Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellante],
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 21 augustus 2024, waarmee [appellanten] in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, van 11 juli 2024;
- het arrest van dit hof van 22 oktober 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 december 2024;
- de memorie van grieven van [appellanten];
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde];
- de akte uitlaten van [appellanten];
- de akte van [geïntimeerde].
3.Feitelijke achtergrond
op verschillende plekken[is]
gaan kieren of zelfs splijten’ en vragen aan [geïntimeerde] of het mogelijk is dat hij dit nog kan komen herstellen. Ook gaven zij daarin aan dat een van de schoeiingsplanken is ‘
gaan verbuigen’. Op 31 mei 2023 reageert [geïntimeerde] daarop dat hij vrijdag 2 juni tijd heeft om langs te komen
‘om het te bekijken’.Nadien worden door [geïntimeerde] werkzaamheden aan de overkapping uitgevoerd tot tevredenheid van [appellanten]. [geïntimeerde] gaf bij die gelegenheid aan dat [appellanten] contact moesten opnemen als de schoeiingsplanken verder zouden verbuigen.
4.Procedure bij de rechtbank
5.Procedure in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Kern van deze zaak
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2024;
- veroordeelt [appellanten] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 2.818,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellanten] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben betaald;
- bepaalt dat als [appellanten] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak hebben voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellanten] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskosten betreft.