Uitspraak
hij op of omstreeks 23 april 2023 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof, terwijl daarvan
hij op of omstreeks 22 april 2023 te 's-Gravenhage [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] te duwen en/of te slaan.
hij op
of omstreeks23 april 2023 te 's-Gravenhage
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk brand heeft gesticht
en/of een ontploffing teweeg heeft gebrachtdoor open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof, terwijl daarvan
/ofomliggende woningen en
/ofvoor in die woningen aanwezige goederen, en
/of
/ofgevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor zich in die woningen bevindende personen te duchten was;
hij op
of omstreeks22 april 2023 te 's-Gravenhage [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] te duwen en
/ofte slaan.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
38 (achtendertig) maanden.
10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
bijzondere voorwaardendat de verdachte gedurende de proeftijd:
dadelijk uitvoerbaarzijn.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 9.193,90 (negenduizend honderddrieënnegentig euro en negentig cent) bestaande uit € 3.693,90 (drieduizend zeshonderddrieënnegentig euro en negentig cent) materiële schade en € 5.500,00 (vijfduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 5.000,- (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
€ 3.364,64 (drieduizend driehonderdvierenzestig euro en vierenzestig cent) bestaande uit € 864,64 (achthonderdvierenzestig euro en vierenzestig cent) materiële schade en € 2.500,- (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]
€ 2.500,- (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]
€ 2.500,- (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]
€ 37.780,96 (zevenendertigduizend zevenhonderdtachtig euro en zesennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.