Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant] ,2. [appellant 2] ,
hierna: [appellant] (enkelvoud),
1.B.V. Bogaerds,
hierna: Bogaerds,
geïntimeerde 1,
advocaat: mr. R. Bravenboer, kantoorhoudend in Oud-Beijerland,
Vcon Bouwconstructies,
3. [geïntimeerde 3],
gevestigd, respectievelijk wonend, in [woonplaats 2] , gemeente [naam gemeente 2] ,
hierna samen: Vcon,
advocaat: mr. B.M. Stroetinga, kantoorhoudend in Eindhoven,
geïntimeerde 4 in het principaal hoger beroep,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 29 november 2023, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 1 februari 2023 en
- de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van Bogaerds, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van Vcon en [geïntimeerde 3] ;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde 4], tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in het voorwaardelijk incidenteel appel van [appellant] ;
- de bijlagen (nrs. 10 en 11) die [appellant] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
de aanbouw,(b) het ombouwen van de garage op de begane grond tot een slaapkamer met toebehoren, (c) het realiseren van extra hoogte op de eerste verdieping (links op de tekening, aangegeven als ‘uitbreiding’), hierna:
de opbouw, met slaapkamer en badkamer, waartoe (d) een geheel nieuwe kapconstructie moest worden gemaakt, en (e) het bouwen van een nieuwe apart staande dubbele garage (op de tekening aangegeven als ‘bijgebouw 68 m²). De verbouwing is begonnen op 6 september 2018. Op 26 april 2019 heeft de oplevering plaatsgevonden. Het uiteindelijke woonhuis is opgebouwd uit twee woonlagen. De begane grond is opgetrokken uit steen, de eerste verdieping is opgebouwd uit een houten constructie en voorzien van een rieten kapconstructie. De buitenzijde van de woning is afgewerkt met stucwerk.
Vconheeft aanvankelijk op 25 april 2017 een offerte uitgebracht. Vcon heeft op 27 november 2017 opnieuw een offerte uitgebracht. Deze is door [appellant] aanvaard. Deze offerte vermeldt onder meer:
“1. Tekening en berekening uitbreiding fundatie tpv garage en keuken € 850,00fundering op staal, stroken fundering, ps-combinatievloer2. Tekening en berekening uitbreiding verdiepingsvloer tpv garage en keuken € 650,00houten balklaag, stalen liggers tpv doorbraak, kolommen, e.d.3. Tekening en berekening nieuwe kapconstructie over gehele woning € 800,00stalen spanten, prefab dakplatenTotaal (excl. B.T.W.) € 2.300,00Sonderingen en funderingsadvies zit niet in onze opdracht.Uitgangspunt offerte: tekeningen Bogaerds architecten.(….)”
“Hallo [geïntimeerde 4], Hierbij ontvang je de kapberekening en gewijzigde kaptekening. Er moet door hoofdconstructeur wel gecontroleerd worden of de belasting uit kap op de onderliggende constructie kan worden toegelaten.”
“Goedemorgen,Hierbij de gegevens van de kap, graag van [geïntimeerde 3] goedkeuring op de berekening,Vriendelijke groet, [geïntimeerde 4]”Deze e-mail heeft geen vervolg gekregen.
nul-meting, funderings-of sonderingsonderzoek (van de bodem) plaatsgevonden.
de aanbouwen de oorspronkelijke woning en in het tegelwerk (ter plaatse van de nieuwe keuken) en (ii) bij de badkamer op de eerste verdieping. Daarnaast (iii) is sprake van enige doorbuiging van de balkenlaan op de eerste verdieping, die (mede) de nieuwe kapconstructie steunt (bij de
opbouw). Dit laatste wordt onder meer in verband gebracht met de afwezigheid van een stalen ligger bij de verdiepingsvloer waardoor puntlast F6 niet voldoende wordt opgevangen vanuit de kapconstructie, terwijl puntlast F7 (in de woonkamer) achterwege is gelaten.Ook wordt aangevoerd dat de tegelzetter onvoldoende dilatatievoegen heeft aangebracht. De overige klachten, die met name verband houden met de afwerking, zijn grotendeels door [geïntimeerde 4] erkend. Het aangeboden herstel van dit laatste is door [appellant] in dit stadium geweigerd omdat hij wil dat eerst de constructieve problemen worden aangepakt.
