ECLI:NL:GHDHA:2026:259

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
22-001682-24
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37a SrArt. 37b SrArt. 57 SrArt. 285 SrArt. 300 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep bedreiging met mes en mishandeling met tbs met dwangverpleging

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 maand en terbeschikkingstelling met dwangverpleging (tbs) wegens bedreiging met een mes van medewerkers van een zorginstelling en mishandeling van een medebewoner.

In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de bewezenverklaring bevestigd voor bedreiging met zware mishandeling en mishandeling. De verdachte werd verminderd toerekenbaar geacht vanwege meerdere psychische stoornissen, waaronder een lichte verstandelijke beperking, antisociale persoonlijkheidsstoornis en neurocognitieve stoornis, en middelenmisbruik in remissie.

De gedragsdeskundigen adviseerden tbs met dwangverpleging vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van langdurige behandeling in een beveiligde omgeving. Het hof volgde dit advies en achtte een gevangenisstraf van 1 maand passend, met aftrek van voorarrest. De maatregel tbs met dwangverpleging werd opgelegd met bevel tot verpleging van overheidswege vanwege de ernst van de feiten en het gevaar voor de lichamelijke integriteit van de slachtoffers.

De raadsman had verzocht om een lichtere maatregel, maar het hof vond dit onvoldoende gezien de stoornissen en het recidiverisico. Het vonnis werd uitgesproken op 19 februari 2026 door het Gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging wegens bedreiging en mishandeling met verminderd toerekenbare stoornissen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001682-24
Parketnummers: 09-309688-23 en 09-211715-23
Datum uitspraak: 19 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 april 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
thans gedetineerd in P.I. [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het in de in de zaak met parketnummer
09-309688-23 en in de zaak met parketnummer 09-211715-23 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van voorarrest. Voorts is de terbeschikkingstelling van de verdachte gelast en is bevolen dat hij van overheidswege zal worden verpleegd (hierna ook: tbs met dwangverpleging).
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 09-309688-23:
hij op of omstreeks 22 november 2023 te 's-Gravenhage [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in zijn opgeheven hand in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] te lopen en/of te bewegen en/of
- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een stekende beweging te maken in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of
- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen;
Zaak met parketnummer 09-211715-23 (gevoegd):
hij op of omstreeks 20 augustus 2023 te 's-Gravenhage [slachtoffer 3] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 3] met een vuist een of meermaals op/tegen zijn gezicht/hoofd te slaan en/of te stompen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-309688-23 en in de zaak met parketnummer 09-211715-23 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van voorarrest. Zij heeft voorts gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een ongemaximeerde tbs met dwangverpleging.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-309688-23 en in de zaak met parketnummer 09-211715-23 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 09-309688-23:
hij op
of omstreeks22 november 2023 te 's-Gravenhage [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] heeft bedreigd met
enig misdrijf tegen het leven gericht en/of metzware mishandeling, door
- met een mes
, althans een scherp en/of puntig voorwerp,in zijn opgeheven hand in de richting van die [slachtoffer 1] en
/ofdie [slachtoffer 2] te lopen en
/of te bewegen en/of
- met een mes
, althans een scherp en/of puntig voorwerp,een stekende beweging te maken in de richting van die [slachtoffer 1] en
/ofdie [slachtoffer 2] en
/of
- die [slachtoffer 1] en
/ofdie [slachtoffer 2] een mes
, althans een scherp en/of puntig voorwerp,te tonen;
Zaak met parketnummer 09-211715-23:
hij op
of omstreeks20 augustus 2023 te 's-Gravenhage [slachtoffer 3] heeft mishandeld door deze [slachtoffer 3] met een vuist
een ofmeermaals op
/tegenzijn
gezicht/hoofd te slaan en/of te stompen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 09-309688-23 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 09-211715-23 bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf en maatregel

