ECLI:NL:GHLEE:1999:AA7075
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof.mr. Aardema
- mr. Drion
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling winst uit onderneming en zelfstandigenaftrek na oprichting commanditaire vennootschap
De zaak betreft het beroep van de erven van de overleden belanghebbende tegen de belastingaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1995. De belanghebbende was tot 1 februari 1995 actief in een vennootschap onder firma en richtte vervolgens een commanditaire vennootschap (CV) op, waarin hij commanditaire vennoot was. De inspecteur weigerde de zelfstandigenaftrek toe te kennen en kwalificeerde de arbeidsbeloning van f. 25.000,-- als inkomsten uit arbeid in plaats van winst uit onderneming.
Het hof stelde vast dat de onderneming een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting was en dat de belanghebbende als ondernemer moest worden aangemerkt, ondanks zijn beperkte beheersmogelijkheden binnen de CV. De beloning voor zijn werkzaamheden moest worden aangemerkt als winst uit onderneming, aangezien hij daadwerkelijk meer dan 1225 uren aan de onderneming had besteed.
Hierdoor kwam de belanghebbende in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek. Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde het belastbaar inkomen en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het verrichten van arbeid en deelname aan winst en verlies bepalend zijn voor het ondernemerschap, ook binnen een CV-structuur.
Uitkomst: De arbeidsbeloning van de belanghebbende wordt aangemerkt als winst uit onderneming en de zelfstandigenaftrek wordt toegekend.