Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:446

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
22-000219-23
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen productie en bezit van grote hoeveelheden harddrugs

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van de productie en het aanwezig hebben van grote hoeveelheden harddrugs, waaronder MDMA en methamfetamine, in vier locaties verspreid over Rotterdam, Zoetermeer, Vlaardingen en Voorburg.

Het hof oordeelde dat de verdachte nauwe en bewuste samenwerking had met anderen bij de productie van synthetische drugs in drie laboratoria en het aanwezig hebben van drugs in een woning. Bewijs bestond uit verklaringen van medeverdachten, DNA-sporen, observaties, plaatsbepalingsgegevens van een auto en aangetroffen verpakkingsmaterialen.

De verdachte had vrije toegang tot de locaties, was betrokken bij het verpakken en vervoer van drugs en leverde een substantiële bijdrage aan de productieprocessen. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte medepleger was bij de productie en het bezit van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs.

Vanwege de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van synthetische drugs en de herhaalde betrokkenheid van de verdachte bij drugslaboratoria, legde het hof een gevangenisstraf van zes jaar en zes maanden op, met aftrek van voorarrest. De redelijke termijn was overschreden, wat tot strafvermindering leidde.

Daarnaast werd de auto en een geldbedrag van 70.000 euro verbeurd verklaard, omdat deze verband hielden met de strafbare feiten. Overige inbeslaggenomen goederen werden teruggegeven aan de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes jaar en zes maanden gevangenisstraf voor medeplegen van productie en bezit van harddrugs.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000219-23
Parketnummer: 09-306556-20
Datum uitspraak: 20 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 4 en 5 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair (impliciet subsidiair) tenlastegelegde feit en het onder 2 primair, 3 primair en 6 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van voorarrest. Voorts is er een beslissing genomen op het beslag zoals is omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 4 en 5 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak.
Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.
Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans aan de orde in hoger beroep - tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Rotterdam, in een pand gelegen aan de [adres 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het Nederlands grondgebied gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
26.238 tabletten MDMA (logo 'Rolex', 'VIP', 'La Casa de Papel', 'MyBrand', 'Farao', 'Louis Vuitton', 'Armani') en/of
700 gram poedersubstantie bevattende MDMA en/of
41,7 gram aan kristallen/brokkelige substantie bevattende methamfetamine en/of
193,3 gram brokkelige substantie bevattende amfetamine,
in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of MDMA, (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Rotterdam, in een pand gelegen aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk
voorbereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of buiten Nederlands grondgebied brengen,
26.238 tabletten MDMA (logo 'Rolex', 'VIP', 'La Casa de Papel', 'MyBrand', 'Farao',
'Louis Vuitton', 'Armani') en/of
700 gram poedersubstantie bevattende MDMA en/of
41,7 gram aan kristallen/brokkelige substantie bevattende methamfetamine en/of
193,3 gram brokkelige substantie bevattende amfetamine,
in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
hiertoe één of meer hoeveelhe(i)d(en)
(meth)amfetamine en/of
MDMA en/of
chemicaliën en/of
grondstoffen en/of
verpakkingsmaterialen,
voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 1 december 2020 te Rotterdam, in een pand gelegen aan de [adres 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,
23967 tabletten MDMA (logo Rolex, VIP en "La Casa de Papel" en MyBrand en Farao) en/of
700 gram aan beige poedersubstantie dat werd aangetroffen, is getest als MDMA en/of
235 gram aan kristallen en brokkelige substantie die werd aangetroffen, zijn getest als amfetamine en/of
41,7 gram aan kristallen en brokkelige substantie die werd aangetroffen, zijn getest als metamfetamine en/of
193,3 gram aan een gele brokkelige substantie, die werd aangetroffen, is getest als amfetamine,
in elk geval één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 400 kilo, althans één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende meth-amfetamine, in elk geval (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk
voorbereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of buiten Nederlands grondgebied brengen althans voorhanden hebben van,
ongeveer 400 kilo, althans één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth) amfetamine, in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
hiertoe één of meer hoeveelhe(i)d(en)
chemicaliën en/of
grondstoffen en/of
apparatuur en/of
(meth)amfetamine,
voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Vlaardingen, in een pand gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
Ongeveer 3,4 kilo (meth)amfetamine HCL en/of ongeveer 400 liter aan (meth)amfetamine
in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)-amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Vlaardingen, in een pand, gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk voorbereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of buiten Nederlands grondgebied brengen althans voorhanden hebben van,
Ongeveer 3,4 kilo (meth)amfetamine HCL en/of ongeveer 400 liter aan (meth)amfetamine, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of MDMA, zijnde (meth)amfetamine en/of MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
hiertoe één of meer hoeveelhe(i)d(en)
chemicaliën en/of
grondstoffen en/of
apparatuur en/of
(meth)amfetamine,
voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
6.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Voorburg, in een pand gelegen aan de [adres 4] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 17,5 kilo (meth)amfetamine HCL, in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)-amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Voorburg, in een pand gelegen aan de [adres 4] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van
ongeveer 17,5 kilo (meth)amfetamine HCL althans (meth)amfetamine en/of MDMA, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of MDMA, zijnde (meth)amfetamine en/of MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
hiertoe één of meer hoeveelhe(i)d(en)
chemicaliën en/of
grondstoffen en/of
apparatuur en/of
(meth)amfetamine,
voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 6 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren en negen maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat er op de inbeslaggenomen voorwerpen wordt beslist zoals in het vonnis waarvan beroep is omschreven.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bewijsoverwegingen

De verdediging
De verdediging heeft zich – onder meer – op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 6 tenlastegelegde. Ter zake feit 3 bepleit de verdediging vrijspraak behoudens het voorhanden hebben van 3,4 kilogram metamfetamine. Hieronder zal op de verweren worden ingegaan – voor zover die niet door de bewijsmiddelen worden weerlegd.
Juridisch kader
Juridisch kader medeplegen
Om tot een veroordeling voor medeplegen te komen moet sprake zijn van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht dient te zijn. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De vraag of de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval.
Juridisch kader (medeplegen van) aanwezig hebben van drugs
Voor het opzettelijk ‘aanwezig hebben’ van verdovende middelen als bedoeld in artikel 2, onder C, van de Opiumwet, is niet beslissend aan wie die middelen (in eigendom) toebehoren. Enige beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen is niet vereist. Voldoende is dat de verboden middelen zich in de ‘machtssfeer’ van de verdachte bevinden, waartoe in elk geval noodzakelijk is dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop.
Het medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben vereist ten minste (de vaststelling van) een ‘tezamen afweten’ van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Dergelijke wetenschap kan eventueel met toepassing van algemene ervaringsregels uit de omstandigheden van het geval worden afgeleid. Bovendien is nog vereist dat de ‘macht’ over de aanwezige verdovende middelen ‘tezamen wordt uitgeoefend’. Daarbij ligt het accent op de samenwerking en dient de bijdrage van de verdachte aan deze machtsuitoefening van voldoende gewicht te zijn alvorens hem als medepleger te kunnen aanmerken.
Met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde ( [adres 1] in Rotterdam)
Feiten en omstandigheden
Op 1 december 2020 heeft de politie een woning aan de [adres 1] in Rotterdam doorzocht. Daarbij zijn onder meer MDMA, metamfetamine en amfetamine aangetroffen. Ook zijn diverse lege verpakkingsmaterialen aangetroffen, waaronder een dertigtal lege Zwitsalflessen. Op of nabij de tafel in de woonkamer stond een vacumeermachine.
De bewoner van de woning, [medeverdachte 1] , heeft verklaard dat er in zijn woning xtc en MDMA werden ingepakt. Soms deed hij dat zelf, tegen betaling. De drugs moesten worden ingepakt zodat deze vervolgens konden worden verstuurd. Vanaf 2019 is hem gevraagd om in te pakken. Over de aangetroffen verpakkingsmaterialen heeft [medeverdachte 1] verklaard dat deze in zijn woning werden gewassen en werden meegenomen. Dit werd door twee personen gedaan, die hem soms hielpen zijn huur te betalen. Over de verdachte heeft [medeverdachte 1] verklaard dat deze een sleutel had van zijn woning en ook wel eens langskwam met iemand anders. [medeverdachte 1] ging dan naar zijn eigen kamer, zij waren dan in de woonkamer. De verdachte heeft ook wel eens vrienden meegenomen die aan [medeverdachte 1] vroegen om drugs in te pakken, wat [medeverdachte 1] ook heeft gedaan. Deze vrienden hebben ook zelf drugs ingepakt in de woning.
De verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig in de woning kwam en dat hij een eigen sleutel had van de woning. De verdachte kwam daar ook als [medeverdachte 1] niet thuis was.
De verdachte maakte gebruik van een auto, merk Lexus, met kenteken [kenteken] . Deze Lexus is voorzien geweest van plaatsbepalingsapparatuur. Uit de gegevens van deze apparatuur blijkt dat de Lexus onder andere op de volgende dagen heeft stilgestaan in de directe omgeving van de woning aan de [adres 1] in Rotterdam: 17, 18, 19, 20, 26 en 29 oktober en 1, 2, 3, 4, 7, 8, 10, 11, 13, 14, 15, 17, en 18 november 2020.
De verdachte is gedurende meerdere dagen geobserveerd door de politie. Op 25 november 2020 is gezien dat de verdachte in een filiaal van Kruidvat volledige schappen Zwitsal bodylotion en Zwitsal schuimbad leeghaalt en betaalt. Hij verlaat het filiaal met een volle rode bigshopper, laadt deze in de achterbak van de Lexus en vertrekt. Nadat hij de auto weer heeft geparkeerd, loopt hij in de richting van de woning aan de [adres 1] . Een uur later wordt gezien dat hij het portiek van de woning verlaat met twee kennelijk goed gevulde plastic tassen, die hij in de kofferbak van de Lexus zet en vertrekt.
Op 30 november 2020 is gezien dat de verdachte het portiek dat toegang geeft tot de woning aan de [adres 1] verlaat, in de Lexus stapt en vertrekt. Later op de dag parkeert hij de Lexus weer op de [adres 1] , stapt uit met een gevulde witte tas en gaat het portiek in waartoe de [adres 1] behoort.
Beoordeling
Het hof leidt uit voormelde feiten en omstandigheden af dat de verdachte de in de woning aangetroffen harddrugs aanwezig heeft gehad.
Blijkens de verklaring van [medeverdachte 1] werd de woning gebruikt voor het inpakken van drugs. In de woning bevonden zich aanzienlijke hoeveelheden drugs en behalve dat, ook verpakkingsmaterialen en een vacumeermachine; deze laatste stond op of nabij de tafel in de woonkamer. De verdachte had vrije toegang tot deze woning en kwam daar regelmatig, ook als de bewoner niet thuis was. Zo heeft hij personen de woning binnen gelaten die drugs hebben verpakt en aan de bewoner hebben gevraagd om dat ook te doen. Ook heeft de verdachte een grote hoeveelheid Zwitsal producten gekocht, terwijl van gelijksoortige producten vele lege verpakkingen in de woning zijn aangetroffen. Gezien de overige onderzoeksbevindingen gaat het hof ervan uit dat die verpakkingen een rol speelden bij het verpakkingsproces van harddrugs in de woning.
Het is niet goed voorstelbaar dat aan de verdachte vrije toegang tot de woning zou zijn gegeven zonder dat hij op de hoogte was van de aanwezigheid van de aanzienlijke hoeveelheid harddrugs in de woning. Dit zou voor de eigenaar van die harddrugs immers een onaanvaardbaar risico op ontdekking van de drugs betekenen. Gezien genoemde bijdragen aan het verpakken van de drugs concludeert het hof dat de verdachte ook beschikkingsmacht had. Het hof concludeert dan ook dat de verdachte heeft geweten van de harddrugs in de woning en daarover kon beschikken. Nu er meerdere personen bemoeienis hadden met het verpakken van harddrugs in de woning, acht het hof bewezen dat de verdachte de harddrugs tezamen en in vereniging met anderen aanwezig heeft gehad.
Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde ( [adres 2] in Zoetermeer)
Feiten en omstandigheden
Nadat de gebruikers van naastgelegen panden een melding hadden gedaan van een vreemde geur, is op 16 september 2020 in een bedrijfspand aan de [adres 2] in Zoetermeer een laboratorium voor de productie van metamfetamine aangetroffen, dat bestond uit drie ruimtes. In het pand is een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen, tezamen met grondstoffen en goederen die gebruikt worden bij de productie van synthetische harddrugs.
