ECLI:NL:GHLEE:1997:AA4365
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen en vrijstelling bij gedeeltelijke staking onderneming
Belanghebbende, een jachtschilder, voerde beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1993 waarbij het perceel met woonboerderij en schuur werd aangemerkt als privévermogen tegen een waarde van ƒ 101.000,--. Belanghebbende stelde dat sprake was van gedeeltelijke staking van zijn onderneming en dat de vrijstelling van artikel 8, eerste lid, letter d van de Wet van toepassing was. Tevens voerde hij aan dat de huuropbrengst van het bedrijfsgedeelte onbelast moest blijven op grond van artikel 42a van de Wet.
Het hof oordeelde dat het perceel sinds aankoop in 1982 tot het ondernemingsvermogen behoorde en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het gebruik van de schuur voor de onderneming onvoldoende was. De commanditaire vennootschap met zijn huisgenote was niet feitelijk opgericht en leidde niet tot gedeeltelijke staking van de onderneming. De winstverdeling was slechts een redelijke honorering voor kapitaaldeelname.
De overbrenging van het perceel naar privévermogen leidde niet tot een duurzame inkrimping van de onderneming en de huuropbrengst van de schuur valt niet onder het huurwaardeforfait van artikel 42a, omdat het bedrijfsgedeelte voor de onderneming wordt gebruikt. Het hof bevestigde de aanslag en verwierp de beroepen op vrijstelling en vertrouwensleer.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Leeuwarden op 11 april 1997, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het perceel volledig tot het ondernemingsvermogen behoort en wijst het beroep van belanghebbende af.