Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:445

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
22-000179-23
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen productie crystal meth, wapenbezit en witwassen

Het gerechtshof Den Haag heeft op 20 maart 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een verdachte betrokken bij een drugslaboratorium voor de productie van crystal meth in Zoetermeer. De verdachte werd medepleger geacht van de productie en het aanwezig hebben van grote hoeveelheden harddrugs. Tevens werd hij veroordeeld voor het bezit van twee vuurwapens met munitie en het witwassen van ruim €140.000.

De bewijsvoering bestond uit onder meer videobestanden en geluidsfragmenten op telefoons van de verdachte, die hem duidelijk in verband brachten met het laboratorium en de productieactiviteiten. Ook werd vastgesteld dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de aangetroffen verdovende middelen en vuurwapens in zijn woning te Den Haag. Het witwassen werd bewezen door het ontbreken van legale inkomsten en onverklaarde contante stortingen op zijn bankrekeningen.

De verdediging voerde onder meer aan dat de verdachte geen wetenschap had van de wapens en dat de contante stortingen afkomstig waren van gokwinsten en spaarbelegpolissen, maar deze verklaringen werden door het hof niet geloofwaardig geacht. Gezien de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen werd een gevangenisstraf van zes jaar opgelegd, verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep.

Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een inpakmachine en vacuümzakken, verbeurd verklaard of aan het verkeer onttrokken. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen bepaalde vrijspraken en vernietigde het vonnis van de rechtbank om opnieuw recht te doen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen productie crystal meth, wapenbezit en witwassen met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000179-23
Parketnummers: 09-305838-20 en
09-128715-21
Datum uitspraak: 20 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg zijn de dagvaardingen met parketnummers 09-305838-20 (hierna: dagvaarding I) en 09-128715-21 (hierna: dagvaarding II) gevoegd. De verdachte is in eerste aanleg ter zake van het bij dagvaarding II tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het bij dagvaarding I tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen tenlastegelegd bij dagvaarding II. Voorts is de verdachte in eerste aanleg van het bij dagvaarding I onder 2 impliciet tweede en derde cumulatief tenlastegelegde – het witwassen van voertuig(en) en het witwassen van een Rolex – vrijgesproken.
Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot (partiële) vrijspraak.
Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak en partiële vrijspraken.
Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans in hoger beroep nog aan de orde - tenlastegelegd dat:
Dagvaarding I:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 400 kilo, althans één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth) amfetamine, in elk geval (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk
voorbereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of buiten Nederlands grondgebied brengen althans voorhanden hebben van,
ongeveer 400 kilo, althans één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth) amfetamine, in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
hiertoe één of meer hoeveelhe(i)d(en)
chemicaliën en/of
grondstoffen en/of
apparatuur en/of
(meth)amfetamine,
voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 1 december 2020, te Zoetermeer en/of ’s-Gravenhage en/of Vlaardingen en/of Rotterdam en/of Delfgauw, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens),
van geldbedrag(en),
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld, wie de rechthebbende op dit voorwerp is/zijn en/of
- dit/deze voorwerp(en) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
3.
hij op of omstreeks 1 december 2020 te 's-Gravenhage, in een pand gelegen aan de [adres 2] , althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,
twee, althans één of meer, wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een semi automatisch pistool, van het merk Glock, type/model 26, kaliber 9 x 19mm en/of - een semi automatisch pistool, van het merk Beretta, type/model 9000S, kaliber 9mm Para (9 x 19mm) en/of
- 36 stuks bijbehorende munitie
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad;
4.
hij op of omstreeks 1 december 2020 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in een pand gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,
34.195 tabletten (met logo ‘Rolex’, ‘Hello Kitty’, ‘Philip Plein) bevattende MDMA en/of
768.6 gram kristallen bevattende MDMA en/of
2000 gram poeder bevattende amfetamine en/of
341,7 gram kristallen bevattende (meth)amfetamine,
in elk geval één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of MDMA, (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van de bij dagvaarding I onder 1 primair en onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren en acht maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat er op de inbeslaggenomen voorwerpen wordt beslist zoals in het vonnis waarvan beroep is omschreven.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bewijsoverwegingen

Inleidende opmerkingen
Op 16 september 2020 zijn de brandweer en politie aanwezig bij een bedrijfspand aan de [adres 1] te Zoetermeer vanwege een klacht over stankoverlast. Op dat moment zijn er geen personen in het pand. De brandweer gaat naar binnen en treft een vermoedelijk drugslaboratorium aan. Het blijkt om een laboratorium voor de productie van crystal meth te gaan.
