Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
De werknemer verbindt zich om tijdens en na beëindiging van zijn/haar dienstverband om
(…) Wij zijn van mening dat het noodzakelijk is om een voorziening te treffen waardoor de doorbetaling van het loon van een werknemer met AOW gedurende een ziekteperiode wordt gelijkgetrokken met die van werknemers die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. (…)”
De RvT heeft besloten de algemeen directeur een gelijke ziektevoorziening (bij ziekte en arbeidsongeschiktheid) te geven als degenen die nog niet de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt. De leden van de RvT hebben hiervoor een brief gestuurd naar [naam 1] . RvT en Directie zijn akkoord met deze beslissing. Er wordt besloten een voorziening hiertoe aan te leggen. De brief waarin de RvT de directie hiertoe oproept is voorgelegd aan de personeelsadviseur van de NTR (host omroep, die personeelszaken voor ons doet) om de juridische geldigheid zeker te stellen.”
(…) Uit zowel de vragenlijst als enquête blijkt dat het grootste deel van de werknemers de sfeer als prettig ervaart, zich zowel fysiek als mentaal veilig voelt op de werkvloer en zich durft uit te spreken. Werknemers ervaren plezier in hun werk en omschrijven de cultuur als familiair. Ook worden de directieleden beschouwd als goed benaderbaar en besteden zij volgens werknemers voldoende aandacht aan het voorkomen en aanpakken van ongewenst gedrag.
Personeel
Rondvraag
(…) Zou graag zien dat bij een volgend gesprek tussen RvT en bestuur we uitdrukkelijk afstand nemen van antisemitisme binnen de omroep. Dat sluimert bij een enkeling en ik heb daar grote moeite mee. (…)”
is ontstaan maakt dat veel mensen bang zijn om ontslagen te worden en met angst en beven uitzien naar een nieuw seizoen.
Beste mensen, Er wordt een coup gepleegd tegen mij (…) door RvT-leden (…) en medebestuursleden (…). Ik ben op non-actief gezet na valse en anonieme aantijgingen zonder dat ik mijn weerwoord heb kunnen geven. De coupplegers tolereren bagatellisering van de Holocaust en staan racistische uitlatingen binnen de omroep toe. Uiteraard kan ik mij hier niet mee verenigen. (…)”
De coupplegers van Ongehoord Nederland hebben mij (…) geschorst. Hun (anonieme) leugenexcuus: ‘grensoverschrijdend gedrag’. De échte reden: ik wilde racisme, antisemitisme en holocaust-bagatellisering stoppen op redactievloer van een #NPO-omroep.”
(…)
(…) Vertrouwelijk behandelen wil in dit verband – cumulatief – het volgende zeggen:
(…) In uw eerste mail van 16/9 jl. schrijft u dat u mij wil horen in het kader van hoor/wederhoor. (…) ‘Wederhoor’ impliceert dat u conclusies heeft over mijn functioneren, op basis waarvan ik mag reageren. Doordat u op geen enkele manier bereid bent de (voorlopige) conclusies en onderbouwing van de aantijgingen aan mij voor te leggen, is ook geen sprake van wederhoor.
(…)Het punt is dat ik (en ook mijn advocaat (…)) tot op heden nog steeds geen inzage hebben gekregen in de voorlopige bevindingen en de klachten/verklaringen van de vermeende klagers. Zonder dit soort info vooraf te hebben kunnen lezen en samen kunnen bespreken, kunnen wij niet fatsoenlijk u te woord staan.
Ik las de opmerkingen van [naam 5][hof: [naam 5] ]
. Ik loop er langs. Een opmerking vooraf. Ik begreep dat het idee was dat [naam 5] naar spelfouten en taalfouten zou gaan kijken. Ik denk dat zelfs die eindredactietaak niet aan [naam 5] had moeten worden gevraagd. Zij is direct betrokken bij de gehele gang van zaken en het is niet gemakkelijk voorstelbaar dat een zo direct betrokkene de vereiste afstand kan bewaren van de inhoud van het rapport. Daar komt bij dat de eindredactie tot de taak van de onderzoeker en diens bureau behoort, onderdeel van de opdracht is.
en de RvT zijn aangebleven. Dat gaat geheel voorbij aan de aard van de opdracht en de bedoeling ervan. Dat de RvT is aangebleven behoeft zelfs geen enkele extra legitimatie, die was en is statutair gehouden op te treden in de crisissituatie die door [verzoeker][hof: [verzoeker] ]
is veroorzaakt.
