Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 22 februari 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 24 november 2023;
- het arrest van dit hof van 9 april 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 augustus 2024;
- de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van [appellant] , met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
“betreffende onderhandelingen in ruimste[het hof gaat ervan uit dat het woord ‘zin’ is weggevallen]
van het woord van bovenstaand object”. Onder het stuk, dat verder geen toelichting bevat, worden de namen van [erflater] en [appellant] vermeld, met daarbij twee handtekeningen.
“ [adres] [gemeente] ”respectievelijk
“Met dank voor gebroek diensten”.
“Courtage Conform afspraak”. [geïntimeerde] heeft geweigerd deze factuur te betalen.
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Bestaan opdracht makelaarswerkzaamheden tegen betaling van courtage?
- In eerste aanleg heeft [appellant] volstaan met de stelling dat hij in maart 2019 van [erflater] de opdracht heeft gekregen om voor hem als makelaar op te treden en heeft hij het hierboven (onder 3.7) vermelde document van 17 september 2019 overgelegd (plus een minder ter zake dienende toestemming uit mei 2019 voor het opvragen van stukken). In hoger beroep heeft hij zich eerst op het standpunt gesteld dat sprake was van een prestatieopdracht (memorie van grieven onder 5.9 en 5.18), om vervolgens te stellen dat er alleen een inspanningsverplichting op hem rustte (memorie van grieven onder 5.19).
- In het document van 17 september 2019 wordt ‘de opdracht tot verkoop’ enigszins tussen neus en lippen genoemd. Dit stuk gaat vooral over het ophogen van de opstal- en inboedelverzekering en in de onderwerpregel worden ook alleen die verzekeringen genoemd. Bovendien valt op dat het document dateert van ná de totstandkoming van de koopovereenkomst op 6 september 2019. [appellant] heeft hiervoor geen logische verklaring gegeven. Hij heeft alleen aangevoerd dat na de verkoop van de woning een officiële overeenkomst van opdracht werd getekend
- De volmacht van maart 2019 (zie hierboven onder 3.3) heeft [appellant] pas in hoger beroep overgelegd, en wel bij memorie van antwoord in incidenteel appel. De volmacht is zo algemeen geformuleerd dat daaruit niet blijkt dat het de wens van [erflater] was dat [appellant] de opdracht kreeg om de woning te verkopen. Deze volmacht zou ook kunnen passen bij (uitsluitend) de werkzaamheden in het kader van het geschil met de gemeente. Een nadere specificatie ontbreekt in elk geval. Volgens [appellant] zijn
.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 24 november 2023;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 3.404,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.