ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0015

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
27 juni 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00038
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WAHVArt. 2 BABArt. 141 SvArt. 6 Politiewet 1993Art. 72 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens verlopen APK-keuringsbewijs door Koninklijke Marechaussee

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter te 's-Gravenhage, die het beroep tegen een administratieve sanctie ongegrond had verklaard. Betrokkene was beboet wegens het rijden met een motorrijtuig waarvan het keuringsbewijs was verlopen. De sanctie van 180 gulden was opgelegd door een onderofficier van de Koninklijke marechaussee.

In hoger beroep voerde betrokkene aan dat de verbalisant niet bevoegd was tot het opleggen van de sanctie en dat hij niet wist dat het voertuig niet gekeurd was. Het hof oordeelde dat de marechaussee-onderofficier wel degelijk bevoegd was, aangezien hij belast was met politietaken volgens de Politiewet 1993 en art. 141 Sv Pro. De betrokkene had erkend de overtreding te hebben begaan.

Het hof verwierp het verweer dat onwetendheid over de APK-status een reden was om de sanctie te matigen of te vernietigen, aangezien betrokkene de mogelijkheid had om bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer of een keuringsstation informatie in te winnen. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter en handhaafde de sanctie.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de administratieve sanctie van 180 gulden wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 00/00038
27 juni 2000
CJIB 22471760
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te 's-Gravenhage
van 17 februari 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 13 juni 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J. Brontsema. De betrokkene is niet verschenen.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd van fl. 180,- ter zake van “voor het motorrijtuig van 3500 KG of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren”. Blijkens de gedingstukken is de gedraging geconstateerd en de sanctie opgelegd door De Wildt, wachtmeester van de Koninklijke marechaussee.
3.2. De betrokkene heeft erkend de gedraging te hebben verricht.
3.3. In hoger beroep heeft de betrokkene aangevoerd -zakelijk weergegeven-, dat:
a. de verbalisant niet bevoegd was tot het opleggen van de administratieve sanctie;
b. dat de betrokkene niet wist dat de auto, waarmee de gedraging is verricht, niet gekeurd was, omdat de vorige eigenaar hem dat niet verteld had.
3.4. Ten aanzien van onderdeel a. overweegt het hof als volgt. Ingevolge art. 3, eerste lid, WAHV in verbinding met art. 2, eerste lid, BAB zijn de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in art. 141, aanhef en onder c, Sv, bevoegd tot het opleggen van administratieve sancties voor de gevallen waarin deze militairen belast zijn met de uitvoering van de politietaken, bedoeld in art. 6, eerste lid, onder b, c, d, e en f, Politiewet 1993.
3.5. Bij de gedingstukken bevindt zich een brief d.d. 30 november 1999 van A. Ottens, eerste luitenant, commandant afdeling PD/GB van de Koninklijke marechaussee, District Zuid-Holland/Zeeland, Brigade Den Haag, waarin deze onder meer heeft verklaard, dat De Wildt ten tijde van de gedraging werkzaam was als onderofficier der Koninklijke marechaussee bij de Brigade Den Haag en in opdracht van zijn commandant dienstploeg op patrouille belast met de politiediensten ten behoeve van de Nederlandse en andere strijdkrachten was.
3.6. Uit het hiervoor overwogene volgt dat De Wildt de gedraging ter zake waarvan de sanctie is opgelegd heeft geconstateerd als opsporingsambtenaar in de zin van art. 141, aanhef en onder c, Sv bij de uitvoering van de politietaak bedoeld in art. 6, eerste lid aanhef en onder b, Politiewet 1993 en derhalve bevoegd was tot het opleggen van de administratieve sanctie.
3.7. Ten aanzien van onderdeel b overweegt het hof, dat de door de betrokkene aangevoerde omstandigheid geen omstandigheid is die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijkt dan wel het vaststellen van een lager bedrag van de administratieve sanctie rechtvaardigt. De betrokkene had immers bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer kunnen informeren of de betreffende auto APK-gekeurd was, eventueel door tussenkomst van een APK-keuringsstation.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 juni 2000.