[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
BRP-adres: [woonadres], [woonplaats].
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van voorarrest. Tevens zijn beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 14 december 2023 tot en met 14 mei 2024 te Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amsterdam, Heemskerk, Leiden, Leiderdorp en/of Oostvoorne, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [ slachtoffer 1] (zaak 1)
- [ slachtoffer 2] (zaak 2)
- [ slachtoffer 3] (zaak 6)
- [ slachtoffer 4] (zaak 7)
- [ slachtoffer 5] (zaak 8)
- [ slachtoffer 6] (zaak 9)
- [ slachtoffer 7] (zaak 10)
- [ slachtoffer 8] (zaak 14)
- [ slachtoffer 9] (zaak 16)
- [ slachtoffer 10] (zaak 19)
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
- een of meer sieraden en/of
- een of meer bankpassen en/of creditcards en/of
- een of meer pincodes en/of
- een of meer telefoons en/of
- zich telefonisch voor te doen als een medewerker van een bank/financiële instelling en/of de politie en/of de verzekering
o er iets mis was met de bankrekening en/of
o er geld over was gemaakt naar het buitenland en/of
o er geld van de bankrekening was afgehaald en/of
o er door criminelen bankpassen werden aangevraagd en/of
- aan te geven dat het nodig zou zijn om bankpassen en/of creditcards af te geven aan een medewerker van de bank/financiële instelling die aan de deur zou staan
- aan te geven dat aangevers persoonsgegevens en/of adresgegevens bekend waren geworden bij mogelijke inbrekers en dat het verstandig zou zijn waardevolle
goederen, zoals bankpassen, sieraden en/of goud, af te geven aan een medewerker van de bank/financiële instelling of medewerker van de politie die aan de deur zou staan en/of worden van gelijke aard of strekking en/of
- aan te geven dat de juwelen moesten worden getaxeerd voor de verzekering en/of
- aan te geven dat er veel werd ingebroken en dat het verstandig zou zijn waardevolle goederen, zoals sieraden en/of geld mee te geven aan een medewerker van de politie.
2.
hij in of omstreeks de periode van 14 december 2023 tot en met 3 mei 2024 te Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amsterdam, Leiden, Leidschendam en/of Nieuw-Vennep, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, geld, dat aan
- [ slachtoffer 3] (zaak 6)
- [ slachtoffer 4] (zaak 7)
- [ slachtoffer 5] (zaak 8)
- [ slachtoffer 7] (zaak 10)
- [ slachtoffer 8] (zaak 14)
- [ slachtoffer 9] (zaak 16)
- [ slachtoffer 10] (zaak 19)
toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededaders dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door gebruikmaking van middels oplichting verkregen bankpassen en pincodes.
3.
hij in of omstreeks de periode van 14 december 2023 tot en met 14 mei 2024 te Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amsterdam, ’s-Gravenhage, Heemskerk, Leiden, Leiderdorp en/of Oostvoorne, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, 36.422,30 euro, althans een groot geldbedrag, en/of een grote hoeveelheid sieraden heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, dat dit geldbedrag en/of deze sieraden- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig
(eigen) misdrijf en hij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf, en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren (met aftrek van voorarrest).
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde
De verdachte wordt verweten dat hij, al dan niet als medepleger, betrokken is geweest bij een omvangrijke zogeheten bankhelpdeskfraude. Hierbij zijn veel slachtoffers gevallen. Zoals bij dat type criminaliteit steeds blijkt, kan het niet anders dan dat daaraan een geraffineerde criminele samenwerkingsstructuur ten grondslag lag. Kort gezegd was de toegepaste werkwijze namelijk als volgt.
