ECLI:NL:GHLEE:1997:AA4423
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke aftrekbaarheid van kosten bodemsanering bij verhuurd perceel
Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het beroep van de erven van X tegen de belastingaanslag over 1994, waarbij de inspecteur de aftrek van kosten voor bodemsanering had geweigerd. De inspecteur stelde dat deze kosten een verlies in de vermogenssfeer vormden en niet aftrekbaar waren van de huuropbrengsten.
De feiten wezen uit dat het perceel te R, verhuurd aan een transportondernemer tot 1 september 1994, verontreinigd was door een ondergrondse dieseltank en afleveringszuil. De kosten van bodemsanering bedroegen in 1994 ƒ 9.635,- en in 1995 ƒ 122.871,-. Het hof stelde vast dat deze kosten uitsluitend dienden om het perceel in bruikbare staat te houden en achteruitgang te voorkomen.
Het hof oordeelde dat de kosten bodemsanering aftrekbare kosten zijn ingevolge artikel 35 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964, omdat zij verband hielden met het behoud van de inkomstenbron. De inspecteur's beroep op eerdere arresten en opvattingen werd verworpen, aangezien het perceel niet als speculatief handelsobject kon worden aangemerkt en de sanering geen wezenlijke wijziging van het perceel betekende.
Het hof vernietigde de uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren van de belastingdienst en stelde de aanslag bij tot een belastbaar inkomen van ƒ 65.535,-. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de kosten bodemsanering aftrekbare kosten zijn en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 65.535,-.