ECLI:NL:GHLEE:1997:BO3423
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Wolt
- mr. Pruiksma
- Rechtspraak.nl
Geschil over naheffingsaanslag omzetbelasting en verhoging bij shoarma-grillroom ondernemer
Belanghebbende exploiteert sinds 1985 een shoarma-grillroom en kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de inspecteur voor de jaren 1988 tot en met 1992, inclusief een verhoging en heffingsrente. De inspecteur baseerde de aanslag mede op een onderzoek bij een vleesgroothandel die contante leveranties zou hebben gedaan die niet in de administratie van belanghebbende voorkwamen.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor deze contante leveranties en dat zijn administratieve verplichtingen vanaf 1991 wel degelijk werden nagekomen. Ook stelde hij dat de inspecteur onterecht slechts vijftig procent van de verhoging had kwijtgescholden en dat de behandelingstermijn te lang was, wat een vermindering van de heffingsrente rechtvaardigde.
Het hof stelde vast dat belanghebbende tot en met 1990 zijn ontvangsten niet registreerde, maar afleidde uit inkopen en kasgeld. Voor de jaren 1991 en 1992 vond het hof dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor de correcties op basis van de contantbonnen. Daarom werd de aanslag met f 10.500 verminderd. De verhoging werd gerechtvaardigd geacht wegens grove schuld, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd deze beperkt tot f 1.000. De heffingsrente werd niet verminderd.
Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, paste de aanslag aan, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 10 oktober 1997 door het Gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd en de verhoging beperkt wegens termijnoverschrijding; heffingsrente blijft ongewijzigd.