ECLI:NL:GHLEE:1999:AA7997
Gerechtshof Leeuwarden
- Cassatie
- prof. mr Aardema
- mr Pruiksma
- mr Drion
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van schadevergoeding wegens verlies aan arbeidsvermogen na ongeval
Belanghebbende, geboren in 1930, was zelfstandig ondernemer en liep in 1993 een ongeval op tijdens werkzaamheden, waarna hij zijn onderneming in 1994 voortijdig staakte. Hij ontving van de verzekeraar van de aansprakelijke partij een schadevergoeding van in totaal f 145.726,--, waarvan een deel als voorschot en een deel ter finale kwijting werd betaald. Belanghebbende stelde dat deze vergoeding onbelast moest blijven omdat deze betrekking had op verlies aan arbeidsvermogen.
De inspecteur handhaafde echter de aanslag inkomstenbelasting over 1995, stellende dat de vergoeding in hoofdzaak een compensatie vormde voor bedrijfsschade wegens gederfde winst. Het hof onderzocht de bedoeling van partijen bij de vaststellingsovereenkomst en concludeerde dat de vergoeding was gebaseerd op omzet- en winstgegevens van de onderneming en mede rekening hield met ontvangen AAW-uitkeringen.
Hoewel belanghebbende op 15 november 1995 volledig arbeidsgeschikt werd verklaard, was de vergoeding primair bedoeld als compensatie voor het wegvallen van inkomsten uit zijn onderneming. Het hof verwierp de klacht over het niet betrekken van een inspectiegesprek en bevestigde de uitspraak van de inspecteur, waarmee de aanslag werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 1995 wordt gehandhaafd.