(…) De Raad van Toezicht is voornemens u als voorzitter/bestuurder van Omroepvereniging Ongehoord Nederland te ontslaan. De redenen van dit voornemen zijn als volgt. In de uitnodiging voor de vergadering van de Raad van Toezicht d.d. 13 augustus 2024 is verwezen naar de zogenoemde ‘brandbrief’, waarvan de inhoud u bekend is, de tekst is u immers ter beschikking gesteld. Daaruit volgt onder meer, dat:
4.Procedure bij de rechtbank
primair: [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot vernietiging van de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst;
subsidiair: de opzegging door ON! van zijn arbeidsovereenkomst te vernietigen;
primair en subsidiair: (I.) ON! te veroordelen tot betaling van het restantloon over oktober 2024 van € 7.733,18 bruto en over november 2024 van € 11.903,54 bruto, beide bedragen te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, 6% eindejaarstoeslag, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente; (II.) ON! te veroordelen tot betaling van de eindejaarsuitkering ad € 9.256,19 bruto en (III.) ON! te veroordelen tot doorbetaling van het volledige loon met ingang van de maand december 2024 en zolang de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd;
uiterst subsidiair: (I.) ON! te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding van € 36.107,29 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 11 oktober 2024; II. ON! te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 327.052,08 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente;
primair, subsidiair en uiterst subsidiair: (I.) ON! te veroordelen in de daadwerkelijke buitengerechtelijke kosten van € 16.811,44 inclusief btw; (II.) ON! te veroordelen in de kosten van de procedure.
- [verzoeker] was ten tijde van het ontslagbesluit arbeidsongeschikt wegens ziekte. Vanwege het opzegverbod bij ziekte leidt een vennootschapsrechtelijk ontslag in zo’n situatie niet automatisch tot een arbeidsrechtelijk ontslag. De arbeidsovereenkomst is daarom niet geëindigd als gevolg van het ontslagbesluit.
- Mocht er toch sprake zijn van een opzegging, dan moet deze (subsidiair) worden vernietigd. Vanwege [verzoeker] ’ arbeidsongeschiktheid en het geldende opzegverbod heeft ON! de arbeidsovereenkomst niet mogen beëindigen. Daarnaast heeft [verzoeker] in januari 2024 een vermoeden van een misstand met een dreiging voor het algemeen belang besproken binnen ON!, te weten sterk groeiend racisme en antisemitisme binnen een publieke omroep. Op basis hiervan kwalificeert hij als klokkenluider in de zin van de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) en geniet hij bescherming tegen (onder andere) ontslag.
- In beide gevallen – niet-ontvankelijkverklaring of vernietiging van de opzegging – geldt dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd. Dit betekent dat ON! verplicht was het loon en de toeslagen (tijdig) te (blijven) betalen, wat niet is gebeurd. Hierdoor is zij naast het loon ook de wettelijke verhoging en de wettelijke rente hierover verschuldigd is. Daarnaast moet ON! alsnog de eindejaarsuitkering, die normaal in november wordt uitgekeerd, betalen.
- Indien de beëindiging van de arbeidsovereenkomst toch in stand blijft, moet ON! (uiterst subsidiair) de gefixeerde schadevergoeding betalen, omdat zij de geldende opzegtermijn van twee maanden niet in acht heeft genomen. Daarnaast is in dat geval een billijke vergoeding verschuldigd, omdat de arbeidsovereenkomst zonder redelijke ontslaggrond is opgezegd. Er is geen sprake geweest van disfunctioneren, een verstoorde arbeidsverhouding of verwijtbaar handelen. Bovendien heeft ON! ernstig verwijtbaar gehandeld, door a) [verzoeker] als klokkenluider te benadelen in plaats van te beschermen, b) hem ten onrechte op non-actief te stellen, te schorsen en te ontslaan, c) twee onderzoeken te laten uitvoeren die niet objectief en onpartijdig waren, en d) diffamerende berichten over hem te verspreiden in de media.