In het daarop volgende opsporingsonderzoek komt een aantal verdachten in beeld en nog een aantal verdachte adressen.
Op 1 december 2020 wordt de verdachte aangehouden in het pand aan de [adres 2] te Den Haag. In het pand aan de [adres 2] worden een hoeveelheid drugs en twee vuurwapens met bijbehorende munitie aangetroffen.
De verdachte wordt verdacht van betrokkenheid bij Opiumwetdelicten op de bovengenoemde locaties, van overtreding van de Wet wapens en munitie en van witwassen.
De verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het medeplegen van de ten laste gelegde Opiumwetdelicten en het witwassen niet bewezen kunnen worden verklaard. Voor wat betreft de overtreding van de Wet wapens en munitie heeft de verdediging betoogd dat de verdachte geen wetenschap en beschikkingsmacht had omtrent de Glock.
Het hof zal hieronder voor zover nodig nader ingaan op de verweren.
Met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde ( [adres 1] in Zoetermeer)
Feiten en omstandigheden
Nadat de gebruikers van naastgelegen panden een melding hadden gedaan van een vreemde geur, is op 16 september 2020 in een bedrijfspand aan de [adres 1] in Zoetermeer een laboratorium voor de productie van metamfetamine aangetroffen, dat bestond uit drie ruimtes. In het pand is een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen en grondstoffen en goederen die gebruikt worden bij de productie van synthetische harddrugs.
Bij de doorzoeking in de [adres 2] , alwaar de verdachte woonde, is een aantal telefoons aangetroffen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat - met uitzondering van de Iphone 8, die aan zijn vriendin toebehoorde - alle telefoons op enig moment wel door hem zijn gebruikt. Op de aangetroffen Samsung A21S heeft de politie meerdere videobestanden aangetroffen waarop ruimtes in de [adres 1] zijn te zien en de stem van de verdachte is te horen. Op een video is te horen dat de verdachte zegt: “…kijk, kijk een …muur, aan het bouwen, van een uh kantoor, kijk.. (filmt naar buiten de [adres 1] in door een raam op de eerste verdieping).. is kantoor, beneden uh… kokie kokie”. Op een van de andere aangetroffen telefoons (de Samsung A51) is een videobestand is aangetroffen waarop de stem van de verdachte te horen is en hij – in een gesprek met een andere persoon – zegt: “keuken kapot, … ik heb al sinds vier maanden gewerkt daar… Heb je bijna honderdvijftig gedistilleerde olie om te gaan kristalliseren. De eerste partij was even op proef, die gingen op zwavel en zoutzuur gingen we dan kristalliseren. …En sinds die laatste maand voordat die kapot ging, ben ik bijna elke dag daar”. Even later zegt de verdachte, in datzelfde gesprek, over 16 september (het hof begrijpt: 2020), dat hij op weg was “daarheen”, “het is een industrieterrein”, … “nou, zo’n pand heb ik dan” en hij vertelt over de brandweerwagen voor het hek, meerdere brandweermannen, “ik gelijk doorrijden en terugkeren. Gelijk telefoon pakken en m’n maat zeggen niet daar heen gaan”, “hebben ze een alarmdienst gebeld, blijkbaar… Stankoverlast… We waren hard bezig man… Aceton, het is allemaal gekristalliseerd… de… geur is die nacht uitgekomen man…”. De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep bevestigd dat dit gesprek over de [adres 1] ging.
Uit historische gegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] blijkt dat dit nummer in de periode van 30 maart tot en met 30 september 2020 het meest gebruik maakte van een zendmast in de buurt van de [adres 2] en dat daarnaast de zendmast in de omgeving van de [adres 1] een van de meest aangestraalde zendmasten betrof. Dit telefoonnummer was bij de verdachte in gebruik en twee van de door de verdachte gebruikte telefoons hebben van dit nummer gebruik gemaakt.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij drie keer in het pand aan de [adres 1] is geweest.
