ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0001

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
26 juli 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00012
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Vellinga
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 WAHVArt. 26 WAHVArt. 26a WAHVArt. 47 Wet GBA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen dwangbevel wegens niet dragen autogordel niet-ontvankelijk door onjuiste adresregistratie

Betrokkene werd een administratieve sanctie van 80 gulden opgelegd voor het niet dragen van een autogordel op 9 oktober 1996. De beschikking werd echter verzonden naar een oud adres, omdat de gemeente betrokkene onjuist had ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens na een adreswijziging van zijn woonschip.

Het dwangbevel werd uitgevaardigd nadat betaling uitbleef en verhaal werd genomen op het AOW-pensioen van betrokkene. Betrokkene stelde dat hij de beschikking nooit had ontvangen en dat de poststukken niet op zijn werkelijke woonadres werden bezorgd.

Het hof oordeelde dat de gemeente betrokkene ten onrechte had ingeschreven op een oud adres en dat het CJIB de poststukken naar een niet-officieel postadres stuurde waar geen postbezorging plaatsvond. Hierdoor kon betrokkene geen beroep instellen tegen de beschikking.

Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en het dwangbevel, verklaarde het verzet gegrond en bepaalde dat het door middel van derdenbeslag geïnde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd. Tevens moet het betaalde griffierecht worden terugbetaald.

Het hof gaf aan dat de beschikking alsnog naar het juiste postadres van betrokkene kan worden verzonden, zodat hij de rechtsmiddelen kan aanwenden.

Uitkomst: Het hof vernietigt het dwangbevel wegens onjuiste adresregistratie en verklaart het verzet gegrond.

