ECLI:NL:GHDHA:2026:57
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens afstand en termijnoverschrijding
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 7 januari 2026 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter Rotterdam van 9 juli 2025. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren voorwaardelijk.
Het hof stelde vast dat verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg samen met de officier van justitie afstand heeft gedaan van het recht om in hoger beroep te gaan. Deze afstand is rechtsgeldig omdat verdachte werd bijgestaan door een advocaat. Daarnaast werd het hoger beroep pas op 20 augustus 2025 ingesteld, terwijl de beroepstermijn veertien dagen bedroeg, waardoor het te laat was.
De verdediging voerde aan dat de raadsvrouw het hoger beroep niet tijdig had ingesteld, maar het hof oordeelde dat dit voor risico van de verdachte komt. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigden. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens afstand van het recht op hoger beroep en overschrijding van de beroepstermijn.