Allereerst werd het beoogde slachtoffer door een “professional” gebeld. Opvallend is dat deze slachtoffers zo goed als allemaal (hoog)bejaard waren, kennelijk geselecteerd in de hoop dat zij meer dan anderen vatbaar zouden zijn voor dit soort criminele praktijken. Het is ook duidelijk dat er persoonlijke gegevens over hen waren vergaard, zoals woonadressen en bankgegevens. Genoemde professional, doorgaans iemand die zich voordeed als een bankmedewerker of een politieambtenaar, fingeerde een acute noodsituatie. Een situatie die vereiste dat het slachtoffer bankpassen, creditcards, pincodes maar ook contant geld en kostbaarheden, zoals sieraden, moest klaarleggen. Er zou vervolgens iemand langskomen om deze spullen op te halen (hierna: ‘de ophaler’) en deze persoon zou zich in enkele gevallen kunnen identificeren aan de hand van een door de beller opgegeven verificatiecode. De beller, vaak nog aan de lijn op het moment dat deze persoon daadwerkelijk verscheen, verzekerde het slachtoffer dat het allemaal goed zou komen. De ophaler belde aan, werd binnengelaten, identificeerde zich in voorkomende gevallen en bleef enige tijd in de bewuste woning, hield een praatje, stelde het slachtoffer gerust en nam vervolgens spullen mee. Dit onderdeel van de bankhelpdeskfraude, de fysieke wegneming middels oplichting, is onder 1 tenlastegelegd en ziet op 10 individuele, bij naam genoemde slachtoffers (“zaken”).
Als er bankpassen/creditcards (inclusief verstrekte pincodes) waren buitgemaakt, ging iemand vervolgens snel met die passen geld opnemen of dure goederen kopen (denk aan elektronica en cadeaukaarten). Dit aldus middels “valse sleutels” (feitelijk) verkrijgen van geld, is onder 2 tenlastegelegd en ziet op zeven van de tien onder 1 genoemde slachtoffers (“zaken”).
Tot slot wordt de verdachte onder 3 verweten het witwassen van de buit, bestaande uit de sieraden en het (middels passen) verkregen geld.
Standpunt Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan al hetgeen hem is tenlastegelegd.
Namens de verdachte is algehele vrijspraak bepleit. Dit omdat de verdachte elke betrokkenheid ontkent en het dossier onvoldoende bewijs voor relevante betrokkenheid bevat en, voor zover dat wel zo mocht zijn, dat bewijs geen medeplegen oplevert.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt het hof het volgende af.
Op 14 mei 2024 werden na een achtervolging door de politie de verdachte als bestuurder en de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) als bijrijder van een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] aangehouden. In de auto werden op de bijrijdersstoel twee mobiele telefoons aangetroffen en uit onderzoek is gebleken dat deze telefoons in gebruik waren bij de medeverdachte [medeverdachte]. Op de bestuurdersstoel werd een iPhone X aangetroffen en in het middenconsole werd een Samsung A10 aangetroffen.
In de iPhone X zat een SIM-kaart met het ICCID-nummer [ICCID-nummer 1] met nummer [telefoonnummer 1]. Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en de SIM-kaart met het ICCID-nummer [ICCID-nummer 2] hebben ook in de iPhone X gezeten. In de Samsung A10 zat een SIM-kaart met het ICCID-nummer [ICCID-nummer 2]. In de iPhone X waren twee contacten opgeslagen: [naam 1] ([telefoonnummer 3]) en [naam 2] ([telefoonnummer 4]). Uit onderzoek blijkt dat het nummer [telefoonnummer 3] in gebruik was bij [naam 3] en het nummer [telefoonnummer 4] was in gebruik bij [moeder verdachte], de moeder van de verdachte. Uit onderzoek aan de Samsung A10 is gebleken dat op 1 mei 2024 twee keer is gebeld met het nummer [telefoonnummer 3]. De Apple ID van de iPhone X was [Apple ID]. In de Samsung A10 stonden onder meer de volgende e-mailberichten behorende bij het e-mailadres [Apple ID]. Op 1 mei 2024 is een e-mail binnengekomen van Snapchat met de mededeling dat een andere telefoon, te weten een iPhone X, heeft ingelogd op een Snapchat account, genaamd ‘[snapchat account]’ en op 3 mei 2024 is een welkomstbericht van iCloud binnengekomen met de mededeling dat het Apple ID [Apple ID] is. Voorts blijkt uit de historische verkeersgegevens het volgende. Een iPhone 13 van de medeverdachte [medeverdachte] maakt gedurende de nachtelijke uren gebruik van basisstations 5151009 en 5151008 op de [adres 1] en het basisstation 17472289 op de [adres 2] in Amsterdam. De [adres 3] in Amsterdam, het adres waar de medeverdachte [medeverdachte] staat ingeschreven, bevindt zich binnen het indicatieve dekkingsgebied van het basisstation 5151009 op de [adres 1]. Een iPhone 8 van de medeverdachte [medeverdachte] maakt gedurende de nachtelijke uren het meest gebruik van de basisstations 5151009 en 5151007 op de [adres 1] in Amsterdam. De telefoonnummers [telefoonnummer 1], te weten het nummer van de iPhone X, en [telefoonnummer 2], te weten een nummer dat ook in de iPhone X heeft gezeten, hebben gedurende de nachtelijke uren het meeste gebruikgemaakt van het basisstation 17472287 op de [adres 2] in Amsterdam. De [adres 4], het adres waar de verdachte staat ingeschreven, valt binnen het indicatieve dekkingsgebied van dit basisstation 17472287. Nu de iPhone X in de nachtelijke uren gebruik heeft gemaakt van een ander basisstation dan de telefoons van de medeverdachte [medeverdachte], gaat het hof er vanuit dat deze telefoon niet in de auto en/of het huis lag van de medeverdachte [medeverdachte].
