Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van de zijde van de vader van 10 november 2025 met bijlagen, ingekomen op 12 november 2025;
- een e-mail van de zijde van de moeder van 22 december 2025 met bijlage;
- een e-mail van de zijde van de moeder van 23 januari 2026 met bijlagen;
- een journaalbericht van de zijde van de vader van 26 januari 2026 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- de moeder vervangende toestemming verleend om met de minderjarige naar [plaats 1] te verhuizen;
- de moeder vervangende toestemming verleend, voor het geval uiterlijk een week voor de aanvang van het schooljaar door de vader geen toestemming is gegeven, voor het inschrijven van de minderjarige op een basisschool in [plaats 1] ;
- bepaald dat de vervangende toestemmingen strekken tot vervanging van de vereiste toestemmingen van de vader;
- de beschikking tot zoverre uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de proceskosten gecompenseerd, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt en het meer of anders verzochte (waaronder de verzoeken van de vader de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen en de zorgregeling te wijzigen) afgewezen.
- te overwegen dat de moeder inmiddels is verhuisd naar [plaats 1] , en te bepalen dat zij – uiterlijk binnen een door het hof te bepalen redelijke termijn – met de minderjarige terug dient te verhuizen naar de regio [plaats 2] , teneinde uitvoering te kunnen geven aan de hierna vast te stellen regeling;
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder blijft;
- te bepalen dat de zorgregeling tussen partijen wordt vastgesteld in de vorm van een co-ouderschapsregeling, inhoudende dat de minderjarige afwisselend één volledige week bij de vader en één volledige week bij de moeder verblijft;
- deze regeling te laten lopen van vrijdag na schooltijd tot de volgende vrijdag na schooltijd;
- te bepalen dat de minderjarige wordt ingeschreven op haar oude basisschool in de regio [plaats 2] ;
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt gewijzigd en bij de vader wordt vastgesteld;
- te bepalen dat de minderjarige een co-ouderschapsregeling volgt conform de hierboven omschreven week-op-week-af structuur, van vrijdag na schooltijd tot de daaropvolgende vrijdag na schooltijd;
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader wordt vastgesteld;
- te bepalen dat het verblijf van de minderjarige als volgt wordt verdeeld over de even en oneven weken:
5.De motivering van de beslissing
.De afspraken die partijen samen hebben gemaakt, zijn opgenomen in het ouderschapsplan en hierin staat niks opgenomen over een verhuizing. Omdat de moeder met de minderjarige in een te kleine woning woonde, waar zij noodgedwongen samen een slaapkamer moesten delen, was zij al jaren op zoek naar een geschikte woning. De moeder is echter nooit voor een passende woning in de regio [plaats 2] in aanmerking gekomen. De nieuwe partner van de moeder woont in [plaats 1] en de moeder en de minderjarige konden bij hem intrekken. De moeder heeft het recht om een gezinsleven met haar nieuwe partner op te bouwen. De partner kon zelf niet naar de regio [plaats 2] verhuizen, omdat hij gebonden is aan een zorgregeling en werk. Inmiddels is de moeder met de minderjarige verhuisd naar [plaats 1] en dit is goed gegaan. De minderjarige heeft het naar haar zin op haar nieuwe school, zij heeft vriendinnen gemaakt en zij is aan de omgeving gewend. De verhuizing heeft geen gevolgen gehad voor de zorgregeling tussen de vader en de minderjarige en deze wordt nog steeds overeenkomstig de afspraken uitgevoerd. Het enige verschil is dat de vader de minderjarige nu op woensdagochtend vanuit zijn woonplaats naar school moet brengen in [plaats 1] . De minderjarige verbleef nooit buiten de afgesproken tijden bij de vader. De moeder heeft daarnaast ook compensatie aangeboden, in die zin dat zij een voorstel aan de vader heeft gedaan om meer zorg te dragen voor de minderjarige in de kortere vakanties en tijdens de studiedagen. Ook kan de moeder het brengen van de minderjarige op zich nemen. De vader heeft niet gereageerd op dit voorstel van de moeder. De verhuizing heeft geen nadeel opgeleverd voor de minderjarige zodat de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd. Er is geen sprake van zwaarwegende belangen om de hoofdverblijfplaats te wijzigen naar de vader. Een co-ouderschapsregeling is niet in het belang van de minderjarige.
- het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.