Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:449

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
22-000191-23
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag op 13 februari 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2023. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor het primair tenlastegelegde en vrijgesproken voor het onder 2 tenlastegelegde. Tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal vorderde dat de verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het hoger beroep. De raadsvrouw van de verdachte gaf per e-mail aan dat de verdachte zijn eerder ingediende bezwaren tegen het vonnis niet wenste te handhaven. Het hof zag ook ambtshalve geen reden om de zaak inhoudelijk te behandelen.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Hiermee is het hoger beroep van de verdachte afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, waardoor het hoger beroep is afgewezen.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000191-23
Parketnummer: 09-305847-20
Datum uitspraak: 13 februari 2026
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken. Ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is er een beslissing genomen op het beslag zoals in het vonnis waarvan beroep is omschreven.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het hof heeft kennisgenomen van de email van de raadsvrouw d.d. 8 december 2025, inhoudende dat de verdachte de eerder bij schriftuur opgegeven bezwaren tegen het vonnis niet wenst te handhaven.
Aangezien het hof ook ambtshalve geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep, zal het hof de verdachte op de voet van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr. K.J. Duyvis.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 februari 2026.