Beoordeling
Het hof leidt uit voormelde feiten en omstandigheden af dat de verdachte wetenschap had van en actief werkte aan het laboratorium aan de [adres 1] . Voor dat oordeel acht het hof van belang dat het bij verdachte in gebruik zijnde telefoonnummer, eindigend op [cijfers] , veelvuldig aanstraalde op de zendmast bij de [adres 1] en de op telefoons van de verdachte aangetroffen videobestanden en geluidsfragmenten waarop de verdachte spreekt over het pand op het industrieterrein. Hij spreekt daarover als zíjn pand, waarbij hij vertelt over de door hem geconstateerde aanwezigheid van de brandweer op 16 september (het hof begrijpt: 16 september 2020), zegt dat de stankoverlast vermoedelijk is veroorzaakt door het kristalliseren en vertelt dat hij daar sinds vier maanden heeft gewerkt en opmerkingen maakt over honderdvijftig gedistilleerde olie om te gaan kristalliseren.
De verklaring van de verdachte dat de diverse fragmenten waarop hij spreekt over laboratoria of drugsgerelateerde zaken ‘vertaalopdrachten’ zouden betreffen, acht het hof niet geloofwaardig. Ook het gesprek waarin de verdachte verhaalt over de [adres 1] en daar de brandweer ziet, en waarover de verdachte heeft verklaard dat hij gesproken tekst vertaalde terwijl die tekst door iemand anders via zijn oortje aan hem werd meegedeeld, is naar stijl en woordgebruik op geen enkele wijze te begrijpen als vertaling.
Op grond van het voorgaande, mede in onderlinge samenhang bezien, gaat het hof ervan uit dat de verdachte betrokken is geweest bij het productieproces van harddrugs dat in het pand aan de [adres 1] heeft plaatsgevonden. Het hof acht het van algemene bekendheid dat de (grootschalige) productie van synthetische drugs een dermate complexe onderneming is, dat deze doorgaans de nauwe en bewuste samenwerking van meerdere personen vergt. Uit het dossier blijkt ook dat bij het aangetroffen laboratorium meerdere personen betrokken waren. Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen harddrugs heeft bereid en/of verwerkt en/of bewerkt.
Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde (witwassen)
Juridisch kader
Voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Het is aan het Openbaar Ministerie om de feiten en omstandigheden aan te dragen waaruit kan worden afgeleid dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien dat het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Indien de verdachte zo’n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De omstandigheid dat zo’n verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Beoordeling
De politie heeft onderzoek gedaan naar het vermogen van de verdachte en de ontvangsten en de uitgaven in de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020.
Van de verdachte zijn geen legale inkomsten uit loon of onderneming over de jaren 2019 en 2020 bekend. Zijn partner had geen inkomsten.
Uit het onderzoek door de politie blijkt dat in deze periode op de bankrekeningen van de verdachte contante stortingen zijn gedaan tot een totaalbedrag van € 155.270. Voorts is gebleken dat er in totaal een bedrag van € 11.370 is opgenomen.
Naar het oordeel van het hof leidt dit hoge bedrag aan stortingen zonder dat er een bekende bron van inkomsten is tot een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep desgevraagd verklaard dat een gedeelte van het bedrag afkomstig is van gokwinsten en een ander deel afkomstig is van uitkeringen van spaarbelegpolissen.