Uitspraak

WAHV 00/00012
26 juli 2000
CJIB 13979039
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Leeuwarden
van 20 januari 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beschikking van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 20 januari 1999 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Hierbij is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 14 juli 2000. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J. Dijkstra.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl. 80,-- opgelegd ter zake van "in een motorvoertuig voorin geen autogordel gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 9 oktober 1996 te Gendringen.
3.2. Aangezien geen betaling van de opgelegde sanctie heeft plaatsgevonden, heeft de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 20 januari 1999 een dwangbevel uitgevaardigd.
3.3. Op 1 juni 1999 heeft de deurwaarder verhaal genomen op het AOW-pensioen van de betrokkene. Bij brief van 10 juni 1999 heeft de Sociale Verzekeringsbank de betrokkene hiervan mededeling gedaan.
3.4. Op 14 juni 1999 heeft de betrokkene een brief naar het CJIB gezonden, waarop bij brief van 22 juli 1999 namens de directeur van het CJIB is geantwoord. Bij deze brief is medegedeeld, dat tegen het uitgevaardigde dwangbevel verzet kan worden ingesteld. Op 24 juli 1999 heeft betrokkene wederom een brief geschreven aan de directeur van het CJIB met als onderwerp: Bezwaarschrift tegen Dwangbevel i.v.m. Administratieve Sanctie (...). De brief bevat achter 'Bezwaarschrift tegen' de handgeschreven notitie: "Nooit ontvangen". Het CJIB heeft het verzetschrift doorgezonden naar de griffie van het kantongerecht, dat het verzetschrift op 6 september 1999 heeft ontvangen.
3.5. Bij de bestreden beschikking is het verzet ongegrond verklaard.
3.6. De betrokkene heeft aangevoerd, dat hij de inleidende beschikking nimmer heeft ontvangen.
3.7. Bij de beoordeling van de bestreden beschikking geldt het navolgende als uitgangspunt.
3.8. Een dwangbevel als bedoeld in art. 26 WAHV Pro kan eerst rechtsgeldig worden uitgevaardigd nadat de beschikking waarbij de administratieve sanctie is opgelegd tot verhaal waarvan het dwangbevel moet dienen, onherroepelijk is geworden. In een geval als het onderhavige, waarin de betrokkene het verweer voert de beschikking waarbij de administratieve sanctie is opgelegd niet te hebben ontvangen, is voor de beantwoording van de vraag of de beschikking onherroepelijk is, beslissend of op grond van een in het kader van de procedure van art. 26 WAHV Pro verricht onderzoek, zo nodig aan de hand van door de officier van justitie te verstrekken gegevens, wordt vastgesteld dat het verweer van de betrokkene als onjuist moet worden verworpen, omdat blijkt dat deze de beschikking wel heeft ontvangen, dan wel deze niet heeft ontvangen ten gevolge van een hem toe te rekenen omstandigheid. In beginsel is het aan de officier van justitie om aannemelijk te maken dat aan één van de voorwaarden is voldaan, maar van een betrokkene mag worden verwacht dat hij niet volstaat met de enkele ontkenning dat hij de beschikking heeft ontvangen, doch voor zover in zijn vermogen ligt, nadere gegevens verschaft ter staving van dat verweer.
3.9. Art. 4, tweede lid, WAHV bepaalt, voor zover hier van belang, dat bekendmaking van de beschikking geschiedt door toezending van de beschikking aan het adres dat betrokkene heeft opgegeven. Indien de brief onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de beschikking gezonden naar het in de basisadministratie persoonsgegevens vermelde adres, tenzij dit hetzelfde is als hetgeen is opgenomen in het kentekenregister. Indien de brief ook op het in de basisadministratie persoonsgegevens opgenomen adres onbestelbaar blijkt te zijn, wordt de beschikking geacht aan de betrokkene bekend te zijn.
3.10. Ter zitting heeft de betrokkene verklaard, dat hij aan de verbalisant naast zijn adres tevens zijn postbusnummer [nummer] heeft opgegeven. Uit de gedingstukken leidt het hof af, dat de politie aan het CJIB als adres heeft opgegeven [adres 1], dat de inleidende beschikking op 8 november 1996 naar dit adres is verzonden en dat het CJIB de beschikking onbestelbaar retour heeft ontvangen. Na verificatie van de adresgegevens in de basisadministratie persoonsgegevens zijn de inleidende beschikking, alsmede de eerste en de tweede aanmaning, diverse keren naar het in de basisadministratie persoonsgegevens opgenomen adres verzonden, te weten eerst het adres [adres 2] en later het adres [adres 3], en telkenmale onbestelbaar door het CJIB retour ontvangen.
Het historisch overzicht uit de gemeentelijke basisadministratie bevat de navolgende adresgegevens:
1 november 1989: [adres 1]
28 juli 1992 : [adres 2]
18 december 1997: [adres 3]
3.11. Blijkens de gedingstukken en hetgeen de betrokkene ter zitting heeft verklaard, ligt hij met zijn woonschip sedert augustus 1996 op een locatie nabij de dwinger aan de [adres 3]. De gemeente heeft zijn woonschip tegen zijn wil naar die locatie overgebracht en daarmee zijn woonadres doen wijzigen.
3.12. Gelet op het vorenoverwogene heeft de gemeente, gelet op het bepaalde in art. 47, tweede lid, Wet GBA, betrokkene sedert augustus 1996 tot het moment waarop het adres in de basisadministratie is gewijzigd in het adres [adres 3] ten onrechte ingeschreven laten staan op het adres [adres 2]. Dat de betrokkene de door het CJIB naar dit adres verzonden poststukken niet heeft ontvangen, kan de betrokkene derhalve niet worden verweten.
3.13. Ter zitting heeft de betrokkene een verklaring van de PTT overgelegd, waaruit blijkt dat het adres [adres 3] geen officieel postadres is. Het hof begrijpt die verklaring aldus, dat de PTT op dit adres geen post bezorgt. Naar het oordeel van het hof valt het de betrokkene daarom evenmin te verwijten dat hij de door het CJIB naar dit -in de basisadministratie persoonsgegevens opgenomen- adres verzonden poststukken nimmer heeft ontvangen.
3.14. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het hof van oordeel, dat het bepaalde in de laatste zin van art. 4, tweede lid, WAHV in dit geval niet van toepassing is.
3.15. Nu aangenomen moet worden dat de betrokkene de inleidende beschikking nimmer heeft ontvangen en daartegen geen beroep heeft kunnen instellen, heeft de kantonrechter ten onrechte geoordeeld dat de inleidende beschikking onherroepelijk is geworden.
3.16. Uit het onder 3.8 overwogene volgt dat het dwangbevel in dit geval niet rechtsgeldig is uitgevaardigd. De bestreden beschikking dient daarom te worden vernietigd. Het hof zal doen wat de kantonrechter had behoren te doen.
3.17. Opmerking verdient nog het volgende. De betrokkene heeft nog steeds als postadres [nummer]. In aanmerking nemende, dat in de onderhavige procedure slechts de op die wijze geadresseerde poststukken betrokkene hebben bereikt kan de inleidende beschikking alsnog naar deze postbus worden verzonden, waarna de betrokkene de daartegen ter beschikking staande rechtsmiddelen kan aanwenden.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter;
verklaart het bij de kantonrechter gedane verzet gegrond;
vernietigt het door de officier van justitie in het arrondissement te Leeuwarden op 20 januari 1999 uitgevaardigde dwangbevel;
bepaalt dat hetgeen uit hoofde van voormeld dwangbevel ten laste van betrokkene door middel van derden-beslag is geëxecuteerd, te weten een bedrag van f. 764,12, aan betrokkene wordt gerestitueerd, alsmede dat het door deze op de voet van art. 26 en Pro 26a WAHV betaalde griffierecht door de griffier van het kantongerecht aan hem wordt gerestitueerd.
Deze beschikking is gegeven door mrs Dijkstra, vice-president, als voorzitter, Vellinga, vice-president en Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juli 2000.