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft twee medewerkers van zorginstelling [naam zorginstelling] , waar hij als patiënt was opgenomen, bedreigd met een mes. Nadat hem was gezegd dat hij niet naar buiten mocht en de verdachte als gevolg daarvan boos was, heeft hij een mes van de ontbijttafel gepakt en is hij met dat mes in zijn opgeheven hand naar het kantoor gelopen waar de medewerkers zaten. Daar heeft hij het mes getoond en een stekende beweging in de richting van de medewerkers gemaakt.
De verdachte heeft door aldus te handelen angst veroorzaakt bij de medewerkers en de medebewoners die hiervan getuige waren.
Daarnaast heeft de verdachte een medebewoner van [naam zorginstelling] mishandeld door hem meermalen op zijn hoofd te slaan/stompen. De verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
Het strafblad van de verdachte
Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van geweldsfeiten en andersoortige feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.
De persoon van de verdachte
Het hof heeft kennis genomen van de Pro Justitia-rapportages d.d. 9 maart 2024 van psychiater dr. D.J. Vinkers en d.d. 11 maart 2024 van psycholoog drs. G.J.W. Pol.
Beide deskundigen hebben geconcludeerd dat er bij de verdachte sprake is van meerdere stoornissen en dat de verdachte op licht verstandelijk beperkt niveau functioneert. Door de stoornissen was de verdachte niet goed in staat om zijn gedrag op een adequate manier aan te passen. Geadviseerd wordt om de bedreiging in (sterk) verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen en aan de verdachte tbs met dwangverpleging op te leggen.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de op verzoek van de verdediging opgemaakte aanvullende Pro Justitia-rapportages die de gedragsdeskundigen op 9 oktober 2025 (psychiater Vinkers) en op 3 oktober 2025 (psycholoog Pol) hebben uitgebracht.
De psychiater heeft vastgesteld dat er bij de verdachte sprake is van een lichte verstandelijke beperking en een niet-gespecificeerde neurocognitieve stoornis, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en misbruik van cannabis, amfetamines en cocaïne en alcohol (in remissie vanwege detentie). Dit was ook zo ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten. De verdachte is door zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis en neurocognitieve stoornis impulsief en prikkelbaar, vooral wanneer hij zijn zin niet krijgt. Zijn geweten is lacunair en hij is erg gericht op zijn directe behoeftebevrediging. Zijn inzicht is heel beperkt en hij kan zijn gedrag niet of nauwelijks bijsturen. Geadviseerd wordt om beide ten laste gelegde feiten, indien deze bewezen worden geacht, in een (sterk) verminderde mate aan hem toe te rekenen.
Het risico op recidive bij de verdachte is hoog. Hij heeft een zeer uitgebreide justitiële voorgeschiedenis en hij kan of wil zich niet houden aan voorwaarden.
Ook in de gestructureerde omgeving van een penitentiaire inrichting of van een psychiatrisch ziekenhuis doen zich regelmatig agressie-incidenten voor.
De verdachte moet volgens de psychiater langdurig in een gestructureerde en beveiligde omgeving worden begeleid en (voor zover dat mogelijk is) behandeld. Geadviseerd wordt om de verdachte een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen
.Dit is de enige reële mogelijkheid om hem te begeleiden en het risico op recidive te verminderen.
De psycholoog heeft onder meer vastgesteld dat de verdachte lijdt aan een verstandelijke handicap in de zin van een lichte verstandelijke beperking en aan psychische stoornissen in de zin van een stoornis in het gebruik van cocaïne, amfetamine, cannabis, alcohol (alle in gedwongen remissie) en in het gebruik van een opioïde (in onderhoudsbehandeling), alsmede aan een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis en een uitgebreide neurocognitieve stoornis door onbekende etiologie.
Ook ten tijde van de ten laste gelegde feiten was er bij de verdachte sprake van de hierboven genoemde stoornissen. Dit leidt tot het advies om de verdachte de hem ten laste gelegde feiten in een verminderde mate toe te rekenen.
Aangenomen mag worden dat er ten tijde van de ten laste gelegde feiten sprake is geweest van een doorwerking van de bij de verdachte bestaande stoornissen in het hem ten laste gelegde gedrag, ofwel dat de gedragskeuzemogelijkheden van de verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten door deze stoornissen werden beperkt. Door de bij hem aanwezige stoornissen, met name ook zijn beperkte frustratietolerantie, beperkte coping en gebrekkige impulscontrole, waren zijn mogelijkheden tot zelfsturing beperkt en was hij in verminderde mate in staat om zijn gedrag bij te sturen.
Dekans op herhaling van agressief of anderszins grensoverschrijdend delictgedrag wordt ingeschat als hoog.
