ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0010

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 juli 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00084
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:17 AwbArt. 11 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid in bestuursstrafzaak wegens procedurele tekortkomingen

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie, welke door de kantonrechter niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hoger beroep richtte zich op de procedurele tekortkomingen bij de verzending van stukken aan de gemachtigde en het feit dat de bestreden beslissing niet in het Nederlands was gesteld.

Het gerechtshof oordeelde dat de brieven van het arrondissementsparket niet aan de gemachtigde waren gezonden, wat in strijd is met art. 6:17 Awb Pro. Tevens was de beslissing in de Duitse taal gesteld, wat niet toelaatbaar is. Hierdoor kon de niet-ontvankelijkheidsverklaring niet gehandhaafd blijven.

Het hof vernietigde de bestreden beslissing en verwees de zaak terug naar de kantonrechter te Utrecht met de instructie om een nieuwe termijn voor zekerheidstelling te bepalen en de gemachtigde daarvan op de hoogte te stellen. Hiermee wordt de procedurele rechtmatigheid gewaarborgd.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere behandeling.

Uitspraak

WAHV 00/00084
12 juli 2000
CJIB 16298700
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Utrecht
van 27 april 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] [land],
voor wie als gemachtigde optreedt R. Graetsch,
advocaat te Kleve (Duitsland).
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
R. Graetsch heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
Namens de betrokkene is schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het op een procedure ingevolge de WAHV van toepassing zijnde art. 6:17 Awb Pro worden, indien iemand zich laat vertegenwoordigen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde gezonden.
3.2. Het beroepschrift bij het kantongerecht is ingediend door de gemachtigde van de betrokkene. Tot de stukken behoren twee brieven van het arrondissementsparket te Utrecht van 13 december 1999 en 25 januari 2000, waarbij de betrokkene is gewezen op diens verplichting om zekerheid te stellen. Beide brieven zijn geadresseerd aan de betrokkene. Nu niet blijkt dat voormelde brieven overeenkomstig het bepaalde in art. 6:17 Awb Pro ook aan diens gemachtigde zijn gezonden, kan de bestreden beslissing niet in stand blijven.
3.3. De bestreden beslissing kan overigens ook niet in stand blijven, omdat deze niet in de Nederlandse doch in de Duitse taal gesteld is.
3.4. Na terugwijzing van de zaak dient de kantonrechter een nieuwe termijn te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in art. 11 WAHV Pro kan stellen en daarvan moet in ieder geval aan de gemachtigde van de betrokkene mededeling worden gedaan.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Utrecht ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juli 2000.