Het hof acht de verklaring van de verdachte dat een gedeelte van de contante stortingen afkomstig is van gokwinsten, niet concreet en verifieerbaar, nu de verdachte geen concrete bedragen noemt en hij een steeds andere verklaring heeft voor de in zijn woning aangetroffen en inbeslaggenomen casinobonnetjes. Zo heeft de verdachte ter zitting in eerste aanleg verklaard dat de meeste bonnetjes van hem waren, maar dat hij er ook een aantal had gekregen. In zijn verklaring bij de politie heeft hij evenwel verklaard dat sommige van de bonnen gevonden zijn en andere bonnen gekregen, en over de bonnetjes afkomstig uit het [bedrijf 1] dat het niet zijn winstbonnen zijn. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg dat hij ook online gokt en vervolgens de winst stort op zijn rekening is op voorhand hoogst onaannemelijk en niet verifieerbaar. Weliswaar is te zien dat er meerdere bedragen worden afgeschreven naar de rekening van de [bedrijf 2] (een online-betaalbedrijf dat veelvuldig wordt gebruikt door online-casino’s, zo is het hof ambtshalve bekend), maar er wordt in totaal in de onderzochte periode een bedrag van € 24.500 bijgeschreven op de rekeningen van de verdachte. Dit is in verhouding tot de contante stortingen op de bankrekeningen van de verdachte een laag bedrag en bovendien blijken de behaalde online winsten dus rechtstreeks op de rekening van de verdachte te zijn bijgeschreven, zodat deze bedragen geen verklaring geven ten aanzien van de herkomst van de contant gestorte bedragen op de rekening van de verdachte.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat een gedeelte van de contante stortingen afkomstig is uit het te gelde maken van spaarbelegpolissen.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende. De verdachte heeft deze verklaring voor het eerst in hoger beroep naar voren gebracht en heeft ter zitting gesteld dat dit polissen zijn die hij heeft laten uitkeren via de rekening van zijn echtgenote, contant heeft gemaakt en dan heeft gestort op zijn eigen rekening. Het hof acht deze verklaring hoogst onwaarschijnlijk en overigens niet concreet nu de verdachte geen concrete gegevens heeft aangeleverd, van dergelijke polissen niet blijkt uit de in het strafdossier weergegeven gegevens die van de Belastingdienst zijn verkregen en de door de verdachte geschetste handelwijze, zonder nadere uitleg, die ontbreekt, op zichzelf al onlogisch en ongeloofwaardig is.
Concluderend is het hof van oordeel dat er geen sprake is van een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring van de verdachte omtrent de herkomst van de contant gestorte bedragen. Het hof houdt rekening met de mogelijkheid dat de verdachte het contant opgenomen bedrag van € 11.370 weer zelf op zijn rekening heeft gestort en komt derhalve tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat het resterende totaalbedrag aan contant gestorte bedragen, te weten € 143.900 (€ 155.270 - € 11.370), onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.
De bankrekeningen waarop deze bedragen zijn gestort staan alle op naam van de verdachte. Het kan niet anders dan dat de verdachte van de stortingen op de hoogte was. Nu de verdachte zelf ook geen verklaring geeft voor de herkomst van deze bedragen concludeert het hof dat de verdachte wist dat deze gelden van misdrijf afkomstig zijn.
Het hof acht het tenlastegelegde witwassen wettig en overtuigend bewezen.
Met betrekking tot het onder 3 en 4 tenlastegelegde ( [adres 2] te Den Haag)
Feiten en omstandigheden
Op 1 december 2020 heeft de politie een woning aan de [adres 2] te Den Haag doorzocht. Daarbij zijn onder meer aanzienlijke hoeveelheden MDMA, metamfetamine en amfetamine aangetroffen in - onder meer - de woonkamer (in de televisiekast, in een luidsprekerdoos en op het bureau) en in de schuur. Voorts is een tweetal vuurwapens en munitie aangetroffen; te weten een Glock in de slaapkamer waar ook de verdachte is aangetroffen, een Beretta in de zitbank in de woonkamer en de munitie in de kledingkamer.
Door de eigenaren van de woning, de heer [eigenaar van de woning] en zijn echtgenote, is verklaard dat zij de woning vanaf 1 oktober 2019 hebben verhuurd, eerst via een tussenpersoon, en later rechtstreeks aan de verdachte. De vriendin van de verdachte, medeverdachte [medeverdachte] , heeft verklaard dat zij in maart 2020 naar Nederland is gekomen en sindsdien met haar vriend, de verdachte, aan de [adres 2] heeft gewoond. Door [medeverdachte] is verklaard dat er niemand anders woonde (dan zij beiden, zo begrijpt het hof).
Juridisch kader aanwezig hebben verdovende middelen
Voor het opzettelijk ‘aanwezig hebben’ van verdovende middelen als bedoeld in artikel 2, onder C, Opiumwet, is niet beslissend aan wie die middelen (in eigendom) toebehoren. Enige beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen is niet vereist. Voldoende is dat de verboden middelen zich in de ‘machtssfeer’ van de verdachte bevinden, waartoe in elk geval noodzakelijk is dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop.