- In alle gevallen (primair, subsidiair en uiterst subsidiair) moet ON! de werkelijke buitengerechtelijke kosten vergoeden. De hiervoor bij a) en d) genoemde gedragingen zijn namelijk niet alleen ernstig verwijtbaar, maar vormen ook een schending van de norm van goed werkgeverschap.
- [verzoeker] heeft dertien overtredingen van het geheimhoudingsbeding begaan, die tot op heden voortduren. Hierdoor is dertien keer een boete van € 25.000,- verbeurd.
- Ondanks dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, houdt [verzoeker] nog diverse bedrijfseigendommen van ON! onder zich. Deze zaken waren hem ter beschikking gesteld voor de uitoefening van zijn functie en moeten worden geretourneerd.
- Het voorwaardelijke ontbindingsverzoek is gebaseerd op dezelfde ontslaggronden als die aan de ontslagbesluiten ten grondslag liggen, namelijk de e-, g- en i-grond. [verzoeker] heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, waardoor hij geen recht heeft op een vergoeding en geen rekening hoeft te worden gehouden met de opzegtermijn.
5.Verzoek in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Ontvankelijkheid [verzoeker]
De Raad van Toezicht besluit daarom het ontslagbesluit van 11 oktober 2024 te bekrachtigen althans, voor zover vereist, besluit de RvT tot ontslag van de heer [verzoeker] per heden, als bestuurder en ook als werknemer van ON!”
de doorbetaling van het loon(onderstreping hof
)van
een werknemer met AOW gedurende een ziekteperiode wordt gelijkgetrokken met die van werknemers die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.” Dat hier ook is bedoeld om een opzegverbod vergelijkbaar met werknemers die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt in het leven te roepen staat er niet en kan ook niet uit de tekst of uit andere feiten en omstandigheden worden afgeleid, ook niet uit de notulen van de vergadering van 20 juni 2023 van de RvT en de directie van ON!. In de notulen staat immers “een gelijke ziektevoorziening” en “het aanleggen van een voorziening”. Dat alles duidt slechts op het reserveren van financiële middelen om het loon te kunnen doorbetalen en niet op ook het in het leven roepen van een opzegverbod voor ON! gedurende 104 weken van zijn ziekte of arbeidsongeschiktheid. Zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, is het opzegverbod tijdens ziekte wettelijk gezien van een andere orde dan de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte.
Bescherming is echter niet nodig voor personen die informatie melden die reeds ten volle tot het publieke domein behoort of van onbewezen geruchten en verhalen.”
(…) Zou graag zien dat bij een volgend gesprek tussen RvT en bestuur we uitdrukkelijk afstand nemen van antisemitisme binnen de omroep. Dat sluimert bij een enkeling en ik heb daar grote moeite mee. (…)”
onthullingvan een inbreuk is in dat bericht geen sprake. Uit de zowel door ON! als [verzoeker] overgelegde stukken volgt dat binnen ON! reeds lange tijd de uitlatingen van collega’s onderwerp van gesprek waren. Dat ging niet alleen over antisemitische uitlatingen van collega’s, maar ook over racistische uitlatingen. Zo heeft [naam 1] in haar verklaring van 25 mei 2025 geschreven (productie 20 bij het beroepschrift): “
(…) Binnen het bestuur van Ongehoord Nederland, bestaande uit [verzoeker] , [naam 3] en mijzelf, is vanaf beging 2024 meermaals over de uitwassen van antisemitisme door onder andere de redacteur/bureauchef gesproken. dat was ook de reden waarom wij voornemens waren zijn (freelance)contract na de zomer van 2024 niet te verlengen. Ook zijn zangkoren bij borrels binnen het bestuur besproken. Zoiets hang je echter niet aan de grote klok en wij probeerden dit discreet te managen. [verzoeker] heeft iedere edewerker begin 2024 in een persoonlijk gesprek op deze zaken aangesproken. In de algemene redactievergaderingen bij het begin van iedere seizoen, wees hij er steevast op dat er geen plaats was voor extremiteiten binnen ON!. Zelf ik heb ik presentatrice [naam 5] en RvT-lid [naam 2] meerdere malen gewezen op hun extreme uitlatingen op X en gevraagd hun toon te matigen.”
