ECLI:NL:GHLEE:1996:AA4498
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr Aardema
- mr Pruiksma
- Rood
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-aftrekbaarheid Franse overdrachtsbelasting als kosten deelneming
Belanghebbende, een dochtermaatschappij van een Japanse moedermaatschappij, had voor 1991 een negatief belastbaar bedrag aangegeven van f. 350.926,--. De inspecteur stelde dit verlies vast op f. 98.965,--, waarbij hij een bedrag van f. 755.883,-- aan Franse overdrachtsbelasting (droit d'enregistrement) niet als aftrekpost erkende. Belanghebbende voerde aan dat deze kosten verband hielden met haar kasfunctie binnen de groep en niet met de aanschaf van de deelneming.
Na een uitgebreide procedure met schriftelijke stukken, een mondelinge behandeling en aanvullende documentatie over de Franse fiscale regeling, oordeelde het hof dat de Franse overdrachtsbelasting volgens goed koopmansgebruik moet worden gerekend tot de aanschaffingskosten van de deelneming. Dit volgt uit artikel 8 en Pro 9 van de Wet op de vennootschapsbelasting en de Franse Code General des Impots.
Het hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat de kosten als zelfstandige kostenpost ten laste van het resultaat konden worden gebracht, omdat de functie van belanghebbende binnen de groep geen afwijking van deze regel rechtvaardigt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de Franse overdrachtsbelasting onderdeel is van de aanschaffingskosten en niet als aparte kostenpost aftrekbaar is.