Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Procesgang
Tenlastelegging
waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde
Vordering van de advocaat-generaal
Het vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
BESLISSING
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor verleiding van een minderjarige tot het dulden van ontuchtige handelingen in de periode van maart tot september 2020. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een taakstraf, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep.
Het hof heeft het bewijs beoordeeld aan de hand van artikel 342 lid 2 Sv Pro, dat vereist dat de verklaring van één getuige niet zonder voldoende steunbewijs kan leiden tot een bewezenverklaring. Hoewel enkele contextuele omstandigheden uit de verklaring van de aangeefster werden bevestigd, vond het hof deze onvoldoende om de tenlastegelegde gedragingen wettig en overtuigend te bewijzen.
De verklaringen van getuigen boden geen directe steun voor de aantijgingen, en het hof interpreteerde een excuusbericht van verdachte niet als erkenning van ontuchtige handelingen. Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs sprak het hof verdachte vrij.
Daarnaast werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij afgewezen wegens de vrijspraak. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs voor verleiding van een minderjarige tot ontuchtige handelingen.