ECLI:NL:GHLEE:2000:AA8934
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Woelders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van onroerende-zaakbelastingheffing voor warenhuis aan a-straat 21 te Groningen
Belanghebbende, een besloten vennootschap gevestigd te Groningen, maakte bezwaar tegen de aan haar opgelegde aanslagen onroerende-zaakbelasting (ozb) over 1994, met name tegen de heffingsgrondslag van het warenhuis aan a-straat 21. De aanslagen betroffen zowel het genot krachtens zakelijk recht als het feitelijk gebruik van de onroerende zaken.
Na een uitspraak van het hoofd van de afdeling belastingen waarbij de heffingsgrondslagen werden verlaagd, stelde belanghebbende beroep in bij het Gerechtshof Leeuwarden. Het geschil betrof de objectafbakening en de waarde in het economisch verkeer van het warenhuis per 1 januari 1990.
Belanghebbende voerde aan dat de gebouwen aan a-straat 21 en a-straat 7 maatschappelijk gezien bij elkaar horen en dat de objectafbakening onjuist was. Het hof oordeelde dat dit beroep haaks stond op eerdere standpunten van belanghebbende en dat de objectafbakening correct was toegepast.
Daarnaast bestreed belanghebbende de vastgestelde heffingsgrondslag op basis van een taxatierapport dat de discounted-cash-flowmethode gebruikte. Het hof verwierp deze methode als ongeschikt voor de bepaling van de waardegrondslag voor ozb en achtte het door het hoofd gebruikte taxatierapport met de huurwaarde-kapitalisatiemethode voldoende aannemelijk.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het hoofd bevestigd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag onroerende-zaakbelasting 1994 voor het warenhuis aan a-straat 21 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hoofd bevestigd.