Het medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben vereist ten minste (de vaststelling van) een ‘tezamen afweten’ van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Dergelijke wetenschap kan eventueel met toepassing van algemene ervaringsregels uit de omstandigheden van het geval worden afgeleid. Bovendien is nog vereist dat de ‘macht’ over de aanwezige verdovende middelen ‘tezamen wordt uitgeoefend’. Daarbij ligt het accent op de samenwerking en dient de bijdrage van de verdachte aan deze machtsuitoefening van voldoende gewicht te zijn alvorens hem als medepleger te kunnen aanmerken.
Beoordeling
In beginsel wordt de bewoner van een woning geacht te weten wat zich in zijn of haar woning bevindt, behoudens omstandigheden die aanleiding geven tot een andere conclusie. Van dergelijke omstandigheden is in casu geen sprake. Het hof overweegt dat de verdachte gedurende langere tijd in de woning zijn hoofdverblijf had en als bewoner vrije toegang had tot alle kamers en ruimtes. Het hof acht het ongeloofwaardig dat de verdachte niet wist van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Niet goed voorstelbaar is dat een ander een grote hoeveelheid verdovende middelen, met een aanzienlijke waarde, in de woning zou hebben gelegd buiten medeweten van de verdachte. Dit zou voor de eigenaar van die middelen immers een onaanvaardbaar risico op ontdekking daarvan betekenen, zeker nu de middelen lagen in ruimtes van de woning waar de bewoners kunnen worden geacht te komen.
Het hof is dan ook van oordeel dat de verdachte op de hoogte moet zijn geweest van de aanwezigheid van de verdovende middelen en concludeert dat, nu de verdachte vrije toegang had tot alle kamers en ruimtes in de woning, de verdovende middelen zich daarmee ook in de machtssfeer van de verdachte bevonden.
Het hof acht bewezen dat de verdachte op of omstreeks 1 december 2020 in genoemde woning de aangetroffen verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad.
De verdachte bewoonde de woning samen met zijn partner, [medeverdachte] . Ook voor haar geldt dat zij toegang had tot alle ruimtes en kamers van de woning en dat zij moet hebben geweten van de aanwezigheid van de aangetroffen verdovende middelen. Mede in aanmerking genomen dat zij niet alleen huisgenoten, maar ook partners waren, acht het hof het niet voorstelbaar dat de verdachte en [medeverdachte] niet ook over en weer van elkaar hebben geweten dat zij zich bewust waren van de aanwezigheid van de verdovende middelen en dat zij deze situatie gezamenlijk zo hebben laten voortduren. Nu geen andere personen in de woning verbleven is in die situatie sprake van een nauwe en bewuste samenwerking bij de machtsuitoefening over de verdovende middelen, zodat het hof het tenlastegelegde medeplegen van het aanwezig hebben van de verdovende middelen bewezen acht.
Voorhanden hebben vuurwapen
De verdediging heeft grieven ingediend tegen de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van de Glock.
In beginsel wordt de bewoner van een woning geacht te weten wat zich in zijn of haar woning bevindt, behoudens omstandigheden die aanleiding geven tot een andere conclusie. Van dergelijke omstandigheden is in casu geen sprake. Het hof overweegt dat de Glock in de slaapkamer is aangetroffen waar ook de verdachte was toen de woning werd binnengetreden. De slaapkamer is een ruimte die de verdachte als bewoner veelvuldig moet hebben gebruikt. De verklaring van de verdachte dat er veel anderen in de woning kwamen of verbleven is in het licht van de verklaring van [medeverdachte] en de eigenaren van de woning ongeloofwaardig. Het idee dat een onbekend gebleven derde persoon een vuurwapen in de woning zou hebben verstopt is hoogst onaannemelijk, en al helemaal nu dat vuurwapen lag in een ruimte die bewoners normaal gesproken dagelijks gebruiken. Het hof is dan ook van oordeel dat de verdachte wetenschap moet hebben gehad van beide vuurwapens en munitie en daarover ook de beschikkingsmacht had.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in
of omstreeksde periode van
1 januari 201926 mei 2020tot en met
1 december 202016 september 2020te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 400 kilo, althans één of meerhoeveelhe
(i)d
(en
)van een materiaal bevattende
(met
h)amfetamine,
in elk geval (telkens)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in
of omstreeksde periode van 1 januari
20182019tot en met 1 december 2020,
te Zoetermeer en/of ’s-Gravenhage en/of Vlaardingen en/of Rotterdam en/of Delfgauw, althansin Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens),
vangeldbedrag
(en
),
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld, wie de rechthebbende op dit voorwerp is/zijn en/of
- dit/deze voorwerp(en) heeft verworven en/ofvoorhanden heeft gehad
en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist
dan wel redelijkerwijs moest vermoedendat
dit voorwerpdeze geldbedragen, onmiddellijk of middellijk, afkomstig
was/waren uit enig
(eigen)misdrijf;
3.
