Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
behoudens in het geval dit het gevolg is van nietigheid van het processtuk dat het beroep inleidt of overschrijding van de beroepstermijn– niet in de weg staat aan ontvankelijkheid van het incidenteel hoger beroep. Deze regel is aanvaard met het oog op het gerechtvaardigd belang van de verweerder en gelet op de hanteerbaarheid van het systeem. Omdat in de onderhavige zaak sprake is van één van de door de Hoge Raad in bovenstaande uitspraak genoemde uitzonderingen (de nietigheid van het processtuk) dient ook de vrouw in haar incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. Daarbij merkt het hof op dat het op de weg van de advocaat van de vrouw had gelegen, toen zij navraag deed over de eventuele ontvankelijkheid van het beroepschrift, om zelf zo spoedig mogelijk hoger beroep tegen de bestreden beschikking in te stellen. De hoger beroepstermijn liep immers ook voor de vrouw vanaf de datum van de bestreden beschikking. Dat de advocaat van de vrouw dit heeft nagelaten, dient voor rekening en risico te komen van de vrouw.