Ik heb vanochtend met [naam 7][naar het hof aanneemt: [naam 7] , destijds redacteur]
besproken dat ik me niet op m’n gemak/veilig voel bij de omroep, om m’n werk uit te voeren. Kan m’n werk niet doen/niet concentreren. Door de provocerende manie van doen en de hele sfeer/cultuur. Daarom heb ik besloten niet in dienst te treden. Ik vind het jammer dat het zo is gelopen.”
Er wordt gescholden met kanker en woorden als neger en jood worden op een provocerende verkeerde manier gebruikt. Complottheorieën worden op een dwingende manier erdoorheen gedrukt alsof het waar is. Ik voelde heel veel ongemak, alleen al in drie dagen. Ik kom ook uit de rechter hoek (stemde FvD en laatste twee keer PVV). Maar de werksfeer en mezelf comfortabel voelen vind ik het belangrijkste, en wat mij betreft is het totaal niet op orde. Iedereen wordt maximaal vrijgelaten en er is niet iemand die ingrijpt. Ik zal uiteraard vertrouwelijk houden wat ik heb meegemaakt, jammer dat het zo is gelopen.”
Nog erg bedankt voor je bijpraten van vandaag”, afgesloten met een zoenende emoticon, waarop [verzoeker] aan [naam 4] schrijft dat hij ook erg blij is dat [naam 4] erbij komt en waarin hij melding maakt van “onvriendelijke berichten” van een medewerker over declaraties, waarop [naam 4] antwoordt “
Reageer maar niet hoor, laat het lekker van je afglijden (als regendruppels van je jas) Volgens [naam 3][hof: [naam 3] ]
reageert […] wel vaker op zo’n manier, maar ik vind dat geen nette omgangsvormen. Gewoon afhandelen en geen woorden aan vuil maken. Tjonge jonge wat een lomperik.” Dat [naam 4] die dag getuige zou zijn geweest van grensoverschrijdend gedrag van [verzoeker] wat aanleiding zou kunnen geven tot een intern onderzoek dat nota bene diezelfde dag al zou zijn gestart, kan uit die appwisseling in ieder geval niet worden afgeleid. Ook rijmt deze toelichting niet met dat wat ON! in eerste aanleg heeft vermeld ten aanzien van de start van het onderzoek. Het verweerschrift in eerste aanleg (randnummer 3.22) vermeldt immers dat het interne onderzoek vlak na de op non-actiefstelling van [verzoeker] op 2 augustus 2024 is gestart, waarvan de suggestie uitgaat dat de brandbrief (van 23 juli 2024) de aanleiding voor het interne onderzoek was. Ter zitting heeft het hof ON! deze tegengestelde verklaringen voorgehouden en ON! uitgebreid de gelegenheid gegeven in te gaan op de vraag wat nu precies de aanleiding is geweest voor het interne onderzoek, maar een bevredigend antwoord is daar niet op gekomen. Het hof is van oordeel dat, onder deze omstandigheden, het tóch inzetten van het middel van een persoonsgericht onderzoek niet proportioneel is.
Werknemers ervaren plezier in hun werk en omschrijven de cultuur als familiair. Ook worden de directieleden beschouwd als goed benaderbaar en besteden zij volgens werknemers voldoende aandacht aan het voorkomen en aanpakken van ongewenst gedrag”. Het hof leest daarin niet dat de onderzoekers niet ook [verzoeker] op het oog hadden, waar zij spraken van directieleden die goed benaderbaar waren en aandacht besteden in het voorkomen en aanpakken van ongewenst gedrag. [naam 3] heeft ter zitting nog betoogd dat met het vertrek van [naam 1] meer ruimte ontstond om het gedrag van [verzoeker] aan de kaak te stellen en dat die ruimte er eerder – dus ook ten tijde van het onderzoek van PiC – er niet was. Het hof acht deze toelichting niet afdoende. Uit het rapport van PiC volgt niet dat medewerkers niet vrij hebben kunnen verklaren. Bovendien volgt uit de rapportage dat medewerkers wel degelijk ook kritiek hebben geuit op de gang van zaken binnen ON!. Dat zij zich op dat moment niet vrij genoeg voelden om tegenover de onderzoekers ten aanzien van [verzoeker] kritisch te zijn en dat die ruimte pas ontstond met het vertrek van [naam 1] lijkt dan ook niet waarschijnlijk. In ieder geval heeft ON! ter zitting bevestigd dat het gedrag van [verzoeker] niet is veranderd.