hij op
of omstreeks1 december 2020 te 's-Gravenhage, in een pand gelegen aan de [adres 2] ,
althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,
twee
, althans één of meer,wapen
(s
)van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een semi automatisch pistool, van het merk Glock, type/model 26, kaliber 9 x 19mm en
/of- een semi automatisch pistool, van het merk Beretta, type/model 9000S, kaliber 9mm Para (9 x 19mm) en
/of
- 36 stuks bijbehorende munitie
zijnde
eenvuurwapen
sin de vorm van een
geweer, revolver en/ofpistool en
/ofbijbehorende munitie voorhanden heeft gehad;
4.
hij op
of omstreeks1 december 2020 te 's-Gravenhage,
althans in Nederland,in een pand gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad,
34.19519.509tabletten (met logo ‘Rolex’, ‘Hello Kitty’, ‘Philip Plein
) bevattende MDMA en
/of 786,6312gram kristallen bevattende MDMA en
/of
20001000gram poeder bevattende amfetamine en
/of
341,7226,7gram kristallen bevattende
(met
h)amfetamine,
in elk geval één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattendezijnde(met
h)amfetamine en
/ofMDMA
, (een)middel
(en
)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bij dagvaarding I onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Het bij dagvaarding I onder 2 bewezenverklaarde levert op:
witwassen.
Het bij dagvaarding I onder 3 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Het bij dagvaarding I onder 4 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte is betrokken geweest bij een metamfetaminelaboratorium in een bedrijfspand en heeft een grote hoeveelheid harddrugs aanwezig gehad in de woning waar hij verbleef. De verdachte is door zijn handelen medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik en de productie van synthetische drugs veroorzaken. Zoals algemeen bekend, is het gebruik van harddrugs – in het bijzonder crystal meth – verslavend en zeer schadelijk voor de gezondheid. Ook gaan de productie en het gebruik van en de handel in harddrugs veelal gepaard met (andere vormen van) criminaliteit en brengt afval van deze productie doorgaans grote schade toe aan het milieu. Feiten als deze veroorzaken dan ook onrust in de samenleving en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Ook brengt de productie grote veiligheidsrisico’s met zich mee, zoals brand- en ontploffingsgevaar, wat ook een risico vormt voor omwonenden.
Voorts heeft de verdachte twee vuurwapens met bijbehorende munitie voorhanden gehad in de woning waar hij verbleef. Het bezit van vuurwapens bergt het risico van gebruik in zich, bijvoorbeeld bij conflicten gerelateerd aan de handel in verdovende middelen. De ongecontroleerde aanwezigheid van wapens en munitie in de samenleving brengt dan ook een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee.
Ten slotte heeft de verdachte ruim 140.000 euro witgewassen. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Doordat witwassen criminaliteit lonend maakt, draagt het bij aan de instandhouding van criminaliteit.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 29 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van andersoortige feiten in 2020 en voor een Opiumwetfeit in 2019. Voorts is de verdachte na het wijzen van het vonnis waarvan beroep onherroepelijk veroordeeld voor onder andere een Opiumwetfeit, waarvoor hij een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opgelegd heeft gekregen.
De aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, zoals hiervoor beschreven, maken naar het oordeel van het hof dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. Het hof acht – alles afwegende en gelijk de rechtbank heeft opgelegd – in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren passend en geboden.
