Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:480

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
22-002967-25
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 SvArt. 449 SvArt. 450 SvArt. 451 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag op 19 februari 2026 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter te Rotterdam van 20 november 2024.

De verdachte was op 18 september 2025 persoonlijk op de hoogte gesteld van het vonnis, waarna hij binnen veertien dagen hoger beroep had moeten instellen. De uiterste termijn voor het indienen van het hoger beroep was vastgesteld op 17:00 uur op donderdag 2 oktober 2025, conform het bestuursreglement van de rechtbank Rotterdam.

De schriftelijke volmacht van de raadsman van verdachte om het hoger beroep in te stellen, werd echter pas om 19:41 uur op 2 oktober 2025 bij de griffie ontvangen, wat na sluitingstijd was. Hierdoor werd het hoger beroep te laat ingediend. Er zijn geen omstandigheden gebleken die deze termijnoverschrijding verontschuldigen, zodat het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002967-25
Parketnummers: 10-033303-24, 09-143795-20 (TUL) en 22-002986-21 (TUL)
Datum uitspraak: 19 februari 2026
VERSTEK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van
20 november 2024 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[de verdachte] ,

geboren te [woonplaats] op [geboortedatum] 2001 ,
adres: [adres van de verdachte] .
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 19 februari 2026 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Het hof stelt vast dat de verdachte op 18 september 2025 bekend was met het vonnis waarvan beroep, omdat op die datum de mededeling uitspraak van dat vonnis aan de verdachte in persoon is uitgereikt.
De verdachte had derhalve – al dan niet door een daartoe door hem gevolmachtigde – ingevolge artikel 408 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) binnen veertien dagen na genoemde datum in hoger beroep moeten komen.
Volgens artikel 449 in Pro verbinding met artikel 450 Sv Pro wordt, voor zover hier van belang, hoger beroep ingesteld door een verklaring, af te leggen door degene die het rechtsmiddel aanwendt of een door hem daartoe gevolmachtigde, op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven, van welke verklaring ingevolge artikel 451 Sv Pro door de griffier een akte wordt opgemaakt. De mogelijkheid om door het afleggen van zo een verklaring een rechtsmiddel aan te wenden is gebonden aan de uren waarop de griffie van het gerecht ingevolge het daarop betrekking hebbende reglement geopend is of geopend behoort te zijn. Dit brengt mee dat een per emailbericht verzonden schriftelijke volmacht als bedoeld in artikel 450 Sv Pro aan een griffiemedewerker tot het voor de verdachte aanwenden van een rechtsmiddel slechts dan kan worden aangemerkt als binnen de beroepstermijn ingediend, indien deze volmacht ter griffie is binnengekomen vóór sluiting van de griffie op de laatste dag van deze termijn. (Vgl. HR 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:308 en HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:231.)
Uit het gepubliceerde Bestuursreglement van de rechtbank Rotterdam (
Stcrt.2024/33677) blijkt dat de griffie op donderdagen sluit om 17:00 uur (artikel 2: “De griffies van de rechtbank zijn geopend van maandag tot en met vrijdag van 8.30 uur tot 17.00 uur.”). Dit betekent dat in de onderhavige zaak 17:00 uur op donderdag 2 oktober 2025 het uiterste tijdstip was voor het instellen van hoger beroep.
Namens de verdachte is op 3 oktober 2025 hoger beroep ingesteld, omdat de door de raadsman van de verdachte per e-mail verzonden schriftelijke volmacht tot het instellen van het hoger beroep pas na het zojuist genoemde uiterste tijdstip, namelijk op 2 oktober 2025 om 19:41 uur, is binnengekomen bij de griffie. Dit is derhalve te laat volgens de eerder genoemde rechtspraak.
Voorts is niet gebleken van omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maken, zodat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. E.A. Poppe-Gielesen, als voorzitter, en mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. G.C. Haverkate, leden, in bijzijn van de griffier mr. I.M. van Hoevelaken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 februari 2026.
Mr. I.M. van Hoevelaken is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.