ECLI:NL:GHLEE:2000:AE9993

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
25 oktober 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
281
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wachter
  • Bloem
  • Bunjes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende financiële verantwoordelijkheid

De rechtbank Assen wees het verzoek van X. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af vanwege het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van schulden. X. ging in hoger beroep en stelde dat zij inmiddels hulp heeft gezocht bij diverse instanties en haar betalingsverplichtingen nakomt.

Het hof erkent de positieve stappen van X. op het gebied van psychische hulp en maatschappelijke ondersteuning, maar twijfelt aan haar financiële verantwoordelijkheid. Er is onvoldoende bewijs dat haar schuldensituatie gestabiliseerd is en dat zij haar aflossingscapaciteit daadwerkelijk inzet om schulden af te lossen. Tevens ontbreekt bewijs dat zij zich heeft ingespannen om inkomen te verwerven.

Gezien de aard en omvang van de schulden, het korte tijdsverloop sinds het ontstaan en de verwijtbaarheid van de schulden, concludeert het hof dat X. niet toelaatbaar is tot de schuldsaneringsregeling. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende financiële verantwoordelijkheid.

Uitspraak

Het gerechtshof te Leeuwarden
arrest gewezen inzake
X.
wonende te P.,
appellante,
hierna te noemen: X.
toevoeging
procureur mr. P.R. van den Elst
advocaat mr. G.B. de Jong.
Het geding in eerste aanleg
Bij vonnis van 15 september 2000 heeft de rechtbank te Assen het verzoek van X. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 20 september 2000, heeft X. het hof verzocht voormeld vonnis te vernietigen en alsnog te bepalen dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden toegewezen.
Ter terchtzitting van 19 oktober 2000 is de zaak behandeld.
De beoordeling
De rechtbank heeft het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen omdat de rechtbank van oordeel is dat de persoonlijke omstandigheden die X. naar voren brengt niet opwegen tegen het feit dat X. niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan van de schulden jegens de gemeente Soest en Postbank. Deze laatste omstandigheden zijn ook redenen geweest voor het hof om bij arrest van 1 december 1999 X. niet toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.
X. komt op tegen dit oordeel en stelt dat er thans gronden zijn haar toe te laten tot de schuldsaneringsregeling. X. voert hiertoe aan dat zij, sinds zij in Hoogeveen woont, de hulp van het Riagg, de Kredietbank en het maatschappelijk werk heeft ingeroepen, dat zij alle afspraken met deze instellingen keurig nakomt en voorts aan alle betalingsverplichtingen voldoet. Voorts wijst X. op het tijdsverloop van de schulden. Tot slot stelt X. dat (het voortduren van) de financiële problemen haar belemmeren in het oplossen van haar psychische problemen en in de zorg voor haar kinderen.
Het hof stelt voorop dat het prijzenswaardig is dat X. hulp heeft gezocht bij het oplossen van haar (psychische) problemen en er zodoende blijk van geeft de verantwoordelijkheid van haar leven niet te willen ontlopen. Dit brengt, naar het oordeel van het hof, evenwel niet zonder meer mee dat X. thans ook in staat en onvoldoende gemotiveerd moet worden geacht tot een financieel opzicht verantwoord handelen, in die zin dat zij (gedurende de schuldsaneringsregeling) in staat is om haar financiële verplichtingen naar behoren na te komen. Zo blijkt, onder meer uit de verklaring van de Gemeentelijke Kredietbank van 5 september 2000, niet of en in hoeverre de schuldensituatie van X. zich heeft gestabiliseerd en of de aflossingscapaciteit die in die verklaring wordt vermeld, wordt aangewend voor aflossing van schulden. Voorts is gesteld noch gebleken dat X. ook maar enig initiatief heeft ontplooid om zich door middel van arbeid inkomen te verwerven - al was het maar van bescheiden omvang - waarmee zij haar schuldeneisers tegemoet kan komen. Zo is evenmin gebleken of zij zich heeft ingeschreven bij het Arbeidsbureau. Daarnaast komt de namens haar gemaakte opmerking ter zitting dat het niet erg motiveert wanneer mevrouw, hetgeen zij van eventueel inkomen uit arbeid mag behouden, aan de crediteuren, met name de gemeente Soest, dient af te dragen.
Gelet op de hiervoor omschreven twijfels over het antwoord op de vraag of X. in staat en onvoldoende gemotiveerd is om financieel opzicht verantwoord te kunnen handelen alsmede gelet op de aard en de omvang van de schulden en het bescheiden tijdsverloop sedert het ontstaan ervan en de verwijtbaarheid ten aanzien van het ontstaan van de verschillende schulden zoals bij arrest van 1 december 199 overwogen, is het hof van oordeel dat de door X. aangevoerde omstandigheden niet meebrengen dat X. tot de schuldsaneringsregeling dient te worden toegelaten.
Slotsom
Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door mrs. Wachter, voorzitter, Bloem en Bunjes, raden, en uitgesproken door mr. Streppel, fungerend-president lid een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van Mellink als waarnemend griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 25 oktober 2000.