ECLI:NL:GHLEE:2000:AA8984
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruikma
- F.J.W. Drion
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag zuiveringslasten na correctie mestlozingen en forfaitaire normen
Belanghebbende werd voor het jaar 1990 aangeslagen in de zuiveringslasten door het dagelijks bestuur van het zuiveringsschap Veluwe, later het waterschap Vallei en Eem. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd, maar de Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak naar het gerechtshof Leeuwarden.
Het geschil betrof de vraag of de door belanghebbende verrichte mestlozingen minder waren dan door de AID berekend, en of daardoor minder mest was geproduceerd dan volgens de forfaitaire normen. Belanghebbende stelde dat de mest minder geconcentreerd was en dat minder mest werd geproduceerd, onderbouwd met een onderzoek van het Ministerie van Landbouw en een proces-verbaal van de AID.
Het hof oordeelde dat de berekening van de mestproductie op basis van de mestboekhouding en forfaitaire normen een redelijke schatting was, maar dat een correctie van maximaal 30% naar beneden, toegepast door de AID in vergelijkbare gevallen voor 1990 en 1991, ook in deze zaak moest worden toegepast. Belanghebbende slaagde er niet in voldoende bewijs te leveren om de berekende hoeveelheid mest te weerleggen.
De aanslag werd daarom verminderd tot een bedrag gebaseerd op de gecorrigeerde hoeveelheid mest. Het dagelijks bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof Leeuwarden op 8 december 2000.
Uitkomst: De aanslag zuiveringslasten werd verminderd tot f 60.263,28 na toepassing van een correctie op de forfaitaire normen.