar zoals gevorderd, namelijk telkens vanaf de laatste dag van het jaar van invoer door Phonezone of, voor 2023 en 2025, vanaf de laatste dag van door De Thuiskopie opgegeven tijdvakken van hele maanden waarin Phonezone dragers heeft ingevoerd.
De door de rechtbank uitgesproken veroordelingen
7.3
Phonezone klaagt dat de rechtbank haar ten onrechte:
(i) een te korte termijn heeft opgelegd voor het voldoen aan de in eerste aanleg uitgesproken veroordelingen;
(ii) dwangsomveroordelingen heeft opgelegd; en
(iii) heeft veroordeeld in de proceskosten.
7.31
Phonezone heeft deze klacht niet anders gemotiveerd dan met een verwijzing naar haar overige bezwaren, die het hof hiervoor heeft verworpen, en niet is overigens gebleken dat de gestelde termijn te kort was of de dwangsomveroordelingen te streng. Deze klacht faalt daarom.
Conclusie en proceskosten
7.32
Het hoger beroep van PhoneZone slaagt niet en dat van De Thuiskopie wel. Omdat De Thuiskopie haar eis in hoger beroep deels heeft verminderd en deels heeft vermeerderd zal het hof de beslissing onder 6.1 van het bestreden vonnis omwille van de leesbaarheid geheel vernietigen en opnieuw recht doen zoals hierna bepaald.
7.33
Het hof zal PhoneZone als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van de hoger beroepen. Het hof ziet aanleiding om voor de begroting van de kosten van het incidenteel hoger beroep af te wijken van de regel van punt 6 van de Richtsnoeren Liquidatietarieven gerechtshoven en rechtbanken (versie van 1 februari 2026) dat het tarief wordt berekend op de helft van het tarief van het principaal hoger beroep, aangezien het incidenteel hoger beroep (na eisvermeerdering) zelfstandige beroepsgronden betrof en zelfstandig betrekking had op bedragen die optellen tot een bedrag in de tariefgroep VII. Het hof begroot de proceskosten aan de zijde van De Thuiskopie daarom op:
griffierecht € 5.689,00
salaris principaal € 11.238,00 (2 punten × tarief VII)
salaris incidenteel € 14.047,50 (2,5 punten × tarief VII)
nakosten € 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 31.163,50.

8.Beslissing

Het hof:
  • vernietigt de beslissingen onder 6.1 en 6.7 van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 maart 2023, bekrachtigt dat vonnis voor het overige, en in zoverre deels opnieuw rechtdoende:
  • veroordeelt Phonezone tot betaling aan De Thuiskopie van:
  • veroordeelt PhoneZone in de kosten van de procedure in principaal en incidenteel hoger beroep, aan de zijde van De Thuiskopie begroot op € 31.163,50;
  • bepaalt dat als PhoneZone niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en De Thuiskopie haar vervolgens dit arrest laat betekenen, PhoneZone de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
  • verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
  • wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.M.H. Speyart van Woerden, J.I. de Vreese-Rood en R.S. Le Poole en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij,
2.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
3.HvJ EU 21 oktober 2010, C-467/08, ECLI:EU:C:2010:620 (
4.HvJ EU 16 juni 2011, C462/09, ECLI:EU:C:2011:397 (
5.HvJ EU 11 juli 2013 C521/11, ECLI:EU:C:2013:515 (
6.HvJ EU 5 maart 2015, C463/12, ECLI:EU:C:2015:144 (
7.HvJ EU 12 november 2015, C572/13, ECLI:EU:C:2015:750 (
8.HvJ EU 9 juni 2016, C-470/14, ECLI:EU:C:2016:418 (
9.HvJ EU 22 september 2016, C-110/15, ECLI:ECLI:EU:C:2016:717 (
10.Arresten
11.Arrest
12.Arrest
13.Arresten
14.Arresten
15.Arresten
16.Arresten
17.Arresten
18.Arrest
19.Arresten
20.Arresten
21.Arresten
22.Arresten
23.Arresten
24.Arresten
25.Arrest
26.Arrest
27.Arrest
28.HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2569 (
29.Zie de memorie van toelichting bij het voorstel tot aanvulling van de Auteurswet 1912 inzake de thuiskopie tot invoering van verlengde aansprakelijkheid voor verkopers,
31.HR 6 oktober 2027, ECLI:NL:HR:2017:2569 (
32.HR 26 april 1991,
33.Zie bijv. HR 9 januari 1993,