Het hof constateert dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in eerste aanleg en in hoger beroep is overschreden.
In eerste aanleg is de redelijke termijn aangevangen op het moment dat de verdachte in verzekering is gesteld op 1 december 2020. Het eindvonnis is op 17 januari 2023 gewezen. Gelet op het feit dat de verdachte in eerste aanleg 16 maanden en 15 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal het hof uitgaan van een redelijke termijn van 16 maanden waarbinnen het eindvonnis moet zijn gewezen. De redelijke termijn in eerste aanleg is derhalve met 9 maanden en 17 dagen overschreden.
In hoger beroep is de termijn aangevangen op 18 januari 2023 en het eindarrest is gewezen op 20 maart 2026. De verdachte is op 18 november 2025 opnieuw in voorlopige hechtenis genomen en verblijft tot op heden in voorarrest. Gelet op het feit dat de verdachte op het moment van het wijzen van het eindarrest in hoger beroep 4 maanden en 3 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en derhalve minder dan 16 maanden, zal het hof uitgaan van een redelijke termijn van twee jaren. Het hof ziet in de verhouding tussen de tijd die de verdachte in hoger beroep in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en de tijd waarin dat niet het geval is geweest, geen aanleiding om daarvan af te wijken. De redelijke termijn in hoger beroep is derhalve met 14 maanden en 3 dagen overschreden.
Het hof zal deze overschrijdingen verdisconteren in de strafmaat. Waar het hof zonder overschrijdingen van de redelijke termijn een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren zou hebben opgelegd, wordt nu een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest, opgelegd.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Het hof zal de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals deze vermeld zijn op de beslaglijst onder 52 en 61 (welke lijst in kopie aan dit arrest is gehecht), te weten een inpakmachine (zijnde een vacumeermachine) en vacuümzakken verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn inbeslaggenomen in de woning van de verdachte en behoren hem toe, dan wel kan hij die te eigen bate aanwenden. De inpakmachine en vacuümzakken zijn voorwerpen met behulp van welke het bij dagvaarding I onder 4 bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid, nu de in de woning van de verdachte aangetroffen verdovende middelen (deels) verpakt waren in vacuümverpakkingen.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Het hof zal de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven kookapparatuur (zijnde een glazen condensator en een druktrechter), genoemd onder 40 op de aangehechte beslaglijst, onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu zij bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte in onderhavige zaak begane misdrijven werden aangetroffen in de woning van de verdachte. De apparatuur behoort de verdachte toe, dan wel kan hij die te eigen bate aanwenden. De apparatuur kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven. Daarnaast is deze kookapparatuur van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang, in aanmerking genomen dat redelijkerwijze te verwachten is dat die voorwerpen zullen worden gebruikt bij de productie van metamfetamine, nu zij daarvoor naar hun aard geschikt zijn en in aanmerking genomen dat zij zijn aangetroffen in een woning waarin ook een grote hoeveelheid metamfetamine is aangetroffen, terwijl de bewoner van die woning betrokken is geweest bij de productie daarvan.
De overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 47, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het bij dagvaarding I onder 2 impliciet tweede en derde cumulatief tenlastegelegde en het bij dagvaarding II tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I onder 1 primair, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bij dagvaarding I onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK inpakmachine (omschrijving: 2514302, zilverkleur, merk: Henkelman Jumbo 35), genoemd onder 52 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK zak inhoud 150 vacuumzakken (omschrijving: 2514798, inhoud, merk: Vacuumzakken), genoemd onder 61 op de aangehechte beslaglijst.