De verdachte heeft verklaard dat hij vanaf eind augustus 2020 ongeveer elke twee à drie dagen het pand aan de [adres 2] heeft bezocht, op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] betaalde de verdachte daarvoor 2.000 à 3.000 euro.
Bij de politie heeft [verdachte] verklaard op verzoek van [medeverdachte 2] ook mensen gehaald en gebracht te hebben naar dit pand.
Het DNA van de verdachte is in het pand aangetroffen op een sigarettenpeuk, die zich bevond in een asbak op een tafel in een laboratoriumruimte.
Beoordeling
Het hof leidt uit voormelde feiten en omstandigheden af dat de verdachte betrokken is geweest bij het laboratorium. Naar zijn zeggen kwam de verdachte gedurende zo’n twee weken elke twee tot drie dagen in het bedrijfspand en kreeg hij daarvoor duizenden euro’s betaald. Dat de verdachte niet wist van het laboratorium en alleen in het bedrijfspand kwam om “kleine dingen” van bouwmarkten te brengen zoals “plakband, een tang, gereedschappen”, zoals de verdachte heeft verklaard, acht het hof ongeloofwaardig. Niet valt in te zien dat er elke twee à drie dagen behoefte zou zijn aan dergelijke voorwerpen en evenmin dat het verlenen van die dienst 2.000 tot 3.000 euro waard zou zijn. Niet goed voorstelbaar is bovendien dat de verdachte zo frequent toegang tot het pand zou zijn verschaft zonder dat hij ervan op de hoogte was dat daar harddrugs werden geproduceerd, te meer nu het productieproces gepaard ging met een duidelijk waarneembare geur. In aanmerking genomen dat zijn DNA is aangetroffen in een laboratoriumruimte en het gegeven dat de bijdrage van de verdachte 2.000 tot 3.000 euro waard was, gaat het hof ervan uit dat de verdachte een substantiële bijdrage leverde aan het productieproces van harddrugs dat in het pand heeft plaatsgevonden.
Het hof acht het van algemene bekendheid dat de (grootschalige) productie van synthetische drugs een dermate complexe onderneming is, dat deze doorgaans de nauwe en bewuste samenwerking van meerdere personen vergt. Uit het dossier blijkt ook dat bij het aangetroffen laboratorium meerdere personen betrokken waren. Het hof acht dan ook bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen harddrugs heeft bereid en/of verwerkt en/of bewerkt.
Met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde ( [adres 3] in Vlaardingen)
Feiten en omstandigheden
Op 1 december 2020 is in een bedrijfspand aan de [adres 3] in Vlaardingen een laboratorium voor de productie van metamfetamine aangetroffen. In het pand is een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen, tezamen met grondstoffen en goederen die gebruikt worden bij de productie van synthetische harddrugs.
De verdachte is in het pand aangetroffen terwijl hij op een bank lag te slapen in een ruimte waar zich grondstoffen en andere benodigdheden voor de productie van synthetische harddrugs bevonden. In dezelfde ruimte werd ook [medeverdachte 3] aangetroffen.
De verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte 3] naar het pand aan de [adres 3] heeft gebracht en dat hij wist dat zij daar ‘met drugs bezig was’. Hij heeft ook wel eens een doos en plastic zakken met afval afkomstig uit het pand weggegooid.
[medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij ‘minstens drie tot vier keer per week’ in het pand aan de [adres 3] kwam. De verdachte was de chauffeur die haar ophaalde.
In het pand is een handschoen aangetroffen op een vat in de laboratoriumruimte. In deze handschoen bevond zich het DNA van de verdachte.
Tijdens observaties heeft de politie gezien dat de verdachte op 5 november 2020 in de Lexus met kenteken [kenteken] een vrouw ophaalt en vervolgens met haar het pand aan de [adres 3] binnenrijdt. Een uur later vertrekt de verdachte in de Lexus en gooit in een ondergrondse afvalcontainer een doos en twee vuilniszakken weg.
De politie heeft de inhoud van de afvalcontainer veiliggesteld. De inhoud is onderzocht, waarbij twee vuilniszakken qua inhoud op elkaar leken. In een van de zakken was een chemische lucht te ruiken en in een van de zakken zaten tissues met restanten van een witte poedersubstantie. Bij een indicatieve test op deze substantie bleek het vermoedelijk te gaan om nartriumtartraat. Dit betreft een natriumzout van wijnsteenzuur. Wijnsteenzuur wordt gebruikt voor het bewerken van metamfetamine.