Op grond van het vorenstaande - in onderling verband en samenhang bezien - gaat het hof er niet alleen vanuit dat de aangetroffen iPhone X en Samsung A10 in gebruik waren bij de verdachte, maar ook dat de verdachte de gebruiker was van het Snapchataccount ‘[snapchat account]’.
In de zaken die op de tenlastelegging staan is uit onderzoek van de politie naar voren gekomen dat de telefoons waarin de telefoonnummers [telefoonnummer 1] (de iPhone X), [telefoonnummer 2] (dat ook in de iPhone X heeft gezeten) en [telefoonnummer 5] (dat de verdachte tijdens zijn verhoor heeft opgegeven als zijn telefoonnummer) actief waren, hebben meegereisd met de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte]. Hoewel uit de overige stukken van het dossier, zoals de berichten in groepsgesprekken op Snapchat waar de verdachte met zijn Snapchataccount ‘[snapchat account]’ aan deelnam, sterke aanwijzingen naar voren komen dat de verdachte op de hoogte moet zijn geweest van de tenlastegelegde feiten en het hof de verklaring van de verdachte dat de reisbewegingen van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] te verklaren zijn doordat hij een aantal keer iemand gezelschap hield hoogst onwaarschijnlijk acht, is dit naar het oordeel van het hof op zichzelf onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Per tenlastegelegd feit en ‘zaak’ dient beoordeeld te worden of de verdachte betrokkenheid daarbij heeft gehad.
Nu de verdachte, afgezien van het besturen van de Volkswagen Golf, met betrekking tot zaak 1 betrokkenheid anders dan meerijden heeft ontkend en verdergaande betrokkenheid niet uit het dossier blijkt - concreet en direct bewijs dat de verdachte wat de andere zaken dan zaak 1 betreft enige uitvoeringshandeling heeft gepleegd ontbreekt - kan het hof niet vaststellen dat de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan de tenlastegelegde feiten.
Wat zaak 1 betreft bestaat weliswaar het vermoeden dat de medeverdachte [medeverdachte] de verdachte heeft opgehaald alvorens naar de woning van het slachtoffer [slachtoffer 1] te rijden en kan worden vastgesteld dat de medeverdachte [medeverdachte], nadat hij bij het slachtoffer thuis is geweest, in de Volkswagen Golf is ingestapt en de verdachte vervolgens als bestuurder met hoge snelheid is weggereden, acht het hof dit onvoldoende om de verdachte als medepleger met betrekking tot die zaak te kunnen aanmerken.
Op grond van het voorgaande acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 3 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Vorderingen tot schadevergoeding
In het onderhavige strafproces hebben de volgende personen zich als benadeelde partij gevoegd en elk een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en/of immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde: [slachtoffer 1], [slachtoffer 9], [slachtoffer 6], [slachtoffer 10], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3].
Omdat de verdachte wordt vrijgesproken van al het aan hem tenlastegelegde, moeten de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun respectieve vorderingen.
Dat maakt dat de benadeelde partijen moeten worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de verdachte ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.