(a) Hage Bouwadvies (na bezichtiging op 30 juli 2019),
(b) Wareco ingenieurs (rapport 28 januari 2021),
(c) Sterk adviesbureau (rapport 8 juli 2021),
(d) RSW bouw (kostenraming 20 december 2021),
(e) Hage Bouwadvies (rapport 13 januari 2021 herstelmaatregelen),
(f) Ing. P. van Eijk iov Interpolis (verzekeraar Vcon), memo dd 16 en 17 mei 2022,
(g) Propendum (inspectie 22 februari 2023),
(h) EMN (eerste inspectie 12 oktober 2023), en
(i) Trition (onderzoek 24 oktober 2023 (via EMN)).
4.Procedure bij de rechtbank
1. hem te machtigen de in het rapport Propendum e.a. geconstateerde gebreken te doen herstellen voor rekening van de hoofdelijk aansprakelijken Bogaerds Vcon en [geïntimeerde 4], onverminderd zijn recht op schadevergoeding;
2. Bogaerds, Vcon en [geïntimeerde 4] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 165.000,-;
3. hen te veroordelen tot herstel, op straffe van een dwangsom.
5.Procedure in hoger beroep
primair:I. tot hoofdelijke veroordeling van Bogaerds, Vcon en [geïntimeerde 4] tot betaling aan [appellant] :
a. van een bedrag groot € 166.171,73 ten titel van schadevergoeding in verband met noodzakelijk herstel en
b. een bedrag groot € 29.662,48 ten titel van schadevergoeding in verband met vervangende woonruimte en
c. van een bedrag groot € 6.149,10 ten titel van schadevergoeding in verband met kosten inschakelen deskundigen en
d. van een bedrag groot € 20.000,- ten titel van immateriële schadevergoeding en
e. van een bedrag groot € 3.416,21 ten titel van buitengerechtelijke kosten, één en ander vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
II. tot hoofdelijke veroordeling van Bogaerds, Vcon en [geïntimeerde 4] tot betaling aan [appellant] van schadevergoeding, zulks nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en verminderd met hetgeen krachtens de veroordeling zoals hiervoor sub I weergegeven zal zijn betaald;
III. Ros te veroordelen aan [appellant] ten titel van schadevergoeding te voldoen een bedrag groot € 10.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, voor zover de vorderingen, zoals hiervoor sub I en II geformuleerd, niet zullen worden toegewezen:
subsidiairIV. Bogaerds dan wel Vcon dan wel [geïntimeerde 4] dan wel twee van deze partijen te veroordelen tot vergoeding van schade zoals hiervoor sub I en II weergegeven;
primair en subsidiairV. hoofdelijke veroordeling van Bogaerds, Vcon en [geïntimeerde 4] in de proceskosten, met nakosten en wettelijke rente.
6.Beoordeling in hoger beroep
aanbouwstelconplaten te liggen (van een voormalig buitenbadje/jacuzzi) en heeft [geïntimeerde 4] er toen voor gekozen (kort gezegd) om de resterende vloer aan te harden met beton met onderliggende liggers. Dit geldt ook voor de versteviging van de
opbouw en de dakconstructie, waarbij de steun F7 is vervallen en is afgezien van plaatsing van een stalen dwarsbalk.
bij de aanbouwalsook
bij de opbouwgeheel of mede hun oorzaak vinden in de kwaliteit van de fundering/de ondergrond en/of de draagconstructie van de woning zelf. Bovendien is niet uit te sluiten dat de (niet in deze procedure betrokken) tegelzetter ook enig verwijt treft, zij het geen constructief verwijt. Voor zover partijen hebben betoogd dat de berekeningen van de dakconstructie zijn uitgevoerd door de onderaannemer Bouw85, zodat zijzelf voor fouten in die berekening niet aansprakelijk zijn, wijst het hof erop (i) dat er geen aanwijzingen zijn dat de berekening van de kapconstructie niet deugt, maar (ii) dat dit nog niet wil zeggen dat de fundering voor deze nieuwe kap toereikend is. Bouw85 heeft hier ook (tevergeefs) op gewezen in haar e-mail van 17 september 2018, waarin zij heeft vermeld dat
‘door de hoofdconstructeur wel gecontroleerd moet worden of de belasting uit kap op de onderliggende constructie kan worden toegelaten.’Vast staat dat deze controle niet heeft plaatsgevonden.
de aanbouw?
de opbouw? Is het niet controleren van de toelating van de belasting uit de kap op de onderliggende constructie daarbij relevant geweest? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
na verbouwing, c.q de aanbouw en opbouw, te dragen?
(1) over de te stellen vragen;
(2) het aantal deskundigen (een of drie)?
(3) (bij voorkeur eensluidend) de keuze (hoedanigheid) en naam/namen van de te benoemen deskundige(n).
7.Beslissing
- verwijst de zaak naar
- houdt iedere verdere beslissing aan.
mr. E. Bauw en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.