In deze hersteluitspraak van 2 april 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag een kennelijke fout in haar eerdere uitspraak van 8 januari 2026 hersteld. De fout betrof een onjuiste vermelding in rechtsoverweging 5.9, waarin abusievelijk werd gesteld dat het hoger beroep gegrond was. Uit de overige overwegingen en de beslissing bleek echter dat het hoger beroep ongegrond was verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd bevestigd.
Het hof heeft geoordeeld dat deze fout een misslag betreft die zich leent voor herstel. De hersteluitspraak verwijdert het woord "gegrond" uit de betreffende rechtsoverweging, zodat de uitspraak correct gelezen moet worden als ongegrondverklaring van het hoger beroep. De verbetering is op de minuut van de oorspronkelijke uitspraak aangebracht.
Deze procedure betreft een hoger beroep in belastingrecht, waarbij belanghebbende het niet eens was met de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 3 april 2025. De hersteluitspraak bevestigt de eerdere beslissing en zorgt voor duidelijkheid in de motivering van het hof.