Onttrekt aan het verkeerhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 2 STK kookapparatuur (omschrijving: 2514980), genoemd onder 40 op de aangehechte beslaglijst.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en geldbedragen, te weten:
- 1 STK personenauto [kenteken] (omschrijving: G1929470, groen, merk: Lexus, chassisnummer: [chassisnummer] , bouwjaar 2006), genoemd onder 1 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 PR oorbel (omschrijving: 2514292, pareloorbellen), genoemd onder 8 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 PR oorbel (omschrijving: 2519918, met steen), genoemd onder 9 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK oorbel (omschrijving: 2519921, met steen), genoemd onder 10 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 DS doos, bijouteriedoos (omschrijving: 2519922, rond doosje), genoemd onder 11 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2519739, Rolex Datejust), genoemd onder 13 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK ring (omschrijving: 2519784, Inglis el Corte), genoemd onder 21 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK creditcard (omschrijving: 251787, La Caixe Visa Card), genoemd onder 22 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK pas, klatenpas (omschrijving: 2519789, wit, merk: Holland Casiono), genoemd onder 23 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK creditcard (omschrijving: 2519907, Abn Amro Gold Card), genoemd onder 26 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 DS sieraad (omschrijving: 2514796), genoemd onder 27 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK sieraad, ketting (omschrijving: 2519828), genoemd onder 28 op de aangehechte beslaglijst;
- 2 STK oorbel (omschrijving: 2519834), genoemd onder 29 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK batterij (omschrijving: 2519835, Varta Cr2016), genoemd onder 30 op de aangehechte beslaglijst;
- 2 STK oorbel (omschrijving: 2519838, zilverkleurig), genoemd onder 31 op de aangehechte beslaglijst;
- 3 STK ring (omschrijving: 2519842, damesringen), genoemd onder 32 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514372, Stainless Dimini), genoemd onder 33 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514510, zwart, merk: Officina del Tem3161), genoemd onder 34 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514516, zwart, merk: Gucci 114-2), genoemd onder 35 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK armband (omschrijving: 2514382), genoemd onder 36 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK broche (omschrijving: 2514383), genoemd onder 37 op de aangehechte beslaglijst;
- ketting + hanger (omschrijving: 2514386), genoemd onder 38 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514529, Rolex Yacht Master), genoemd onder 44 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514535, Hublot Mp06), genoemd onder 45 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514538, Jaquar J691), genoemd onder 46 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK bon van het casiono (omschrijving: 2514419), genoemd onder 48 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514528, grijs, merk: Rolex Sea-Dweller), genoemd onder 49 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514527, chroom, merk: Rolex Daytona Winner), genoemd onder 50 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514517, zwart, merk: Bq Aquaris X2), genoemd onder 58 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514487, zwart, merk: Bell & Ross Br01-92), genoemd onder 63 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: 2514496, TW Steel A1 Gp), genoemd onder 64 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 DV document (omschrijving: 2514291, meerdere soorten doc), genoemd onder 65 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514465, Samsung), genoemd onder 66 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 DS doos (omschrijving: 2514949, wit, merk: Tissot), genoemd onder 67 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514409, zwart, merk: Samsung), genoemd onder 68 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514312, goudkleur, merk: Samsung), genoemd onder 69 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514427, Samsung), genoemd onder 70 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514412, Samsung), genoemd onder 71 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514418, Samsung), genoemd onder 72 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 PR schoenen (omschrijving: 2514326, laboratorium schoene), genoemd onder 73 op de aangehechte beslaglijst;
- 5 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514514), genoemd onder 74 op de aangehechte beslaglijst;
- 660 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514518), genoemd onder 75 op de aangehechte beslaglijst;
- 5 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514520), genoemd onder 76 op de aangehechte beslaglijst;
- 108,15 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514508), genoemd onder 77 op de aangehechte beslaglijst;
- 50 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514509), genoemd onder 78 op de aangehechte beslaglijst;
- 60,90 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514286), genoemd onder 79 op de aangehechte beslaglijst;
- 40 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2519886), genoemd onder 80 op de aangehechte beslaglijst;
- 15,65 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514384), genoemd onder 81 op de aangehechte beslaglijst;
- 15 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514504), genoemd onder 82 op de aangehechte beslaglijst;
- 86,36 EUR dd ibg 01-12-2020 (Omschrijving: 2514359), genoemd onder 83 op de aangehechte beslaglijst;
- 42,46 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: 2514359), genoemd onder 84 op de aangehechte beslaglijst;
- 49,22 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: 2514359), genoemd onder 85 op de aangehechte beslaglijst;
- 65 EUR IBN: 01-12-2020 (omschrijving: PL1500-2020279946-2525185), genoemd onder 86 op de aangehechte beslaglijst.
Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr. K.J. Duyvis.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 maart 2026.