Teneinde het recidiverisico zoveel mogelijk te beperken, is het van groot belang dat de verdachte behandeling en begeleiding ondergaat, waarbinnen primair aandacht besteed wordt aan een blijvend behoud van abstinentie van middelen. De verdachte is blijvend aangewezen op een goed gestructureerde omgeving met een voldoende hoog beveiligingsniveau en begeleiding binnen een forensisch kader. Hij heeft een beperkt zelfreflecterend vermogen en is niet intrinsiek voor een behandeling gemotiveerd. De geadviseerde behandeling is slechts haalbaar wanneer deze plaatsvindt binnen een gedwongen en stevig kader.
Het beoogde behandel- en begeleidingstraject zijn het beste geborgd bij een voor lange tijd op te leggen, voldoende stevig en dwingend kader. Uit de gerechtelijke stukken kan worden opgemaakt dat de verdachte zich in de loop der jaren vaak niet aan de gemaakte afspraken en voorwaarden heeft gehouden, zich althans niet blijvend aan de gegeven adviezen heeft gecommitteerd, en dat bij hem ondanks de inzet van diverse modaliteiten, waaronder meerdere voorwaardelijke veroordelingen en twee ISD-maatregelen, geen blijvende gedragsverandering heeft plaatsgevonden. Gezien verdachtes beperkingen, vooral zijn beperkte intelligentie en beperkte impulscontrole, alsmede zijn gebrek aan intrinsieke motivatie, wordt een voorwaardelijk kader niet haalbaar geacht. Dit geldt niet alleen voor het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel maar ook voor het kader van tbs met voorwaarden.
Alles overziend – de ernst van de ten laste gelegde feiten, de ernst van de psychische stoornissen, het duidelijke verband tussen de stoornissen en de feiten en het hoge recidive-risico – wordt geadviseerd om aan de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op te leggen. Binnen dit dwingende en stevige kader kan betrokkene een intensieve en langer durende behandeling en begeleiding in een forensische setting worden geboden, waarbij aandacht kan worden besteed aan de verslavingsproblematiek en overige psychische stoornissen en de recidive- en gevaarsrisico’s die daaruit voort kunnen komen.
Het hof is van oordeel dat deze rapportages op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat de conclusies worden gedragen door een deugdelijk en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. Het hof neemt de adviezen over en legt deze ten grondslag aan het oordeel dat de bewezen verklaarde feiten de verdachte verminderd kunnen worden toegerekend.
Overwegingen omtrent de op te leggen gevangenisstraf
Met inachtneming van de verminderde toerekenbaarheid van de verdachte acht het hof met de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met aftrek van voorarrest passend en geboden.
Overwegingen omtrent de op te leggen maatregel
De raadsman heeft namens de verdachte verzocht om geen tbs met dwangverpleging aan de verdachte op te leggen maar te volstaan met een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr, dan wel een zorgmachtiging in de zin van artikel 2.3 Wfz te overwegen.
Het hof is van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de door de gedragsdeskundigen geadviseerde tbs met dwangverpleging is voldaan.
Het hof heeft vastgesteld dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de feiten sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Voorts is sprake van een misdrijf als benoemd in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, te weten artikel 285, eerste lid (bedreiging).
Bovendien eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld. Uit de hiervoor aangehaalde rapportages blijkt immers dat er bij de verdachte sprake is van een hoog recidiverisico, dat een langdurige behandeling in een gestructureerde en beveiligde omgeving noodzakelijk is om dat risico te verlagen en dat die behandeling niet in een ander kader dan tbs met dwangverpleging kan plaatsvinden.
Gelet op de bij de verdachte geconstateerde stoornissen en hetgeen in de rapportages over eerder opgelegde straffen (met voorwaarden) is weergegeven, heeft het hof er geen vertrouwen in dat de verdachte zich langdurig zal houden aan eventueel te stellen voorwaarden bij een tbs.
Het hof acht een tbs met voorwaarden, alsook de door de raadsman voorgestelde alternatieven, gelet op de conclusies in bovengenoemde rapporten, ontoereikend en niet passend. Het hof zal dan ook aan de op te leggen tbs een bevel tot verpleging van overheidswege verbinden.
De maatregel wordt opgelegd wegens een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van de slachtoffers. De verdachte heeft immers de bedreiging kracht bijgezet door een mes te tonen aan de slachtoffers en daarbij een stekende beweging te maken. De maatregel kan daarom, gelet op het bepaalde in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, langer duren dan 4 jaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-309688-23 en in de zaak met parketnummer 09-211715-23 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-309688-23 en in de zaak met parketnummer 09-211715-23 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast dat de verdachte
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Dit arrest is gewezen door mr. F. Pouleijn, als voorzitter, en mr. C. Fetter en
mr. G.C. Haverkate, leden, in bijzijn van de griffier mr. C.E. Koppelaars.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 februari 2026.