ECLI:NL:GHLEE:1994:BO3419
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging winstcorrectie inkomstenbelasting na onvoldoende bewijs inspecteur
De belanghebbende, maat in een maatschap voor rundveehouderij, betwistte de door de inspecteur aangebrachte winstcorrectie bij de aanslag inkomstenbelasting 1990. De inspecteur had de boekhouding van de maatschap verworpen en de omzet vermeerderd met f. 29.000, waarover een correctie van 20% werd toegepast.
Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd om de correctie aannemelijk te maken. Verwijzing naar een ander vertoogschrift werd niet als voldoende bewijs geaccepteerd, omdat dit niet in de procedure was ingebracht. Ook de stelling van omkering van de bewijslast wegens onwaarschijnlijk lage resultaten werd verworpen omdat niet was aangetoond dat de aangifte opzettelijk onjuist was.
Daarom werd het beroep van de belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag verminderd naar een belastbaar inkomen van f. 12.866, en werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De winstcorrectie wordt vernietigd en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f. 12.866.