iederebetrokkenheid van [naam 5] bij het onderzoek had moeten afhouden (ook waar het gaat om feitelijke onjuistheden), is ook niet juist wat ON! hierover aanvoert. Uit de e-mail van [naam 9] volgt dat ook hij (als toenmalige voorzitter van de RvT) van mening was dat [naam 5] niet alleen suggesties van redactionele aard had gedaan, maar zich ook inhoudelijk bemoeide met de conclusies. Dat oordeel deelt het hof. Kennelijk heeft [naam 5] zich bemoeid met de manier waarop de onderzoeksresultaten zouden worden gepresenteerd, met als doel te verantwoorden dat [naam 3] als bestuurder aanbleef, terwijl kennelijk over hem ook klachten naar voren waren gekomen (het hof constateert overigens dat dit ook reeds uit de brandbrief en de meldingen bij de vertrouwenspersoon bleek). Hoewel onduidelijk is wat de onderzoeker vervolgens wel of niet met de suggesties van [naam 5] heeft gedaan in het rapport, is wel duidelijk ON! de vereiste distantie ten aanzien van de externe onderzoeker in het geheel niet in acht heeft genomen. Dat alleen al leidt tot de conclusie dat ook het externe onderzoek van geen waarde is voor de vraag of er redelijke grond was voor het ontslag van [verzoeker] .
New Hairstyle). De rechter dient bij de bepaling van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding de gevolgen voor de werknemer van het verlies van de arbeidsovereenkomst te betrekken. Die gevolgen worden mede bepaald door de waarde die arbeidsovereenkomst voor de werknemer had. Het gaat erom dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Omdat bij ontslag van een bestuurder herstel van de dienstbetrekking niet mogelijk is, moet bij het begroten van de hoogte van de billijke vergoeding het uitgangspunt zijn dat deze vergoeding een compensatie moet vormen voor het ontbreken van de herstelmogelijkheid voor het ontslag van de bestuurder.
gever. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de door ON! gestelde schendingen niet zien op gegevens van vertrouwelijke aard die de bedrijfsactiviteiten van ON! betreffen.
Als omroepvereniging ter uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau media-aanbod te verzorgen en alle activiteiten te verrichten die nodig zijn om daarmee een publieke taak van algemeen nut te vervullen”. De uitlatingen zoals opgesomd door ON! in haar brief van 7 januari 2025 (zie hiervoor onder 3.39) zien niet op de bedrijfsactiviteit van ON!. Weliswaar hebben deze uitlatingen betrekking op (gedragingen van) medewerkers en gebeurtenissen binnen de omroep – en in zoverre houden de uitlatingen natuurlijk verband met ON! – maar daarmee zijn ze nog niet aan te merken als uitlatingen over de bedrijfsactiviteit van ON!. Het gaat hier immers niet om (de inhoud van) het media-aanbod dat ON! verzorgt. De incidentele beroepsgrond faalt dus.
7.Beslissing
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2025 voor zover daarin de vordering tot betaling van een billijke vergoeding en de proceskostenveroordeling zijn afgewezen;
- veroordeelt ON! om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 100.000,- bruto, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking;
- veroordeelt ON! in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 5.748,-;
- bekrachtigt de beschikking voor het overige;
- veroordeelt ON! in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep, aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 12.318,50;
- veroordeelt ON! in de kosten van de procedure in het incidenteel hoger beroep, aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 2.353,50;
- bepaalt dat als ON! niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, ON! de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in principaal hoger beroep meer of anders is gevraagd en wijst het incidenteel hoger beroep af.