Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Procesverloop in hoger beroep
2.Procedure bij de rechtbank en het vonnis van de rechtbank
3.Vorderingen in hoger beroep
ii.begroot en vaststelt c.q. schat op:
sub b.veroordeelt om uiterlijk binnen twee weken na betekening van het te wijzen arrest volledige inzage te geven in al haar salarisinkomsten in de periode van 1 juli 2014 tot 5 september 2015 aan de hand van onder meer salarisstroken, jaaropgaven en/of belastingaangiften, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 50.000,-;
De bepaling laat een bestaande verrekeningsbevoegdheid dus voortbestaan na het moment waarop de in verrekening te brengen vordering verjaart, maar schept niet een bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld.Voor laatstbedoeld geval geldt onverkort het vereiste, opgenomen in art. 6:127 lid 2 BW Pro, dat degene die zich op verrekening wil beroepen, bevoegd is tot het afdwingen van de betaling van de vordering waarmee hij zijn schuld wil verrekenen. Het oordeel van het hof dat op grond van art. 6:131 BW Pro de verjaring van een vordering er niet aan in de weg staat dat de schuldeiser die vordering verrekent met een tegenvordering die zijn wederpartij op hem heeft of krijgt, is derhalve in zijn algemeenheid onjuist.”
- Griffierecht € 2.626,-
- Advocaatkosten € 3.838,-
- Griffierecht € 362,-
- Advocaatkosten € 7.114,-
- Nakosten € 176,-