Uit gegevens van de plaatsbepalingsapparatuur die door de politie was aangebracht op de Lexus blijkt dat deze auto onder andere op de volgende dagen heeft stilgestaan in de directe omgeving van het pand aan de [adres 3] : 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20 en 21 november 2020. Op meerdere dagen stond de auto daar twee of drie uur stil.
Beoordeling
Het hof leidt uit voormelde feiten en omstandigheden af dat de verdachte betrokken is geweest bij het laboratorium. De locatiegegevens van zijn auto duiden erop dat de verdachte gedurende drie weken vrijwel dagelijks bij het bedrijfspand was en daar ook regelmatig langere tijd was. Hij bracht [medeverdachte 3] naar het pand, die ‘met drugs bezig was’. Ook heeft hij afval afkomstig uit het pand weggegooid dat in verband kan worden gebracht met het laboratorium. Zijn DNA is bovendien aangetroffen op een handschoen – een voorwerp dat in verband kan worden gebracht met de productie van synthetische drugs – die op een vat in de laboratoriumruimte lag. Dat de verdachte ‘zelf niets met drugs heeft gedaan’ en de handschoen slechts heeft gebruikt bij het verplaatsen van een bank, zoals hij heeft verklaard, acht het hof ongeloofwaardig. Het hof betrekt daarbij de plaats waar de handschoen is aangetroffen en de frequentie en duur van de bezoeken van de verdachte aan het pand. Mede gelet op het voorgaande ontstijgt naar het oordeel van het hof de betrokkenheid van de verdachte bij het laboratorium – anders dan de raadsman heeft betoogd – die van medeplichtige. Het hof acht bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen harddrugs heeft bereid en/of verwerkt en/of bewerkt. Het hof betrekt daarbij ook dat de (grootschalige) productie van synthetische drugs doorgaans de nauwe en bewuste samenwerking van meerdere personen vergt, terwijl uit het dossier blijkt dat bij het aangetroffen laboratorium meerdere personen betrokken waren.
Met betrekking tot het onder 6 tenlastegelegde ( [adres 4] in Voorburg)
Feiten en omstandigheden
Op 1 december 2020 is in een woning aan de [adres 4] in Voorburg een laboratorium voor de productie van metamfetamine aangetroffen. In het pand is een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen, tezamen met grondstoffen en goederen die gebruikt worden bij de productie van synthetische harddrugs. Een slaapkamer was ingericht als laboratoriumruimte. In de woonkamer stonden drie kunststof bakken met daarin metamfetaminekristallen die ter plaatse met behulp van een ventilator werden gedroogd.
Op twee schepjes die zijn aangetroffen in die kunststof bakken, zat het DNA van de verdachte.
De verdachte heeft verklaard dat hij in de woning is geweest en daar drugs heeft gezien.
Tijdens observaties heeft de politie de verdachte op meerdere data in de nabijheid van de woning gezien. Op 19 oktober 2020 gaat hij het portiek dat toegang geeft tot de woning binnen en verlaat hij het na ruim een uur terwijl hij een rolkoffer draagt. Op 20 oktober 2020 gaat hij het portiek binnen en komt hij een half uur later weer naar buiten. Op 5 november 2020 verlaat de verdachte de woning en laadt vervolgens dozen in zijn auto vanuit een andere auto. Op 17 november 2020 gaat hij het portiek binnen en verlaat hij het na een half uur terwijl hij bigshoppers draagt die hij daarop in een auto plaatst. Ook op 19 november 2020 komt de verdachte met bigshoppers het portiek uit. Later dezelfde dag gaat hij met bigshoppers het portiek binnen en verlaat het korte tijd later zonder tassen.
