De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 17 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, wegens het verhandelen van vuurwapens en munitie zonder erkenning. In hoger beroep heeft het hof het vonnis grotendeels bevestigd, maar de straf gematigd tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof concludeerde dat de verdachte via Snapchat berichten doorgaf waarin vuurwapens, onderdelen en munitie werden aangeboden. Hoewel geen transacties of onderhandelingen plaatsvonden, was er sprake van een poging tot het verhandelen van wapens in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. De verdachte had het voornemen om vuurwapens te verkopen, wat het doorsturen van berichten als begin van uitvoering kwalificeert.
De strafmotivering hield rekening met de ernst van het feit, de bedreiging die vuurwapens vormen voor de samenleving, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen en een positief reclasseringsrapport. Het hof legde een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met een proeftijd van twee jaar en mat de straf vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.