De bewindvoerder was benoemd tot bewindvoerder van een betrokkene met problematische schulden en stelde dat zij extra uren had gemaakt voor het achterhalen, omzetten en afwikkelen van cryptovaluta. De kantonrechter kende drie extra uren toe, maar wees het meerdere verzoek af wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
In hoger beroep verzocht de bewindvoerder om toekenning van meer uren, waaronder ook de uren besteed aan de beroepsprocedure. Het hof oordeelde dat de bewindvoerder onvoldoende had aangetoond dat de extra uren uitzonderlijke werkzaamheden betroffen die niet binnen de forfaitaire vergoeding vielen. Telefonisch contact en proceshandelingen werden als reguliere taken beschouwd en vielen niet onder uitzonderlijke omstandigheden.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kantonrechter en wees het hoger beroep af. De uren die reeds waren toegekend blijven gehandhaafd, maar verdere aanvullende vergoeding wordt niet toegekend.