Beoordeling
Het hof leidt uit voormelde feiten en omstandigheden af dat de verdachte betrokken is geweest bij het laboratorium. De verdachte kwam met regelmaat in de woning, verbleef daar soms enige tijd en bracht spullen van en naar de woning. In de woning heeft de verdachte in ieder geval bemoeienis gehad met de bakken metamfetamine in de woonkamer, getuige zijn DNA op de schepjes. Dat de verdachte de schepjes slechts ‘uit nieuwsgierigheid’ heeft vastgepakt, zoals hij heeft verklaard, acht het hof ongeloofwaardig, mede gezien zijn eerdere betrokkenheid bij het laboratorium aan de [adres 2] . Ook de bakken in de woonkamer waren onderdeel van het bereidingsproces; de metamfetamine lag daar immers te drogen. Voormelde feiten en omstandigheden in samenhang beziend, acht het hof bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen harddrugs heeft bereid en/of verwerkt en/of bewerkt. Het hof betrekt daarbij dat de (grootschalige) productie van synthetische drugs doorgaans de nauwe en bewuste samenwerking van meerdere personen vergt, terwijl uit het dossier blijkt dat bij het aangetroffen laboratorium meerdere personen betrokken waren.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 6 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in
of omstreeksde periode van 1 januari 2019 tot en met 1 december 2020 te Rotterdam, in een pand gelegen aan de [adres 1] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen, opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het Nederlands grondgebied gebracht, in elk gevalopzettelijk aanwezig heeft gehad,
26.23815.824tabletten MDMA (logo 'Rolex', 'VIP', 'La Casa de Papel', 'MyBrand', 'Farao'
, 'Louis Vuitton', 'Armani') en
/of
700350gram poedersubstantie bevattende MDMA en
/of
41,721,7gram aan kristallen/brokkelige substantie bevattende met
hamfetamine en
/of
193,3 gram brokkelige substantie bevattende amfetamine,
in elk geval (telkens) één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (meth)amfetamine en/of MDMA, (een)middel
(en
)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in
of omstreeksde periode van
1 januari 201926 mei 2020tot en met
1 december 202016 september 2020te Zoetermeer, in een pand gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 400 kilo, althans één of meerhoeveelhe
(i)d
(en
)van een materiaal bevattende
(met
h)amfetamine,
in elk geval (telkens)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij in
of omstreeksde periode van
1 januari 20191 november 2020tot en met 1 december 2020 te Vlaardingen, in een pand gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
Ongeveer 3,4 kilo (meth)amfetamine HCL en/of ongeveer 400 liter aan (meth)amfetamine
in elk geval (telkens) één of meerhoeveelhe
(i)d
(en
)van een materiaal bevattende
(met
h)-amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
6.
hij in
of omstreeksde periode van
1 januari 201910 maart 2020tot en met 1 december 2020 te Voorburg, in een pand gelegen aan de [adres 4] , tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of buiten Nederlands grondgebied heeft gebracht, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 17,5 kilo (meth)amfetamine HCL, in elk geval (telkens) één of meerhoeveelhe
(i)d
(en
)van een materiaal bevattende
(met
h)-amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 primair, 3 primair en 6 primair bewezenverklaarde levert telkens op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte is betrokken geweest bij drie metamfetaminelaboratoria, waarvan twee in een bedrijfspand en één in een portiekwoning. Ook heeft hij een grote hoeveelheid harddrugs aanwezig gehad in een woning. De verdachte is door zijn handelen medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik en de productie van synthetische drugs veroorzaken. Zoals algemeen bekend is het gebruik van dergelijke harddrugs – in het bijzonder crystal meth – verslavend en zeer schadelijk voor de gezondheid. Ook gaan de productie en het gebruik van en de handel in harddrugs veelal gepaard met (andere vormen van) criminaliteit en brengt afval van de productie doorgaans grote schade toe aan het milieu. Feiten als deze brengen dan ook onrust in de samenleving mee en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Ook brengt de productie van synthetische drugs grote veiligheidsrisico’s met zich, zoals brand- en ontploffingsgevaar, wat ook een risico vormt voor omwonenden, in het bijzonder als het gaat om een drugslab gevestigd in een portiekwoning. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad. Het hof acht het kwalijk dat de verdachte na de ontmanteling van het laboratorium in het pand aan de [adres 2] op 16 september 2020 opnieuw, binnen een aantal maanden, betrokken is geraakt bij de productie van crystal meth in het pand aan de [adres 3] .
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 29 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte – afgezien van een oud andersoortig feit, gepleegd in 2012 – in Nederland niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
De aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, zoals hiervoor beschreven, maken naar het oordeel van het hof dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren een passende en geboden reactie vormt.
Het hof constateert dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in eerste aanleg en in hoger beroep is overschreden.
