ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0018

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 juli 2000
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00054
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 1 WAHVArt. 9 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening administratieve sanctie voetganger

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Assen, die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling. Betrokkene had een sanctie van 240 gulden gekregen voor het niet voor laten gaan op een voetgangersoversteekplaats op 12 mei 1999.

Het hof stelde vast dat betrokkene wel degelijk zekerheid had gesteld ter hoogte van de sanctie, waardoor de kantonrechter ten onrechte had geoordeeld dat geen zekerheidstelling had plaatsgevonden. Desondanks was het beroepschrift te laat ingediend, namelijk pas op 13 januari 2000 terwijl de beslissing op 22 september 1999 aan betrokkene was toegezonden, waardoor het beroep niet-ontvankelijk was.

Het hof besloot de zaak niet terug te verwijzen naar het kantongerecht maar zelf de juiste beslissing te nemen en verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep. Dit arrest werd uitgesproken op 19 juli 2000 door mr Dijkstra, vice-president.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

WAHV 00/00054
19 juli 2000
CJIB 26649093
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Assen
van 28 februari 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [naam gemachtigde],
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Assen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[naam gemachtigde] heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat de betrokkene niet binnen de in art. 11 WAHV Pro gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld.
3.2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van "voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken) niet voor laten gaan", welke gedraging zou zijn verricht op 12 mei 1999 te Assen. De opgelegde sanctie bedraagt fl. 240,-.
3.3. Artikel 11, eerste lid, WAHV bepaalt - zakelijk weergegeven - dat de indiener van het beroepschrift zekerheid dient te stellen "voor de betaling van de sanctie". Onder sanctie in dit artikel is te verstaan de administratieve sanctie als bedoeld in artikel 1 WAHV Pro, dat wil zeggen: de aan de Staat te betalen geldsom voor een gedraging in strijd met de voorschriften die vallen binnen het toepassingsgebied van de WAHV, zoals deze bij de oorspronkelijke administratieve beschikking is opgelegd dan wel door de officier van justitie is verlaagd (Kamerstukken II, 1987-1988, 20 392, nr. 3 blz.15). De advocaat-generaal heeft in zijn verweerschrift zich dan ook terecht op het standpunt gesteld -zakelijk weergegeven-, dat het bedrag van de zekerheidstelling gelijk is aan het bedrag van de oorspronkelijk sanctie en dat geen rekening dient te worden gehouden met de eerste verhoging.
3.4. Blijkens de gedingstukken heeft de betrokkene zekerheid gesteld ter hoogte van de bij inleidende beschikking opgelegde sanctie van fl. 240,-.
3.5. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft de kantonrechter ten onrechte geoordeeld, dat geen zekerheidstelling heeft plaatsgevonden. De bestreden beslissing dient derhalve te worden vernietigd.
3.6. Ingevolge het in art. 9, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:7 en Pro 6:8 Awb bepaalde dient het beroep bij het kantongerecht te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift bij de officier van justitie binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de beslissing van de officier van justitie aan de betrokkene is toegezonden.
3.7. Het beroepschrift is gedateerd 12 januari 2000 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 13 januari 2000 bij het arrondissementsparket te Assen ingekomen. Aangezien de beslissing van de officier van justitie blijkens een daarop gestelde aantekening op 22 september 1999 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend, zodat de betrokkene in het beroep bij het kantongerecht niet-ontvankelijk is.
3.8. Om redenen van doelmatigheid zal het hof de zaak niet terugwijzen naar het kantongerecht, maar doen wat de kantonrechter had behoren te doen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
- vernietigt de bestreden beslissing;
- verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep bij het kantongerecht.
Dit arrest is gewezen door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 juli 2000.