Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 30 januari 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 24 november 2023;
- het arrest van dit hof van 2 april 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 4 juli 2024;
- de memorie van grieven van [appellant], met bijlagen;
- de memorie van antwoord van Hef Wonen.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter in de rechtbank
primaireen verklaring voor recht dat de huurovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden en
subsidiairontbinding van de huurovereenkomst, in beide gevallen met veroordeling van [appellant] tot ontruiming van de woning.
5.Beoordeling in hoger beroep
Grieven 1 en 2
Hef Wonen op zich bevoegd was om de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro, maar hij vindt dat de kantonrechter te weinig rekening heeft gehouden met (i) het feit dat hij niets met de drugs te maken heeft gehad en (ii) zijn persoonlijke omstandigheden. Om deze redenen zijn de ontbinding en ontruiming onaanvaardbaar. In dit verband wijst [appellant] met name op het volgende:
- Hij wist niets van de in de woning aangetroffen drugs en het vuurwapen.
- Hij is een alleenstaande, inmiddels 60-jarige, man van onbesproken gedrag die zijn huur steeds op tijd heeft betaald en geliefd is in zijn omgeving.
- Bij hem is in 2015 de diagnose depressie gesteld waarvoor hij dagelijks medicatie gebruikt. Hij heeft een Ziektewetuitkering.
- Hij is een kwetsbaar persoon, die is aangewezen op sociale huisvesting.
- De ontbinding van de huurovereenkomst zal langdurige huisvestingsproblematiek tot gevolg hebben.
- De kantonrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat hij nalatig is geweest door de woning langdurig (omstreeks acht maanden) onbewoond en zonder toezicht te laten en door Hef Wonen niet op de hoogte te stellen van zijn verblijf in Marokko. Hiermee heeft de kantonrechter miskend dat hij aan een kennis heeft gevraagd toezicht op de woning te houden. Bovendien is hij naar Marokko gegaan om voor zijn zieke ouders te zorgen (zijn moeder is volgens de conclusie van antwoord in juli 2022 overleden en zijn vader in november 2022).
- Hoe dan ook weegt zijn persoonlijke belang bij behoud van de woning zwaarder dan het belang van Hef Wonen bij ontbinding en ontruiming.
6.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 24 november 2023;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Hef Wonen begroot op € 3.567,-;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.