In eerste aanleg is de redelijke termijn aangevangen op het moment dat de verdachte in verzekering is gesteld op 1 december 2020. Het eindvonnis is op 17 januari 2023 gewezen. Gelet op het feit dat de verdachte in eerste aanleg 19 maanden en 1 dag in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal het hof uitgaan van een redelijke termijn van 16 maanden waarbinnen het eindvonnis moet zijn gewezen. De redelijke termijn in eerste aanleg is derhalve met 9 maanden en 17 dagen overschreden.
In hoger beroep is de termijn aangevangen op 15 januari 2023 en het eindarrest is gewezen op 20 maart 2026. De verdachte is op 25 februari 2024 opnieuw in voorlopige hechtenis genomen en verblijft tot op heden in voorarrest. Gelet op het feit dat de verdachte op het moment van het wijzen van het eindarrest in hoger beroep 24 maanden en 24 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal het hof eveneens uitgaan van een redelijke termijn van 16 maanden. De redelijke termijn in hoger beroep is derhalve met 22 maanden en 6 dagen overschreden.
Het hof zal deze overschrijdingen verdisconteren in de strafmaat. Waar het hof zonder overschrijdingen van de redelijke termijn een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren zou hebben opgelegd, wordt nu een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest, opgelegd.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Onder de verdachte zijn een auto, horloges, telefoons en geldbedragen inbeslaggenomen.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de auto en de telefoons worden verbeurdverklaard en dat de overige voorwerpen worden teruggegeven aan de verdachte.
Het hof overweegt als volgt.
De inbeslaggenomen auto betreft de Lexus met kenteken [kenteken] , die aan de verdachte toebehoort. Zoals uit de bewijsoverwegingen volgt, heeft de verdachte met behulp van deze auto de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten begaan. Het hof zal de auto daarom verbeurdverklaren.
Over het inbeslaggenomen contante geldbedrag van 70.000 euro heeft de verdachte verklaard dat hij dit heeft verkregen “door dingen te kopen en te brengen naar de mensen waarover ik heb verklaard of door mensen op te halen of ergens naar toe te brengen”. Blijkens zijn verklaring bedoelt de verdachte hiermee het brengen van personen en goederen naar de [adres 2] en de [adres 3] . Op die locaties zijn harddrugs geproduceerd en het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte bij die productie betrokken is geweest, onder andere door het halen en brengen van mensen. Daarmee kan het inbeslaggenomen geldbedrag worden aangemerkt als voorwerp dat door middel van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten is verkregen. Het hof zal dit geldbedrag daarom verbeurdverklaren.
Het hof heeft bij het opleggen van deze bijkomende straf rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.
Van de overige geldbedragen, de telefoons en de horloges kan niet worden vastgesteld dat deze verband houden met de bewezenverklaarde feiten. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen is niet in strijd met de wet of het algemeen belang. Het hof zal daarom de teruggave van deze voorwerpen aan de verdachte gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 en 5 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 6 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 6 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren en 6 (zes) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 STK personenauto [kenteken] (omschrijving: 2514416, zwart, merk: Lexus Lexus Nx300h), genoemd onder 1 op de aangehechte beslaglijst.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag, te weten:
- 70000 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514228), genoemd onder 7 op de aangehechte beslaglijst.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en geldbedragen, te weten:
- 1 STK horloge (omschrijving: G2514961, goud met zilver, merk: Rolex), genoemd onder 2 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK horloge (omschrijving: G2514224, in doos met bijbehorende bon + certificaat, goudkleurig, merk: Rolex), genoemd onder 3 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514313, Huawei Vog), genoemd onder 4 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514347, Poco), genoemd onder 5 op de aangehechte beslaglijst;
- 1 STK telefoontoestel (omschrijving: 2514246, Huawei Rne-Ll 21), genoemd onder 6 op de aangehechte beslaglijst;
- 150 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514244), genoemd onder 8 op de aangehechte beslaglijst;
- 570 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514252), genoemd onder 9 op de aangehechte beslaglijst;
- 157 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514259), genoemd onder 10 op de aangehechte beslaglijst;
- 750 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514264), genoemd onder 11 op de aangehechte beslaglijst;
- 34760 EUR dd ibg 01-12-2020 (omschrijving: G2514307), genoemd onder 12 op de aangehechte beslaglijst.
Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr. K.J. Duyvis.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 maart 2026.