ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0023
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke sanctie wegens weigering medewerking ademonderzoek
Betrokkene werd door de officier van justitie een administratieve sanctie van 180 gulden opgelegd wegens het niet meewerken aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht op 7 januari 1999 in Dordrecht. Betrokkene tekende bezwaar aan tegen deze beslissing, maar de kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde betrokkene dat hij niet verplicht was mee te werken omdat hij wilde dat het onderzoek op het politiebureau zou plaatsvinden in plaats van op de plaats van aanhouding. Het gerechtshof oordeelde dat de Wegenverkeerswet 1994 aan de opsporingsambtenaar de bevoegdheid geeft te bepalen waar en hoe het ademonderzoek wordt uitgevoerd.
Omdat betrokkene geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die zouden aantonen dat de ambtenaar zijn bevoegdheid onrechtmatig had gebruikt, handelde betrokkene in strijd met artikel 160 lid 5 WVW Pro 1994. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete wegens weigering medewerking aan het ademonderzoek.